Kaartspel/Belot

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Belot is een kaartspel dat met 32 kaarten en twee vaste, tegenover elkaar zittende, paren wordt gespeeld. De volgorde van de kaarten is bij troef anders dan bij niet-troef, de troef wordt aan het begin van elk spel bepaald.

Belot wordt in België vooral gespeeld in de Denderstreek (vooral de streek rond Aalst) en in de streek van Luik. In Frankrijk wordt het op verschillende plekken op verschillende manieren gespeeld, o.a. in Bretagne en in le Midi ofwel Zuid-Frankrijk. In Nederland wordt een gelijksoortig spel gespeeld genaamd klaverjassen, maar onder andere de deling is anders.

Spelverloop[bewerken]

Iedereen krijgt 5 kaarten: eerst elk 3, dan elk 2 die in wijzerzin worden uitgedeeld. De eerste kaart van het overschot wordt omgedraaid en bovenop de stapel overgebleven kaarten gelegd. Dit is de "blik". De eerste persoon na de deler kijkt naar zijn kaarten en schat in of hij de "blik" als troef zou nemen of niet. Als hij de "blik" niet als troef neemt, past hij, en is het aan de volgende, enz. Heeft niemand de "blik" als troef genomen, dan mag de persoon na de deler zelf een troef kiezen. Kiest hij niets, dan zegt hij "pas nog" en is het aan de volgende enz. Als opnieuw niemand troef gemaakt is, wordt er opnieuw gedeeld. Na twee vruchteloze deelpogingen, deelt de volgende in het rijtje.

Bij het volgende spel deelt de volgende (in wijzerzin) speler.

De speler na de deler (in wijzerzin) speelt als eerste een kaart.

Volgorde der kaarten[bewerken]

TROEF NIET TROEF PUNTEN
Zot 20
9 14
Aas Aas 11
10 10 10
Heer Heer 4
Dame Dame 3
Zot 2
9 0
8 8 0
7 7 0

Wat er ook troef gemaakt is, degene die troef gekozen heeft krijgt de blik. Het overschot van de kaarten wordt verder verdeeld zodat iedereen 8 kaarten in handen heeft, te beginnen bij de persoon na de deler. Degene die dus de blik gekregen heeft ontvangt maar 2 kaarten van de stapel i.p.v. 3.

- Zo lang dat kan ben je verplicht te volgen op de kaartsoort die door de eerste speler wordt gespeeld.
- Men is verplicht boven te gaan als het aan de tegenspelers ligt (enkel bij troef)
- Men is verplicht te kopen (troef gebruiken om de slag binnen te halen) als het aan de vijand ligt
- Men is verplicht "onder te pissen" (een lagere troefkaart te spelen) als de vijand de slag gekocht heeft en je zelf niet kunt volgen, maar wel nog troef zitten hebt

Wie de slag wint mag hem oprapen en op het stapeltje van de ploeg leggen. Vervolgens deelt de volgende speler in wijzerzin. Bij belote wordt er maximaal 4 keer doortrokken opdat de kaarten niet verspreid raken. Na het schudden wordt er eerst "afgelangd" door de vorige deler. Dit wil zeggen dat hij den boek verdeelt door er een stapeltje af te nemen en naast te leggen. Het kleinste stapeltje dient minstens 10 kaarten te tellen. Regels voor aflangen en schudden worden echter niet overal even strikt toegepast.

Toon[bewerken]

De toon zorgt voor bijkomende punten. Een toon is een "speciale" verzameling kaarten vergelijkbaar met poker. De volgorde van de kaarten is hier de wies-volgorde, dus 7, 8, 9, 10, zot, dame, heer, aas. In oplopende volgorde van belangrijkheid zijn er de

Derde 3 opeenvolgende kaarten 20 ptn
Vierde 4 opeenvolgende kaarten 50 ptn
Vijfde 5 opeenvolgende kaarten 100 ptn
Zesde 6 opeenvolgende kaarten
Zevende 7 opeenvolgende kaarten
Achtste 8 opeenvolgende kaarten
Carré 4 dezelfde dames/heren/aas/tien 100 ptn
Carré 4 negenen 150 ptn
Carré 4 zotten 200 ptn

Een toon wordt "aangekondigd" door een speler bij de eerste keer dat hij een kaart smijt. Heeft een speler bijv. een "derde" en een tegenspeler een "vierde", dan vervalt de "derde". Zijn er twee dezelfde "toons", dan wordt bij de derde slag gemeld in welke kaart de toon is (men zegt wat de hoogste kaart van zijn toon is). De achterkomende tegenspeler zegt dan of de zijne hoger is of lager of gelijk. De hoogste toon telt (en zorgt er voor dat ook de toon van de medespeler blijft tellen, ook al is die kleiner dan die van een tegenspeler). Is de toon gelijkwaardig (bijv. 2 tegenstrevers hebben elk een "derde" van de zotten = de hoogste kaart is een zot), dan krijgt die van de troefsoort voorrang. Indien ze beide tot een niet-troefsoort behoren, dan telt de volgorde (in wijzerzin) van de spelers. Sowieso toont degene met geldige toon deze bij de derde slag, op het ogenblik dat hij/zij zijn/haar derde kaart speelt, niet vroeger of niet later. Vergeet hij dit, dan kan eventueel degene met een minderwaardige toon in de vierde slag zijn toon tonen en toch nog zijn punten krijgen. Het is geen probleem als er in de eerste of tweede slag al kaarten van de toon verdwenen zijn (eventueel kunt ge zeggen aan Uw medespelers van een kaart te onthouden...). Een carré van 7'en of 8'en wordt normaal gezien niet meegerekend, doch op sommige plaatsen rekent men toch 50 toon (alvolgens afspraak). Een carré van negenen telt voor 150 toon, een carré van zotten voor 200 toon. Wie zijn toon vergeet te tonen in de derde slag heeft geen recht op de punten.

