Programmeren in Python/Lijsten

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een lijst is een functie om data op te slaan in python. Zoals de naam het al zegt wordt het gebruikt om lijsten op te slaan. Zoals lijsten van gebruikersnamen, personen, leeftijden, enz. Het voordeel van een lijst is dat de data heel ordelijk kan worden opgeslagen. Zo kan de lijst bijvoorbeeld gesorteerd worden op alfabet.

Het aanmaken van een lijst in python gebeurt als volgt :

lijst1 = []

In dit geval heeft de lijst de naam "lijst1". De [] tekens geven aan dat het om een lijst gaat. Net zoals je bij een string de "" of tekens gebruikt. Hier is een voorbeeld van een lijst waar namen in staan opgeslagen:

namen = ['Piet', 'Jan', 'Klaas']

In deze lijst staan drie namen opgeslagen. Zoals je ziet bevat deze lijst een aantal strings. Het is ook mogelijk om een lijst te maken met cijfers(integers). Zoals dit :

cijfers = [1, 2, 3, 5, 10, 15]

Het gebruiken van een lijst[bewerken]

Voor het gebruik van lijsten is het belangrijk om te weten dat Python telt vanaf nummer 0. Dit nummer wordt het index nummer genoemd, door dit nummer kun je bepaalde gegevens uit bepaalde plekken uit de lijst halen. Je kunt het een beetje vergelijken met RAM geheugen waarin alle stukjes geheugen een eigen adres hebben, net zoals met woningen. Stel we hebben de volgende lijst :

namen = ['Piet', 'Jan', 'Klaas']

Dan heeft Piet het index nummer 0, Jan heeft het index nummer 1,en Klaas heeft het index nummer 2. Als we bijvoorbeeld de data uit het eerste stukje van de lijst willen hallen kunnen we dit doen door het index nummer 0 te gebruiken, want elk eerste stukje data van een lijst heeft het index nummer 0. Dit kunnen we doen door de volgende code :

print namen[0]

Nu krijgen we als het goed is de naam 'Piet' in beeld, dit komt doordat de naam 'Piet' als eerste in de lijst staat en dus index nummer 0 heeft.


Bewerkingen met een lijst[bewerken]

Zoals ik al eerder zei kun je in een lijst verschillende bewerkingen doen, zoals het sorteren op alfabet, of het toevoegen van nieuwe strings of integers.

list.append()
Met de append functie kun je een stukje data toevoegen aan een bestaande lijst. Als we bijvoorbeeld kijken naar de lijst 'namen' dan kunnen we bijvoorbeeld de naam 'Geert' toevoegen aan de lijst. Dit gebeurt op de volgende manier :

namen.append('Geert')

Als we de lijst nu zouden bekijken zien we het volgende :

namen = ['Piet', 'Jan', 'Klaas', 'Geert']

De data die toegevoegd wordt staat altijd aan het einde van de lijst.

list.extend()
Met de extend functie kunnen twee lijsten samen worden gevoegd. stel dat wel twee lijsten hebben met namen:

namen1 = ['Piet', 'Jan'] namen2 = ['Klaas', 'Geert']

En we willen dat de data die in de lijst 'namen2' staat wordt toegevoegd aan de lijst 'namen1'. Dan doen we dit doormiddel van de extend functie. Namelijk zo :

namen1.extend(namen2)

Nu worden de twee lijsten samengevoegd en ziet de lijst er zo uit :

namen1 = ['Piet', 'Jan', 'Klaas', 'Geert']

Let wel op dat de tweede lijst 'namen2' nog steeds blijft bestaan !

list.insert()
Met de insert functie kun je net zoals met de append functie data toevoegen aan een lijst, alleen het verschil is dat je met de insert functie kan kiezen waar de toegevoegde data komt te staan. En bij de append functie komt de toegevoegde data altijd aan het eind van de lijst. Stel dat we aan de lijst 'namen1' de naam 'Sjaak' willen toevoegen. Maar we willen dat die tussen de namen 'Jan' en 'Klaas' komt te staan. Dit doen we op de volgende manier:

namen1.insert(2, 'Sjaak')

