Personenzorg I/Boekdeel I/Stappenplan

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen



7. Stappenplan



Wat een dag!
Het zonnetje scheen, er lagen mooi gekleurde bladeren op de grond, een toffe herfstdag. Daarom besloot ik met de peuters buiten blaadjes te verzamelen en te genieten van de herfstzon. Eenmaal voltallig trokken we naar buiten. Ik was echter vergeten om zakjes mee te nemen en nog voor ik goed en wel had uitgelegd dat ze bladeren mochten rapen, zag ik Laura al handen vol blaadjes met modder in haar broekzak proppen. Jonas had zijn jas nog niet dicht, dus die lag meteen op het natte gras. Toen ik hem opnieuw wilde aankleden, gleed er net een ander kindje uit. Ik was nog bezig met troosten en controleren of er geen builen of schrammen waren, toen Laura haar beentjes tegen elkaar drukte omdat ze naar de wc moest. Ik was vergeten de kinderen eerst naar het toilet te sturen en aangezien ik alleen was, kwam ik nu handen te kort. Intussen waren Tom en Peter aan het vechten, omdat ik niet met hen bezig was. Nog voor ik de jongens uit elkaar had gehaald, was het al te laat voor Laura. Haar broek was al nat. Er zat niets anders op dan terug naar binnen te gaan.
Eenmaal binnen was ik zo druk bezig met verschonen van broeken en handjes, ontsmetten van knieën, uitkloppen van jasjes en troosten van kindjes dat ik geen tijd meer had voor hun drinkpauze. Het was al tijd voor het middagmaal.
Gelukkig kreeg ik toen hulp van een collega die alles weer in goede banen leidde en zo bezorgden we de kinderen toch nog een prettige dag.

Een goede voorbereiding is belangrijk. Niet alleen om alles in goede banen te leiden, maar ook voor de veiligheid en het welzijn van de zorgvrager. Als we zorgvuldig alle stappen doorlopen, zal het werk beter en aangenamer uitgevoerd kunnen worden.

We hebben vijf grote stappen in het proces, met enkele onderverdelingen.

informeren – plannen – uitvoeren – rapporteren – evalueren

Het is belangrijk dat je deze stappen grondig begrijpt, aanleert en ook steeds toepast zonder een stap te vergeten! We zullen het stappenplan blijven gebruiken in de cursus, de stages en later in het werkveld.

Besteed dus veel aandacht aan het leren van de verschillende stappen.

Informeren[bewerken]

Het voorbereiden van zorgen en taken begint met informeren. Dit is het verzamelen van de kennis die we nodig hebben om een taak tot een goed einde te kunnen brengen. Het houdt ook in dat we het probleem leren formuleren om vervolgens een doel te kunnen bepalen.

a) Gegevens verzamelen[bewerken]

Er zijn veel gegevens die we kunnen verzamelen over een zorgvrager. Het is belangrijk te weten welke informatie we nodig hebben en hoe we aan deze informatie kunnen geraken.

Geschreven informatie
In het rusthuis staat veel informatie over de zorgvrager in het zorgdossier. Dit is een mapje dat bijgehouden wordt door het personeel. Vaak staat er kort wat info over de medische toestand van de ZV, over de specifieke noden tijdens de verzorging en je vindt er informatie over de algemene toestand van de afgelopen dagen en weken.
In het kinderdagverblijf zijn er vaak fiches met informatie over de kinderen. Verder is er het heen-en-weerboekje waarin vorderingen en ziekten vermeld staan.

Mondelinge informatie
Niet alles staat altijd vermeld in het zorgdossier of het heen-en-weerboekje. Dingen zoals gewoontes van de zorgvrager zijn bekend bij het personeel dat vaak voor de ZV zorgt. Maar ook heel recente informatie is soms nog niet opgeschreven. Daarom is het nodig om naast het lezen van de schriftelijke informatie ook mondelinge informatie te vergaren.

