Wikijunior:Engels/Je buurt/Antwoorden

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Zinnen[bewerken]

Engels Nederlands
  1. Don't argue. Try to discuss the matter calmly.
  2. I'm not going to that restaurant anymore. The food is awful.
  3. Did they move to a new apartment?
  4. We need electricity to watch TV.
  5. I got up very early this morning.
  6. I don't want to get fat. I'm trying to eat less.
  7. We know about the accident. The police told us.
  8. Please turn on the light.
  9. I put some cream on top of the cake.
  10. Students often complain that they get too much homework.
  11. What happened to Jess? He hurt his hand.
  12. I owe him £30. I'll give him the money tomorrow.
  13. I do my homework as soon as I get home from school.
  14. Look! Do you see the bird in the tree?
  15. Put the plates on the table.
  16. Please help me to look for my dog.
  17. Let's meet tonight in the town square.
  18. The boss asked the secretary to type a letter.
  19. Make a right turn at the traffic light.
  20. People pray at the synagogue.
  21. We'll get to the next town faster if we take the highway.
  22. I can't find my wallet. I hope it isn't lost.
  1. Maak geen ruzie. Probeer de zaak rustig te bediscussiëren.
  2. Ik ga niet meer naar dat restaurant. Het eten is verschrikkelijk.
  3. Zijn ze naar een nieuw appartement verhuisd?
  4. We hebben elektriciteit nodig om nar de tv te kijken.
  5. Ik stond vanmorgen erg vroeg op.
  6. Ik wil niet dik worden. Ik probeer minder te eten.
  7. We weten van dat ongeluk. De politie vertelde het ons.
  8. Doe alsjeblieft het licht aan.
  9. Ik heb wat slagroom op de cake gedaan.
  10. Studenten klagen vaak dat ze teveel huiswerk krijgen.
  11. Wat is er met Jess gebeurd? Hij verwondde zijn hand.
  12. Ik ben hem £30 schuldig. Ik zal hem het geld morgen geven.
  13. Ik maak mijn huiswerk zodra ik van school thuis kom.
  14. Kijk! Zie je die vogel in de boom?
  15. Zet de borden op de tafel.
  16. Help me alsjeblieft mijn hond te zoeken.
  17. Laten we voor vanavond afspreken op het dorpsplein.
  18. De baas vroeg de secretaresse een brief te typen.
  19. Ga rechtsaf bij het stoplicht.
  20. Mensen bidden in de synagoge.
  21. We komen sneller bij de volgende stad als we de snelweg nemen.
  22. Ik kan mijn portefeuille niet vinden. Ik hoop dat ik hem niet kwijt ben.

Opdracht 1[bewerken]

Opdracht 1,1[bewerken]

Schrijf op wat je in het Engels zegt.

  • Vraag wat er met Jill is gebeurd.

What happened to Jill?

  • Zeg tegen je Engelse vriend dat jij hem nog twintig pond schuldig bent.

I owe you £20.

  • Vertel dat ze in de kerk bidden.

People pray at the church.

  • Zeg dat je duidelijk moet discussiëren.

Try to discuss the matter calmly.

  • Zeg dat je linksaf moet bij het stoplicht.

Make a left turn at the traffic light.

Opdracht 1,2[bewerken]

Vertaal de volgende zinnen naar het Nederlands.

  • We need electricity to watch TV.

We need electricity to watch TV.

  • Please turn off the light.

Doe alsjeblieft het licht uit.

  • I'm trying to eat more.

Ik probeer meer te eten.

  • Please help me to look for my cat.

Help me alsjeblieft mijn kat te zoeken.

  • Put the knife on the table.

Leg het mes op de tafel.

Opdracht 2[bewerken]

Vul de ontbrekende dingen in het gesprek in!

Jij: Goodmorning dad! (jij bent vanmorgen wel erg vroeg opgestaan!)

You got up very early this morning.

Vader: Yes, but I have no time for you now, I've lost my parakeet! (ik kan hem niet vinden, ik hoop dat hij niet weg is) Have you seen it?

I can't find it. I hope it isn't lost.

Jij: No dad... sorry.
Vader: (help me alsjeblieft mijn parkiet te zoeken!)

Please help me to look for my parakeet.

