Shakespeares sonnetten/De sonnetten/Sonnet 29

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Originele tekst

When, in disgrace with Fortune and men's eyes,
I all alone beweep my outcast state,
And trouble deaf heaven with my bootless cries,
And look upon myself and curse my fate,
Wishing me like to one more rich in hope,
Featured like him, like him with friends possessed,
Desiring this man's art and that man's scope,
With what I most enjoy contented least:
Yet in these thoughts myself almost despising,
Haply I think on thee, and then my state,
Like to the lark at break of day arising
From sullen earth, sings hymns at heaven's gate;
For thy sweet love remembered such wealth brings
That then I scorn to change my state with kings'.

Tekstgetrouwe vertaling

In onmin met fortuin gevallen en vervreemd van iedereen,
Beween ik nu alleen mijn toestand als verworpeling,
En krijs ten doven hemel mijn vruchteloze klacht,
En beschouw mezelf en vervloek wat ik nu ben,
Verlangend terug iemand te zijn met hoop,
Zoals hij, met schoonheid en met vrienden,
Begerig naar de kundigheid of vooruitzichten van anderen,
Ben ik niet eens tevreden met dingen waar ik van geniet,
Maar zelfs nu ik mezelf zo veracht,
Vind ik geluk als ik aan U denk, en klimt mijn stemming
Als een leeuwerik in de dageraad die
Weg van de sombere aarde zijn lied zingt aan de hemelpoort;
Want de herinnering aan uw zoete liefde vervoert me zo
Dat ik mijn lot niet langer ruilen wil met koningen.


Samengevat

Als ik terugdenk aan mijn schande en tegenspoed, dan ween ik en vervloek ik mijn lot, daarbij anderen benijdend die beter af zijn dan ikzelf. Maar als ik aan jou denk, dan is het alsof ik zing aan de hemelpoort.

Idea.png Tip: zie literaire vertalingen van sonnet 29 op Shakespearevertalingen

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.