Milan heeft autisme. Hierdoor heeft hij nog meer dan een doorsnee kind nood aan regelmaat. Op de fiche staat vermeld dat hij autisme heeft. Het personeel weet dat Milan in het kinderdagverblijf net als thuis altijd met zijn blauwe kinderlepel eet. Wanneer de stagiair verzorgende hem een gewone lepel geeft voor het middagmaal, wordt Milan koppig en onhandelbaar. Pas wanneer de vaste medewerkster zijn blauwe lepel bovenhaalt, komt Milan tot bedaren.

Zingevende informatie
De informatie die we verzamelen moet “zingevend” zijn. Dit wil zeggen dat we als verzorgende baat hebben bij deze informatie. Het verwerven van deze informatie moet dus zin hebben (= nuttig zijn) om de verzorging beter te kunnen uitvoeren.

Milan is een jongen van 3 jaar met autisme. Hij heeft bruine haren en bruine ogen. Hij kan al goed zelf stappen en lopen. Ook zelf eten gaat vlot, hij knoeit nauwelijks. Omwille van zijn autisme heeft Milan enkele vaste gewoonten die hem de structuur geven die hij nodig heeft om goed te kunnen functioneren. Zo eet hij tijdens het middagmaal altijd met zijn blauwe kinderlepel en draagt hij geen slabber omdat hij het benauwd krijgt van het touwtje om zijn hals. Als alles verloopt zoals gewoonlijk weet Milan precies wat hij moet doen. Wanneer er een afwijking is op de routine, verliest Milan de controle en wordt hij angstig en koppig.

° Welk informatie over Milan is zingevend als we zijn middagmaal tot een goed einde willen brengen? Verklaar ook steeds waarom de informatie zingevend is.

…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………



Floortje is net één jaar geworden. Ze kan al een beetje stappen, maar valt nog erg vaak. Floortje is nog niet zindelijk en draagt zowel overdag als ’s nachts een luier. Floortje is allergisch voor aardbeien. Wanneer ze daarmee in contact komt, is de allergische reactie zo heftig dat ze onmiddellijk naar het ziekenhuis moet.

° Welke informatie over Floortje is zingevend als we instaan voor de drinkpauze van de kinderen in het kinderdagverblijf? Verklaar steeds waarom de informatie zingevend is.

…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………

° Is het belangrijk te weten dat een kind van één jaar in de orale fase zit? Waarom kan het in het geval van Floortje belangrijk zijn te weten dat Floortje in de orale fase zit?

…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………

b) Probleem formuleren[bewerken]

De volgende stap in het proces is het formuleren van het probleem. Als verzorgende sta je in voor de zorgvrager. Dit betekent dat de zorgvrager je hulp nodig heeft. Bij het formuleren van het probleem gaan we na waar we precies hulp moeten bieden.

Voorbeeld 1

Maxim van 2 jaar is een vrolijke speelse jongen die zich nergens door laat verstoren. Hij speelt uitbundig op de mat als de verzorgende een vreemd geurtje ruikt. Maxim die nog niet zindelijk is, heeft zijn luier bevuild.

Aangezien Maxim nog niet geleerd heeft om zindelijk te zijn, moet de verzorgende hem helpen. Ze zal moeten instaan voor het opmerken en het verschonen van de vuile luier.

Probleem formuleren: Maxim is niet zindelijk, hij kan zelf niet instaan voor zijn toiletgang.

Voorbeeld 2

Floortje van één jaar heeft een aardbei-allergie, maar kan zelf het gevaar niet inschatten van het eten van aardbeien. De verzorgende moet voorkomen dat Floortje iets te pakken krijgt met aardbeien. (denk aan aardbei-yoghurt, aardbei-jam, ...)

Probleem formuleren: Floortje heeft een allergie en kan het gevaar van het eten van aardbeien niet inschatten. Bovendien zit Floortje in de orale fase, een fase waarbij ze bijna automatisch alles in haar mond probeert te stoppen, ongeacht of het aardbeien bevat of niet. Verder leert Floortje al stappen, waardoor ze vlotter bij gevaarlijke producten kan geraken, zoals in haar geval iets met aardbeien.

c) Doel bepalen[bewerken]

Bij het bepalen van het doel, gaan we na welke hulp we de zorgvrager gaan bieden. Daarvoor moeten we uiteraard goed weten welke hulp de zorgvrager nodig heeft (zingevende informatie verzamelen) en waar we die hulp vervolgens moeten bieden (probleem formuleren).

