Maatschappijleer/Economie de gebruiksaanwijzing - Ha-Joon Chang

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Inhoud

Wat is economie? Wat doen economen? Waarom zijn economen zulke slechte voorspellers? Chang biedt niet alleen de handvatten voor een beter begrip van de financiële wereld, maar geeft ook zijn visie op wat de economie voor iedereen kan betekenen, en dus niet alleen voor superrijken. Economie is onontbeerlijk voor het begrijpen van de krachten die bepalen hoe mensen, naties en economische systemen functioneren. En het laat helder zien hoe we economische rampspoed moeten begrijpen, en wat we eraan kunnen doen.

Samenvatting & begrippen[bewerken]

Het leven, het universum en alles - Wat is economie?[bewerken]

Wat is Economie?[bewerken]

Bètanijd (23) - Het verlangen om van je vak een exacte wetenschap te maken.


Is economie de studie van rationele menselijke keuzes... of bestudeert zij de economie?[bewerken]

Rationele keuzes (25) - Keuzes op basis van weloverwogen systematische calculatie van de best mogelijke manier waarop een doel bereikt kan worden met behulp van de onvermijdelijk schaarse middelen.

Gary Becker (25) - Beroemde econoom uit Chicago, in 1992 winnaar van de Nobelprijs voor Economie.

Neoklassieke school (25) - De huidige dominante economische stroming.

Economisch imperialisme (26) - De trend om de ‘economische benadering’ op alles toe te passen.


De economie heeft met geld te maken. Of toch niet?

Geld (27) - Geld staat symbool voor wat anderen in de samenleving jou schuldig zijn, of voor jouw aanspraak op een zeker deel van de geldmiddelen van de samenleving.

Financiële economie (27) Het creëren, kopen en verkopen van geld en andere financiële vorderingen.


De meest gebruikelijke manier om aan geld te komen is door te werken

Werk (27) -


Er vinden in de economie ook veel overdrachten plaats

Overdrachten (28) - Geld, goederen of diensten die je krijgt (ook in natura).

Economie van de publieke sector (28) - De Leer der Openbare Financiën, houdt zich bezig met de invloed van de publieke financiën op de economie (en vice versa).

Verzorgingsstaat (29) - Overheidsregelingen die geld of goederen in natura verstrekken aan degenen die er er slechts aan toe zijn. ( Maar dan met een grotere reikwijdte en royaler.)

Progressief belastingstelsel (29) - Degenen die meer verdienen, betalen een proportioneel groter deel van hun inkomen aan belastingen.

Algemene uitkeringen (29) - Iedereen heeft recht op een minimum inkomen en op basisvoorzieningen zoals gezondheidszorg en onderwijs.


Verdiende of overgedragen geldmiddelen worden gespendeerd aan goederen of diensten

Goederen en diensten (29) - Zaken waarmee behoeften worden bevredigd. Basisbehoeften: voedsel, kleding, energie, huisvesting. Mentale behoeften: boeken, muziekinstrumenten, sportbenodigdheden, tv’s, computers. Diensten: een busrit, bezoek aan de kapper, uit eten gaan, vakantie.

Diensten (29) - Zie Goederen en diensten.

Consumptie (29) - Het verbruiken van goederen.


Uiteindelijk moeten goederen en diensten worden geproduceerd

Productie (29) - Het maken van goederen en diensten met behulp van productiefactoren.

Arbeid (29) - Werk van mensen: het verrichten van bezigheden die nut hebben voor diegene die de arbeid verricht, voor zijn of haar naaste omgeving en/of voor de maatschappij als geheel.

Kapitaal (29) - Machines en gereedschap.


Slotopmerkingen: economie is het bestuderen van de economie[bewerken]

Van speld naar pinpas - Het kapitalisme van 1776 tot 2014[bewerken]

Van speld naar pinpas[bewerken]

Arbeidsdeling (35) - Het opdelen van het productieproces in kleinere, gespecialiseerde onderdelen.


Alles verandert: ook de actoren en de instituties van het kapitalisme[bewerken]

Economische actoren (36) - Degenen die zich met economische activiteiten bezig houden.

Economische instituties (37) - De regels die bepalen hoe de productie en andere economische activiteiten zijn georganiseerd.

Kapitalisme (37) - Een economie waarin de productie wordt georganiseerd met als doel winst te maken, in plaats van de productie alleen maar voor de eigen consumptie aan te wenden.

Zelfvoorzieningslandbouw (37) - De productie wordt alleen voor eigen consumptie aangewend (je verbouwt je eigen voedsel).

Winst (37) - Het verschil tussen wat je verdient door iets op de markt te verkopen en de kosten voor alle voor de productie benodigde inputs.

Omzet (37) - Inkomsten uit verkoop.

Kosten (37) -

Kapitaalgoederen (37) - Onder kapitaalgoederen worden ook wel de productiegoederen verstaan.

Productiemiddelen (37) -

Aandelen (37) -

Financieel kapitaal of geldkapitaal (37) -

Werknemers in loondienst (38) -

Markt (38) -

Concurrentie (38) -

Kapitalisten zijn anders

Beperkte aansprakelijkheid (38) -


Arbeiders zijn ook anders

Pachters (39) -

Pachtheren (39) -

Slaven (39) -


De markten zijn veranderd

Volkomen mededinging (41) -

Monopolie (41) -

Oligopolie (41) -

Monopsonie (41) -

Oligopsonie (41) -

Marktmacht (41) -

Kartelvorming (41) -

Mededingingswet of antitrustwet (41) -

Antimededingingspraktijken (41) -


Geld - het financiele systeem - is ook veranderd

Centrale bank (42) -

Gouden standaard (42) -

Bankieren (42) -

Bankieren (42) -

Effectenbeurzen (42) -

Staatsobligaties (42) -

Bedrijfsobligaties (42) -

Kredietgever in laatste instantie (42) -


Slotopmerkingen: veranderingen in de echte wereld en economische theorieën[bewerken]

Hoe zijn we hier verzeild geraakt? - Een korte geschiedenis van het kapitalisme[bewerken]

Het ene fucking ding na het andere: wat is het nut van geschiedenis?[bewerken]

Economische geschiedenis (49) - De geschiedenis van hoe onze economie zich heeft ontwikkeld.


