Russisch/Voorzetsels

Uit Wikibooks
Ga naar: navigatie, zoek

Waarschuwing: kan fouten bevatten!


Voorzetsels[bewerken]


Genitief (2e nv)[bewerken]

  • без - zonder
  • вне - buiten
  • вместо - in plaats van
  • вокруг - rondom
  • около - nabij
  • до - tot
  • для - voor
  • из - uit
  • из-за - vanuit
  • из-под - vanonder
  • кроме - behalve
  • от - van
  • после - na (tijd)
  • у - op, nabij
  • среди - temidden
  • + mv:
    • много - veel
    • несколько - enige
    • мало - weinig

Datief (3e nv)[bewerken]

  • к of ко - naar
  • благодаря - dankzij

Accusatief (4e nv)[bewerken]

  • про - over
  • сквозь
  • через - in, na, bij
  • на - naar
  • в - naar

Instrumentalis (5e nv)[bewerken]

  • над - op
  • перед - voor
  • между - tussen (inter-)
  • c - met

Locatief (6e nv)[bewerken]

  • при - tijdens, bij
  • о of об - op / over (praten over...)
  • на - op
  • в - in

Voorzetsels met 2 naamvallen[bewerken]

Accusatief en genitief worden gebruikt om beweging aan te duiden: A voor bestemming, G voor vertrekpunt. Instrumentalis en locatief drukken een staat van onbeweeglijkheid uit.

A & L[bewerken]

  • в of во - in, binnenin
  • на - op, bovenop

A & I[bewerken]

  • за - achter, voor
  • под - onder

G & I[bewerken]

  • с - van (G), met (I)

Voorbeelden[bewerken]

Accusatief:

Книга упала на пол. 
Het boek viel op de vloer.
За Родину! 
Voor het moederland!

Genitief:

Четыре стула стоят вокруг стола. 
4 stoelen staan rond de tafel.
Диван стоит у стены. 
De zetel staat tegen de muur.
Он выходит из университета. 
Hij komt uit de universiteit.
Я возвращаюсь с работы. 
Ik kom terug van het werk.

Datief:

Ваза пододвинута к краю стола.  
De vaas wordt naar de rand van de tafel geschoven.
Я иду к родителям. 
Ik ga naar mijn ouders.

Instrumentalis:

Лампа висит под потолком. 
De lamp hangt onder het plafond.
Игорь идёт с другом. 
Igor wandelt met een vriend.
Он стоит за дверью. 
Hij staat achter de deur.

Locatief:

Стол и стулья стоят в центре комнаты. 
De tafel en de stoelen staan in het midden van de kamer.
Ваза стоит на столе. 
De vaas staat op de tafel.
Книга и вещи лежат на столе. 
Het boek en de dingen liggen op de tafel.
Телевизор стоит на столике. 
De televisie staat op het tafeltje.
Картина висит на стене. 
Het schilderij hangt aan de muur.

Opmerking: Meestal wordt "в/во" gebruikt om te zeggen dat je ergens bent of ergens naartoe gaat. Sommige plaatsen worden altijd met "на" aangeduid. Deze combinaties zijn vaste uitdrukkingen:

bvb:

Я работаю в университете. 
Ik werk aan de universiteit.

maar:

Я работаю на факультете (чего-нибудь). 
Ik werk aan de faculteit (van iets).

gelijkaardig:

Я иду в бюро. 
Ik ga naar het kantoor.

maar:

Я иду на работу. 
Ik ga naar het werk.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.