Door het doel te bepalen, zullen we gemakkelijker kunnen vaststellen of we zelf over voldoende kennis en vaardigheden beschikken om dit doel te kunnen bereiken.

Voorbeeld 1

Maxim van 2 jaar heeft een vuile luier en kan deze zelf niet verschonen.

Doel bepalen: Instaan voor Maxims hygiëne door hem te verluieren.

Voorbeeld 2

Floortje van 1 jaar heeft een aardbei-allergie, zit in de orale fase en begint zelf te stappen. Floortje kan zelf het gevaar van het eten van aardbeien niet inschatten.

Doel bepalen: Instaan voor Floortjes veiligheid door alles met aardbeien buiten het bereik van Floortje te houden en te zorgen dat ze geen voedsel met aardbeien krijgt. Ook toezien dat ze niet ongemerkt eten of drinken van andere kindjes te pakken krijgt waar mogelijk aardbeien in zitten.

Stap 1: Informeren

a) zingevende gegevens verzamelen
b) probleem formuleren
c) doel bepalen



Plannen[bewerken]

Zodra we weten dat we voldoende informatie hebben verzameld, op de hoogte zijn van de problemen waarbij we moeten helpen en het doel voor ogen hebben, komen we aan de volgende stap. Stap 2 is het plannen van de verzorging.

Hiervoor moeten we alle deeltaken logisch op een rijtje zetten, rekening houdend met alle informatie die je ingewonnen hebt en rekening houdend met het probleem en de doelstellingen.

Voorbeeld 1: Instaan voor Maxims hygiëne door hem te verluieren

Planning:
  • De verzorgingstafel klaarmaken voor het verluieren. (is de tafel proper, zijn alle benodigdheden aanwezig)
  • Maxim op een aangename manier meelokken naar de verzorgingstafel
  • Maxim verluieren volgens de aangeleerde techniek
  • Maxim op een veilige manier terugbrengen naar de speelmat
  • De verzorgingstafel weer proper achterlaten en handen wassen


Voorbeeld 2: Instaan voor Floortjes veiligheid

Planning:
  • Alle drankjes en eten controleren op de aanwezigheid van aardbeien
  • Alle voeding met aardbeien op een plek zetten buiten het bereik van de kinderen
  • Er op toezien dat Floortje steeds voedsel krijgt zonder aardbeien
  • Er op toezien dat Floortje geen voedsel van andere kindjes opeet
  • Op de hoogte zijn van de maatregelen die genomen moeten worden als Floortje toch een allergische reactie krijgt.


Een goede planning zorgt ervoor dat we goed voorbereid zijn op de taken die we moeten uitvoeren. Het maakt dat we niets vergeten en daardoor veiliger en sneller kunnen werken. Een team zal steeds op dezelfde manier werken, waardoor een vaste structuur wordt geboden aan de zorgvragers. Zo weten zowel de zorgvragers als de verzorgers goed wat er te gebeuren staat en wordt samenwerken makkelijker.
Een goede planning is onontbeerlijk om een taak tot een goed einde te brengen.

Uitvoeren[bewerken]

In stap 3 van het stappenplan voer je stapsgewijs de planning uit. Bij sommige stappen zal je als verzorgende meer moeten helpen dan bij andere.
Geef bij de uitvoering aan wat je eigen inbreng is bij de verschillende deeltaken en voer technieken uit volgens de aangeleerde manier.

