Wikijunior:Aardrijkskunde/Europese Unie

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Aardrijkskunde

Thema's

Bestaande hoofdstukken:


Nog NIET geschreven hoofdstukken :

Bronnen

Inleiding[bewerken]

In Europa werken 28 landen samen op allerlei gebieden. Zo maken ze afspraken met elkaar over diverse dingen zoals landbouw, milieu, handel of geld. Dat doen ze in de Europese Unie (afgekort: EU). De 28 landen die lid zijn van de EU, noemen we EU-lidstaten. Door samen te werken kunnen de EU-lidstaten een aantal problemen makkelijker oplossen dan wanneer elk land dat alleen zou doen. Die samenwerking moet er verder voor zorgen dat er bijvoorbeeld in Europa geen oorlog meer komt, en dat er in de wereld meer naar de EU wordt geluisterd. In dit hoofdstuk leer je:

  • de EU-lidstaten en zijn hoofdsteden en belangrijke Europese wateren
  • waarom landen in de EU willen samenwerken
  • geschiedenis van de EU
  • hoe en door wie de EU wordt bestuurd
  • waarom de EU wordt uitgebreid
  • de voorwaarden van toetreding tot de EU;
  • het begrijpen dat het voldoen aan de voorwaarden voor toetreding tot de EU niet zomaar iets is
  • het gebruik van de rekenmachine en de atlas

Waarom de Europese Unie?[bewerken]

De EU-lidstaten werken samen aan het oplossen problemen, zoals milieuvervuiling, criminaliteit of werkloosheid. Vaak is het makkelijker samen aan een oplossing voor een probleem te werken dan alleen. Soms kan het zelfs niet anders. Als een rivier door drie landen stroomt, zullen de drie landen er samen voor moeten zorgen dat het water niet vervuild wordt.

Als criminelen door heel Europa reizen en misdaden begaan, kunnen landen beter samenwerken om ze te arresteren. Wanneer mensen ook in een andere EU-lidstaat mogen werken, hebben ze meer mogelijkheden om een baan te vinden. De EU zorgt ervoor dat dit mogelijk is. Door samenwerking in de EU kunnen er niet alleen problemen worden opgelost, maar ook verder in Europa kan er veel bereikt worden. Bijvoorbeeld dat er geen oorlog meer komt, dat de mensen het er beter krijgen of dat het voedsel schoner, veiliger en gezonder wordt. Het is ook belangrijk dat de EU-lidstaten samen overleggen over allerlei problemen in de wereld en een oplossing bedenken. Dan zal er in de rest van de wereld eerder naar de EU worden geluisterd dan wanneer ieder land in Europa met een andere oplossing voor het probleem komt.

Geschiedenis[bewerken]

Meer dan vijftig jaar geleden besloten zes landen in Europa, meer te gaan samenwerken. Dit waren Duitsland, Frankrijk, België, Luxemburg, Italië en Nederland. De Tweede Wereldoorlog was net voorbij en ze wilden niet nog een oorlog. Eerst maakten ze afspraken over hun kolen- en staalfabrieken, omdat met kolen en staal wapens gemaakt kunnen worden. Dat zou niet weer mogen gebeuren. Deze samenwerking noemden de landen ‘De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal’ (EGKS). Sinds 1951, toen de EGKS van start ging, is er veel veranderd. Steeds meer Europese landen vonden die samenwerking een goed plan en wilden daarom ook graag meedoen. In 1973 kwamen Ierland, Denemarken en Groot-Brittannië erbij. In 1981 volgde Griekenland. En in 1986 sloten Spanje en Portugal zich aan. In 1995 werden Oostenrijk, Finland en Zweden ook lid van de EU. Daarna zijn er tot 2004 geen nieuwe landen meer bijgekomen, maar dat is veranderd. Toen kwamen Grieks-Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië erbij en drie jaar later, in 2007 kwamen ook Bulgarije en Roemenië erbij. Niet alleen gingen steeds meer landen samenwerken, ook bedachten die landen dat samenwerking op andere gebieden goed zou zijn. Daarom begonnen ze ook afspraken te maken over zaken als handel, landbouw, economie, politie en milieu. Omdat het niet langer alleen over kolen en staal ging, gaven ze hun samenwerkingsverband een paar keer een nieuwe naam, die beter paste bij de onderwerpen waar ze zich op dat moment mee bezighielden. Nu noemen we die samenwerking in Europa de Europese Unie (EU).

De geschiedenis van de EU kun je in één zin samenvatten: steeds meer Europese landen zijn op steeds meer gebieden gaan samenwerken.

