Maatschappijleer/Betoog kijken naar samenlevingen

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Opleidingsniveau en sociale afstand[bewerken]

Stelling

"Om de verschillen op sociaal, economisch, politiek en cultureel terrein tussen mensen te overbruggen is vooral meer empathie en solidariteit nodig"

Opvoeders en politici[bewerken]

Diagram 1: onderwijsniveau bevolking van 15–74 jaar, 2015
Diagram 2: Geboortecohorten naar opleidingsniveau en geslacht, bevolking van 30-74 jaar (in procenten)

Als we de inhoud van de artikelen Waarom we onze kinderen moeten leren zich in anderen te verplaatsen[1] en Empathie is niet zo fantastisch[2] beide mogen geloven, respectievelijk geschreven door journalist en psycholoog Marilse Eerkens en de Vlaamse filosoof Ignaas Devisch, dan is er momenteel een tekort aan empathie onder burgers en zorgen politieke instituties voor onvoldoende solidariteit.

Ouders en leerkrachten zouden er goed aan doen het inlevingsvermogen van kinderen en jongeren te versterken. En politici moeten zich inzetten voor meer participatie en vertrouwen in de samenleving. Maar beide schieten tekort: ouders hebben hiervoor onvoldoende tijd en aandacht en het politieke bestel lukt het vaak niet om bevolkingsgroepen te verenigen.

Samenhang[bewerken]

In dit betoog ga ik in op gelijkheid en samenhang in de Nederlandse samenleving. Daarbij bespreek ik verschillende vormen van ongelijkheid in Nederland in relatie tot opleidingsniveau.

In het eerste diagram is af te lezen hoe de verdeling van de Nederlandse bevolking qua onderwijs was in 2015. Wat opvalt is dat er relatief weinig mensen zijn die alleen hun basisschool hebben afgerond en dat er vooral sprake is van een grote groep van middelbaar opgeleiden. Daarnaast is het aantal hoogopgeleiden in de afgelopen eeuw behoorlijk toegenomen en vrouwen zijn inmiddels hoger opgeleid dan mannen. Zie het tweede diagram.

Verder kijk ik naar de rol van empathie en solidariteit ten aanzien van sociale samenhang en hoe deze principes kunnen bijdragen aan minder sociale afstand in de maatschappij.

Burgers en overheid[bewerken]

Een kleine sociale afstand of meer solidariteit betekent hier niet perse meer sociale cohesie. Daarvan kan namelijk ook een teveel zijn. Bijvoorbeeld wanneer onderlinge bindingen van een groep of gemeenschap zo sterk zijn, dat men sterk intern gericht wordt en zich afsluit van de buitenwereld. Met empathie is volgens Devisch ongeveer het omgekeerde aan de hand. Empathie werkt niet op grote schaal maar alleen in de persoonlijke levenssfeer. Maatschappelijke solidariteit moet daarom uitgaan van onpersoonlijke rechtvaardigheid[2].

Empathie bedreigd?[bewerken]

McDonald's wordt doorgaans beschouwd als een symbool voor globalisering, ook wel Mcdonaldisering genoemd.

Is het zo dat we meer tijd en aandacht moeten vrijmaken voor elkaar en opgroeiende kinderen? Globalisering en technologisering hebben er voor gezorgd dat we op heel andere manieren met elkaar verbonden zijn dan een halve eeuw geleden. En volgens Bruce Perry, auteur van Born for love. Why empathy is essential and endangered (2010)[3], verkeren kinderen en jongeren steeds minder in omstandigheden waarin zij empathie kunnen oefenen. Bijvoorbeeld door de lage kwaliteit van kinderopvang, ouders die weinig tijd hebben voor de opvoeding of gestrest zijn en ook het feit dat de jeugd (en ook volwassenen) steeds meer uren per dag achter een beeldscherm doorbrengen.

Ook op (mbo) scholen maakt men zich zorgen over een 'gebrek aan zelfreflectie en empathie' onder leerlingen. Leerlingen die zich sterk identificeren met de waarden en normen van een bepaalde groep kunnen zich soms maar moeilijk verplaatsen in de ander wat leidt tot tegengestelde opvattingen en conflicten. Een open houding met persoonlijke verhalen (de menselijke maat) en aandacht voor de rechten, belangen en wensen van de ander, zou volgens sommige docenten kunnen bijdragen aan meer begrip voor elkaar (Kleijwegt 2016, pp. 21,35,51)[4].

Verschillen tussen opleidingsgroepen[bewerken]

Tenten van de Occupy-beweging voor de Effectenbeurs, Beursplein, Amsterdam.

Overheidsbeleid kan grote gevolgen hebben op de mate van samenhang in een land en de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Waar mensen gescheiden van elkaar leven is minder contact, meer (sociale) afstand en vaak ook minder begrip voor elkaar.

