Kookboek/Etiquette

Uit Wikibooks
Ga naar: navigatie, zoek

Wat kan je wel en wat kan je niet doen tijdens een maaltijd? Hoe ga je om met de wijn? Allemaal vragen die beantwoord dienen te zijn als je een belangrijk diner bijwoont. Hier wordt geprobeerd enige antwoorden te geven.

Bestek[bewerken]

  • Het bestek wordt op die plaats neergelegd, waar je het bestek in de hand neemt. Een mes vind je dus rechts en een vork links. Een lepel vind je ook rechts, in plaats van boven.
  • De uitzondering is de positie van het bestek voor het nagerecht. Dat bevindt zich meestal boven het bord en dan ook gekruist. Of wordt pas neergelegd wanneer het nagerecht zich aandient.
  • Als er meerdere vorken en messen zijn neergelegd, dien je altijd aan met het buitenste bestek te beginnen. Voor het voorgerecht is meestal een mes/vork paar neergelegd dat wat kleiner is dan het overige bestek.
  • Voor vis wordt een speciaal mes neergelegd. Dat heeft een speciale vorm en is ook niet scherp.
  • Spaghettimaaltijden eet men per uitzondering met de vork in de rechterhand en een lepel in de linker. Men hoort de spaghetti met de vork tegen de lepel op de te draaien en vervolgens de spaghetti van de vork op de lepel te brengen. Bij spaghetti hoort enkel de lepel naar de mond gebracht te worden en dient men volgens de etiquette de spaghetti niet in stukken te snijden.
  • Een Italiaan zal echter nooit zijn spaghetti met een lepel eten en vindt het gebruik van een lepel onbehoorlijk. De Italiaan draait weliswaar op de gelijke manier zijn spaghetti rond de vork, maar gebruikt daarbij het bord als tegenstuk. Beide spaghettitechnieken zijn de eerste keer even moeilijk, maar oefening baart kunst.

Eten met de handen[bewerken]

Er zijn etenswaren die met de hand mogen worden gegeten, maar dan moet er wel de mogelijkheid zijn na het eten de vingers te wassen. Daarvoor wordt meestal citroenwater in een vingerkommetje geserveerd met een doek om de handen te drogen, of een natte warme doek. Als er geen doek is kun je ook een servet gebruiken.

  • Brood, olijven, koekjes, fruit, kip, kreeft, maïskolven, asperges, mosselen, oesters en spare-ribs en ander vlees met botten (mits slechts één hand wordt gebruikt) mogen met de hand worden gegeten.

In sommige culturen is het gebruik, 1 hand voor het eten te gebruiken, en de andere hand om af te vegen op het toilet, die 2 worden dus nooit verwisseld.

Patat prikken we op met de vork. Als dit niet lukt mogen ze eventueel met de hand worden gegeten.

Servet[bewerken]

Een sierlijk gevouwd servet

Een servet is een vierkante doek - soms van papier - die wordt gebruikt tijdens het eten om de kleding te beschermen tegen eventueel gemorst voedsel en om de mond proper te vegen. Bij een chique diner is het servet wel eens mooi gevouwen, maar: een servet dient gebruikt te worden. Laat het servet dus nooit liggen. Bij een officiële maaltijd zal een servet altijd "ongevouwen" en met lepel en vork op het bord worden geplaatst in verband met de hygiëne.

  • Volgens de etiquette wordt het servet op de schoot gelegd. Dit kan op twee manieren. Ten eerste recht, dus met een zijde evenwijdig met de tafel en ten tweede diagonaal, dus met een punt naar de tafel. De laatste methode zou de beste zijn, omdat het servet het meeste opvangt.
  • Het servet met een punt bij de boord insteken of met een knoop om de hals knopen, wordt als bijzonder ordinair gezien.
  • Voor een "normale" maaltijd of diner, en in de meeste restaurants, staat het servet kunstig opgevouwen op of naast het bord. Het servet wordt ook wel opgerold en door een servetring gestoken.
  • Tijdens de maaltijd dient men de lippen schoon te deppen met het servet telkens voor en na het drinken. Vóór het drinken om lipafdrukken op het glas te voorkomen.
  • Na het eten wordt het servet links naast (nooit op!) het bord gelegd.
  • Gaat u tijdens het eten even weg, dan wordt het servet over de stoelleuning gehangen.
  • Gebruik het servet niet om de neus te snuiten.
  • Gebruik het servet ook niet voor het schoonmaken van het bestek. Mocht het bestek niet geheel schoon of vlekkerig zijn, vraag dan om nieuw bestek.