De werkelijkheid is wonderlijker dan de verbeelding: geschiedenis is belangrijk

De schildpad en de slak: de wereldeconomie vóór het kapitalisme[bewerken]

West-Europa groeide buitengewoon langzaam... maar toch verliep de groei daar sneller dan in de rest van de wereld

Inkomen per hoofd (52) -


De opkomst van het kapitalisme: 1500-1820[bewerken]

Het kapitalisme ontstaat - in slowmotion


De opkomst van nieuwe wetenschappen, technologieën en instituties


Het begin van de koloniale expansie


Kolonialisme laat diepe littekens na


1820-1870: de industriële revolutie[bewerken]

De turbostand: begin van de industriele revolutie


Een levensverwachting van zeventien jaar en een tachtigurige werkweek: velen worden in ellende gedompeld


De opkomst van antikapitalistische bewegingen

Centraal geleide economie / planeconomie (57) Marx: Het centraal plannen van het economische beleid. Marx zegt ook: afschaffen van private eigendommen en productiemiddelen en daarvoor in de plaats kapitalisme gecreëerde grote productie-eenheden behouden.


De mythe van de vrije markt en vrijhandel: hoe het kapitalisme zich werkelijk heeft ontwikkeld

Vrijhandel (58) - De overheid beperkt internationale handel niet en heft hier geen belasting over.

Vrije markt (58) - De overheid bemoeit zich niet met de werking van de markt.

Invoerrechten (59) -


De VS als kampioen van het protectionisme

Infant industry-argument (60) De industrie staat in de kinderschoenen dus moet de overheid deze beschermen tegen superieure buitenlandse concurrenten. Dit is het argument van de ontluikende industrieën. Congres V.S. 1791


De vrijhandel breidt zich uit - meestal op onvrije manier

Vrijhandelsovereenkomsten (61) - Een overeenkomst waarbij importrestricties en -heffingen voor de exportgoederen van een land worden afgeschaft.

Ongelijke verdragen (61) -

Tariefautonomie (61) -


1870-1913: de hoogtijdagen[bewerken]

Het kapitalisme schakelt in een hogere versnelling: de opkomst van de massaproductie

Massaproductie (62) -


Opkomst van nieuwe economische instituties om de groeiende schaal, risico's en instabiliteit van de productie aan te kunnen


De 'liberale' gouden eeuw bleek toch niet zo liberaal te zijn

Globalisering (64) -

Liberale economische beleid (64) -

Laissar-faire beleid (64) -

Sluitende begroting (64) -


'Liberaal': het verwarrendste woord ter wereld?

Liberalisme (65) -

Minimale staat (65) -

Libertarians (65) -

Neoliberalisme (66) -

Washington consensus (66) -


1914-1945: de periode van grote beroering[bewerken]

Het kapitalisme struikelt: de Eerste Wereldoorlog en het eind van de liberale gouden eeuw


Het kapitalisme krijgt een rivaal: de Russische Revolutie en de opkomst van het socialisme


Kapitalisme in mineur: de crisis van 1929


Hervormingen: de VS en Zweden gaan voorop


Het kapitalisme wankelt: de groei vertraagt en het socialisme doet het beter dan het kapitalisme


1945-1973: de gouden eeuw van het kapitalisme[bewerken]

Het kapitalisme doet het op alle fronten goed: groei, werkgelegenheid en stabiliteit


Factoren achter het succes van de gouden eeuw

Betalingsbalans (73) -

Gemengde economie (74) -


Kapitalisme in een nieuw jasje: beleid en instituties op de bres voor de werknemer


Gereguleerd kapitalisme: overheden reguleren en modelleren markten - op allerlei manieren

Staatsbedrijven (75) -

Contracyclisch macro-economisch beleid (75) -

Selectief industriebeleid (76) -

Indicatieve planning (76) -


De nieuwe dageraad: ontwikkelingslanden geven hun economie eindelijk een impuls

Importsubsidie (77) -


De middenweg: het kapitalisme werkt het best met de juiste overheidsintenties


1973-1979: het interregnum[bewerken]

Stagflatie (79)'-


1980 tot heden: opkomst en ondergang van het neoliberalisme[bewerken]

Activa - Totale bezittingen van een bedrijf. In de kosten- en winstbepaling, een deelgebied van de bedrijfseconomie, wordt met de activa van een onderneming de in geld uitgedrukte waarde bedoeld die het geheel aan bezittingen van de onderneming vertegenwoordigt. Tegenover de activa staan de passiva, de som van het eigen en het vreemde vermogen. Op de balans van een onderneming zijn de activa en de passiva altijd exact aan elkaar gelijk.