Voorbeeld: Instaan voor Maxims hygiëne door hem te verluieren

Uitvoeren:
  • Voorbereiden van de verzorgingstafel: verzorgingskussen, vochtige doekjes, propere luier, eventueel propere broek voor Maxim, eventueel babyzalf, vuilnisbak of nierbekken klaarzetten.
  • Maxim houdt van aandacht en spelen. Door hem op een rustige manier te zeggen dat zijn luier ververst moet worden en hem een speelgoedje te laten kiezen om mee te nemen naar de verzorgingstafel, gaat Maxim vlot naar de verzorgingstafel.
  • Verluieren op het verzorgingskussen (ondertussen babbelend met Maxim):
    • Schoenen en kousen uitdoen
    • Broek uitdoen
    • Luier openen
    • Met punt van de luier de meeste stoelgang wegvegen
    • Luier dichtvouwen en onder stuit schuiven
    • Met vochtige doekjes de liezen schoonvegen van boven naar beneden
    • Penis en balzak reinigen met vochtige doekjes
    • Vuile doekjes in de vuile luier steken
    • Benen in vorkgreep nemen en met doekje de billen en bilnaad reinigen
    • Luier wegnemen, toevouwen en in vuilnisbak of nierbekken deponeren
    • Propere luier onder de stuit schuiven
    • Eventueel babyzalf aanbrengen bij luieruitslag
    • Luier dicht doen
    • Kousen aandoen
    • Broek aandoen
    • Schoenen aandoen
  • Maxim op een veilige manier terugbrengen naar de speelmat
  • De verzorgingstafel ontsmetten, het nierbekken leegmaken
  • Handen wassen volgens techniek:
    • kraan opendraaien
    • handen nat maken
    • vloeibare zeep op handen brengen
    • handpalmen wrijvend inzepen
    • handrug wassen (links en rechts)
    • krachtig wrijven tussen de vingers aan binnenzijde
    • krachtig wrijven tussen de vingers aan rugzijde (links en rechts)
    • nagels draaien in de handpalm wrijven (links en rechts)
    • duimen wassen tot aan het topje (links en rechts)
    • polsen wassen (links en rechts)
    • handen spoelen onder de kraan
    • handen afdrogen met papieren doekje
    • kraan dichtdraaien met gebruikte doekje
    • spatten rondom de wasbak drogen met doekje
    • doekje in de vuilnisbak gooien


Voor het correct uitvoeren van verzorgende handelingen dien je een goed inzicht te hebben in de noden van de zorgvrager, maar hoor je ook de technieken grondig ingeoefend te hebben.
Maak gebruik van de praktijklessen om de technieken goed in te oefenen, observeer op stage het ervaren personeel, vraag vervolgens om de techniek zelf toe te passen onder toezicht en controleer jezelf aan de hand van vaardigheidskaarten.

° Handen wassen leren we als kleuter al. Toch moet je ook als verzorgende opnieuw leren handen wassen. Bedenk enkele redenen waarom we deze techniek van handhygiëne gebruiken in de verzorging.

…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………

° Bedenk enkele redenen waarom professionele verzorgenden hun verzorgings-technieken allemaal op dezelfde manier uitvoeren.

…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………


Taak: Stappenplan "plannen en uitvoeren"

Leer de techniek van handhygiëne en schrijf hier de planning en uitvoering ervan.
Plannen

1. …………………………………………………………………………………………
2. …………………………………………………………………………………………
3. …………………………………………………………………………………………
4. …………………………………………………………………………………………
5. …………………………………………………………………………………………

Uitvoeren

1. …………………………………………………………………………………………
2. …………………………………………………………………………………………
3. …………………………………………………………………………………………
4. …………………………………………………………………………………………
5. …………………………………………………………………………………………
6. …………………………………………………………………………………………
7. …………………………………………………………………………………………
8. …………………………………………………………………………………………
9. …………………………………………………………………………………………
10. …………………………………………………………………………………………
11. …………………………………………………………………………………………
12. …………………………………………………………………………………………
13. …………………………………………………………………………………………
14. …………………………………………………………………………………………
15. …………………………………………………………………………………………
16. …………………………………………………………………………………………



Rapporteren[bewerken]

Het is vaak nodig om belangrijke dingen mee te delen aan je team of aan familieleden van de zorgvrager. Je kan dit rechtstreeks mondeling doen, tijdens de briefing en eventueel schriftelijk via het heen-en-weerschriftje in het kinderdagverblijf of het zorgdossier in het rusthuis.
Je hoort zingevende informatie te rapporten, zowel over fysieke, psychische als sociale elementen betreffende de zorgvrager.