Brood[bewerken]

Niet altijd wordt er brood geserveerd bij de maaltijd. Is dat wel zo, zie dan de volgende regels:

  • Voor het brood bevindt zich een speciaal bordje linksboven het 'gewone' bord; soms samen met een kleine houder voor boter indien er individuele boterhouders zijn. Hier bevindt zich ook het botermes, wat over het algemeen kleiner is dan het normale mes.
  • Brood wordt niet gesneden, maar gebroken.
  • Met het botermes doe je wat boter op het broodbordje. Besmeer telkens een klein stukje brood. Gebruik daarvoor nooit het mes dat geleverd wordt bij de botervloot, maar gebruik daarvoor je eigen botermes.

Pauzeren of de maaltijd beëindigen[bewerken]

  • Als je pauzeert, dan leg je niet het bestek naast het bord (op het schone tafelkleed); je legt mes en vork gekruist op je bord. Let daarbij op dat je de tanden van de vork naar beneden laat wijzen.
  • Als je de maaltijd of de gang hebt beëindigd, geef je dit aan door de vork en het mes van linksboven naar rechtsonder diagonaal op het bord te leggen. Het mes aan de buitenkant (met de scherpe kant naar binnen) en de vork aan de binnenkant. Bij de vork kunnen de punten omhoog wijzen of naar beneden. Bij zilveren bestek hoort de vork boven het mes te liggen. Zo kan de snijkant het zachte zilver van de vork niet beschadigen.

Zitpositie[bewerken]

  • Meestal wisselen heren en dames elkaar af rondom de tafel.
  • De dames nemen het eerste plaats. De heren helpen de dames bij het aanschuiven van de stoelen. Pas daarna gaan de heren zitten.

Wijn & Glazen[bewerken]

  • Zorg ervoor dat u genoeg flessen van dezelfde wijn heeft, zodat u deze kan blijven schenken indien gewenst. Het kan wel voorkomen, dat diverse flessen ook een verschillende kwaliteit hebben, daardoor dient u elke geopende fles wijn, steeds opnieuw, afzonderlijk van elkaar te beoordelen. Het is tijdens een diner echter wel vaak gebruikelijk te wisselen van wijn, naar mate men wisselt van gang/gerecht. Indien men van wijn wisselt, gebruikt men steeds schone wijnglazen, die passen bij de soort wijn die men schenkt.
  • Alle glazen, kan men van te voren al "indekken", maar kun je ook prima aanbieden op het ogenblik dat de wijn ingeschonken en gedronken gaat worden. Het eerste glas wat gebruikt gaat worden, is als eerste te pakken, als je rechtshandig richting je bestek grijpt. Boven uw mes, of iets ernaast afhankelijk van de hoeveelheid glazen die u ingedekt krijgt en de ruimte die er beschikbaar is, pakt u het eerste glas beet wat ingeschonken is. Het glas kan na het drinken verwijderd worden, zodat er een glas links achter het oude, bereikbaar is voor het vastpakken.
  • Zo kun je diverse glazen van te voren indekken. Voor elke wijn bestaat een geschikt glas, waar in ze volledig tot zijn recht komt. Een wijn die koolzuurhoudend is, schenkt men in een coupe(laag en breed) of een flute (hoog en smal) en een volle rode wijn krijgt een breder glas dan een witte, zodat het "walsen" (ronddraaien in het glas) van de wijn, goed kan gebeuren. Hierdoor komt er zuurstof in de wijn en gaat de wijn een reactie aan met de tanninen en andere stoffen, zodat het boeket van de wijn in zijn volheid kan ontplooien. Er is een PSV-glas, speciaal voor Port, Sherry en Vermoet. Duitse witte wijnen krijgen een helder(wit)glazen kelk, met een groene voet.
  • Men vult het wijnglas tot net over het punt waar het het breedst is. Bij cognacglazen kan men zelfs het glas op de zijkant leggen, en dan blijft de hoeveelheid drank ook ín het glas zitten door de bolling. Op die wijze bevat elk glas dat u inschenkt, ongeacht de dranksoort, dezelfde hoeveelheid alcohol, maar niet hetzelfde volume aan vloeistof. Een laagje in een cognacglas heeft dus evenveel alcohol als een juist gevuld wijnglas, of een juist gevuld borrelglas met sterke drank.