Men kan meerdere toons tegelijk hebben maar één en dezelfde kaart mag niet dienen voor twee verschillende reeksen toon. Zo kan men carré van de negenen hebben, maar een van die negenen kan dan niet meer gebruikt worden voor bijv. een "Vierde", met de 9 als laagste. Men mag in dat geval wel de 3 overblijvende opeenvolgende kaarten (een "Derde" met de 10 als laagste) samen met de carré als toon noemen en tonen. Als door deze situatie slechts één combinatie overblijft (doordat de opeenvolgende reeks onderbroken wordt in stukken korter dan 3 opeenvolgende), mag de speler kiezen welke hij/zij als toon zal noemen en tonen. Zo zal men altijd kiezen voor de toon die het meeste punten oplevert.

Belotte en Rebelotte[bewerken]

De heer en de dame van troef zijn respectievelijk Belot en Rebelot. Enkel als men beide heeft, zegt men dit telkens er een gesmeten wordt. Men is steeds verplicht om eerst de heer af te leggen. Belot en Rebelot zijn samen goed voor 20 punten.

Punten[bewerken]

In totaal zijn er 162 punten te verdelen (waarvan 10 punten voor wie de laatste slag wint). De punten van toon en belotte/rebelotte worden bij de andere punten opgeteld. Het duo dat troef gekozen heeft moet minstens 81 punten halen. De totalen van beide ploegen worden afgerond naar het dichtstbijzijnde tiental en beide genoteerd in eenheden (bv. ploeg A haalt 75 punten en noteert 8). Het duo dat eerste aan 101 zit, heeft de "boom" gewonnen. Bij een grote kaarting worden de punten die een duo boven de 101 punten bij een boom behaald heeft bijgehouden.

Een ronde (de tegenstrever heeft geen enkele slag gehaald) is 252 punten, plus de toon.

Een omgekeerde slag mag niet meer omgedraaid worden.

Als men de tegenspelers kan betrappen op (al dan niet vrijwillig) vals spelen, wordt het spel afgebroken en krijgt men alle punten. Ook bijvoorbeeld nalaten van onder te kopen of van te volgen wordt als vals spelen beoordeeld. Indien nodig kan men als benadeelde eisen dat de reeds gespeelde slagen bekeken worden om dat te controleren. Maar als de speler die dat eist daardoor ongelijk blijkt te hebben, krijgt de tegenpartij alle punten.

Tips[bewerken]

  • Troef afhalen is bij belotten nog belangrijker dan bij wiezen.
  • Het is nuttig om kaarten die meetellen in de puntentelling mee te geven in een slag die door de medespeler reeds is of (wellicht) zal worden gewonnen. Men gebruikt daarvoor kaarten waarvoor men verwacht dat men er niets zal kunnen mee doen in het verdere verloop van het spel.
  • TEL de reeds gespeelde troeven, zodat je weet hoeveel (en liefst welke) er al weg zijn.
  • Onderpissen is verplicht, en kan handig zijn als je weet dat je maat met de hoogste troef zit bijvoorbeeld en je zelf een hele reeks van een soort zitten hebt.
  • Indien er in een spel een gelijke stand is (bvb 81-81) dan worden de punten al toegekend aan de tegenspeler. De punten van de speler staan dan 'op den boek' en diegene die het volgende spel wint, krijgt dan deze punten erbij.
  • Men kan het spel ook met 3 spelers spelen. Ieder speelt dan voor eigen rekening. De 7 van schoppen en de 7 van klaveren doen dan niet mee in het spel. Men deelt eerst 2 maal 3 kaarten en daarna vult men aan tot iedereen 10 kaarten heeft. De kans op 'toon' wordt dus ook veel groter, en dit maakt het spel nog verrassender. Indien een tegenspeler meer punten behaalt dan de speler ('toon' meegerekend) dan krijgt hij ook de punten van de speler. De speler zelf krijgt dus geen punten en de derde speler zijn eigen behaalde punten. Indien een speler geen enkele slag haalt, dan tellen de 10 punten van de 'laatste slag' niet mee, maar krijgen de andere spelers hiervoor elk 50 punten. Indien 1 speler alle slagen binnenhaalt dan krijgt deze de volle 252 punten (+ de 'toon')
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.