Overleg:Griekse mythologie/Titanen

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Misschien kan het volgende artikel (publiek domein) hierin verwerkt worden Evil berry 3 aug 2006 17:22 (CEST)

De kinderen van Uranos en Gaia, twaalf in getal, zes mannelijke en zes vrouwelijke: Okeanos, Koios, Kreios, Hyperion, Iapetos, Kronos en Theia, Rheia, Themis, Mnemosyne, Phoibe, Tethys. De naam van Titanen werd evenwel, vooral in lateren tijd, ook aan andere godheden gegeven, soms omdat zij van de eigenlijke Titanen afstamden, soms om de geweldige kracht aan te duiden, waardoor zij met de Titanen konden worden gelijkgesteld. Zo vooreerst aan Helios en Selene, die de kinderen waren van Hyperion en Theia, verder aan Artemis, Hekate, Leto, Asteria en Pyrrha, de gade van Deukalion, en aan Prometheus en Atlas. Zelfs aan Herakles en aan Kirke, de dochter van Helios, wordt deze naam toegekend. -

De mythe verhaalt omtrent hen het volgende: uit de verbintenis van Uranos en Gaia sproten eerst de Titanen, toen de Kyklopen en Hekatoncheiren. Zij werden echter alle, zoodra zij geboren waren, door hunnen vader in den Tartaros, de duistere diepte onder de aarde, gestort, uit vrees voor hunne geweldige kracht. Gaia, over deze behandeling, haren kinderen aangedaan, vertoornd, zette hare oudste zonen, de Titanen, tot opstand tegen hunnen vader aan, doch geen van hen was bereid iets gewelddadigs tegen Uranos te ondernemen, behalve Kronos, de jongste en sluwste onder hen. Deze wachtte op eene plaats, hem door Gaia aangewezen, zijnen vader op, verminkte hem op vreeselijke wijze en beroofde hem van de heerschappij. De overige Titanen en de door hem uit den Tartaros bevrijde Kyklopen en Hekatoncheiren erkenden zijn oppergezag. Doch zijn bestuur zou niet lang duren. Toen hij zijnen vader Uranos verminkte, had deze hem vervloekt en hem toegewenscht, dat zijne zonen aan hem eenmaal mochten doen, wat hij nu aan zijnen vader deed. Die vloek zou ras in vervulling komen, hoe listig hij ook te werk mocht gaan, om zich voor dat verschrikkelijk lot te vrijwaren. Om namelijk elke mogelijkheid te voorkomen, dat hij door zijne kinderen van den troon zou worden gestooten, verslond hij ze dadelijk na hunne geboorte. Ook de Kyklopen en de Hekatoncheiren boeide hij weder uit vrees voor hunne kracht. Doch het hart van Rheia, de moeder van de kinderen, die aldus op jammerlijke wijze omkwamen, was diep bekommerd over hun treurig lot. Vijf kinderen had zij reeds door hunnen wreeden vader zien verslinden; Hestia, Demeter, Hera, Hades en Poseidon, en toch, hoe de troostelooze moeder ook smeekte en bad, zijn hard gemoed was nog niet te vermurwen. Maar nu bracht Rheia haren derden zoon, Zeus, ter wereld en dadelijk bij zijne geboorte verborg zij hem zorgvuldig. Toen Kronos den jonggeborene wenschte te zien, overhandigde zij hem in de plaats van den knaap eenen steen, in dichte windselen gehuld, en Kronos, meenende, dat het zijn zoon was, verslond den steen. -

Zeus groeide intusschen in het verborgen op, maar zoodra hij volwassen was, rekende hij het zijnen eersten plicht, om Kronos rekenschap te vragen van zijne gruwelijke daden en zijne heerschzucht te beteugelen. Door een middel, dat hij hem op raad van Gaia ingaf, dwong hij hem de vroeger verslonden kinderen weder uittebraken. Toen begon hij met hulp zijner aldus herboren broeders en van de door hem bevrijde Kyklopen, die voor hem den bliksem en den donder in gereedheid brachten, den strijd tegen de overige Titanen. Doch eenige van dezen, zooals Okeanos en diens dochter Styx met hare kinderen, en Themis, Mnemosyne en Hyperion kozen partij voor Zeus. De strijd duurde tien jaren, en eerst nadat Zeus de vreeselijke Hekatoncheiren uit den Tartaros gehaald had, gelukte het hem, om de Titanen te overwinnen, die nu door hem in die duistere diepte werden geworpen. - Men stelde zich voor, dat deze geweldige strijd der goden had plaats gegrepen in dat deel van Griekenland, hetwelk de meeste sporen draagt van geweldige omwentelingen in de natuur, in Thessalië. Zeus en de zijnen streden volgens het oude volksgeloof der Grieken van den top van den Olympos, de Titanen van den daartegenover gelegen berg Othrys. -

De betekenis der Titanen schijnt eene dubbele te zijn. Vooreerst met betrekking tot het leven der natuur, schijnt men zich hen gedacht te hebben als eene personificatie van de ruwe krachten der natuur, die nog niet door het kloeke verstand en de vaardige hand des menschen gebreideld en tot nuttige doeleinden dienstbaar gemaakt waren. Ten andere, in hunne ethische beteekenis stellen zij een tijdperk voor, waarin op aarde en in den hemel willekeur heerschte boven wet. Kronos heerschte over goden en menschen naar luim en gril, Zeus daarentegen was de personificatie en de handhaver van de eeuwige wetten der natuur en van de zedelijke wereldorde. - De vrouwelijke Titanen worden somtijds Titaniden genoemd.

Bron: T.T. Kroon, art. Titanes, in T.T. Kroon, Mythologisch Woordenboek, 's Gravenshage, 1875.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.