An is een stagiair verzorgende van het 5e middelbaar. Ze loopt twee weken stage in het kinderdagverblijf. Wanneer ze baby Charlotte verluiert, merkt ze dat Charlotte diarree heeft. Ze meldt dit meteen na het verluieren aan de verantwoordelijke die Charlottes temperatuur opneemt. Charlotte heeft 38,1°C koorts.
In het heen-en-weerboekje van Charlotte wordt geschreven dat Charlotte diarree en 38,1° C koorts heeft. ’s Anderendaags is baby Charlotte niet in het kinderdagverblijf wegens ziekte.

Gert is stagiair in het rusthuis. Wanneer hij meneer Laperre uit bed wilt helpen, roept die het uit van de pijn. Gert snapt er niets van. Toen hij meneer Laperre gisteren hielp tot aan de badkamer, was er geen probleem. Als Gert vraagt wat er scheelt, zegt meneer Laperre dat hij die nacht uit bed is gevallen en zijn schouder heeft bezeerd.
Gert meldt dit aan de verantwoordelijke en zegt het nogmaals tijdens de briefing.
Er wordt een dokter gebeld voor meneer Laperre.
Meneer Laperre blijkt zijn schouder gekneusd te hebben en moet zijn schouder een tijdje ontlasten. De verzorgenden zullen er goed op moeten letten niet aan de schouder te trekken wanneer ze meneer Laperre helpen met rechtstaan.

° Wat hebben An en Gert gemeld? Wat kon er gebeuren als ze het niet hadden gemeld?

An: ……………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
Gert: ……………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………

a) Wat moet je rapporteren?[bewerken]

Wanneer we voor mensen zorgen hebben we informatie nodig over de zorgvrager om op een correcte manier te kunnen handelen en om voor de veiligheid te kunnen instaan. Dat werd reeds duidelijk in stap 1 van het stappenplan.
Wanneer we nieuwe informatie inwinnen over de zorgvrager is het dan ook belangrijk om deze informatie door te geven aan het team en zo nodig aan de familie van de zorgvrager.
In de eerste stap van het stappenplan leerden we zingevende informatie te verzamelen. Het is opnieuw zingevende informatie die we moeten doorgeven.

We geven hier enkele belangrijke groepen van zingevende informatie weer die je ongetwijfeld zal vernemen tijdens het werken met de zorgvrager. Het is dergelijke informatie die je moet doorgeven aan collega’s en/of familie van de zorgvrager wanneer dit nieuwe zingevende informatie is.

  • Ziekte, letsels of ongeval van de zorgvrager meld je onmiddellijk aan je collega’s. Schrijf het ook neer in het zorgdossier of heen-en-weerschriftje.
  • Vooruitgang of achteruitgang meld je aan collega’s (al dan niet tijdens de briefing) en noteer in je het zorgdossier of heen-en-weerschriftje.
  • Stoelgang, slaappatroon, eetpatroon... schrijf je neer in het zorgdossier of heen-en-weerschriftje.
  • Toegediende zorgen vermeld je in het rusthuis in het zorgdossier. Meestal gebeurt dit eenvoudig door het aftekenen van het zorgblad waar je ook bijkomende vermeldingen kan doen.

Er zijn een aantal letsels die je als verzorgende zal leren herkennen in deze cursus. Het zijn letsels van luieruitslag, intertrigo en decubitus. Je moet ze leren voorkomen, herkennen, er gepast op kunnen reageren en het rapporteren.

Er zijn tekens van ziekte waar je als verzorgende oog voor moet krijgen. Je moet ze opmerken en rapporteren zodat de verantwoordelijke hier gepast op kan reageren. Tekens die je moet leren kennen zijn koorts, dehydratatie, suf zijn, pijn hebben, zich niet goed voelen, duizelig zijn, vlekjes of andere uitslag.

° Als je merkt dat de zorgvrager zich ziek voelt of wanneer je gealarmeerd wordt door tekens als diarree, dehydratatie (= uitdroging), een versufte zorgvrager, een zorgvrager in pijn, dan meld je dit onmiddellijk aan de verantwoordelijke.
Bedenk twee voorbeelden van wat kan er gebeuren als je het niet meldt.

Bij kinderen: …………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
Bij ouderen: …………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………

° Waarom zijn letsels en ongevallen van de zorgvrager zingevende informatie?

…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………

° Wat kan er gebeuren met de zorgvrager als je niet doorgeeft dat de ZV een letsel opliep of een ongeval had? Bedenk een voorbeeld.

