Verteltechnieken/Het verhaal

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Stel je voor dat na een heerlijke nacht slapen in je eigen bed, je tot je verbazing niet wakker wordt in je bed maar op een onbekende plek. Wat is het eerste dat je je dan afvraagt?

Je vraagt je waarschijnlijk iets af in de trend van: "Waar ben ik in godsnaam?"

Je kijkt uit het raam en je kan in de verte iets onderscheiden wat lijkt op een piramide. Blijkbaar ben je ergens in Egypte. Wat is het volgende dat je je afvraagt?

Is het iets zoals: "Ben ik hier alleen?" Als het dat niet was, vraag je je waarschijnlijk iets af zoals: "Hoe ben ik hier terecht gekomen?"

Je merkt dat je alleen bent in de kamer. Plotseling rinkelt je mobieltje. Je ziet dat het je beste vriend is en neemt op. Je vriend vertelt je hartstochtelijk hoe ze je die nacht iets in je eten hebben gesmokkeld om je heel diep te doen slapen. Vervolgens hebben ze je met een privéjet naar Egypte gevlogen om je daar alleen achter te laten. Wat vraag je je nu af?

Is het: "Waarom hebben ze dat gedaan?"

Je vriend vertelt je dat het onderdeel vormt van een nieuwe TV-show, waar men zijn vrienden op een afgelegen plaats achterlaat en dat ze er veel geld mee hebben verdiend. Wat spookt er door je hoofd, nu je weet waarom je daar bent?

"Hoe kom ik terug naar huis?"

"Hoe zit dat in elkaar?": de structuur van een verhaal[bewerken]

Het blijkt dat op verschillende punten in een verhaal, met relatief grote zekerheid kan voorspeld worden welke soort vragen er in iemand zijn hoofd rondspoken. Vertel iemand dat je hem morgen zal bellen over iets heel belangrijk, en de kans is groot dat hij zich zal afvragen waarover het dan wel niet gaat. En dat is niet zo vanzelfsprekend als je wel zou denken. De persoon zou zich even goed kunnen afvragen hoe je hem gaat bellen: op het mobieltje of op de vaste lijn, kwaad of lief, uit het buitenland of niet, etc. Maar toch blijkt de waarom-vraag in de overgrote meerderheid van de gevallen op dat moment sterker en meer uitgesproken dan een hoe-vraag of een wanneer-vraag.

De mogelijkheid om te voorspellen welke vraag er op welk moment in iemands gedachten speelt, leidt tot een structuur die op het juiste moment de juiste antwoorden geeft aan de lezer/kijker. Door de eeuwen heen is die klassieke verhaalstructuur geoptimaliseerd tot haar huidige vorm, waaraan de toeschouwer/toehoorder op het juiste moment de juiste informatie wordt gegeven. Op het moment dat er geen vragen meer zijn om beantwoord te worden, dient er in het verhaal iets te gebeuren dat opnieuw een vraag bij de lezer/kijker opwekt. Zoniet wordt het verhaal ervaren als saai.

Laten we de verschillende vragen die opkomen eens wat met meer detail bekijken en ze een naam geven.

"Waar ben ik?": de scène[bewerken]

Herinner je de situatie waar je wakker wordt op een onbekende plek. De eerste vraag die bij je opkomt is: "Waar ben ik?". Net zoals in een film, een boek of tijdens een theaterstuk begint alles met een eerste enscenering. In een film is dat dikwijls een overzicht van de stad waar het verhaal zich afspeelt. In een boek is dat een beschrijving van de tijdsperiode of de omgeving waar je je bevindt. In een theaterstuk is dat het eerste wat je op het podium te zien krijgt. Het helpt om het publiek een situatieschets te geven zodat ze antwoorden krijgen op 2 vragen: "Waar ben ik?" en "Wanneer speelt het zich af?". Aan de hand van een scène wordt dit in beeld gebracht.