Proberen van de wijn[bewerken]

Voordat de wijn wordt ingeschonken wordt hij geprobeerd.

  • Wordt u bediend, dan wordt de wijn aangeboden door de kelner. Bent u zelf de gastheer, dan biedt u de wijn aan aan de eregast of de belangrijkste gast; uiteraard nadat u er zeker van bent dat deze gast ook de wijn wil proberen (niet iedereen heeft kennis van het probeerproces, dat moet u respecteren).
  • Neem voor elke nieuwe fles wijn een schoon glas voor het proberen. Dit glas is gelijk aan de glazen die worden gebruikt om te drinken.
  • Open de fles en ruik aan de kurk. Ruikt de kurk niet goed, dan hoeft u de fles niet te proberen en kunt u gelijk een andere fles openen. Dat de kurk van de fles niet goed ruikt kan betekenen dat de wijn kurk heeft.
  • Schenk een bodempje in het glas en draai de wijn, zodat de lucht goed kan ontwijken en de wijn zijn geur kan ontvouwen.
  • Presenteer de fles met het etiket richting de (ere)gast, terwijl hij/zij de wijn probeert.
  • Na het proberen wordt de wijn ingeschonken, waarbij altijd eerst de dames worden bediend en pas daarna de heren, op volgorde van oud naar jong of volgens hiërarchie.
  • Wijn wordt pas gedronken nadat de gastvrouw of gastheer de toost heeft uitgebracht en men elkaar heeft toegeproost.
  • Er bestaan meerdere manieren om te proosten. Door het aanstoten van het glas met de andere tafelgenoten of door het glas te heffen richting andere tafelgenoten. Het aanstoten is eigenlijk alleen zinvol wanneer het aantal deelnemers aan het diner niet te groot is; tegenwoordig wordt er eigenlijk nauwelijks meer aangestoten. Tijdens officiële maaltijden stoot men niet aan, men reikt de glazen, toeproosten, om te vermijden dat het glaswerk breekt tijdens de "ontmoeting".
  • Vergeet niemand bij het proosten. Tijdens het heffen van het glas of tijdens het aanstoten kijkt men niet naar het glas maar in de ogen van de persoon waarmee geproost wordt. Tijdens het proosten wordt het woord "proost" gezegd of "gezondheid".

Oneetbare dingen[bewerken]

  • Een botje in het eten of een graat in de vis, pitten van een kers, verwijdert u op een fatsoenlijke manier uit uw mond door deze op de vork te deponeren en deze aldus te verwijderen tot op de rand van het bord. Een visgraat mag men met twee vingers uit de mond nemen.
  • Leg de oneetbare dingen steeds op de rand van uw bord, nooit naast het bord. Of deponeer botjes, schelpen of resten van schaaldieren in daartoe voorziene tafelbakjes.
  • Soms staat er naast je bord een klein bord, aan de linkerzijde van uw bestek/links, daarop is bijvoorbeeld uw servet gelegd, of de toast geserveerd voor de soep, of dient voor graten, botjes, e.d.

Handelingen tijdens de maaltijd[bewerken]

Van tafel gaan

In principe hoort men tijdens de maaltijd niet van tafel te gaan, tenzij er tussen de gangen hiervoor ruimte is voorzien. Moet u naar het toilet, ga dan liever tussen twee gangen dan tijdens een geserveerde gang. Vergeet vooral niet uw handen te wassen na de toiletgang.

