Oudgrieks/Blok 2/2-Tekst in vertaling
Uiterlijk
| 'Het was nacht en ik sliep, omdat de burgers van Athene mij belemmeren om naar Kreta te gaan, |
| maar wat deed ik tegen hen toen de zon licht aan de aarde gaf?' |
| De man toonde een witte huid en stierf een ongelukkige dood. |
| De vrouw van de man ging met een grote angst naar het lijk van haar man, |
| toch wilde zij niet naar het lijk gaan, |
| want de vrouw meent dat zij de stervelingen, die haar man doodden, zal aantreffen. |
| Dan zouden zij ook haar én haar kinderen doden en naar de Tartarus sturen, |
| en tegelijkertijd gingen zij hen vanaf de rotsen naar beneden in de zee werpen. |
| Dus toen ging ze weg, ze verliet haar man en rende snel naar huis. |
| De man én de vrouw én alle kinderen van de man huilen nu zeer, |
| omdat deze man nu niet meer (op een) goed(e) (manier) is gestorven. |