…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………

° Waarom is het belangrijk de vooruitgang of achteruitgang van een zorgvrager nauwgezet op te volgen?

…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………

° Waarom willen we van kinderen en ouderen weten of ze stoelgang gemaakt hebben?

…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………

b) Hoe moet je rapporteren?[bewerken]

In het kinderdagverblijf
Mondeling aan de verantwoordelijke
Schriftelijk via het heen-en-weerboekje

In het rusthuis
Mondeling aan de verantwoordelijke, bv. een verpleegkundige of hoofdverpleegkundige.
Mondeling tijdens de briefing
Schriftelijk via het zorgdossier

c) Wanneer moet je rapporteren?[bewerken]

In dringende gevallen onmiddellijk
In minder dringende gevallen wanneer je de verantwoordelijke niet stoort bij dringendere taken.
Tijdens de briefing

Evalueren[bewerken]

Ga na of alles verlopen is zoals je voorbereid en gepland hebt. Zijn er nog dingen vergeten, heb je de nodige technieken onder de knie.
Heb je met alle nodige elementen van totaalzorg rekening gehouden?


- oefening: kamer op orde brengen van bejaarde
- oefening: groep peuters in de speelzaal observeren


Algemeen methodisch werken Economisch, ecologisch, ergonomisch, veilig, snel, teamwork mogelijk maken, ZV weet waar ie aan toe is.

Eind: uniformiteit in manier van werken en uitvoeren van technieken omwille van snelheid, hygiëne, niets vergeten, samenwerken.


Taak: Stappenplan

Stap 1: Informeren Zingevende gegevens: hoeveel kindjes, zijn ze zindelijk, zijn ze fysiek in staat om te stappen, blaadjes op te rapen, …

Probleem formuleren: Kinderen hebben nood aan structuur, kinderen moeten ontdekken om zich goed te kunnen ontwikkelen, kinderen hebben richtlijnen nodig om tijdig naar de wc te gaan, hulp nodig bij hygiëne, hulp nodig bij eten en drinken krijgen, hebben toezicht nodig, hulp nodig om zich aan te kleden, zich bezig te houden, enzoverder…

Doel bepalen: aangenaam bezighouden en een goede structuur aanbieden

Stap 2: Plannen: Concreet: Hoe had de verzorgende kunnen plannen?

  • doel uitleggen aan de kinderen
  • iedereen naar de wc
  • jasjes aandoen
  • zakjes uitdelen
  • naar buiten gaan
  • tijdig de kinderen terug verzamelen voor binnenkomst en drinkpauze
  • jasjes aan de kapstok
  • blaadjes aan verzorgende
  • samen drinken en opnieuw naar de wc

Stap 3: Uitvoeren:

  • je legt het blaadjes verzamelen uit aan de kinderen en toont hen wat mooie blaadjes als voorbeeld
  • kinderen helpen met losmaken van broekjes, schoonvegen en weer dichtdoen van broekjes. Ook aanmoedigen om te gaan plassen.
  • helpen met jasjes aandoen en controleren of iedereen goed aangekleed is
  • handjes laten

Stap 4: Rapporteren: moet er iets gerapporteerd worden? Zo ja, wat en hoe moet het gerapporteerd worden? Stap 5: Evaluatie: wat was goed en wat kon beter bij de verzorgende uit het voorbeeld?

Korte samenvatting

Stappenplan

Stap1 : Informeren

                 - zingevende gegevens verzamelen
                 - probleem formuleren
                 - doel bepalen

Stap 2 : Plannen Stap 3 : Uitvoeren

                 - volgens plan en aangeleerde technieken

Stap 4 : Rapporteren Stap 5 : Evalueren

                 - productevaluatie
                 - zelfevaluatie





Woordenlijst I.7.

Gebruik deze woordenlijst om de lessen beter te begrijpen en om de leerstof grondig te kunnen studeren.

Zoek de woorden op en voeg zelf woorden toe die je leert in de les of die je tegenkomt in de cursus:

Informeren: ………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………… Rapporteren: …………………………………………………………………………

	…………………………………………………………………………

Evalueren: …….…...……………………………………………………………… ………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.