Oudgrieks/Blok 1/3-Antwoorden oefeningen

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Oefening 1[bewerken]

Laat het bijvoeglijk naamwoord congrueren met het zelfstandig naamwoord er voor, determineer daarna deze woorden.
ἡ χωρα δεινη - nominativus vrouwelijk enkelvoud
το πλοιον ἰσχυρον - nominativus/accusativus onzijdig enkelvoud
αἱ λυπαι μεγαλαι - nominativus vrouwelijk meervoud
τον ἀνθρωπον φοβερον - accusativus mannelijk enkelvoud
τους οἰνους κακους - accusativus mannelijk meervoud
τα θηρια καλα - nominativus/accusativus onzijdig meervoud
οἱ δεσποται πολλοι - nominativus mannelijk meervoud
την μαχην μακραν - accusativus vrouwelijk enkelvoud
ὁ ἡρως ἀνδρειος - nominativus mannelijk enkelvoud
τας παρθενους νεας - accusativus vrouwelijk meervoud

Oefening 2[bewerken]

Vervoeg de werkwoorden
ποιεῖν γαμεῖν
εγώ ποιεω/ποι γαμεω/γαμ
σύ ποιεῖς γαμεῖς
ὁ ἄνθρωπος ποιεῖ γαμεῖ
ἡμεῖς ποιοῦμεν γαμοῦμεν
ὑμεῖς ποιεῖτε γαμεῖτε
οἱ ἄνθρωποι ποιοῦσι(ν) γαμοῦσι(ν)
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.