Opdracht 1[bewerken]

Opdracht 1,1

Met welke landen ging de Europese samenwerking in 1951 van start?


Opdracht 1,2

Hoeveel lidstaten zijn er nu? Noem ze allemaal!





De euro[bewerken]

Op 1 januari 2002 werd de euro ingevoerd in Duitsland, Ierland, Nederland, Griekenland, Finland, Luxemburg, Oostenrijk, Frankrijk, België, Italië, Portugal en Spanje.

Op 1 januari 2007 kwam Slovenië het getal tot 13 EU-landen versterken. Ook Montenegro en Kosovo, waar de Duitse mark was ingevoerd, zijn, hoewel ze geen lid van de EU zijn, overgegaan tot de euro. Dat geldt ook voor de staatjes San Marino, Monaco en Vaticaanstad, die (onder voorwaarden) een eigen nationale zijde mogen invullen. Andorra heeft geen eigen variant.

Opdracht 2[bewerken]

Wanneer je op vakantie bent, heb je af en toe wel eens zin in een hamburger en/of een flesje cola. In Nederland betaal je voor een hamburger 2,60 euro en voor een flesje cola 1,35 euro. Totaal is dat 3,95 euro.


         Hamburger  Flesje cola   Totaal
                       (0,5 l)

Frankrijk   3,05        1,38      ___________

Spanje      2,53        0,92      ___________

Italië      2,65        1,90      ___________

Oostenrijk  2,50        1,23      ___________

Duitsland   2,68        0,95      ___________

Bron: Kampioen, jrg 118 (1) januari 2003, blz 78-79.

Bestuur[bewerken]

Bij de EU moet alles goed verlopen. Gebeurt dit niet, dan leidt de samenwerking in de EU tot niets. De organisatie van de EU is erg ingewikkeld. Het gaat bij de EU om samenwerking tussen 27 landen! Om beter te begrijpen hoe die samenwerking van 27 landen wordt geregeld, wordt je nu iets verteld over de manier waarop de EU wordt bestuurd. Daarom lees je hieronder wat meer over de Europese Commissie, de Raad van Ministers en het Europees Parlement. In de Europese Commissie zitten mensen die veel weten over de onderwerpen waarvoor de EU regels maakt. In de Europese Commissie zit bijvoorbeeld iemand die heel veel verstand heeft van milieu en ervoor zorgt dat de Europese milieuregels ook echt worden uitgevoerd. Ook bedenkt die persoon nieuwe plannen om ervoor te zorgen dat het milieu in Europa in de toekomst nog schoner wordt. Voor ieder onderwerp zit er dus een aparte persoon in de Europese Commissie. Samen letten ze erop dat alles in de EU goed is geregeld. De leden van de EU zijn de lidstaten. Iedere EU-lidstaat stuurt één minister naar de Raad van Ministers. Die minister vertelt aan de ministers van de andere lidstaten wat hij of zij belangrijk vindt voor Europa. Zo doen ze dat alle 27. Worden ze het samen eens, dan kunnen ze een nieuwe Europese wet maken. Steeds vaker maken ze zo’n wet samen met de Europese Commissie en het Europees Parlement.

Waarom hebben ze die wet dan toch bedacht voor de EU? Je kunt je voorstellen dat al die miljoenen inwoners van de EU ook graag zelf hun mening willen geven? Ook zij willen wel eens vertellen wat ze belangrijk vinden of wat er in de EU moet gebeuren. Natuurlijk kan de EU niet al die miljoenen mensen zelf aan het woord laten. Dat zou veel te lang duren.

Daarom mogen de mensen die minstens 18 jaar zijn eens in de vijf jaar naar de stembus. Dan kan iedereen kiezen voor een persoon die namens hem of haar in de EU dingen mag zeggen. De mensen die worden gekozen, komen in het Europees Parlement. Zij vertellen daar wat al die miljoenen mensen in de EU-lidstaten belangrijk vinden.