De IJzeren Dame: Margaret Thatcher en het einde van het Britse naoorlogse compromis

Kapitaalcontrole (80) -

Privatisering (80) -


De acteur: Ronald Reagan en de transformatie van de Amerikaanse economie

Trickle-downtheorie (81) -

Aanbodeconomie (81) -

Vijandige overnames (81) -

Verkoop van waardevolle activa (81) -

Afslanking (81) -


De schuldencrisis van de derde wereld en het einde van de industriële revolutie

Schuldencrisis van de derde wereld (82) -

Structureel aanpassingsprogramma / SAP (82) -


De val van de Muur en de ineenstorting van het socialisme


Eén wereld, gereed of niet: globalisering en de nieuwe economische wereldorde


Het begin van het einde: de Aziatische financiële crisis

Activa-zeepbel (86) - De prijzen van vastgoed,aandelen, e.d. (Activa-prijzen) waren op basis van overspannen verwachtingen ver boven het realistische niveau gestegen.


De valse dageraad: van de internetzeepbel naar de Great Moderation


Een kink in de kabel: de wereldwijde financiële crisis van 2008


De 'keynesiaanse lente' en de terugkeer van de orthodoxe vrijemarkteconomie - en hoe!

Kwantitatieve versoepeling (89) -

Radicale bezuinigingen op de begrotingen (89) -


De gevolgen: een verloren decennium?


Te laat en te weinig? Mogelijke hervormingen

Laat honderd bloemen bloeien - Hoe 'bedrijf' je economie?[bewerken]

Eén ring om allen te regeren? De verschillende benaderingen van economie[bewerken]

Cocktails of de hele drankkast? Hoe je dit hoofdstuk kunt lezen[bewerken]

De klassieke school[bewerken]

De markt houdt alle producenten scherp door middel van concurrentie, dus laat hen met rust.

Politieke economie (98) -


De onzichtbare hand, de Wet van Say en vrijhandel: de voornaamste argumenten van de klassieke school

Onzichtbare hand (99) -

Comparatieve voordeel (99) - Dit houdt in dat een land een bepaald product relatief goedkoper kan produceren dan een handelspartner in vergelijking met andere producten, zelfs wanneer één speler alles voordeliger kan produceren dan de andere speler. De theorie wordt over het algemeen toegeschreven aan David Ricardo. Het principe dat men op een bepaalde plaats beter is in de productie van een artikel en op een andere plaats beter in een ander artikel, wordt het absoluut voordeel genoemd en werd bekend door Adam Smith.


Klassenanalyse en comparatief voordeel: het belang van de klassieke school voor de huidige tijd


Soms fout, soms achterhaald: beperkingen van de klassieke school

Macro-economisch (101) -

Micro-economisch (101) -

De Neoklassieke school[bewerken]

Individuen weten wat ze doen, dus laat hen hun gang gaan - behalve als de markt slecht functioneert.


Vraagfactoren, individuen en ruiltransacties: verschillen met de klassieke school

Arbeidswaardetheorie (102) -

Nut (103) -

Onnut (103) -


Op eigenbelang gerichte individuen en een zichzelf in evenwicht houdende markt: overeenkomsten met de klassieke school

Pareto-criterium (104) -

Externaliteit (104) -

Negatieve externe effecten (104) -

Positieve externe effecten (104) -


De contrarevolutie: de wedergeboorte van het vrijemarktdenken

Compensatieprincipe (105) -

Informatie-economie (105) -

Asymmetrische informatie (105) -

Overheidsfalen (106) -


Precisie en veelzijdigheid: de sterke punten van de neoklassieke school


Onrealistische individuen, klakkeloze acceptatie van status quo en verwaarlozing van de productie: beperkingen van de neoklassieke school

De Marxistische school[bewerken]

Het kapitalisme is een machtig vehikel voor economische vooruitgang, maar het zal instorten, omdat privaat bezit een obstakel gaat vormen voor verdere vooruitgang.


Arbeidswaardetheorie, klassen en productie: de marxistische school als de 'ware' opvolger van de klassieke school


Productie vormt het hart van het economische systeem

Basis of productiewijze (108) -

Productiekrachten (108) -

Productieverhoudingen (108) -

Superstructuur (108) -


Klassenstrijd en de systemische ineenstorting van het kapitalisme


Vol Noodlottige fouten, maar nog steeds bruikbaar: theorieën over de onderneming, arbeid en technologische vooruitgang


De ontwikkelingstraditie[bewerken]

Achtergebleven economieën kunnen zich niet ontwikkelen als ze alles aan de markt overlaten.


Een veronachtzaamde traditie


Het productievermogen vergroten om economische achterstaand weg te werken

Productievermogen (112) -


Voorlopers van de ontwikkelingstraditie: het mercantilisme, het 'infant industrie'-argument en de Duitse historische school

Mercantilisten (113) -


De ontwikkelingstraditie in de moderne economie: ontwikkelingseconomie

Linkages (114) -


Bruikbaarder dan je zou denken: een evaluatie van de ontwikkelingstraditie


De Oostenrijkse school[bewerken]

Niemand weet genoeg, dus laat iedereen met rust.


Sinaasappels zijn niet de enige vruchten: verschillende typen vrijemarkteconomieën


Complexiteit en beperkte rationaliteit: de Oostenrijkse verdediging van de vrije markt

Spontane ordening (116) -


Spontane versus gecontroleerde ordening: beperkingen van het Oostenrijkse argument


De (neo)schumperiaanse school[bewerken]

Het kapitalisme is een machtig vehikel van economische vooruitgang, maar uiteindelijk zal het verschrompelen omdat ondernemingen steeds groter en bureaucratischer worden.


Uitbarstingen van creatieve destructie: Schumpeters theorie over de ontwikkeling van het kapitalisme

Innovaties (119) -

Surpluswinst (119) -


Waarom voorspelde Schumpeter de teloorgang van het kapitalisme en waarom had hij het bij het verkeerde eind?

