Toetsenbank/Toets evolutie

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Antwoorden

Opdracht 1[bewerken]

Zijn deze beweringen waar of nietwaar?

  • De ontwikkeling van vissen tot amfibieën is een voorbeeld van evolutie. waar/nietwaar
  • De ontwikkeling van larve tot kever is een voorbeeld van evolutie. waar/nietwaar
  • Door geslachtelijke voortplanting en mutaties ontstaan steeds nieuwe genotypen. waar/nietwaar
  • Een soort evolueert als door natuurlijke selectie de mutanten uitsterven en de 'normale' soortgenoten blijven bestaan. waar/nietwaar
  • Als er in een populatie veel verschillende fenotypen voorkomen, heeft deze populatie een grote overlevingskans. waar/nietwaar
  • Als er in een populatie een belangrijke mutatie optreedt, ontstaat er een nieuwe soort. waar/nietwaar
  • Een nieuwe soort kan ontstaan door kruising van individuen van verschillende vormen van dezelfde soort. waar/nietwaar
  • Een nieuwe soort kan ontstaan als mutanten zich gescheiden ontwikkelen van de 'normale' soortgenoten. waar/nietwaar

Opdracht 2[bewerken]

Beantwoord deze vragen over fossielen!

  • Stel: je vindt een skelet van een zee-egel. Is dit een fossiel? ja/nee
  • Stel: je vindt een versteende afdruk van een zee-egel. Is dit een fossiel? ja/nee
  • Je kunt slakken indelen in naaktslakken en huisjesslakken. Welke slakken zullen onder welke omstandigheden het best fossiliseren?
A. naaktslakken die na het sterven aan de lucht blootgesteld blijven
B. naaktslakken die na het sterven van de lucht worden afgesloten door sedimenten
C. huisjesslakken die na het sterven aan de lucht blootgesteld blijven
D. huisjesslakken die na het sterven van de lucht worden afgesloten door sedimenten
  • Kunnen er fossielen van eencelligen voorkomen in oude gesteentelagen? En in jonge?
A. in geen van beide
B. alleen in oude
C. alleen in jonge
D. zowel in jonge als in oude
  • Kunnen er ook fossielen van zoogdieren in oude en jonge gesteentelagen voorkomen?
A. in geen van beide
B. alleen in oude
C. alleen in jonge
D. zowel in jonge als in oude

Opdracht 3[bewerken]

Beantwoord de volgende vragen over rudimentaire organen!

  • Wat is een rudimentair orgaan?
A. een orgaan met veel overeenkomst in bouw, maar met een verschillende functie
B. een orgaan die geen functie meer heeft en niet tot nauwelijks tot ontwikkeling komt
C. een orgaan die alleen bij uitgestorven soorten een functie hadden en tot ontwikkeling komen
  • Een mens heeft staartwervels. Zijn deze rudimentair? ja/nee
  • Waarom?



  • Is je blindedarm ook rudimentair? ja/nee
  • Waarom?



Opdracht 4[bewerken]

Beantwoord de volgende meerkeuzevragen over het ontstaan van nieuwe diersoorten!

  • Uit welke diergroep ontstonden de zoogdieren waarschijnlijk?
A. reptielen
B. amfibieën
C. vogels
  • Uit welke diersoort ontstonden de vogels waarschijnlijk?
A. zoogdieren
B. reptielen
C. amfibieën
  • Welke diergroep is eerder ontstaan? olifanten/walvissen
  • Met welke diergroep vertonen de gordeldieren de meeste verwantschap? met de buideldieren/met de miereneters
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.