Uitbreiding[bewerken]

Turkije wil graag lid worden van de Europese Unie. Turkije is een kandidaatlidstaat. Waarom wil Turkije zo graag lid worden? De regering van Turkije en veel inwoners denken dat het lidmaatschap van de EU voordelen heeft. Ze verwachten dat de producten die daar worden gemaakt, dan makkelijker in de EU kunnen worden verkocht. Nu is dat nog best moeilijk. Wanneer ze meer in de EU-lidstaten zullen verkopen, wordt er meer geld verdiend, komen er misschien meer banen en krijgen de mensen het beter. Ook denken ze door samenwerking met andere landen in de EU gemakkelijker hun problemen te kunnen oplossen. En daarnaast geldt dat je als land alleen in de wereld nu eenmaal minder meetelt dan wanneer je dingen samen doet met andere landen. Samen sta je sterker. Ook de EU wil graag dat er nieuwe landen bijkomen. Hoe meer landen samenwerken in Europa, hoe kleiner de kans op ruzies of oorlogen. Verder kunnen de Europese problemen dan beter worden opgelost en zal er in de wereld meer naar de EU geluisterd worden. Bovendien kunnen bedrijven uit bijvoorbeeld Nederland ook producten gaan maken en verkopen in die nieuwe lidstaten en zo meer geld verdienen. De uitbreiding van de EU levert niet alleen voordelen op. Voor de landen in de EU geldt dat de uitbreiding veel geld kost en dat moet ergens van betaald worden. Met al die nieuwe landen en miljoenen mensen erbij wordt ook het besturen van de EU niet gemakkelijker. De kandidaatlidstaten mogen niet zomaar lid worden: ze moeten er veel voor doen en dat valt niet altijd mee.

Opdracht 3[bewerken]

Topoeu.PNG

Opdracht 3,1

Welke landen worden met welk nummer aangegeven? Je mag een atlas gebruiken!

  1. _________________________________/_________________________________
  2. _________________________________/_________________________________
  3. _________________________________/_________________________________
  4. _________________________________/_________________________________
  5. _________________________________/_________________________________
  6. _________________________________/_________________________________
  7. _________________________________/_________________________________
  8. _________________________________/_________________________________
  9. _________________________________/_________________________________
  10. _________________________________/_________________________________
  11. _________________________________/_________________________________
  12. _________________________________/_________________________________
  13. _________________________________/_________________________________
  14. _________________________________/_________________________________
  15. _________________________________/_________________________________
  16. _________________________________/_________________________________
  17. _________________________________/_________________________________
  18. _________________________________/_________________________________
  19. _________________________________/_________________________________
  20. _________________________________/_________________________________
  21. _________________________________/_________________________________
  22. _________________________________/_________________________________
  23. _________________________________/_________________________________
  24. _________________________________/_________________________________
  25. _________________________________/_________________________________
  26. _________________________________/_________________________________
  27. _________________________________/_________________________________
Opdracht 3,2

Zet nu achter elk land in opdracht 2,1 wat de hoofdstad is!

Opdracht 3,3

Welk water wordt met welke letter aangegeven?

A ________________________________________
B _______________________________________
C _______________________________________
D ________________________________________
E _______________________________________
F _______________________________________
G ________________________________________
H _______________________________________

Voorwaarden voor uitbreiding[bewerken]

Voor de kandidaat-lidstaten die bij de EU willen komen, geldt hetzelfde dat ze aan voorwaarden voldoen, voordat ze echt lid kunnen worden van de EU.

  • De kandidaat-lidstaten moeten zich aan de regels en afspraken in de EU houden.
  • Elke kandidaat-lidstaat wordt een democratische rechtsstaat
  • Op de derde plaats moeten de kandidaat-lidstaten hun economieën veranderen van communistische planeconomieën naar vrijemarkteconomieën met concurrentie.

Opdracht 4[bewerken]

Opdracht 4,1

Zoek uit wat een democratische rechtsstaat inhoudt!




Opdracht 4,2

Kandidaat-lidstaten moeten hun economieën veranderen van communistische planeconomieën naar vrijemarkteconomieën met concurrentie. Wat houdt dat in?




Problemen[bewerken]

Kandidaatlidstaten moeten hard werken om lid te kunnen worden van de EU. Ze moeten ervoor zorgen dat er een vrijemarkteconomie komt, een democratie en een rechtsstaat. Bovendien moeten ze alle wetten en regels van de EU overnemen en uitvoeren. Dat was en is niet altijd even gemakkelijk. Zo betekende de overgang naar een vrijemarkteconomie dat in Midden- en Oost-Europa vele verouderde fabrieken en bedrijven moesten sluiten. De producten die er gemaakt werden, waren vaak slecht. Niemand wilde ze eigenlijk meer kopen. Daarom werd er steeds minder verkocht, steeds minder geld verdiend en ging een groot aantal fabrieken failliet. Hierdoor zijn veel mensen in die landen in de afgelopen tien jaar hun baan kwijtgeraakt en kregen ze dus minder geld. De prijzen van de levensmiddelen, zoals eten, stegen ook nog eens. Daardoor konden de mensen voor hetzelfde geld steeds minder kopen. Je kunt je voorstellen dat er mensen waren die door de werkloosheid en de prijsstijgingen teleurgesteld raakten. Ze hadden gehoopt dat alles meteen beter zou worden en dat de welvaart zou toenemen. Toch zagen ze ook de positieve kanten van al deze veranderingen. De keuze in de winkels werd groter, er kwam nieuwe werkgelegenheid omdat er buitenlandse bedrijven kwamen, en ze mochten nu zelf een bedrijf of winkel beginnen.

