Maatschappijleer/Onderwijs en samenleving

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Onderwijs[bewerken]

Bij onderwijs gaat het om de ontwikkeling tot een sociaal zelf. Hierin moet een mens begeleid worden want deze is maar tot op zekere hoogte autonoom en sterk afhankelijk van de omgeving. Te veel zelf doen (op jonge leeftijd) leidt tot problemen. In het leren speelt (zelf)reflectie een centrale rol.

Zijn we in staat om via het onderwijs maatschappelijke problemen op te lossen? Nee tenzij… dit is eigenlijk steeds het antwoord. Het bevorderen van gelijke kansen en sociale samenhang zou bijvoorbeeld via het onderwijs gedaan moeten worden. Maar of dit ook echt gaat lukken, is een (grote) vraag.

Leren[bewerken]

Leren houdt in dat je jezelf iets eigen maakt. En oefening baart kunst: er wordt wel gesteld dat als je iets 10.000 uur oefent, je expert bent.

Bij leren gebruiken we vaak hulpmiddelen. De vraag is wel: wanneer zet je wat in?

Opvoeden[bewerken]

Van disciplineren tot zelfspot:

  • Disciplineren (internaliseren)
  • Socialiseren
  • Zelf-bewust-worden (vormen / verhouden tot)
  • Zelf-vertrouwen (beschaven)
  • Zelf – relativeren (zelfspot)

Overdragen[bewerken]

Bij alles wat we ondernemen, kennen we, kunnen we en verhouden we ons tot. We hebben het respectievelijk dan ook altijd over het overdragen van kennis, vaardigheden en attitudes.

  • Kennis (begrippen en concepten, omgangsvormen/regels → alle concepten en processen die het mogelijk maken om te denken en te handelen);
  • Vaardigheden (koken, samenvatten, schatten → in staat zijn bepaalde (technische) handelingen correct uit te voeren en het in de praktijk brengen van de kennis die men verworven heeft)
  • Attitudes (moed, verbazing, motivatie → een geleerde, globale (meestal emotionele) evaluatie (beoordeling) van een object (persoon, plaats of onderwerp) dat invloed heeft op gedachten en gedrag)
kennis (weten) vaardigheden (kunnen) houdingen/attitudes (verhouden tot)
taal (woordenschat/ontleden) taal (lezen schrijven, spreken, presenteren, samenvatten, dichten) taal (taalgebruik, (lees)motivatie)
topografie concentreren/focussen zelfvertrouwen
anatomie sociale vaardigheden aanpassingsvermogen (afwachtende houding)
statistiek technische vaardigheden uithoudingsvermogen
wereldreligies structureren/analyseren/plannen kritische houding (vragen stellen)
muzieknotatie oriënteren/reflecteren/evalueren coöperativiteit
verzorging/voeding motorische vaardigheden punctualiteit
... ... ...
... ... ...

Vormen[bewerken]

Bij vorming toets je je eigen denken en handelen aan dat wat duurzaam van waarde is. Wat is het effect van mijn gedrag op anderen? Empathie moet je leren.

Beschaven[bewerken]

Als we spreken over beschaven dan bedoelen we: overdragen van dat wat duurzaam van waarde is. Verhalen bijvoorbeeld. Dit is een intergenerationeel proces. Beschaven gebeurt vooral door anderen, organisaties en instituties.

Sociale orde en symbolische orde[bewerken]

In het onderwijs kun je kijken naar de het 'zijn' van de mens en het 'worden'. Het eerste gaat over machtsvragen binnen een vastomlijnd kader: wat kost jij de samenleving? En daar tegenover staat de vraag naar wat je kunt worden. Dan gaat het over ontwikkeling (en een open houding).

Onderwijzen en samenleven heeft met de vragen: wat, wie, waarom etc. te maken. Definitiemacht: wat zijn de doelen van onderwijs en samenleving, wie bepalen die en waarom?. DE vraag: wat voor mensen willen we (en wat voor samenleving) staat hierin centraal?

Hoofdzaken[bewerken]

Verschillen tussen leren en onderwijzen:

  • Leren is een individuele activiteit, terwijl onderwijzen sociaal is.
  • Leren gaat altijd om het eigen maken van houdingen, kennis en vaardigheden bij onderwijzen speelt overdracht een centrale rol.
  • Leren is gericht het verbeteren van de eigen competenties terwijl onderwijzen gericht is op een betere wereld.