Jij: I'll help you. HEY, (kijk, zie je die vogel in de boom?

Look! Do you see the bird in the tree?

Vader: No... but I have no time for it now. I'm searching for my PARAKEET!!
Jij: But, but... that IS your parakeet!
Vader: You're right! It IS MY PARAKEET!!! Oooooh, thanks for your help! We'll have breakfast in twenty minutes. (zet de borden op de tafel!)

Put the plates on the table.

Jij: (ik wil niet dik worden), so please don't make bacon and eggs.

I don't want to get fat.

Vader: I understand you. Well, I'll make a Dutch breakfast for you!

Woordjes[bewerken]

Engels Nederlands
  • anymore
  • argue
  • attic
  • basement
  • butcher
  • church
  • complain
  • distance
  • downstairs
  • downtown
  • electricity
  • fall asleep
  • heat
  • highway
  • look for
  • mosque
  • move
  • path
  • pleasant
  • pray
  • square
  • synagogue
  • turn off
  • turn on
  • upstairs
  • meer
  • betogen
  • zolder
  • kelder
  • slager
  • kerk
  • klagen
  • afstand
  • beneden
  • de stad in
  • elektriciteit
  • in slaap vallen
  • verwarmen/hitte
  • verkeersweg
  • zoeken
  • moskee
  • bewegen/zet
  • pad
  • plezierig
  • bidden
  • vierkant
  • synagoge
  • uitzetten
  • aanzetten
  • boven

Opdracht 3[bewerken]

Maak het bovenstaande schema compleet! Je mag een woordenboek gebruiken.

Opdracht 4[bewerken]

Vul de ontbrekende woorden in! Kies uit electricity, highway, anymore, rarely, upstairs, downstairs, heat, look for, move en drive.

  • Why are you sitting in the dark?
  • The electricity stopped working an hour ago.
  • I'm so hungry!
  • There's some chicken in the refrigerator. You can heat it up in the microwave.
  • My office is on the fifteenth floor of the Commerce building.
  • Really? I work downstairs on the second floor.
  • Would you like a cigarette, Ann?
  • No, thanks. I don't smoke anymore. I stopped smoking two months ago
  • I hear you bought a new house. Congratulations.
  • Thank you. We plan to move in next month.

Grammatica[bewerken]

Om te zeggen hoe laat het is, moet je eerst tot twaalf kunnen tellen:

  1. One
  2. Two
  3. Three
  4. Four
  5. Five
  6. Six
  7. Seven
  8. Eight
  9. Nine
  10. Ten
  11. Eleven
  12. Twelve

Als je aan iemand wil vragen hoe laat het is, vraag je 'What time is it?' Als je iemand vertelt hoe laat het is, begin je met 'it is'. (het is) Daarna komt de tijdsaanduiding. De hele uren worden geformuleerd door 'it is', daarna komt het uur en tot slot 'o'clock'. Het is vier uur wordt dus 'It is four o'clock'.

Als het een aantal minuten later is dan een heel uur, gebruik je het voorzetsel 'past'. In het Nederlands gebruik je 'over'. Het is vijf minuten over tien wordt dus 'It is five past ten'.

Ook het aanduiden van halve uren gebeurt met 'past'. 'Het is half twee' wordt vertaald met 'It is half past one'.

Voor alle tijdstippen na het halve uur, gebruik je het voorzetsel 'to'. 'Het is tien voor acht wordt dus vertaald met 'It is ten to eight'.

Een kwartier is in het Engels 'a quarter'. 'Het is kwart voor elf' wordt dus in het Engels 'it is a quarter to eleven'.

Het Engels kent speciale uitdrukkingen van twaalf uur 's middags en twaalf uur 's nachts. Als het twaalf uur 's middags is, zeg je 'It's 12 noon'. Als het twaalf uur 's nachts is, zeg je 'It's midnight'.

Opdracht 5[bewerken]

Vertaal deze tijden naar het Engels!

  • half vier

It is half past three

  • drie voor zeven

It is three to seven

  • twaalf uur 's nachts

It is midnight

  • negen voor acht

It is nine to eight

  • zeven uur

It is seven 'o clock

  • kwart over drie

It is a quarter past three

  • kwart voor elf

It is a quarter to eleven

  • een over zes

It is one past six

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.