Ook het overnemen en het uitvoeren van Europese wetten en regels in die landen was en is een hele klus. Het gaat daarbij om heel veel EU-regels en ook om regels die je niet zomaar in één keer uitvoert. De EU kent bijvoorbeeld strenge wetten voor het milieu. De fabrieken, het verkeer, de boerenbedrijven en alle burgers in de EU-lidstaten mogen niet zomaar de grond, het water en de lucht vervuilen. In de kandidaat-lidstaten moeten ze zich ook aan die milieuregels gaan houden. Maar juist in die landen is vaak veel milieuvervuiling, omdat er in het verleden niet zoveel aandacht was voor een schoon milieu. Om ervoor te zorgen dat hierin verandering komt, moeten die landen daarom de Europese milieuregels invoeren en zich er vervolgens aan houden. Hiervoor is veel geld nodig, bijvoorbeeld om daar machines neer te zetten en fabrieken te bouwen die minder afval maken of minder vervuilde lucht uitstoten. Dat geld is er vaak niet. Verder hebben ze mensen nodig die precies weten hoe de milieuproblemen daar moeten worden opgelost. En er zijn mensen nodig om te controleren dat er echt iets gedaan wordt aan het stoppen van milieuvervuiling. Er komt dus een heleboel kijken bij het overnemen van EU-regels en -wetten. Dat mag dan misschien niet gemakkelijk zijn en veel geld kosten, het levert de mensen daar wel veel op. Ze zullen in een mooiere en schonere omgeving wonen, en de kans op het krijgen van ziekten door vervuiling wordt kleiner.

Iedere kandidaat-lidstaat moet een democratische rechtsstaat worden. Dat lijkt makkelijk, maar dat is niet zo. Voor ons is het heel gewoon dat er in een land een groot aantal politieke partijen is. Bij de verkiezingen kun je uit al die partijen een keuze maken. In de kandidaat-lidstaten hadden ze lange tijd maar één partij, die ook nog eens alles voor het zeggen had: de communistische partij. Met één partij valt er niets te kiezen. Dat moest nu allemaal gaan veranderen. Die politieke veranderingen hebben tijd nodig en veel mensen moeten er aan wennen. Maar tegelijkertijd is het de moeite waard: in een democratie mogen mensen voor hun mening uitkomen en ze mogen stemmen op de politieke partij van hun keuze. Daardoor hebben ze invloed op wat er in hun land gebeurt. Ook het maken van een rechtsstaat is bepaald niet gemakkelijk. Waar haal je opeens al die onafhankelijke rechters vandaan? Die nieuwe rechters moeten eerst het vak leren. Ze moeten leren hoe ze moeten rechtspreken en welke wetten en regels in de EU gelden. Hetzelfde geldt voor het stoppen van discriminatie. Daarvoor is het natuurlijk heel belangrijk dat er regels en wetten zijn waarin dit wordt verboden. Maar discriminatie heeft vooral te maken met wat mensen denken en doen, en dat verander je niet zo gemakkelijk. Wanneer bijvoorbeeld de zigeuners in Midden- en Oost-Europa jarenlang zijn gediscrimineerd, zal dat van vandaag op morgen niet opeens voorbij zijn. Toch is er in de afgelopen tien jaar veel verbeterd. Om te voldoen aan de voorwaarden voor het lidmaatschap moet er dus in de kandidaat-lidstaten veel veranderen en dat is voor de burgers daar best moeilijk. Het is een kwestie van door de zure appel heen bijten. De meeste mensen aar willen toch graag dat hun land lid wordt van de EU. De EU helpt de kandidaat-landen bovendien bij al deze veranderingen. Ze geeft geld en stuurt mensen met kennis van zaken. Eigenlijk wordt er nu al een beetje samengewerkt. Ieder jaar kijkt de Europese Commissie hoever de kandidaat-landen gevorderd zijn met al die veranderingen. Zo krijgen zowel de EU als de kandidaat-lidstaten duidelijkheid over wat er al is bereikt en wat er nog moet gebeuren.