Een belangrijke stratificerende factor is onderwijs. In het onderwijs selecteren we op niveau en sluiten we aan bij de arbeidsmarkt. Er is een duidelijke relatie tussen opleidingsniveau werk, politieke voorkeuren en inrichting van de vrije tijd (van de Werfhorst 2015, p. 10)[5]. Mensen van verschillende opleidingsniveaus komen elkaar op die manier minder snel tegen en vormen vooral relaties binnen de eigen opleidingsgroep.

Ook zijn er grote cultuurverschillen tussen hoger- en lageropgeleiden. Niet alleen wat betreft muziek, literatuur en beeldende kunst, maar ook qua eetvoorkeuren, kleding, interieur enz. In volksbuurten is over het algemeen meer sociale samenhang en gemeenschapsgevoel terwijl hoger opgeleiden er een meer geïndividualiseerde levensstijl op na houden. Ook hebben zij een hoger politiek vertrouwen dan lager opgeleiden (Bovens et al. 2014, pp. 205-212)[6].

Politiek, cultuur & economie[bewerken]

Als we echter kijken naar het verschil in politieke gedragingen en opvattingen tussen opleidingsgroepen in de afgelopen 35 jaar dan valt op dat er wel grote verschillen zijn maar dat deze verschillen niet groter zijn geworden (van de Werfhorst 2015, pp 186-187)[5]. Voor de mate en het type cultuurdeelname is dit op basis van bestaande gegevens minder duidelijk te zeggen, maar van een toenemende kloof is vooralsnog geen sprake (van de Werfhorst 2015, pp.133-146)[5].

Diagram 3: De relatieve kans op werk van laagopgeleiden daalde tussen 1990 en 1998 per saldo, maar is sindsdien vrijwel gelijk gebleven.

Meer contact tussen verschillende opleidingniveaus kan bijdragen aan de uitwisseling van opvattingen en leiden tot meer wederzijds begrip. En het zou interessant zijn om te kijken hoe mogelijke scheidslijnen tussen sociale netwerken zich over de afgelopen jaren hebben ontwikkeld, maar ook hierover is weinig specifieks bekend in relatie tot het opleidingsniveau. Wel kunnen we stellen dat media en onderwijs een steeds minder grote rol zijn gaan spelen in het overbruggen van de sociale afstand tussen opleidingsgroepen. En ook dat de economische crisis heeft geleid tot meer onzekerheid en ongelijkheid (Bovens et al. 2014, pp. 208-218)[6]. Daarnaast heeft de economische crisis geleid tot een afname van solidariteit. Vooral hoger opgeleiden kiezen in risicovolle tijden meer voor zichzelf. Dit verklaart voor een deel waarom juist in economisch slechtere tijden de inkomensverschillen tussen arm en rijk toenemen (van de Werfhorst 2015, pp. 198-214)[5].

Over het geheel genomen hebben globalisering, technologische ontwikkeling en meritocratisering de positie van lageropgeleiden op de arbeidsmarkt onder druk gezet. Maar het toenemende opleidingsniveau van de beroepsbevolking heeft dit grotendeels tenietgedaan (van de Werfhorst 2015, p. 48)[5]. Zie diagram 3.

Ik en de ander[bewerken]

Zelfportret, gapend, door Joseph Ducreux (1735-1802).

Gapen werkt aanstekelijk, en onder bekenden nog aanstekelijker. Een voorbeeld van hoe we elkaar emotioneel besmetten: onbewust emoties en gedragingen van de ander overnemen[7]. Inlevingsvermogen is complexer en vereist een bepaalde mate van zelfkennis en een voorstelling van de ander. Iets wat niet vanzelf komt maar thuis en op school geoefend moet worden om verbindingen aan te kunnen gaan en vertrouwen te ontwikkelen. En veel jongeren geven te kennen juist vertrouwen te missen. In elkaar, de politiek en de toekomst (Kleijweg 2016, pp. 13-18)[4].

Lessen in empathie[bewerken]

Het lijkt voor de hand te liggen dat, zoals Perry stelt, het verzorgen van het inlevingsvermogen en vertrouwen van opgroeiende mensen bijdraagt aan meer gedeelde waarden en normen in de samenleving. 'Lessen in empathie' zouden moeten zorgen voor meer samenhang en gelijkheid. Maar hiervoor zal onderzoek gedaan moeten worden naar wat mensen beweegt op microniveau en welke verbindingen invloed hebben op het verkleinen van de sociale afstand tussen verschillen tussen bevolkingsgroepen.

Een solidaire overheid[bewerken]

Kan de overheid dan misschien het gevoel van betrokkenheid onder burgers vergroten? Devisch meent dat dit vooral een kwestie is van framing. Een liberaal politicus kan vanuit een vrijheidsideaal tegelijkertijd empathie promoten en solidariteit onder druk te zetten. Maar volgens Devisch zegt dit zoveel als 'lossen jullie maar zelf de problemen op want wij zullen het boeltje niet langer organiseren'[2].

