Maatschappijleer/Compartimenten van vernietiging - Abram de Swaan

Uit Wikibooks
Ga naar: navigatie, zoek

Samenvatting van het boek: Compartimenten van vernietiging, over genocidale regimes en hun daders.

Inleiding[bewerken]

Bij massamoord zoals in dit boek besproken wordt, hebben we het over asymmetrisch geweld: goed georganiseerd tegenover ongewapende, ongetrainde en ongeorganiseerde slachtoffers.

Een overzicht van de meest vreselijke periodes van massale uitroeiing uit de afgelopen eeuw.
periode gebeurtenis aantal doden
begin 20e eeuw Duitse troepen moordden in het huidige Namibië (Zuidwest-Afrika) de Herero's uit. ongeveer 80.000
begin 20e eeuw Geregelde troepen en huurlingen vermoordden miljoenen mensen in Belgisch-Congo (onder het bewind van koning Leopold II). vele miljoenen
1910-1920 In Mexico komen tijdens de revolutionaire periode naast militairen ook veel weerloze burgers om. minstens 2 miljoen
tijdens WOI Turkse speciale eenheden moordden Armeense burgers uit. ongeveer een miljoen
1934-1936 De terreurcampagne van Stalin zorgde voor slachtoffers in de Sovjet-Unie maar daarnaast werden vele Oekraïners werden uitgehongerd. in beide gevallen ging het om miljoenen levens
1937-1938 Rape of Nanking: een massamoord door het Japanse Keizerlijke Leger tijdens de Tweede Chinees-Japanse Oorlog. naar schatting 340.000
tijdens WOII De Holocaust: Europese joden en vele anderen worden door de nazi's uitgeroeid ongeveer 6 miljoen


Voor een verklaring voor de opkomst en het verdwijnen van massavernietiging is het niet genoeg te concluderen dat mensen in wezen gewelddadig zijn en dit eigenlijk doorlopend moeten inhouden. Of dat mensen juist van nature vreedzaam zijn maar dat zijn in bepaalde gevallen door externe factoren verleid worden tot geweld.

Gewone daders en de Moderniteit: de situationistische consensus[bewerken]

In de sociale wetenschappen heerst een breed gedragen consensus als het gaat over de bijzondere persoonlijkheidskenmerken van genocidale daders: in de persoonlijkheid van de daders is niets te vinden wat hen meer dan anderen voorbestemt om hun wandaden te begaan.

Maar hoe komen 'gewone' mensen ertoe om buitengewone misdaden te plegen?

Eichmann in Jeruzalem: de banalisering van het kwaad[bewerken]

Het model van Hannah Arendt (de banaliteit van het kwaad) is niet van toepassing op Eichmann, maar misschien wel op de talloze kleine helpers bij de Holocaust. De isolering, deportatie, extreme uitbuiting en vernietiging van miljoenen mensen kunnen we niet banaal noemen.

De dubbelzinnige uitkomsten van Milgrams bestraffingsexperiment[bewerken]

In een experiment van Stanley Milgram waarbij een proefpersoon een ander (een acteur die zich buiten het gezichtsveld bevond) opzettelijk elektrische schokken moest toedienen, bleek dat twee derde deed wat er van hem verlangd werd. Echter ruim een derde weigerde mee te werken aan het experiment. Volgens de Swaan is het jammer dat er bij dit experiment weinig verder onderzoek is gedaan naar de persoonlijkheidskenmerken van de deelnemers. Je zou bijvoorbeeld de volgende indeling gehanteerd kunnen hebben ten aanzien van de persoonlijkheid om de score op een 'schokschaal' redelijkerwijs te voorspellen.

hoge empathie en hoge gehoorzaamheid
lage empathie en lage gehoorzaamheid
lage empathie en hoge gehoorzaamheid
hoge empathie en lage gehoorzaamheid

Een ander aspect van het experiment is dat de proefpersonen ergens geweten moeten hebben dat heit experiment uiteindelijk veilig was. Daarom kan het beschouwd worden als een zeer ernstig spel; het kon de proefpersonen niet ontgaan zijn dat het allemaal om een soort spel ging.

Onderzoekers hebben zich in de loop der jaren opnieuw over het onderzoek van Milgram gebogen. Wat na 50 jaar vooral opvalt is het enorme gezag wat van laboratorium experimenten uitgaat.

Het Stanford Gevangenisexperiment (waarbij een groep studenten willekeurig werd ingedeeld in 'gevangenen' en 'bewakers') is op eenzelfde manier betekenisvol. Maar wat precies de betekenis is, blijft een open vraag.

Gewone mensen of gewone Duitsers[bewerken]

Christopher Browning en Daniel Jonah Goldhagen verzamelde bewijsmateriaal op basis van onderzoek naar gerechtelijke documenten van nazigenocidairs. Maar gedegen onderzoek naar individueel gedrag binnen de genocidale context heeft ook hier niet plaatsgevonden.

