Naar inhoud springen

Shakespeares sonnetten/De sonnetten/Sonnet 8

Uit Wikibooks

Originele tekst

Music to hear, why hear'st thou music sadly?
Sweets with sweets war not, joy delights in joy;
Why lov'st thou that which thou receiv'st not gladly,
Or else receiv'st with pleasure thine annoy?
If the true concord of well-tuned sounds,
By unions married, do offend thine ear,
They do but sweetly chide thee, who confounds
In singleness the parts that thou shouldst bear.
Mark how one string, sweet husband to another,
Strikes each in each by mutual ordering;
Resembling sire, and child, and happy mother,
Who all in one, one pleasing note do sing,

Whose speechless song, being many, seeming one,
Sings this to thee: 'thou single wilt prove none.

Vertaling (zie Wikipedia: Sonnet 8)

Jij die zelf als muziek bent, waarom maakt het horen van muziek je droevig?
Zoet strijdt niet met zoet, vreugde is verrukt door vreugde,
Waarom schep je plezier in iets dat je pijn doet?
Of anders met plezier je kwelling ontvangt,
Als het geluid van goed gestemde tonen
In harmonie verenigd, je oren kwetsen,
Dan doen ze dit als zoet verwijt, aan jou
Die slechts soleert in plaats van zijn partij te spelen.
Merk toch hoe snaar aan snaar, als lieflijke echtgenoot van een andere,
In samenspel klinkt in eensgezinde orde,
Gelijk een man met kind en een gelukkige moeder,
Die allen met één stem dezelfde noot zingen,
Hun woordeloos lied, met velen als één tezamen,
Zingt je dit toe: 'Wie alleen blijft, wordt niets.'


Samengevat

Waarom maakt het horen van muziek jou ongelukkig? Harmonie kwetst je omdat je alleen bent. Zoals de snaren van een luit samenklinken in harmonie, zo is ook een gelukkige familie. Door ongetrouwd te blijven zal je geen harmonie kennen. Als je geen kinderen krijgt en alleen blijft, dan word je ook niets.

Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.