Neus snuiten

Wanneer u de neus wenst te snuiten, doe dit dan gericht weg van de tafel en andere genodigden. Snuit de neus met zo weinig mogelijk geluid en stop de zakdoek weg. Leg deze nooit op de tafel. Gebruik ook nooit het servet om de neus te snuiten. In principe hoort men na het snuiten van de neus de handen te wassen uit hygiënische overwegingen. Toch wordt dit principe weinig gevolgd. - De neus snuiten doet u daarom bij voorkeur op de toilet, daar stoort u niemand, kunt u uw gezicht controleren in de spiegel en is er ook papier en kunt u ook direct uw handen wassen.

Tandenstokers

Hoewel tandenstokers soms worden aangeboden op de tafel, is het ongepast met een tandenstoker of ander voorwerp tussen de tanden te peuteren. Zelfs niet wanneer men de andere hand voor de mond houdt. Uiteraard peutert men ook niet met de vingers in de mond.

Vingers schoonmaken

De vingers worden steeds aan het servet schoongeveegd of in het citroenwater gedoopt. De vingers worden niet afgelikt, al zijn er culturen waar dit wel een gepaste handeling is.

Niet doen tijdens het eten[bewerken]

  • Beantwoord geen telefoon, zorg ervoor dat je telefoon uitgeschakeld of onhoorbaar is.
  • Praat niet tijdens het kauwen.
  • Houd tijdens het kauwen de mond gesloten.
  • Hou de ellebogen bij je en vermijd lichamelijk contact met je buurman/vrouw, ook als de tafelpositie zo is dat je weinig ruimte hebt. Oficieel gaat men uit van een zit/eet ruimte van 60 cm. p.p., daar hou je ook rekening mee, bij het tafel dekken dus.
  • Ook de benen worden niet gestrekt, zodat onder tafel ook geen lichamelijk contact kan zijn.
  • Indien u iets nodig heeft (peper of zout) tijdens de maaltijd en u kunt er niet bij, dan vraagt u andere personen het verlangde aan te geven. Sta nooit op of strek u om het verlangde te pakken.
  • Schreeuw niet, maar houd uw stem op een laag volume.
  • Ook als het eten niet zo goed smaakt, beperkt u het toevoegen van jus, peper, zout, sauzen en dergelijke tot het minimum. Het wordt niet gewaardeerd als u overduidelijk de smaak van het gerecht niet lekker vindt.
  • Ellebogen raken in principe de tafel niet. De handen worden tijdens de gehele maaltijd boven tafel gehouden.
  • Bij het eten van soep rust de linkerarm/hand naast het bord, niet in de schoot en niet voor u op de tafel.
  • Boeren, slurpen en smakken worden in België en Nederland als erg onbeleefd beschouwd. Toch zijn er culturen waar het maken van geluiden tijdens of na het eten en het oprispen of boeren worden beschouwd als blijk van appreciatie van het eten.
  • Als u wilt gaan roken, vraag dan niet of iemand bezwaar tegen het roken heeft; ga ervan uit dat iemand uit beleefdheid niet zal melden dat er wel degelijk bezwaar is. Rook alleen als er een groepje ontstaat, maar neem niet zelf het initiatief tot roken. In principe rookt men niet tijdens een maaltijd, ook niet tussen twee gangen, tenzij hiervoor ruimte is ingepland. Uit beleefdheid verwijdert u zich dan naar de rookkamer of indien mogelijk naar buiten.

Oeps![bewerken]

Gaat er toch wat fout bij u of iemand anders: geen paniek.

  • Gebeurt het iemand anders: vestig er geen aandacht op, de persoon zelf voelt zich al voldoende ongemakkelijk. Bied je hulp aan als de andere persoon moeite heeft met de situatie. Een grapje helpt soms wel, soms niet.
  • Valt het bestek op de grond: raap het op, als het makkelijk bereikbaar is; vraag anders de ober.
  • Morst u: gebruik uw servet. Vraag eventueel om water: doop echter nooit uw servet in het drinkglaswater.
  • Gooit u de wijn om: gooi het zoutvaatje leeg op de vlek, dit zuigt de wijn op uit het tafellinnen. Of gebruik uw servet en vraag de ober om hulp. Normaliter wordt de positie gedroogd en daarna afgedekt met een servet of nieuw tafel laken.
  • Morst u over iemand anders: niet deppen of ongevraagd helpen. Bied uw servet en/of assistentie aan en bied aan om de stomerij te betalen.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.