Inmiddels is de visie dat willekeurige mensen, dus ook 'u en ik', onder dezelfde omstandigheden waarschijnlijk dezelfde gruweldaden hadden verricht wijd verbreid en breed geaccepteerd. Maar deze uitspraak is – hoe aannemelijk zij ook mag overkomen – counterfactual en contra-intuïtief. Wat men in een dergelijk situatie zou doen, hangt ook af van de persoonlijke dispositie: de specifieke persoonlijkheid.

Massavernietiging en moderniteit[bewerken]

Volgens Zygmunt Bauman wijst op de rationele opvattingen en bureaucratische praktijken van de Holocaust en wil daarmee zijn opvattingen over de Moderniteit illustreren. Zijn benadering bevat echter veel theorie en weinig onderzoek.

Charlotte Lacoste heeft volgens de Swaan gelijk als ze stelt dat er een neiging bestaat om de schuld niet alleen bij genocidale daders en regimes te leggen maar te spreiden over de Moderniteit met al haar gewone mensen.

Uitdijende kringen van identificatie en desidentificatie[bewerken]

Door de geschiedenis heen zijn er op allerlei verschillende manieren grenzen tussen groepen geweest en was er sprake van verhardende wij-zij-gevoelens. Deze ontwikkelingen zijn ook goed voor te stellen omdat er allerlei belangen en bedreigingen spelen wanneer twee vreemde groepen elkaar treffen. Dit geldt in mindere mate voor de ontwikkeling in reikwijdte van deze gevoelens. Dit proces van de sterke passie die verre vreemden kunnen oproepen, kan omschreven worden als uitdijende kringen van identificatie en desidentificatie.

In een moorddadig regime moeten de moordenaars bereid om slachtoffers te beroven, martelen, verkrachten en vermoorden. Maar in de eerste plaats moeten zij bepalen en herkennen wie de politiële groep slachtoffers is.

Identificatie, desidentificatie en groepsvorming[bewerken]

Identificatie met anderen hebben we op basis van verwantschap en nabijheid. Maar ook vanwege klasse, natie en etniciteit. Al in de vroege jeugd leren we ons identificeren met de 'goede' gewoonten van onze eigen groep en daarmee ons vaak afkeren van de slechte gewoonten van de andere groep.

Door onder andere staatsvorming namen de ketens van onderlingen afhankelijkheid toe. De toename van onderlinge afhankelijkheid zorgde voor bredere en sterkere sociale identificaties.

Primaire identificaties: verwantschap en nabijheid[bewerken]

Aanvankelijk leefden mensen in kleine groepen waarin slechts sprake was van bloedverwantschap. In de loop van een paar millennia - tijdens de agrarische revolutie - heeft men symbolen en rituelen ontwikkeld waarbij identificaties op dorpsniveau ontstonden.

In militair-agrarische samenlevingen kwamen boerendorpen onder gezag van priesters waardoor mensen (in elk geval ten dele) een gezamenlijk geloof kregen. Daarnaast ontstonden er nog drie andere belangrijke netwerken.

Dynastiek
Heersende clans trokken de macht naar zich toe en vormden op basis van verwantschap uitgebreide netwerken.

Monastiek
Kloosterordes met religieuze banden. Verwantschap en afkomst speelde hier geen rol. Zij gebruikten symboliek om gemeenschapsgevoel te versterken.

Militair
Solidariteit ontstond ook waar men een gemeenschappelijke vijand uitsloot en bestreed (de ontkenning van de ontkenning).

Ook in broederschappen, gilden en andere vormen van verbondenheid was sprake van solidariteit. Daar waar mensen hun eigen voorbestaan aan een sociale groep toebedeelden, waren bindingen het sterkst.

Opkomende natiestaten en uitdijende kringen van identificatie[bewerken]

In de afgelopen eeuwen is met de opkomst van natiestaten een nieuw niveau van gemeenschappelijkheid ontstaan. De nationale staat zorgde voor overleving en verdediging: de eenheid van concurrentie. Rivaliteit met buurvolkeren werd tastbaarder en hoewel de leden van één natie elkaar tegenwoordig niet kennen, zijn ze elkaar toch vertrouwd.

Met de opkomst van massapolitiek, zijn relatief kleine groepen in staat om een matrix te vormen waarbij herstructurering van grootschalige identificaties plaats kunnen vinden.

Sociale identificaties zijn meervoudig en instabiel. Ook wereldwijde identificatie is hieraan onderhevig (denk aan milieu).

In de loop der eeuwen hebben burgers op verschillende manieren geleerd voor elkaar op te komen binnen identificatienetwerken. Maar in complementaire disidentificatienetwerken vond net zo goed massale uitsluiting plaats. Dit heeft niet alleen geleid tot de rechtsstaat en verzorgingsstaat, maar heeft ook de basis gelegd voor de rampzalige gevallen van massavernietiging.

Onwetendheid en onverschilligheid, identificatie en desidentificatie[bewerken]

Factoren die een rol spelen bij het vormen van groepen en solidariteit binnen en uitsluiting van sociale netwerken.

