Straatfotografie/Veelgestelde vragen

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hier volgen enkele vragen over de praktijk van de straatfotografie.[1]

Wordt straatfotografie alleen op straat beoefend?[bewerken]

Nee, "straat" moet je heel ruim interpreteren als "publieke ruimte": de straat, maar ook bijvoorbeeld pleinen, bus-en tramhaltes, stations, stadions, supermarkten, parken en metrostations. Je mag dus niemand in zijn eigen tuin of aan zijn raam fotograferen, want dan dring je binnen in de privésfeer van die persoon.

Wie is er met straatfotografie begonnen?[bewerken]

De pioniers van de straatfotografie (al noemden zij het zelf niet zo) zoals die beoefend wordt sinds de 20e eeuw zijn Eugène Atget en Henri Cartier-Bresson. In Nederland was de in Amsterdam verblijvende Rotterdamse kunstschilder George Hendrik Breitner (1857-1923) een pionier van de straatfotografie.

Wie zijn de huidige grote namen van de straatfotografie?[bewerken]

Te veel om op te noemen eigenlijk. Heel bekend bij beoefenaars van het genre zijn onder meer Garry Winogrand, Helen Levitt, Joel Meyerowitz, William Eggleston, Steve McCurry, Bruce Gilden, Martin Parr, Thomas Leuthard en Eric Kim.

Moeten er altijd mensen op de foto staan bij straatfotografie?[bewerken]

Niet iedere straatfotograaf denkt hier hetzelfde over. Ons onderwerp is 'de mens en zijn omgeving', en in het straatbeeld tref je overal sporen aan van de aanwezigheid van de mens. Het antwoord is m.i. dus: neen, er hoeven niet altijd mensen op je straatfoto te staan. Onderwerpen die de impact van de mens op zijn omgeving tonen zijn er meer dan voldoende. Enkele ideeën: een sluikstortplaats midden in het bos een autokerkhof, een nachtopname met de lichtsporen van honderden auto's, verwaarloosd gereedschap, een kakofonie van over elkaar geplakte verkiezingsaffches, voetsporen in het natte zand, versleten schoenen, een oude cinemazaal, enz.

Mag je de situatie "sturen" bij straatfotografie of mag het uitsluitend candid zijn?[bewerken]

Traditionele straatfotografen doen dit nooit of zelden. Ze vragen bijvoorbeeld geen toestemming om te fotograferen en willen niet dat de mensen zich bewust zijn van hun aanwezigheid. Klik en wegwezen dus! Toch kan het het boeiende taferelen opleveren wanneer de straatfotograaf zich 'bemoeit' en een reactie uitlokt. Dat is niet moeilijk, alleen moet je het wel durven! Als je iets roept, of van dichtbij flitst, dan word je beslist opgemerkt. Allerlei emoties zoals boosheid, angst, verwondering, afwerende gebaren zijn op die manier gemakkelijk uit te lokken. Een andere manier van sturen is het gewoon vriendelijk vragen om van bijvoorbeeld een interessant groepje een foto te mogen maken. Candid is het dan niet meer, maar je foto krijgt wel veel energie doordat mensen je rechtstreeks aankijken.

Kan ik aan straatfotografie doen met mijn smartphone?[bewerken]

Dat kan niet alleen prima, het is zelfs erg trendy om het te doen! Er zijn veel voordelen verbonden aan de hedendaagse smartphones. "De beste camera is degene die je bij je hebt" wordt vaak gezegd. Een smartphone neem je overal zonder probleem mee omdat hij zo compact, licht en onopvallend is. De fotokwaliteit bij iPhones en vergelijkbare smartphones is, hoewel niet op hetzelfde niveau als high-end compactcamera's, daarenboven prima, en je kunt je foto's snel uploaden naar Instagram of andere fotosharingsites.

Kan ik mijn spiegelreflexcamera gebruiken voor straatfotografie?[bewerken]

Natuurlijk. Analoog of digitaal, de beeldkwaliteit is uitstekend door de grotere sensor en je kunt verschillende objectieven proberen. Hetzelfde geldt uiteraard ook voor de digitale systeemcamera. Reflextoestellen zijn wel zwaarder en maken meer lawaai bij het maken van een foto, waardoor je sneller 'betrapt' wordt als je candid foto's wil maken.

Waarom geven zo veel straatfotografen de voorkeur aan een groothoekobjectief?[bewerken]

Het is historisch zo gegroeid, zou je kunnen zeggen. De vader van de straatfotografie, Henri Cartier-Bresson (1908-2004), werkte met een compacte Leica, een meetzoekercamera, en veel van zijn 'moderne volgelingen' blijven trouw aan deze keuze voor een kleine, snelle camera. Een groothoeklens heeft ook een geweldige scherptediepte waardoor alles, van voorgrond naar achtergrond, scherp wordt afgebeeld.

Wordt een flitser gebruikt bij straatfotografie?[bewerken]

Ik doe het zelf niet, maar dat wil niet zeggen dat dit een algemene regel is. Het nadeel van het gebruik van een flitser ligt voor de hand: je blijft als straatfotograaf niet echt verborgen als je loopt rond te flitsen.