Incrementele innovaties (120) -

Nationaal innovatiesysteem (120) -


De keynesiaanse school[bewerken]

Wat goed is voor het individu hoeft niet goed te zijn voor de hele economie.


Waarom is er werkeloosheid? De keynesiaanse uitleg

Volledige werkgelegenheid (122) -

Onzekerheid (122) -

Risico (122) -


Een actief fiscaal beleid voor volledige werkgelegenheid: de keynesiaanse oplossing

Animal spirits (123) -

Effectieve vraag (123) -


Geld krijgt een heuse taak in de economie: de keynesiaanse theorie over financiering

Liquiditeit (123) -

Speculeren (123) -


Een economische theorie voor de twintigste eeuw - en daarna?


'Op de lange termijn zijn we allemaal dood': de tekortkomingen van de keynesiaanse school


De Institutionele school - oud, nieuw en nieuw oud?[bewerken]

Individuen zijn het product van hun samenleving, ook al kunnen ze de regels van die samenleving veranderen.

Instituties (125) -


Individuen worden door de samenleving gecreëerd: de opkomst van de institutionele school


Individuen worden niet volledig bepaald door de samenleving: de tanende invloed van de institutionele school


Transactiekosten en instituties: de opkomst van de nieuwe institutionele economie

Transactiekosten (127) -


Instituties leggen niet alleen maar beperkingen op: bijdragen en begrenzingen van de nieuwe institutionele economie

Eigendomsrechten (128) -


De behavioristische school[bewerken]

Wij zijn niet slim genoeg, en daarom moeten we onze eigen keuzevrijheid doelbewust aan banden leggen via regels.


Grenzen aan de menselijke rationaliteit en de behoefte aan individuele en maatschappelijke regels

Begrensde rationaliteit (130) -

Heuristische methode (130)'-

Satisficing (130) -


Markteconomie versus organisatie-economie

Organisatieroutines (131) -

Organisatie-economie (132) -


Waarom emotie, loyaliteit en eerlijkheid ertoe doen

Te zeer gericht op het individu? Een evaluatie van de behavioristische school


Slotopmerkingen: hoe we de economische wetenschap kunnen verbeteren[bewerken]

Behoud van intellectuele diversiteit en kruisbestuiving van ideeën stimuleren


Hoe wij allemaal, niet slecht beroepseconomen, een bijdrage kunnen leveren om de economie te verbeteren

Dramatis personae - Wie zijn de economische spelers?[bewerken]

Individuen als helden en heldinnen[bewerken]

Voorkeurssysteem (141) - Als consument bepaald elk individu haar keuzes aan de hand van een zelf ontwikkeld voorkeurssysteem.

Vraagcurve (141) - De vraag naar producten bij verschillende prijsniveaus.

Aanbodcurve (141) - De hoeveelheid die de producenten bij elk prijsniveau bereid zijn te leveren.

Marktevenwicht (141) - Het punt waar de vraag- en aanbodcurve elkaar kruisen.


De aantrekkingskracht van de individualistische opvatting van de economie en de grenzen ervan


Organisaties als de echte helden: de realiteit van de economische besluitvorming[bewerken]

Ondernemingen zijn de belangrijkste besluitvormers, niet individuen

Handelsstromen binnen ondernemingen -

Multinationale onderneming (144) -

Transnationale onderneming (144) -


In ondernemingen worden beslissingen anders genomen dan door individuen

Preferente aandelen (144) -

Dividend (145) -

Gewone aandelen (145) -


Wie zijn de aandeelhouders?

Dominante aandeelhouder (145) -

Controlerend belang (145) -


De scheiding van eigendom en zeggenschap

Scheiding van eigendom en zeggenschap (146) -

Principaal-agentprobleem (146) -

Aandelenopties (146) -

Maximalisering van aandeelhouderswaarde (146) -


Werknemers en overheden hebben ook invloed op bedrijfsbeslissingen

Medezeggenschap (147) -


Volkswagen en de complexiteit van moderne besluitvorming in bedrijven


De cooperatie als alternatieve vorm van bedrijfseigendom en -bestuur

Coöperaties (148) -

Consumentencoöperatie (148) -

Kredietvereniging (148) -

Productencoöperaties (148) -


'One man, one vote': regels van coöperatieve besluitvorming


Veel werknemers nemen geen beslissingen meer als individu

Vakbonden (149) -


Sommige vakbonden spelen zelfs een rol in de nationale beleidsvorming


De overheid is de allerbelangrijkste economische actor


Hoe overheden beslissingen nemen: compromissen, compromissen (en lobbyen)


Internationale organisaties met geld: de Wereldbank, het IMF en andere


Internationale organisaties die de regels bepalen: de WTO en de BIS


Internationale organisaties die ideeën verbreiden: VN-organisaties en de ILO


Zelfs individuen zijn niet wat je zou denken[bewerken]

Het verdeelde individu: individuen hebben een 'meervoudig zelf'

Meervoudige zelf (154) -


Het ingebedde individu: individuen worden gevormd door hun samenleving

Socialisatie (155) -


Het beïnvloedbare individu: individuen worden bewust door anderen gemanipuleerd


Het gecompliceerde individu: individuen zijn niet alleen maar zelfzuchtig

Welbegrepen eigenbelang (158) -


Het stuntelende individu: individuen zijn niet erg rationeel


Slotopmerkingen: alleen onvolkomen individuen kunnen echte keuzes maken[bewerken]

Keuzesets (160) -

Hoeveel wilt u dat het is? - Output, inkomen en geluk[bewerken]

Output[bewerken]

Bruto binnenlands product - bbp (171) -

Toegevoegde waarde (171) -

Intermediaire inputs (171) -

Kapitaalgoederen (172) -

Afschrijving (172) -

Netto binnenlands product - nbp (172) -


Netto binnenlands product of nbp

Bruto nationaal product - bnp (172) -


Bruto nationaal product of bnp

Bbp of bnp per hoofd -


Beperkingen van het bbp en het bnp als maatstaf


Waarom moeten we 'echte cijfers' kennen?


