Wikijunior:Frans/Thema 1/Les 3

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Kid gaat voor het eerst op familiebezoek en zijn Franse familie kan zich alleen in het Frans voorstellen. Hopelijk verstaat hij ze allemaal na deze les.

Tekst[bewerken]

Bonjour, je suis la mère de Kid.
Je suis le père de Kid.
Nous sommes les parents de Kid.

La sœur de maman est la tante de Kid.
Le frère de papa est l'oncle de Kid. Ils sont des frères.
Le grand-père et la grand-mère de Kid sont les grands-parents.

Hallo, ik ben de moeder van Kid.
Ik ben de vader van Kid.
Wij zijn de ouders van Kid.

De zus van mama is de tante van Kid.
De broer van papa is de oom van Kid. Zij zijn broers.
De grootvader en grootmoeder van Kid zijn de grootouders.

Nuvola mimetypes soffice.png

Woordenschat[bewerken]

Woordenlijst Les 3
  • bonjour : hallo
  • nous sommes : wij zijn
  • ils sont : zij zijn
  • et : en
  • de : van
  • les m of v (mv) : de
  • une tante v : een tante
  • un oncle m : een oom
  • un grand-père m : een grootvader, een opa
  • une grand-mère v : een grootmoeder, een oma
  • les parents m : de ouders
  • les grands-parents m (mv) : de grootouders


Grammatica[bewerken]

Grammatica

être  Nuvola apps kmix.png Beluister [bewerken]

In de vorige lessen heb je al enkele werkwoordsvormen van être geleerd:

  • je suis: ik ben
  • il est: hij is
  • elle est: zij is
  • on est

Natuurlijk is dat niet alles. Net zoals in het Nederlands bestaat er ook in het Frans een jij, wij, jullie, zij (meervoud) vorm.

Persoonlijk voornaamwoordFransNederlands
1e persoon enkelvoudjeik
2e persoon enkelvoudtujij
3e persoon enkelvoudil / ellehij / zij
1e persoon meervoudnouswij
2e persoon meervoudvousjullie
3e persoon meervoudils / elleszij

Enkel jij, wij en jullie zijn wat moeilijker te onthouden, maar ils en elles is gewoon hetzelfde als het enkelvoud: il en elle met een s erachteraan.


Als we dan bij het werkwoord être alles invullen krijgen we:

êtrezijn
je suisik ben
tu esjij bent
il / elle esthij / zij is
nous sommeswij zijn
vous êtesjullie zijn
ils / elles sontzij zijn

Oefeningen[bewerken]

1. Maak een stamboom van je eigen famillie en beschrijf in 10 zinnen welke familiebanden er zijn (broer, zus, tante, oom, opa, ouders...) Doe dit in het Frans.

2. (tekening stamboom nodig) wie is wat van wie? Doe dit in het Frans.

3. Vul het juiste persoonlijke voornaamwoord in:

  • ... suis Kid.
  • ... êtes des parents?
  • ... est Boris.
  • ... sommes des hommes.
  • ... es un homme.

4. Zelfde opdracht, enkel moet je nu op de uitgang van het adjectief letten.

  • ... est jolie
  • ... sont gentilles
  • ... est fort
  • ... sont petits
  • ... est faible

5. Vul aan met de juiste vorm van être.

  • Je ... Kid.
  • Elle ... Zoë.
  • Nous ... des parents
  • Elles ... des sœurs.
  • Vous ... un frère.
  • Tu ... une femme?
  • Il ... Kid.

Het is heel belangrijk dat je dit werkwoord goed kent, voordat je begint aan de volgende les!

6. Een boggle is een puzzel. In elke boggle zit een woord verstopt. De eerste letter staat aan het begin (linksboven). De volgende letter staat steeds in een van de aangrenzende vakjes.

  • Aanwijzing linker boggle: wij zijn
  • Aanwijzing rechter boggle: vrouw van je opa

2boggles.PNG

Je bent nu klaar om naar de volgende les te gaan. Ga naar les 4.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.