Shakespeares sonnetten/De sonnetten/Sonnet 11

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Originele tekst

As fast as thou shalt wane, so fast thou grow'st
In one of thine from that which thou departest,
And that fresh blood which youngly thou bestow'st
Thou mayst call thine when thou from youth convertest.
Herein lives wisdom, beauty, and increase;
Without this, folly, age, and cold decay.
If all were minded so, the times should cease,
And threescore year would make the world away.
Let those whom nature hath not made for store,
Harsh, featureless, and rude, barrenly perish.
Look whom she best endowed she gave the more,
Which bounteous gift thou shouldst in bounty cherish.

She carved thee for her seal, and meant thereby
Thou shouldst print more, not let that copy die.
Vertaling (Jules Grandgagnage)[1]
Wat snel verwelkt groeit weer in nageslacht,
Als deel van jou uit wat jou heeft verlaten
Met 't  jonge bloed, door jong bloed voortgebracht
Als jij je jeugd al lang hebt losgelaten.
Zo doet wie wijs is en hij blijft bestaan,
De dwaas kiest kille ouderdom en sneven.
Dacht iedereen zo, dan zou de tijd vergaan
En eindigde de wereld na één leven.
Want wie niet schenkt wat de natuur hem vraagt
Zal spoorloos kwijnen zonder evenbeeld.
Jij bent de gunsteling die zij behaagt
En gul gegeven dient ook gul gedeeld. 
Ze maakte jou haar zegel en wacht verrukt
Naar meer van jou, als je andere zelven drukt.


Samengevat

De dichter spreekt zijn vriend toe en maant hem aan om niet langer te talmen en voor nageslacht te zorgen. Hij zegt: "Je bent wijs als je, nog voor je helemaal bent weggekwijnd en je jeugd voorgoed is verdwenen, zorgt voor een kind. In dat kind zul je verder leven. De natuur verwacht het van jou."

Bronnen, noten en/of referenties
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.