Het grootste deel van de mondiale output wordt door een klein aantal landen geproduceerd


De meest opkomende economien produceren een fractie - en dan bedoel ik echt een fractie - van wat de rijkst elanden produceren


Inkomen[bewerken]

Bruto binnenlands inkomen of bbi

Bruto binnenlands inkomen - bbi (176) -


Bruto nationaal inkomen of bni, en het bni per hoofd

Bruto nationaal inkomen - bni (177) -


Correctie voor de verschillen in prijsniveau: koopkrachtpariteit (ppp)


Inkomenscijfers zijn niet helemaal representatief voor de levensstandaard, zelfs niet met een ppp-correctie

Positionele goederen (179) -


De zogeheten rijke landen hebben een inkomen per hoofd van meer dan 40.000 dollar


De gemiddelde burger in de armste vier landen verdient nog niet eens 1 dollar per dag

Minst ontwikkelde landen (182) -


Je hebt arme landen en arme landen: kloven tussen ontwikkelingslanden


ppp-correcties tonen aan dat kloven in levensstandaard niet zo ernstig zijn als kloven in productiviteit

Geluk[bewerken]

Niet alles wat telt is meetbaar, niet alles wat meetbaar is telt mee: kan - en moet - geluk meegeteld worden?


Adaptieve preferentie en vals bewustzijn: waarom we er niet helemaal op kunnen vertrouwen hoe mensen hun eigen geluk beoordelen

Adaptieve preferenties (186)


The Matrix en de grenzen van studies naar geluk


Studies die geluk objectiever meten

Slotopmerkingen: waarom cijfers in de economie nooit objectief kunnen zijn[bewerken]

Basisbehoeften (188) - Voedsel, kleding, onderdak, basisgezondheidszorg en basisonderwijs.

Hoe groeit je tuin? - De wereld van de productie[bewerken]

Economische groei en economische ontwikkeling


Economische ontwikkeling opgevat als ontwikkeling van productief vermogen[bewerken]

Economische ontwikkeling (194) - Een economisch groeiproces dat is gebaseerd op de toename van de productieve vermogens van een economie: het vermogen om haar productieactiviteiten te organiseren, en belangrijker nog, te transformeren.


Economieën met een laag productief vermogen zijn niet eens zeker van de waarde van hun product[bewerken]

Technologische veranderingen liggen aan de basis van economische ontwikkeling[bewerken]

Het draait niet allen om technologie: het belang van arbeidsorganisatie[bewerken]

Assemblagelijn (197) - Arbeiders worden opgesteld in de volgorde van hun taak in het productieproces.

Lopende band (197) - Aan het eind van de negentiende eeuw werd de assemblagelijn gecombineerd met een bewegende band. De kapitalisten konden het werktempo eenvoudig opschroeven door de snelheid van de lopende band te verhogen.


De opkomst van het fordisme of de massaproductie[bewerken]

Taylorisme (197) - Taylor betoogde dat het productieproces moest worden opgedeeld in zo eenvoudig mogelijke taken en dat de wetenschappelijke analyse van het arbeidsproces moest vaststellen wat de meest effectieve methode was om die taken uit te voeren, die vervolgens aan de werknemers moest worden onderwezen.

Wetenschappelijke bedrijfsvoering (197) - Zie Taylorisme.

Massaproductie (197) - Door de lopende band met het principe van Taylor te combineren ontstond aan het begin van de 20e eeuw de massaproductie: het op grote schaal produceren van de zelfde producten.

Vaste bedrijfskosten (198) - De inrichting van de productiefaciliteiten.

Arbeidsproces (198) - Het totaal van alle handelingen waaruit de producten van de arbeid ontstaan.


Aanpassing aan het systeem van massaproductie: het systeem van lean production[bewerken]

Systeem van slanke productie (198) - Ook wel lean production. In dit systeem worden onderdelen ‘just in time’ voor de productie geleverd, waardoor inventariskosten worden geëlimineerd. Verder wordt door samenwerking met de toeleveranciers de kwaliteit van de geleverde onderdelen verhoogd, waardoor de noodzaak van correcties en aanpassingen aan het eind van de productielijn waar fordistische fabrieken altijd mee te kampen hebben gehad, enorm afneemt.


Productieve vermogens die het bedrijfsniveau overstijgen zijn ook belangrijk[bewerken]

Je perspectief raakt vertekend als je niet controleert of groeicijfers algemeen of per hoofd zijn[bewerken]

Waarom een groei van 6 procent een 'wonder' is[bewerken]

De kracht van samengestelde cijfers[bewerken]

Samengestelde cijfers (201) - Groeicijfers waarbij de verhoogde output van elk jaar aan de bestaande output wordt toegevoegd. (Als je wilt weten hoeveel jaar het duurt voordat de omvang van de economie van een land verdubbeld is, deel je 70 door het groeipercentage.)


In tegenstelling tot economische groei kan economische ontwikkeling niet met één indicator worden gemeten[bewerken]

Het aandeel van investeringen in het bbp is de belangrijkste indicator voor de ontwikkeling van een land[bewerken]

Vast kapitaal (202) - Machines en bouwwerken (zoals gebouwen en spoorwegen).