Waarom onderwijzen niet alleen moet draaien om leren, maar ook om opvoeden, vormen en beschaven.

  • Onderwijzen is gericht op een betere wereld waarbij men vooral georiënteerd is op dat wat duurzaam van waarde is (vormen) en het sociaal handelen hieraan kunnen toetsen (beschaven). Dit moet men leren in een omgeving waarin de waarden worden voor- en voortgeleefd door docenten en volwassenen (opvoeden).

De drie functies/doelen van het Nederlandse onderwijs:

  • kwalificatie, selectie, integratie

De doelen van het Nederlands onderwijs en de toekomst:

  • De auteurs van Ons onderwijs 2032 willen meer nadruk leggen op persoonlijke vorming volgens de ideeën van Biestra.

Het belang van het formuleren van een mensvisie voor het ontwikkelen van een onderwijsvisie:

  • Onderwijzen is altijd een sociale activiteit gericht op de relatie tot en een betere wereld.
  • Men hanteert hiervoor een mensbeeld waarin verondersteld wordt dat de mens in staat is tot een beter leven.

Het mensbeeld dat momenteel domineert:

  • Momenteel overheerst een economisch beeld (homo economicus): Het op eigenbelang gerichte individu.

Wat is goed onderwijs?

  • Het moet altijd moeilijk blijven voor een professionele docent om deze vraag te beantwoorden.
  • Wat goed onderwijs is, blijft een afweging van voorkeuren, waarin men niet normatief kan vaststellen wat het beste is.
  • Men kan hooguit vaststellen wat wenselijk is.
  • Verder kan men wel op basis van ervaringen uit het verleden vaststellen wat slecht onderwijzen is.

GW. Art 23 (“onderwijs is vrij”)

  • Het staat ouders vrij om het ouderwijs te kiezen dat het beste aansluit bij hun wereldbeeld.
  • De overheid mag niet de wereldoriëntatie van de school invullen. Dat is voorbehouden aan de ouders en het bestuur.

Actoren die in Nederland het curriculum van het Nederlandse onderwijs bepalen.

  • Belangengroepen van onderwijsgevenden, ministerie, Staten-Generaal en allerhande inhoudelijke adviseurs.
  • De Staten-Generaal draagt in Nederland de eindverantwoordelijk voor het onderwijsbestel en het wat.

Waarom onderwijs in een democratische samenleving altijd een politieke kwestie zal (moeten) zijn? (Savater en Kennedy)

  • In het onderwijzen gaat het primair over wat willen wij de toekomstige generatie meegeven en dat wat de huidige generatie duurzaam van waarde vindt Welke kennis en vaardigheden zijn gevraagd in de toekomst. Dat staat niet vast, maar is een punt van discussie: een politieke kwestie.

Verklaringen voor het feit dat onderwijs juist nieuwe ongelijkheden kan creëren.

  • Dominante waarden en normen worden altijd door het onderwijs gereproduceerd. Dit werkt deels uitsluitend.
  • Het selectiemechanisme in het onderwijs werkt vaak belemmerend voor groepen die weinig sociaal en cultureel kapitaal bezitten.
  • De definitiemacht ligt niet bij de zwakste groepen en is gericht op het continueren van de ongelijkheden.

Meritocratie en onderwijs

  • Meritocratie veronderstelt dat afkomst niet meetelt, maar slechts de eigen verdienste. Op basis van verdienste wordt een maatschappelijke plek aangewezen voor iemand, maar eigen verdienste is ook vaak een sociale verdienste die juiste niet alleen afhangt van eigen kunnen en kennen, maar van het aangeleerde sociale en culturele kapitaal.

Kritiekpunten van de Commissie Dijsselbloem op de wijze waarop onderwijsvernieuwingen werden ingevoerd.

  • De onderwijsvernieuwingen werden topdown ingevoerd door vaak externe deskundigen.
  • De vernieuwingen waren vaak niet gestaafd door wetenschappelijke feiten, maar door wishful thinking.

Factoren die van invloed zijn op het tot stand komen van sociale ongelijkheid

  • sociaal en cultureel kapitaal
  • kwaliteit docenten
  • opvoeding die bestaande ongelijkheden reproduceren
  • rol- en klassebevestigend onderwijs.

Sociale ongelijkheid als een ongewenst sociaal fenomeen

  • Sociale ongelijkheid voedt sociaal wantrouwen wat leidt tot een afnemende maatschappelijke dynamiek.