In de literatuur zijn op gebied onvoldoende aanknopingspunten te vinden ten aanzien van de bestendiging van solidariteit. Wel wordt benoemd dat als we de sociale werelden van verschillende opleidingsgroepen dichter bij elkaar willen brengen, er waarschijnlijk het beste in de woonbuurt begonnen kan worden omdat dit een belangrijke sociale mixer is (Bovens et al. 2014, p. 230)[6].

En nu?[bewerken]

Ik heb geprobeerd een relatie te leggen tussen uitspraken in de twee genoemde artikelen en de literatuur. Dit is niet mogelijk gebleken. Onderzoek naar een toenemende kloof tussen opleidingsniveaus op sociaal, economisch, politiek en cultureel terrein laat zien dat de onderlinge afstand eerder kleiner is geworden dan groter. Maar het is lastig om in het kader van deze ontwikkeling iets te zeggen over de rol van empathie en solidariteit.

Wel denk ik dat dit een interessant vraagstuk is voor mensen die regelmatig met de geschetste problematiek te maken hebben. Meer interpretatief en vergelijkend-historisch onderzoek zal moeten uitwijzen waar kansen liggen voor de overheid om de aanwezige afstand tussen lager en hoger opgeleiden te verkleinen (bridging). En voor opvoeding en het onderwijs is dit het geval met betrekking tot empathie en wederzijds begrip (bonding).

Referenties[bewerken]

  1. Eerkens, M. (2014, 12 augustus). Waarom we onze kinderen moeten leren zich in anderen te verplaatsen. Geraadpleegd op 16 juni 2018, van https://decorrespondent.nl/1575/waarom-we-onze-kinderen-moeten-leren-zich-in-anderen-te-verplaatsen/452908434825-02de8d91
  2. 2,0 2,1 2,2 Devisch, I. (2018, 28 februari). Empathie is niet zo fantastisch. Geraadpleegd op 16 juni 2018, van https://www.socialevraagstukken.nl/empathie-is-niet-zo-fantastisch/
  3. National Council for Behavioral Health. (2014, 15 mei). Born for Love: Why Empathy is Endangered — and Essential [Video]. Geraadpleegd op 16 juni 2018, van https://www.youtube.com/watch?v=M6kDeBaJi0M
  4. 4,0 4,1 Kleijwegt, M. (2016). 2 werelden, 2 werkelijkheden: hoe ga je daar als docent mee om? Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
  5. 5,0 5,1 5,2 5,3 5,4 van de Werfhorst, H. (2015). Een kloof van alle tijden. Verschillen tussen lager en hoger opgeleiden in werk, cultuur en politiek. Amsterdam University Press B.V.
  6. 6,0 6,1 6,2 Bovens, M., Dekker, P., & Tiemeijer, W. (2014). Gescheiden werelden. Een verkenning van sociaal-culturele tegenstellingen in Nederland. Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau en Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.
  7. Kerklaan, J. (2014, 19 december). Empathie: de aap komt uit de mouw. In hoeverre verschillen wij nog van de primaten? Geraadpleegd op 16 juni 2018, van https://www.nemokennislink.nl/publicaties/empathie-de-aap-komt-uit-de-mouw--2/

Bijlagen[bewerken]

Hobbes en Kant[bewerken]

Zijn burger en overheid elkaars tegengestelden? En is in een samenleving een staat noodzakelijk om belangentegenstellingen tussen mensen op te heffen? Een enorme macht zoals Hobbes dit beschrijft in zijn Leviathan, die verhindert dat de samenleving uiteenvalt in een oorlog van allen tegen allen.

Of mogen we de individuele mens vertrouwen in zijn redelijkheid? En kunnen we al samenwerkend tot waarden- en normenpatronen (afspraken) komen die in ieders belang zijn? Kant zag in zijn ideale samenlevingsbeeld een kosmopolitische burger voor zich, die middels rationele overwegingen in staat is om vrede te creëren op basis van wereldburgerrecht binnen één wereldstaat.

Gebruikte begrippen[bewerken]

Empathie
De capaciteit om gevoelens van anderen te begrijpen en te delen.
Emotionele besmetting
De neiging om emoties van anderen over te nemen.
Geïnstitutionaliseerde solidariteit
Een individu hoeft zich niet in te leven in iemands persoonlijke situatie om hem of haar te ondersteunen maar vindt plaats op basis van onpersoonlijke rechtvaardigheid.
Inlevingsvermogen
Het vermogen om een situatie vanuit het perspectief van een ander te bekijken.
Relatiearmoede
Het gebrek aan tijd en zorg die een druk legt op de ontwikkeling van het empathisch vermogen (van kinderen).
Sociaal kapitaal
(Sociale) hulpbronnen (netwerken) waarover individuen beschikken.
Sociale samenhang
Collectieve verbanden in de samenleving.

Samenhang in relatie tot empathie en solidariteit[bewerken]

De mate van sociale samenhang
in de samenleving
burger
weinig empathie veel empathie
overheid weinig solidariteit weinig samenhang samenhang op basis van persoonlijke relaties
veel solidariteit samenhang op basis van instituties integrale samenhang
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.