Investeringsratio (202) - Dit is een goede indicator van het ontwikkelingspotentieel van een land op basis van de bruto vaste kapitaalvorming in relatie tot het bruto binnenlands product (bvkv/bbp). De positieve relatie tussen de investeringsratio van een land en de economische groei is zelfs een van de weinige relaties in de economie die niet ter discussie staan.

Bruto vaste kapitaalvorming - bvkv (202) - Investeringen in vast kapitaal (machines en bouwwerken).


Het R&D cijfer is een goede indicator voor rijkere landen[bewerken]

R&D (203) - Research and development. Onderzoek en ontwikkeling.


Mechanisatie en chemische processen vergemakkelijken de productiviteitsverhoging in de industrie[bewerken]

Het 'onderwijscentrum' van de economie[bewerken]

Kapitaalgoederen (205) - Machines en transportmiddelen.

Consumentengoederen (205) - Wasmachines en ontbijtgranen.


De opkomst van de postindustriële samenleving?[bewerken]

Postindustriële samenleving (206) - De industrialisatie gaat een minder grote rol in de economie spelen.

De-industrialisatie (206) - Een krimp in het aandeel van de industriële productie en een daarmee gepaard gaande stijging van het aandeel van de dienstverlening in zowel output als werkgelegenheid.


De-industrialisatie wil niet zeggen dat we minder industriële producten maken[bewerken]

Constante prijzen (207) - Toepassing van de prijzen van het basisjaar op de hoeveelheden die in de daaropvolgende jaren worden geproduceerd.

Lopende prijzen (207) - Actuele prijzen.


=== De industrialisatie kan deels worden toegeschreven aan 'optische illusie'

Uitbesteed (207) - Geleverd door onafhankelijke bedrijven.

Offshoring (207) - Uitbesteed aan onafhankelijke buitenlandse bedrijven.


Dingen maken is nog steeds van belang[bewerken]

De agrarische wereld is nog steeds verrassend belangrijk[bewerken]

In rijke landen is de industriële productie minder belangrijk dan vroeger[bewerken]

Succes gebaseerd op de dienstensector>: Zwitserland, Singapore en India[bewerken]

Handelstekort (212) - De handelsbalans is een onderdeel van de betalingsbalans van een land. Aan de ontvangstenkant staat de geldwaarde van de export van een land over een bepaalde periode. Aan de uitgavenkant staat de geldwaarde van de import. Bij een handelstekort is de import groter dan de export.

Handelsoverschot (212) - Bij een handelsoverschot is de export groter dan de import.


We moeten serieus rekening houden met milieueisen[bewerken]

Technologische ontwikkelingen kunnen de oorzaak zijn van milieuproblemen, maar ook de oplossing maar technologische oplossingen hebben hun grenzen[bewerken]

Ontwikkelingslanden hebben nog steeds méér economische ontwikkeling nodig om hun levensstandaard te verhogen en zich beter aan te kunnen passen aan de klimaatverandering[bewerken]

Klimaatadaptie (215) - Ontwikkelingslanden zullen hun productieve vermogens moeten verhogen om de gevolgen van de klimaatverandering op te kunnen vangen.


Rijke landen moeten hun economieën blijven ontwikkelen, maar moeten hun prioriteiten op gebied van productie en consumptie radicaal wijzigen[bewerken]

Slotopmerkingen: waarom we meer aandacht aan de productie moeten schenken[bewerken]

Problemen bij de Fiduciaire Vertrouwensbank - Financiën[bewerken]

Banken doen beloften die ze niet kunnen nakomen[bewerken]

Bankrun (222) -


Bankieren is een (vorm van) oplichterij, maar maatschappelijk gezien bruikbaar (indien goed beheerd)[bewerken]

Besmettingseffect (223) -

De centrale bank is het belangrijkste instrument om vertrouwen in het banksysteem te houden[bewerken]

Liquiditeitscrisis (224) -

Solvabiliteitscrisis (224) -

Financiële injectie (224) -


Het vertrouwen nog verder schragen: depositogarantiestelsel en prudentieel of verstandig toezicht[bewerken]

Depositogarantiestelsel (224) -

Prudentieel toezicht (225) -


Het 'traditionele' financiële systeem (sinds het midden van de twintigste eeuw)[bewerken]

Persoonlijke onderneming (225) -

Beursgenoteerde onderneming (225) -

Beursgang (225) -

Overnamemarkt (226) -

Acquisitie (226) -

Fusie / merger (226) -

Beursindex (226) -


Banken die we niet zien: investment banks[bewerken]

Algemene banken / handelsbanken (228) -


De belangrijkste rol van een investeringsbank is (of was) facilitering van emissie van en het handelen in aandelen en obligaties[bewerken]

Institutionele beleggers (229) -

Pensioenfondsen (229) -

Sovereign wealth funds (229) -

Beleggingsfondsen / unit trusts (229) -

Hedgefondsen (229) -

Private-equityfondsen (229) -

Handel voor eigen rekening (229) -

Fusies en overnames / M&A: mergers and acquisitions (229) -

Gesecuritiseerde (geherstructureerde) schuldproducten (229) -

Derivaten (229) - Afgeleiden van gesecuritiseerde (geherstructureerde) schuldproducten. Deze hebben zelf geen intrinsieke waarde maar ontlenen deze aan dingen of gebeurtenissen buiten hen om. Je zou kunnen zeggen dat derivaten weddenschappen zijn op hoe andere dingen zich mettertijd zullen ontwikkelen.


Gesecuriseerde schuldproducten worden gecreëerd door afzonderlijke leningen in een samengestelde obligatie te bundelen[bewerken]

Asset-backed securities / ABS (230) - Een ABS voegt duizenden leningen - voor huizen, auto's, creditcards, collegegeld, zakelijke leningen, enzovoort - samen en vormt daar een grotere, samengestelde obligatie van.