Is het gebruik van een zoom oké bij straatfotografie?[bewerken]

Ik kan me voorstellen dat je af en toe je benen wil sparen of wat afstand wil bewaren van de mensen die je fotografeert. Zolang de achtergrond niet te wazig wordt ('bokeh") doordat je een klein diafragma gebruikt, vind ik het wel oké, hoewel niet echt traditioneel. Een nadeel van een zoom is dat het je perspectief platdrukt: de diepte verdwijnt en je perst alles als het ware in één laag. Een met een zoomlens gemaakte foto voelt minder 'intiem' aan. Een objectief met kleinere brandpuntsafstand plaatst je midden in de actie.

Er zijn nochtans beroemde fotografen van vroeger die een telelens voor straatfotografie gebruikten. Kijk hier bijvoorbeeld eens naar wat de Amerikaanse fotograaf Saul Leiter zoal voor straatfoto's maakte: Google zoekopdracht., of zoek eens wat op over de Brit Martin Parr, die ook zoomlenzen gebruikte. Conclusie: verboden is het zeker niet, het doorbreekt de traditie, maar creatieve straatfotografen maken er prachtige foto's mee.

En de "burst mode"? (1x indrukken van de ontspanknop maakt 3, 6 of meer foto's achter elkaar)[bewerken]

Ik heb het al gebruikt, en af en toe is het wel handig om uit een reeks opnamen die kort na elkaar zijn gemaakt de meest treffende te kiezen. Neemt wel veel geheugenruimte in, en belast de batterij meer.

Wordt bij straatfotografie soms een statief gebruikt?[bewerken]

Typisch voor straatfotografie is dat de fotograaf werkt met snellere sluitersnelheden, zodat ik het nut niet inzie van een statief. Bovendien ben je veel minder mobiel en val je meer op. Zoals met andere fotografiegenres kun je natuurlijk lagere sluitersnelheden op een creatieve wijze aanwenden om beweging te suggereren, bijvoorbeeld een passagier op het perron voor een voorbijrazende trein, of nachtopnamen. In het laatste geval kun je zelfs moeilijk zonder statief.

Wat is beter voor zwart-wit straatfotografie: analoge fotografie met filmrolletjes, of gewoon een digitale camera gebruiken?[bewerken]

Vroeger was er niets anders, de keuze was dus gemakkelijk, en ik fotografeerde in de jaren zeventig familiekiekjes met een analoge Minoltacamera. Je kunt met oudere analoge camera's ook nu krachtige zwart-witfoto's met diepe zwarten maken, maar daar hangt letterlijk een prijskaartje aan vast: de kost van ontwikkelen en afdrukken. Daarom omarm ik nu liever het digitale, democratische paradijs van de digitale fotografie! Het verschil met de kleinbeeldcamera's van vroeger wordt overigens elk jaar wat kleiner bij de betaalbare digitale fototoestellen van tegenwoordig.

Is in kleur 'schieten' oké?[bewerken]

Ook hier weer is dit gewoon een persoonlijke keuze die je kunt maken. Ik ben geen hardliner die nooit kleur gebruikt. Het hangt m.i. gewoon af van het onderwerp, de gemaakte foto die al dan niet beter tot zijn recht komt in kleur of als monochroom. Helen Levitt was een pionier in kleurenstraatfotografie, iemand die de traditie doorbrak waarbij alleen zwart-witfoto's als 'kunst' werden beschouwd (wat natuurlijk onhoudbaar bleek!) (Zie over dit onderwerp ook "Visie op straatfotografie".)

Welke camera-instellingen gebruikt u voor straatfotografie?[bewerken]

Voor straatfotografie moet je m.i. minstens op een sluitersnelheid van 1/250 s kunnen rekenen, en de scherptediepte moet zo groot mogelijk zijn. Hoe doe je dat?

Kies een kleine diafragma-opening (dus een hoog diafragmagetal!), bijvoorbeeld f8 of hoger. Pas dan de filmgevoeligheid (ISO) aan tot de snelheid onder de gegeven lichtomstandigheden groot genoeg is. Dit betekent: geen automatische ISO, laat de camera niet kiezen. Bij mooi weer ga ik tot 800 of 1000, bij bewolkt weer tot 1600 of hoger. Mijn Fujifilm x100T geeft zelfs bij deze hoge ISO-waarden weinig ruis ('noise' in het Engels). Resultaat: scherpe foto's doordat beweging bevroren is door de hoge sluitersnelheid, en zowel voor- als achtergrond zijn scherp door het gekozen kleine diafragma.

Ik geef tegenwoordig ook de voorkeur aan zonefocussen, dus handmatig scherpstellen met een kleine diafragma-opening. vanaf ongeveer 2,5 meter. Gaat veel sneller dan autofocus.

Ik laat de camera-instellingen over scherpte, denoise, hoge lichten en schaduwen ongemoeid (ze blijven op nul staan. ) Ik fotografeer in kleur, meestal niet in raw-formaat omdat Fujifilm zo'n mooie jpegs aflevert, en maak er achteraf een zwart-witfoto van met Topaz black and white of met Silver Efex Pro van Google Nik Collection (gratis!).

Ik werk in silent mode, of met het volume heel laag ingesteld.

Mijn objectief: het equivalent van een 28 mm of 35 mm.

Camera's: Fujifilm x20, Fujifilm x100T, en als ik toch eens wil zoomen, neem ik mijn Panasonic Lumix DMC-FZ300 mee. Voor een bridgecamera met een kleine sensor van 1/2.3" maakt dat ding bijzonder mooie foto's.

Noten[bewerken]

  1. Bron: J. Grandgagnage: Straatfotografie in België
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.