"Over wie gaat het?": de protagonist[bewerken]

Nu de scène (waar en wanneer) in beeld is gebracht, is het tijd om te vertellen over wie het verhaal nu draait. Wie is het hoofdpersonage, de spilfiguur? In verhaaltermen gesproken: wie is de protagonist? In ons verhaal was het duidelijk dat het verhaal om jou draaide, en dus kan het zijn dat je de vraag "Ben ik alleen?" hebt overgeslagen. De protagonist helpt de speler om de vraag: "Om wie draait het allemaal?" te beantwoorden.

"Wat is er gebeurd?": de verandering[bewerken]

Als er niets gebeurt hebben we een saai verhaal, er moet dus iets gebeuren. De verandering laat het verhaal van start gaan door iets te beschrijven wat een verandering in de protagonist teweeg brengt. Dat kan zowel een fysieke als mentale verandering zijn, maar het heeft op de één of andere manier een invloed op het hoofdpersonage. In het bovenstaande verhaal is de verandering dat je wakker bent geworden op een andere plaats dan dat je naar bed bent gegaan. Tijdens je slaap is er iets veranderd: je locatie. De verandering geeft een antwoord op de vraag: "Wat is er gebeurd?" of anders gezegd: "Waarom is er een probleem gekomen?"

"Wat is er mis?": het probleem[bewerken]

Doordat er een verandering in het leven van het hoofdpersonage is gekomen, wordt die geconfronteerd met een probleem. Indien dit niet het geval moest zijn, was de verandering helemaal niet belangrijk voor de protagonist en zou het verhaal niet veel inhoud hebben. Het probleem is de hoofddrijfveer voor de protagonist om het verhaal verder te zetten. Zolang dat het probleem blijft bestaan, gaat het verhaal verder. In het bovenstaande verhaal is het probleem dat het hoofdpersonage zich op een onbekende plaats bevindt en dat hij dat niet graag heeft. Het probleem geeft een antwoord op de vraag: "Wat scheelt er?"

"Wat wil je?": de wens[bewerken]

Een probleem gaat altijd gepaard met een wens. Die wens is om het probleem op te lossen. Indien er geen wens zou zijn om het probleem op te lossen, is er ook geen drijfveer voor het hoofdpersonage om er iets aan te doen. Indien hij niet weet wat hij wil, kan hij er ook niets aan veranderen. Een wens geeft een doel voor het hoofdpersonage, zonder te vertellen hoe dat doel bereikt moet worden. In het bovenstaande verhaal is de wens van de protagonist om terug thuis te geraken. De wens geeft een antwoord op de vraag: "Wat wil de protagonist?"

"Hoe los je het op?": de oplossing[bewerken]

Om een probleem op te lossen en een wens te bereiken, zijn er verschillende mogelijk oplossingen. De oplossing is een mogelijke route van het probleem naar de wens. In het bovenstaande verhaal is een mogelijke oplossing voor de protagonist een vlucht naar huis te nemen. Een andere mogelijkheid zou zijn om zijn probleem om te zetten in iets positiefs; de protagonist zou er een vakantie van kunnen maken. De oplossing geeft in ieder geval antwoord op de vraag: "Hoe bereikt de protagonist zijn wens?"

"Hoe hangt alles samen?": een overzicht van de Hollywood-structuur[bewerken]

De 6 basiselementen van de Hollywood-structuur zijn:

  • Scène: waar en wanneer speelt het verhaal zich af
  • Protagonist: over wie draait het verhaal?
  • Verandering: wat is er gebeurd?
  • Probleem: wat brengt de verandering teweeg?
  • Wens: wat wil de protagonist bereiken?
  • Oplossing: hoe wil de protagonist dat bereiken?

Een verhaal kan dan ook als volgt samengevat worden in 1 zin:

  • Op een bepaalde plaats en een bepaald tijdstip, ondergaat het leven van een protagonist een verandering waardoor hij/zij met een probleem geconfronteerd wordt dat hij graag wenst op te lossen.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.