Calloptie (234)[bewerken]

Bij een optiecontract wordt zo de optie om te kopen genoemd.

Credit default swap / CDS (231)[bewerken]

Een bescherming tegen het in gebreke blijven van CDO's.

Collatereralized debt obligations / CDO’s (230)[bewerken]

ABS'en worden gestructureerd in een nieuwe samengestelde obligatie.

Financiële deregulering (236)[bewerken]

De afschaffing of versoepeling van bestaande regelgeving met betrekking tot financiële activiteiten.

Forward (232)[bewerken]

Een termijncontract; het prototype van een derivaat.

Een klassiek voorbeeld is dat van de rijstboer en rijsthandelaar die met elkaar overeenkomen dat de boer na de oogst aan de handelaar zal verkopen tegen een van tevoren afgesproken prijs.

Futures (233)[bewerken]

Een gestandaardiseerd termijncontract.

Investmentbanken (228)[bewerken]

Op de beurs verhandelbaar (233)[bewerken]

Optiecontract (234)[bewerken]

Een optiecontract geeft een contracterende partij het recht (maar niet de verplichting) om een goed tegen een nu vastgestelde prijs op een afgesproken toekomstige datum te kopen (of te verkopen).

Het is ook een standaardhoeveelheid van de betreffende optiesoort. Bij beursgenoteerde aandelen is deze standaardhoeveelheid voor opties meestal 100 stuks.

Over-the-counter-derivaten / OTC-derivaten (233)[bewerken]

Op maat gemaakte derivaten waarbij een bedrijf zich tegen schommelingen in buitenlandse valuta in wil dekken door een termijncontract af te sluiten met een bank om een bepaalde valuta tegen een vooraf bepaalde koers in te wisselen.

Putopie (234)[bewerken]

Bij een optiecontract wordt zo de optie om te verkopen genoemd.

Residential mortage backed security / RMBS (230)[bewerken]

Door duizenden hypotheken te bundelen kun je er zeker van zijn dat de gemiddelde lener zal terugbetalen, ook al loop je een vrij hoog risico dat een individuele lener in gebreke blijft.

Swap (234)[bewerken]

Een swap is zoiets als een weddenschap op een reeks toekomstige gebeurtenissen; je zou een swap kunnen zien als een aantal gebundelde termijncontracten.

Terugkopen van aandelen (240)[bewerken]

Bedrijven kopen hun eigen aandelen terug om de prijs per aandeel omhoog te stuwen.

Tranches (231)[bewerken]

Een nieuwe (samengestelde) obligatie die is onderverdeeld in 'plakjes' met verschillende risiconiveaus.

Winstuitkeringen (243)[bewerken]

De winst die aan aandeelhouders wordt uitgekeerd in de vorm van dividenden en het terugkopen van aandelen.

De geit van Boris moet dood - Ongelijkheid en armoede[bewerken]

Absolute armoede (261)[bewerken]

Het onvermogen om te kunnen beschikken over een inkomen om in de meest fundamentele basisbehoeften te kunnen voorzien, zoals voedsel, kleding en onderdak.

Armoedecijfer (265)[bewerken]

Het aantal mensen met een inkomen lager dan de nationale armoedegrens.

Armoedegrens (262)[bewerken]

Onder armoedegrens wordt meestal verstaan: het inkomen dat iemand nodig heeft om te kunnen voorzien in zijn of haar basisbehoeften (minimale voorwaarden die nodig zijn om menswaardig te kunnen leven: kleding, goed drinkwater, voldoende voedsel, goede huisvesting, goed onderwijs en goede gezondheidszorg). Bij een inkomen gelijk aan de armoedegrens gaat het inkomen geheel op aan noodzakelijke uitgaven. Er is dan geen vrij te besteden inkomen ("discretionary spending") over.

Armoedekloof (263)[bewerken]

Er wordt van iedere arme bepaald hoever hij of zij van de armoedegrens af zit.

Head of count measure of poverty (263)[bewerken]

Het meten van armoede in termen van aantallen armen.

Kuznets-hypothese (254)[bewerken]

Simon Kuznets' theorie is dat de inkomensongelijkheid in een land toeneemt tijdens de industrialisatie van dit land. Als de industrialisatie zich doorzet zal die ongelijkheid weer afnemen. Kuznet ontwikkelde deze theorie in de jaren vijftig van de twintigste eeuw.

Landhervormingsprogramma’s (255)[bewerken]

Lorenz-curve (256)[bewerken]

De Lorenz-curve geeft het verband weer tussen het cumulatief percentage van de bevolkingsomvang, en het cumulatief percentage van de inkomens van diezelfde bevolking. De Lorenz-curve werd ontwikkeld in 1905 door Max O. Lorenz, om de inkomensverdeling weer te geven.

Menselijk kapitaal (256)[bewerken]

Kennis en vaardigheden die individuen zich eigen maken door onderwijs en training.

Multidimensionale armoede (262)[bewerken]

Dit is bijvoorbeeld als mensen net genoeg inkomen hebben om in de basisbehoeften te kunnen voorzien, maar niet of nauwelijks toegang hebben tot gezondheidszorg of onderwijs.

Armoede heeft niet enkel betrekking op een gebrek aan inkomen, maar op verscheidene aspecten van het maatschappelijk leven. In de context van de Europa 2020-strategie is een indicator over het risico op armoede of sociale uitsluiting gedefinieerd die drie dimensies van armoede omvat: monetair, werk en materiële deprivatie.

Palma-ratio (257)[bewerken]

Referentiegroep (258)[bewerken]

De personen of groepen die dienst doen als een vergelijkingspunt voor de vorming van gedrag bij een individu. Referentiegroepen zijn soms aspiratiegroepen.