Opdracht 5[bewerken]

Opdracht 5,1

Soms komt het voor dat er een Nederlands bedrijf naar een ander land komt om daar reclame te maken. Waarom gebeurt dit?




Opdracht 5,2

Noem een voordeel voor de buitenlanders wanneer buitenlandse ondernemers er fabrieken en bedrijven bouwen.




Opdracht 6[bewerken]

Discriminatie betekent dat niet alle mensen gelijk worden behandeld. Het moet ophouden.

Opdracht 6,1

Noem twee groepen mensen die in ons land soms worden gediscrimineerd.



Opdracht 6,2

Ondanks dat discriminatie verboden is, wordt het toch nog gedaan. Weet jij een manier om het op te laten houden?




Lidmaatschap[bewerken]

Soms wordt er besloten dat er een aantal kandidaat-lidstaten lid mogen worden van de EU. Dit besluit komt er natuurlijk niet zomaar. Eerder heb je kunnen lezen dat de Europese Commissie ieder jaar een verslag maakt. Hierin staat hoever iedere kandidaat-lidstaat is gekomen met de veranderingen die nodig zijn voor het lidmaatschap. In oktober 2002 bracht de Europese Commissie opnieuw zo’n verslag uit. Zij vond dat de lidstaten hun werk goed hadden gedaan. Zij waren klaar om lid te worden van de EU. Vervolgens was het de beurt aan de EU-lidstaten om te bedenken wat ze van het verslag van de Europese Commissie over de kandidaat-lidstaten vonden. Ook in Nederland werd daarover druk gesproken. In ons land waren de meeste mensen het eens met de Europese Commissie dat Turkije nog geen lid van de EU kon worden. In Turkije gaat het nog niet goed genoeg met de rechtsstaat, hoewel het de goede kant opgaat.

Over het EU-lidmaatschap van Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië werd in ons land stevig gediscussieerd. Er waren politici die vonden dat nog niet overal in die tien landen alles even goed was geregeld. Ze vroegen zich daarom af of enkele van die tien misschien niet beter even konden wachten met lid worden van de EU. Als alles dan na een tijdje in orde zou zijn, konden ze alsnog bij de EU komen. Andere mensen legden er de nadruk op dat alle tien kandidaat-lidstaten heel hard hadden gewerkt en heel veel hadden bereikt in de afgelopen tien jaar. Alle tien landen verdienden daarom het lidmaatschap van de EU. Nu lid worden zou bovendien veel voordelen opleveren voor die landen zelf en voor de EU. Die mensen hadden er bovendien vertrouwen in dat de overgebleven problemen snel zouden worden opgelost. Na lang praten werd de knoop doorgehakt. Wat Nederland betreft, konden de tien kandidaat-lidstaten op 1 mei 2004 lid worden van de EU. In de tussentijd gaan de tien kandidaat-lidstaten nog hard aan de slag om echt alles voor elkaar te krijgen. Samen met de andere EU-lidstaten heeft Nederland afgesproken dat de EU hierop extra zal letten.

Opdracht 7[bewerken]

Opdracht 7,1

Lees het stukje over de Raad van Ministers in de paragraaf ‘Bestuur’ nog eens.

Opdracht 7,2

Hoeveel ministers vergaderen samen in de Raad van Ministers, nadat er op 1 mei 2004 tien landen bij de EU zijn gekomen?


Opdracht 7,3

Stel dat iedere minister dan in 3 minuten tijd mag zeggen hoe zijn land denkt over een onderwerp. Hoeveel tijd is dan verstreken als alle ministers één keer aan het woord zijn geweest? Vergeet de berekening niet!




Afsluiting[bewerken]

Dit is het einde van de les over de Europese Unie. Dit moet je nu allemaal kennen en kunnen:

  • de EU-lidstaten en zijn hoofdsteden en belangrijke Europese wateren
  • waarom landen in de EU willen samenwerken
  • geschiedenis van de EU
  • hoe en door wie de EU wordt bestuurd
  • waarom de EU wordt uitgebreid
  • de voorwaarden van toetreding tot de EU;
  • het begrijpen dat het voldoen aan de voorwaarden voor toetreding tot de EU niet zomaar iets is
  • hoe je de rekenmachine en de atlas moet gebruiken

Bij deze les hoort een toets, die je nu zou kunnen doen.

Succes ermee!

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.