Nederlandse geschiedenis/De negentiende eeuw

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Na de Napoleontische tijd kwam Nederland als staat terug op de kaart van Europa. Nederland had altijd al een belangrijke rol gespeeld als buffer om de Franse expansiedrift in toom te houden, en in het bijzonder de Tsaar van Rusland wou dat zo houden, en vroeg daarom om teruggave van de Nederlandse koloniën. Op het congres van Wenen (1814-1815) werd een compromis met de Britten bereikt: Alleen Nederlands-Indië kwam terug in Nederlandse handen, maar noord- en zuid- Nederland werden herenigd. Nederland werd een monarchie, met de zoon van de laatste stadhouder Willem V als koning Willem I. Zijn Verenigd Koninkrijk der Nederlanden omvatte oorspronkelijk het huidige Nederland, België en groothertogdom Luxemburg, maar de Belgen voelden zich spoedig tweedeklas burgers, en er waren grote religieuze (het katholieke zuiden tegenover het protestantse noorden), economische (het zuiden industrialiseerde, het noorden bleef een handelsnatie) en taalkundige (niet alleen Wallonië was in die tijd Franssprekend, maar ook de bourgeoisie in Vlaanderen) verschillen. Bovendien werden deze verschillen geaccentueerd door Frankrijk, dat moest immers niets hebben van de sterke bufferstaat aan zijn grens, en meende bovendien recht te hebben op de Zuidelijke Nederlanden. In 1830 kwamen de spanningen tot een uitbarsting. De Belgen kwamen in opstand na relletjes, uitgelokt door Franse geheim agenten na de voorstelling van de Stomme van Portici, en verklaarden zich na mislukte pogingen tot rattachisme onafhankelijk . Na een oorlog van slechts enkele dagen was Willem gedwongen toe te geven, hoewel het nog tot 1839 duurde eer hij België officieel erkende. Hierna stierf het orangisme in België uit of transformeerde het tot de Vlaamse Beweging.

1848 was een jaar van onlusten in heel Europa. Nederland werd grotendeels gespaard, maar de effecten waren groot. De liberaal Johan Thorbecke werd gevraagd een nieuwe Nederlandse grondwet op te stellen, welke Nederland omvormde tot een constitutionele monarchie, waaruit zich de huidige parlementaire democratie ontwikkelde. De liberale omwenteling maakte ook de katholieke emancipatie mogelijk. Onder protest van de protestanten kregen de katholieken het recht om weer bisdommen in te stellen.

Aan het eind van de negentiende eeuw spanden diverse Europese landen zich in om koloniën te verwerven. Nederland vergrootte en versterkte eveneens flink haar positie in Nederlands-Indië. Dit ging met zwaar geweld tegenover de inheemse bevolking gepaard. Vooral de oorlogen op Java en in Atjeh op Sumatra werd berucht wegens de vele slachtoffers onder de bevolking en de begane wreedheden over en weer. Deze praktijken waren overigens ook 'normaal' bij de meeste andere Westerse kolonisators, bv. in Belgisch Kongo, Brits Afrika en de Franse Koloniën. Multatuli schreef Max Havelaar, het bekendste boek uit de Nederlandse literatuur, waarin hij de Nederlandse exploitatie van het land en zijn inwoners aan de kaak stelde.

Het einde van de 19e eeuw was ook de tijd waarin de politieke partijen vorm kregen.

Drie kwesties speelden een belangrijke rol in de Nederlandse politiek: 1. de sociale kwestie (meer aandacht voor de situatie van de arbeiders) 2. de onderwijs-kwestie (gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs) 3. de kiesrecht-kwestie (steeds meer burgers kregen het kiesrecht)

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.