Onderwijsvorm/Fenomenologisch onderwijs

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Fenomenologisch onderwijs is overdracht van kennis, inzichten en vaardigheden gericht op het doordringen tot de essentie van een bepaald verschijnsel. Deze benadering is afgeleid van de fenomenologie als een stroming in de filosofie[1].

Achtergrond[bewerken]

In de pedagogiek kent men de fenomenologische pedagogiek als stroming[2]. Fenomenologie wordt in het onderwijs (en de psychologie) niet alleen gezien als een filosofie maar ook als een onderwijsvorm|onderwijsmethode[3] (of onderzoeksmethode[4]). In Nederland ontwikkelde de Duits-Nederlandse wiskundige en pedagoog Hans Freudenthal bijvoorbeeld een methode die de fenomenologie als filosofie verbond met het wiskundeonderwijs[5]. Hij deed dit door het leren waar te nemen van kinderen en de ontwerpen te analyseren waarmee ze experimenteerden. Hij bedacht daarmee als eerste de term didactische fenomenologie[6].

Geschiedenis[bewerken]

Op de vrije school (zie ook antroposofie of Rudolf Steiner) wordt in de natuurwetenschappelijke vakken gebruik gemaakt van de fenomenologie ontwikkeld door J.W. von Goethe, ook wel de Goetheanistische fenomenologie genoemd. Goethe was van mening dat we de zintuiglijke indrukken voor ‘waar’ mogen nemen. Goethe was daarmee ver voor Edmund Husserl die de fenomenologie als stroming in de filosofie bracht. In de psychologie, als drijvende kracht voor onderwijsvernieuwing, ontstond de zogeheten Utrechtse (Fenomenologische) School[7], een informele benaming van een richting in de psychologie en psychiatrie in Utrecht die sterk door de fenomenologie was beïnvloed. Adriaan de Groot leverde als belangrijke vernieuwer van het Nederlandse onderwijsonderzoek[8] stevige kritiek op de fenomenologische methode. Jean Piaget, een on het onderwijs beroemde Zwitsers psycholoog die de cognitieve ontwikkeling van kinderen bestudeerde, leverde aan het eind van zijn leven eveneens kritiek op de fenomenologische methode.

Toepassing[bewerken]

De fenomenologie wordt internationaal in het onderwijs[9] in vele disciplines toegepast bijvoorbeeld in de kosmologie[10], bewegingsleer[11], Fenomenologie van de religie|religie[12], muziek[13], Fenomenologische sociologie|sociologie, geografie[14], natuurkunde[15] en wiskunde[16].

In het constructivistisch onderwijs is de fenomenologische benadering vaak een onderdeel van de onderliggende onderwijstheorie [17]. Met name werkt men dan met de eerste waarneming van de lerende zelf, psychofenomenologie genoemd, die men verder verkent met ondersteunende technieken, zoals NLP[18]. Ook als wijze van coachen van onderwijsprofessionals wordt de fenomenologische methode ingezet.

Bronnen[bewerken]

Verdieping[bewerken]

De volgende open en gratis bronnen kunnen helpen bij verdere verdieping in deze materie:

Soort Bron Link Beschrijving

Referenties[bewerken]

  1. Ciano Aydin (2007). De vele gezichten van de fenomenologie. . Kampen: Uitgeverij Klement/Pelckmans. 54-70.
  2. Hans Van Crombrugge (2006). Denken over opvoeden: inleiding in de pedagogiek. . Garant. ISBN 9044119427.
  3. Jean C. Mcphail (1995). Phenomenology As Philosophy and Method. . Remedial and Special Education, Vol. 16, No. 3. 159-165.
  4. Clark E. Moustakas (1994). Phenomenological research methods. . Sage. ISBN 0803957998.
  5. Hans Freudenthal. (1979). Didactische fenomenologie van wiskundige grondbegrippen. . Amsterdam: SCO-Kohnstamm Instituut van de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen, Universiteit van Amsterdam. ISBN 978-90-6813-8443.
  6. La Bastide-van Gemert, S.. (2006). Elke positieve actie begint met critiek. Hans Freudenthal en de didactiek van de wiskunde. . Uitgeverij Verloren.
  7. Berg, Prof. Dr. J.H. van den // Prof. Dr. J. Linschoten (red.) (1963). Persoon en wereld - Bijdragen tot de phaenomenologische psychologie. . Utrecht:
  8. Margot Taal, Ad Dudink (2006). Schoolpsychologie. . Uitgeverij Boom. 29-30. ISBN 90-8506-163-6.
  9. Neil Bolton (1979). Phenomenology and Education. . British Journal of Educational Studies, Vol. 27, No. 3.
  10. Michael M. Kazanjian (1998). Phenomenology and education: cosmology, co-being, and core curriculum. . Rodopi. ISBN 9042003308.
  11. Maureen Connolly (1995). Phenomenology, physical education, and special populations. . Ontario, Canada: Human Studies, Volume 18, Number 1.
  12. William K. Kay (1997). Phenomenology, Religious Education, and Piaget. . Carmarthen, U.K.: Religion, Volume 27, Issue 3. 275-283.
  13. Liora Bresler (1995). Ethnography, Phenomenology And Action Research In Music Education. . University of Illinois, Urbana-Champaign: Quarterly Journal of Music Teaching and Learning.
  14. David Seamon (1979). Phenomenology, geography and geographical education. . Department of Geography, University of Lund, Sweden: Journal of Geography in Higher Education, Volume 3, Issue 2. 40 – 50.
  15. Arons, A. B. (198). Phenomenology and Logical Reasoning in Introductory Physics Courses. . American Journal of Physics, v50 n1. 13-20.
  16. Hans Freudenthal (1983). Didactical phenomenology of mathematical structures. . Springer. ISBN 9027722617.
  17. W. G. Warren. (1990). Personal Construct Theory as the Ground for a Rapproachment Between Psychology and Philosophy in Education. . University of Newcastle: Educational Philosophy and Theory, Volume 22 Issue 1. 31 – 39.
  18. Paul Tosey, Jane Mathison (2010). Exploring inner landscapes through psychophenomenology: The contribution of neuro-linguistic programming to innovations in researching first person experience. . Qualitative Research in Organizations and Management: An International Journal, Volume 5, Issue 1. 63 - 82.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.