Shakespeares sonnetten/De sonnetten/Sonnet 1

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Originele tekst

From fairest creatures we desire increase,
That thereby beauty's rose might never die,
But as the riper should by time decease
His tender heir might bear his memory.
But thou, contracted to thine own bright eyes,
Feed'st thy light's flame with self-substantial fuel,
Making a famine where abundance lies,
Thyself thy foe, to thy sweet self too cruel.
Thou that art now the world's fresh ornament
And only herald to the gaudy spring,
Within thine own bud buriest thy content,
And, tender churl, mak'st waste in niggarding.

Pity the world, or else this glutton be,
To eat the world's due, by the grave and thee.

Tekstgetrouwe vertaling

Van mooie schepsels verwachten we nageslacht,
Zodat de roos van hun schoonheid niet zal vergaan,
En als de oudere mettertijd mocht sterven
Zijn onvolwassen kind de drager van zijn schoonheid wordt.
Jij, echter, beperkt je tot je eigen stralende ogen,
Voedt het licht van je vlam met je eigen brandstof,
En schept slechts honger waar er overdaad is,
Je bent je eigen vijand, en veel te wreed voor je zoete zelf.
Jij, die nu nog 's werelds frisse tooi bent,
De enige boodschapper van de bonte lente,
Begraaft in eigen knop wat je zou kunnen worden,
En jij, rekel, verspilt jezelf in dwaas gehamster.

Heb meelij met de wereld, of blijf de gulzigaard die je bent,
Die wat de wereld toebehoort verteert en meeneemt in zijn graf.


Samengevat

Je leeft er maar op los en denkt alleen maar aan jezelf, maar de wereld heeft recht op je nageslacht. Nu ben je nog mooi, maar als je zo verder leeft, neem je alles wat je was mee in je graf.

Idea.png Tip: zie literaire vertaling van sonnet 1 op shakespearevertalingen.com

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.