Oudgrieks/Blok 1/5-Tekst in vertaling
Uiterlijk
| Drie slaven zitten op de rotsen bij de zee dicht bij Sparta. | |
| Zijn zijn niet blij dat de heersers hen niet meer naar huis sturen. | |
| Zij worden al onrechtvaardig behandeld, daarom willen zij de heersers schade toebrengen, | |
| en zij gaan dat dus doen: | |
| De dochters van de heersers wonen ook in dit huis, | |
| dus wij, de slaven, gaan de dochters beroven van de slechte heersers. | de dochters van de slechte heersers mag ook. |
| Ten slotte vragen wij de heersers om vrijheid. | |
| Samen met de andere slaven zullen wij de vrijheid bereiken! | |
| Deze avond, om deze tijd beroven wij de heersers van hun dochters. | |
| Jullie, jullie gaan de hoplieten doden en brengen de wapens hier(heen). | |
| Daarna gaan velen van ons de strijd overwinnen, | |
| de anderen blijven hier en bidden tot de goden. | |
| Later in de strijd overwon het leger van de heersers de slaven. | |
| Ten slotte gingen de geesten van de slaven naar de Tartarus, | |
| en de heersers én hun dochters zijn blij met de dood van de slaven. |