Je ziet dat we eerst het nummer 2 invoeren dit geeft de plek in de lijst aan. Zo zie je dat 'Piet' nummer 0 in de lijst is, 'Jan' nummer 1 in de lijst is en dat we 'Sjaak' dus op nummer 2 willen hebben. Vandaar dus die 2. Het tweede wat we invoeren is de data die we toe willen voegen. Als we nou naar de lijst zouden kijken dan zou die er zo uit zien :

namen1 = ['Piet', 'Jan', 'Sjaak', 'Klaas', 'Geert']

list.remove()
Met de remove functie kunnen we data uit de lijst verwijderen. Als we de naam 'Jan' nu bijvoorbeeld willen verwijderen dan doen we dat als volgt :

namen1.remove('Jan')

Als we de lijst nu zouden bekijken zou die er zo uit zien :

namen1 = ['Piet', 'Sjaak', 'Klaas', 'Geert']

list.pop()
Met de pop functie kun je een item uit de lijst halen, je 'pop' hem er als het waren uit. Als je iets uit de lijst pop dan krijg je de data uit de lijst en daarna wordt deze uit de lijst verwijdert. Als we bijvoorbeeld weer de namen hebben die we net ook hadden, en we willen de laatste naam eruit poppen. Dan doen we dat op de volgende manier :

namen1.pop()

Vervolgens zien we dan de naam 'Geert' op het venster verschijnen, en vervolgens is deze naam verwijderd uit de lijst. Als we de lijst nu zouden bekijken zou die er zo uit zien :

namen1 = ['Piet', 'Jan', 'Sjaak', 'Klaas']

Zoals je ziet is de laatste naam er dus uit gepop. Maar we kunnen er ook voor kiezen om bijvoorbeeld de tweede naam uit de list te poppen dit doen we op de volgende manier:

namen1.pop(1)

Als het goed is zie je nu de naam 'Jan' verschijnen, en als we de lijst bekijken zou die er zo uit zien :

namen1 = ['Piet', 'Sjaak', 'Klaas']

Er zijn nu dus nog maar 3 items over in de lijst.

list.index()
Met de index functie kun je het index cijfer van een bepaald stuk data uit de lijst vinden. Stel we hebben weer die namen lijst, en we willen weten welk index nummer de naam 'Sjaak' heeft dan doen we dat op de volgende manier.

namen1.index('Sjaak')

Als het goed is zien we nu een 1 verschijnen, dit betekend dus dat de naam Sjaak de tweede naam in de lijst is. (Onthoud dat python altijd vanaf nul begint te tellen).

list.count()
Met de count functie kun je tellen hoe vaak hetzelfde item voorkomt in de lijst, stel we passen de lijst wat aan zodat er twee keer de naam 'Sjaak' in staat. Dan zouden we dus als uitkomst moeten krijgen : 2. Eerst voegen we dus nog een keer de naam Sjaak toe op de volgende manier:

namen1.append('Sjaak')

En vervolgens tellen we hoe vaak de naam Sjaak voorkomt in de lijst :

namen1.count('Sjaak')

Nu zien we als het goed is een 2, dat betekend dus dat de naam Sjaak twee keer voorkomt in de lijst.

list.sort()
Met de sort functie worden alle items in de lijst op volgorde gezet. Dit werkt heel simpel en heeft dus denk ik niet veel uitleg nodig,

list.reverse()
Met de reverse functie worden alle items die achteraan aan de lijst staan naar voren geplaats, en de items die voor aan staan worden naar achter geplaats, Stel we hebben eerst deze lijst:

namen1 = ['Piet', 'Sjaak', 'Klaas']

Als we deze reversen door middel van deze code :

namen1.reverse()

Dan krijgen we de lijst dus zo :

namen1 = ['Klaas', 'Sjaak', 'Piet']

Voor meer voorbeelden kun je hier kijken : Python datastructuren

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.