Naar inhoud springen

Schilderen/Atmosferisch perspectief

Uit Wikibooks

Atmosferisch perspectief is een schildertechniek waar door het gebruik van kleur een indruk van diepte in het schilderij wordt gebracht. Het is gebaseerd op waarnemingen in de buitenlucht, die door schilders worden toegepast om het gewenste effect te bereiken.

De effecten van afstand op de kleuren in een landschap zijn:

  1. Een afnemen van het contrast tussen licht en donker
  2. Ineenvloeien van de kleuren van de achtergrond.
  3. Kleine details zijn in de verte niet goed waarneembaar, laat deze dus weg.
  4. Blauwkleuring van de donkere partijen in de verte. Dit effect is 's zomers erg uitgesproken.
  5. Rozekleuring van de verte in de winter.
  6. Een wolkenloze hemelkoepel is aan de onderzijde lichter, bijna wit, en bovenaan, boven je hoofd, donkerblauw. Bij de horizon is de lucht daarom altijd het lichtste.
Maria Magdalena door Rogier van der Weyden. Deze Nederlandse schilder uit de 15e eeuw, maakt gebruik van het atmosferisch perspectief. De rode linkerarm van Maria Magdalena suggereert een grote diepte ten opzichte van de verre blauwe berg op de achtergrond. Ook de witkleuring van de hemelkoepel naar de horizon valt op. Zelfs de details van de hoed en de sjaal zijn vooraan gedetailleerder dan iets verder naar achteren, waardoor een suggestie van diepte wordt verkregen

.

De techniek van het atmosferisch perspectief wordt ook gebruikt bij stillevens. Door blauwe voorwerpen op de achtergrond te plaatsen, of juist rode voorwerpen vooraan, wordt meer diepte in de afbeelding gesuggereerd. De meeste schilders zullen dan ook niet een rode muur, maar liever een blauwachtige muur toepassen als achtergrond voor het schilderij.

Hetzelfde geldt bij een schilderij van een interieur, alle niet direct door de zon beschenen plekken krijgen een blauwkleuring, die toeneemt met grotere afstand.

Hendrik Avercamp, Winterlandschap uit het begin van de 17e eeuw. Paul Cézanne schilderde in 1906 deze badende vrouwen
Kijk eens hoe geraffineerd Avercamp schilder het atmosferisch perspectief toepast. Dat de contrasten in de verte kleiner zijn, blijkt bijvoorbeeld uit de huizen aan de rechterkant, elk huis dat verder weg staat is iets vager geschilderd dan het huis dat dichterbij is. Tegen de horizon aan zijn de huizen éénkleurig, in een warme tint afgebeeld. Vooraan is het blauwer, waarmee het atmosferisch perspectief in de winter wordt weergegeven. In de verte zijn kleine details niet te onderscheiden, op de voorgrond zijn juist de allerkleinste details weergegeven. Let bijvoorbeeld eens op de details van de kleding van de schaatsers en op die van de besneeuwde takjes aan de linkerkant. Tenslotte is de hemel aan de bovenzijde veel donkerder dan bij de horizon. Je moet wel concluderen dat Avercamp het atmosferisch perspectief goed kende en het bewust toepaste.
Ook Cézanne past alle aspecten van het atmosferisch perspectief toe. Het kerkje op de achtergrond is helemaal blauw geschilderd, ook al kan je vermoeden dat de muren van de toren wit zijn. De grootste contrasten tussen licht en donker zie je vooraan. Ook zijn de details vooraan het scherpst weergegeven. Zo zijn de haren van de vrouwen vooraan gedetailleerder geschilderd dan het haar van de vrouwen aan de overkant van het water. Tenslotte is de lucht vlak boven de horizon het lichtst.
Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.