Het verband tussen de sociaal-economische achtergrond van leerlingen en behaalde schoolresultaten

  • Dit is van invloed op de schoolkeuze en het ambitieniveau van ouders en leerlingen, maar deze voorwaarden leiden niet noodzakelijk tot mindere schoolresultaten. De kwaliteit van de docenten is een veel bepalender voorwaarde.

Argumenten voor tegen de stelling: willen we iets doen tegen de onderwijsongelijkheid dan zullen we eerst iets moeten doen aan de sociale ongelijkheid.

Wat zouden we in het onderwijs kunnen doen om het verband tussen sociale ongelijkheid en onderwijsongelijkheid ten positieve te veranderen?

  • Zeker de kwaliteit van de docenten bespreekbaar maken en de eisen die aan leerlingen gesteld kunnen worden herzien. Het zou een uitkomst van politieke deliberatie moeten zijn.

Waar, goed en schoon onderwijs (Klarus & De Beer)

  • Het onderwijzen zouden we moeten funderen op visies van het ware, schone en goede. Niet omdat we weten wat deze precies zijn, maar juist omdat we ons daar een voorstelling van kunnen maken. Het zijn ankerpunten in ons handelen met kinderen binnen en buiten een schoolcontext.

De richting van de school en het daar gegeven onderwijs (Savater respectievelijk Boele)

  • De school moet een weerspiegeling zijn van de doelen en idealen van de autoriteiten en volwassenen in samenspraak met volwassen wordende kinderen.

Redenen voor het feit dat in het onderwijs zoveel mythes heersen

  • Mythes zijn vaak hardnekkig omdat veel handelen van onderwijsgevenden gebaseerd zijn op eigen vastgestelde ervaringen en vooroordelen. Het ontbeert vaak aan academische/sociaal-wetenschappelijke attitudes. We gaan in het onderwijs te veel op zoek naar de ‘witte zwaan’ in plaats van de ‘zwarte zwaan’. Het samenwerken en het kritisch professioneel bespreken van elkaars handelen en denken is zeldzaam in het onderwijs.

Hoe het komt het dat mythes vaak heel hardnekkig zijn

  • Zolang men niet opvalt in het onderwijs wordt men met rust gelaten.
  • Men mag dan handelen conform eigen vooroordelen.

Zijn de volgende twee stellingen mythes zijn of niet?

  • Meer geld leidt per definitie tot beter onderwijs.
  • Hoe hoger de docent is opgeleid des beter wordt het onderwijs.

Literatuur[bewerken]

  • Verbrugge, A., & Baardewijk, J. van. (2017). Onderwijs in tijden van digitalisering. Amsterdam, Nederland: Boom uitgevers Amsterdam.
  • Jolles, J. (2017). Het tienerbrein3e ed.). Amsterdam, Nederland: Amsterdam University Press.
  • Fernando Savater, De waarde van opvoeden Filosofie van onderwijs en ouderschap
  • Kees Boele, Onderwijsheid terug naar waar het echt om gaat
  • Ruud Klarus en Fredor de Beer (red.), Waar, goed en schoon onderwijs

Actualiteiten en achtergrond[bewerken]

  • Onderwijs en opvoeding in een (groot)stedelijke omgeving, Ruben Fukkink & Ron Oostdam
  • Het bevorderen van gelijke kansen en sociale samenhang, 26 juni 2017 | Advies Onderwijsraad
  • Kohnstammlezing: Hoe goed is het Nederlandse onderwijs?
  • Kohnstammlezing 2016: Andrëe van Es, Liever onverschrokken dan handelingsverlegen.
  • Identiteit, autoriteit, onderwijs, Paul Verhaege
  • Pedagogie over Hoop, Micha de Winter
  • Leraren met karakter, Wouter Sanderse
  • Onderwijsraad, Onderwijspolitiek na de commissie Dijsselbloem, 2014.
  • Ons onderwijs2031, Eindadvies, 2016.
  • Kohnstammlezing 2013: Sywert van Lienden, Het karakter tussen personalities en robotbreinen.
  • Kohnstammlezing 2014: James Kennedy, Democratisch burgerschap als goede omgangsvorm.
  • Kohnstammlezing 2015: A.H.G. Rinnooy Kan, Hoe goed is het Nederlandse onderwijs?
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.