Onwetendheid en onverschilligheid, identificatie en desidentificatie vormen ieder een zijnde van een emotionele driehoek. Door uitdijing van emotionele betrokkenheid tussen volken en de gepaard gaande veranderingen in sociale verhoudingen komen identificatie en desidentificatie op de plek van onwetendheid en onverschilligheid.

De Europese slavenhandelaren en slavenhouders moesten zich bijvoorbeeld met de slaven identificeren als menselijke wezens met bepaalde (handige) vermogens en tegelijkertijd behandelde zijn hen als vee of ondermensen. De Afrikanen moesten erkend worden en tegelijk uitgesloten worden.

De transformaties van het geweld in de loop van de geschiedenis[bewerken]

Waar men kwaad vroeger associeerde met opstandigheid tegen God (verticaal), is de huidige invulling meestal datgene wat mensen elkaar kunnen aandoen (horizontaal).

De prehistorie van het geweld[bewerken]

Aanvankelijk ging men er vanuit dat primaten (bijvoorbeeld chimpansees) in grotere harmonie samenleven dan dat mensen tegenwoordig doen. Dit bleek onjuist. Ook de primitieve mensenwereld was niet vreedzamer dan de moderne. Wel konden in de moderne tijd nieuwe ideologieën en technologieën ingezet worden bij een genocide, al is het verschijnsel op zich waarschijnlijk zo oud als de mensheid zelf.

Massale vernietiging in de geschiedenis[bewerken]

Al in de vroege geschiedenis vinden we talloze voorbeelden van trotse verhalen over massaslachtingen. Ook bij de verspreiding van infecties tijdens de ontdekkingsreizen kwamen talloze mensen om en slavernij kunnen we beschouwen als massale uitbuiting. Ook in de meer recente geschiedenis zien we voorbeelden van bloedige campagnes in dienst van heersers en regimes. In het boek van Abram de Swaan staan de volgende criteria voor massavernietiging centraal:

  1. moord op zeer grote schaal (vele duizenden tot tientallen miljoenen);
  2. asymmetrisch geweld (op ongewapende en ongeorganiseerde troepen);
  3. een steunende context (met steun van de sociale omgeving en het heersende regime).

Rwanda: autodestructieve destructie[bewerken]

De genocide in Rwanda is een recent voorbeeld van massavernietiging en is bijzonder goed gedocumenteerd. Binnen drie maanden roeide het Hutu Power-regime minstens 800.000 Tutsi's en Hutu-'verraders' uit. Het ging hier om een goed georganiseerde bureaucratische campagne.

De koloniale constructie van het conflict tussen Hutu's en Tutsi's[bewerken]

Door de koloniale invloed is er veel verandert in de landen in en rondom het Grote Merengebied op het gebied van staatsvorming en economische ontwikkeling. Daarnaast speelde de Hutu Power ideologen een grote rol in de scheiding tussen de Hutu's en Tutsi's.

Intermezzo over de identificatie van anderen[bewerken]

Alle scheidslijnen in de samenleving zijn - hoe ze ook gepresenteerd worden - in feite van sociale aard. Sociale scheidslijnen kunnen door seksuele selectie verschillen in uiterlijke teweeg brengen. Bijvoorbeeld lichaamslengte omdat dit voor een groot deel met gezonde voeding te maken heeft wat weer in verband staat met de mate van welvaart.

Hutu's en Tutsi's: van persoonlijke identificaties tot algemene desidentificaties[bewerken]

Volgens de Hutu's waren de Tutsi's afkomstig uit het Nijlgebied/Somalie en waren op slinkse wijze het gebied van de Hutu's binnen gevallen. Het koloniale bewind versterkte deze invloed. Ook zouden met name de Tutsi-vrouwen vanwege hun aantrekkingskracht en manipulatieve inborst gevaarlijk zijn.

De mobilisering van de fantasie[bewerken]

Door projectie, overdrijving en ontmenselijking werd een absoluut beeld van de Tutsi's neergezet. Een beeld van het absolute kwaad. Tegelijkertijd voelen de Hutu's de drang om zich aaneen te sluiten: een complementair identificatieproces.

De genocide in Rwanda[bewerken]

Interahamwe-propagandisten gebruikten gegeneraliseerde categorieën van Tutsi en Hutu en de herinnering aan onderdrukking om mensen te radicaliseren. De armoede en overbevolking leidde tot spanningen. De Hutu Power beweging was sterk verweven met de overheid.

Op de achtergrond vonden voorbereidingen en selecties plaats. Dit verklaart voor een deel waarom hoe sommige Rwandezen massamoordenaars werden en anderen niet. Het ging hier ging om honderdduizenden daders. Maar meer dan 97 procent van de Hutu's deed niet mee aan het moorden, met gevaar voor eigen leven.

De moorden vonden vaak in de dorpen zelf plaats. En niet in afgescheiden moordcompartimenten.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.