Relatieve armoede (262)[bewerken]

Bij relatieve armoede worden de levensomstandigheden van een groep of persoon beoordeeld in verhouding met zijn omgeving. Het is dus feitelijk een index voor inkomensongelijkheid. Relatieve armoede komt overal voor.

Sociaal kapitaal (251)[bewerken]

Sociaal kapitaal kan algemeen omschreven worden als ‘de hulpmiddelen die in een gemeenschap aanwezig zijn om de gezins- en sociale organisatie vorm te geven.

Vermogen (256)[bewerken]

Eigendom van activa zoals onroerend goed of aandelen.


Ik ken wel een paar mensen die werken - Werk en werkeloosheid[bewerken]

Werk als bepalende factor van het mens zijn[bewerken]

De hond die niet blafte: de curieuze afwezigheid van werk in de economie[bewerken]

Voor veel werkenden gold dat hun fundamentele mensenrechten werden geschonden - en voor veel werkenden geldt dat nog steeds[bewerken]

Contractarbeider (272)

Na de afschaffing van de slavernij in de 19e eeuw kwamen er anderhalf miljoen Indiërs, Chinezen en zelfs Japanners als contractarbeiders naar overzeese gebiedsdelen om de slaven te vervangen.

Een contractarbeider had tijdens de duur van het contract (drie tot tien jaar) slechts minimale rechten.

Dwangarbeid (273)

Er is nog steeds een grote groep mensen wier arbeid is gebaseerd op de schending van hun fundamentele mensenrechten.

Hoe arbeid ons vormt[bewerken]

Arbeid beïnvloedt ons lichamelijke, intellectuele en geestelijke welzijn[bewerken]

'Werken zo lang als je wilt': arbeidsnormen versus vrije keuze[bewerken]

Arbeidswetten Wetten die we opleggen met betrekking tot zaken als arbeidstijd, veiligheid op de werkvloer of arbeidsonzekerheid.

Dwangarbeid[bewerken]

Kinderarbeid[bewerken]

Mensen in arme landen werken veel langer dan die in rijke landen[bewerken]

Beroepsbevolking (285)[bewerken]

Contractarbeider (272)[bewerken]

Na de afschaffing van de slavernij in de 19e eeuw kwamen er anderhalf miljoen Indiërs, Chinezen en zelfs Japanners als contractarbeiders naar overzeese gebiedsdelen om de slaven te vervangen.

Een contractarbeider had tijdens de duur van het contract (drie tot tien jaar) slechts minimale rechten.

Dwangarbeid (272)[bewerken]

Economische actieve bevolking (286)[bewerken]

Frictiewerkeloosheid (282)[bewerken]

Gedeeltelijke werkeloosheid in termen van arbeidsduur (277)[bewerken]

Industriële reserveleger (285)[bewerken]

Informele sector (277)[bewerken]

Niet-werkende-stand (271)[bewerken]

Een kleine minderheid van niet werkenden.

The Theory of the Leisure Class: An Economic Study of Institutions (1899), by Thorstein Veblen, is a treatise on economics and a detailed, social critique of conspicuous consumption, as a function of social class and of consumerism, derived from the social stratification of people and the division of labour, which are the social institutions of the feudal period (9th – 15th centuries) that have continued to the modern era.

Ontmoedigde werknemers (286)[bewerken]

Politieke werkeloosheid (283)[bewerken]

Structurele werkeloosheid / technologische werkeloosheid (282)[bewerken]

Systematische werkeloosheid (285)[bewerken]

Verborgen werkeloosheid (277)[bewerken]

Werkeloosheidsuitkering (281)[bewerken]

Leviathan of de koning-filosoof? - De rol van de staat[bewerken]

Depolariseren van de economie (303)[bewerken]

Fiscaal beleid (307)[bewerken]

Gemiddelde kostprijs (299)[bewerken]

Individualisme (294)[bewerken]

Libertarisme (295)[bewerken]

Monetair beleid (307)[bewerken]

Natuurlijk monopolie (299)[bewerken]

Onvolkomen concurrentie (298)[bewerken]

Private goederen (297)[bewerken]

Profiteur (297)[bewerken]

Publieke goederen (297)[bewerken]

Sociaal contract (294)[bewerken]

Sociale-contracttheorie (294)[bewerken]

Alle dingen in weelderige overvloed - De internationale dimensie[bewerken]

Absolute voordeel (316)[bewerken]

Bananenrepublieken (332)[bewerken]

Belastingparadijzen (330)[bewerken]

Brian drain (339)[bewerken]

Brain gain (339)[bewerken]

Brownfield-BDI (329)[bewerken]

Buitenlandse directe investeringen (325)[bewerken]

Buitenlandse hulp (323)[bewerken]

Devaluatie (328)[bewerken]

Enclaves (330)[bewerken]

Global business revolution (336)[bewerken]

Greenfield-BDI (329)[bewerken]

Handelsafhankelijkheidsratio (320)[bewerken]

Internationale reserves (325)[bewerken]

Jointventure-vereiste (333)[bewerken]

Liberalisering van de handel (316)[bewerken]

Local-contents-vereiste (333)[bewerken]

Lopende rekening (232)[bewerken]

Migrantengeldstromen (323)[bewerken]

Portefeuillebeleggingen (325)[bewerken]

Schaalvoordeel (319)[bewerken]

Spill-over effects (329)[bewerken]

Technologielicenties (320)[bewerken]

Technologietransfer-vereiste (333)[bewerken]

Volledige factormobiliteit (318)[bewerken]

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.