In mensentaal/Proefbuisbaby

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Dit artikel is onderdeel van de serie In mensentaal.

In het kort[bewerken]

Proefbuisjes

Een proefbuisbaby is een baby die verwekt werd in een laboratorium (zogezegd in een proefbuisje) en daarna teruggeplaatst is in de baarmoeder van de vrouw die zo zwanger raakt van een proefbuisbaby.

Een proefbuisje is een glazen buisje (zie foto) ter grootte van een vinger waarmee in het laboratorium tal van proefjes kunnen gebeuren. In werkelijkheid zal de proefbuisbaby niet in een dergelijk buisje belanden, maar in een glazen schaaltje (zie verder).

Waarom een proefbuisbaby?[bewerken]

Sommige mensen kunnen niet spontaan zwanger worden. Dit kan om velerlei redenen, bv. erg zwak sperma van de man, moeilijk bevruchtbare eicellen van de vrouw, verstopte eileiders bij de vrouw, ...

Er zijn wel geslachtscellen (eicellen en sperma) aanwezig bij het koppel, maar die geslachtscellen kunnen om wat voor reden dan ook niet versmelten na de seksuele daad. Artsen zullen er dan voor zorgen dat ze de geslachtscellen van beide ouders in het laboratorium met elkaar versmelten tot een embryo (dat tot een baby kan uitgroeien). De vrouw zal daarna gewoon zwanger zijn van haar kindje en ervan bevallen.

Hoe wordt een proefbuisbaby gemaakt?[bewerken]

Eerst moeten de geslachtscellen verzameld worden van vader en moeder, daarna worden ze met elkaar versmolten en vervolgens moet het embryo (de beginnende baby) bij de vrouw in de baarmoeder teruggeplaatst worden.

Sperma[bewerken]

Sperma verkrijgen van de man is meestal niet zo moeilijk. Door zelfbevrediging (masturbatie) zal de man sperma spuiten (ejaculeren) in een klein plastieken potje. Meestal gebeurt dit in het ziekenhuis in een privéruimte. Het potje gaat meteen naar het labo waar het sperma op de juiste temperatuur gehouden wordt zodat het aktief en in leven blijft.
Sommige mannen hebben geen spermacellen in hun ejaculaat omdat ze door een aangeboren afwijking geen verbindingsbuisje (zaadleider) hebben tussen de teelbal en de penis. Er is dus wel sperma in de teelbal, maar het kan er niet uit. In dit geval zal de arts tijdens een operatie sperma uit de balzak halen. Dit kan met een naald opgezogen worden uit de teelbal, of er kan een stukje van de binnenzijde uit de teelbal gesneden worden.

Eicellen[bewerken]

Op natuurlijke wijze
De eicel wordt bij de vrouw bevrucht binnen de 24 uren na de eisprong (dus nadat ze uit de eierstok vrijkwam). Als ze na 24 uren niet bevrucht is, sterft ze. In die 24 uren is ze echter nog steeds in de eileider op weg naar de baarmoeder. De bevruchting gebeurt dus eigenlijk in de eileider en niet in de baarmoeder. Vrouwen kunnen dus niet zomaar een eicel geven die uit haar lichaam te voorschijn komt.

Proefbuisbaby
Als we dus een eicel willen voor een proefbuisbaby, moeten we de eicel te pakken krijgen voor ze afgestorven is. Een eicel is echter zo klein dat de arts ze nooit meer terugvindt eenmaal ze een eisprong gemaakt heeft en door de eileider begint te glijden. Daarom zal de arts ze in het ziekenhuis wegprikken met een naald als ze nog in de eierstok zit.

In de eierstokken zitten duizenden eicellen, maar de meeste ervan zijn niet rijp en dus ook niet geschikt voor bevruchting. Elke maand rijpt er normaalgezien één eitje bij de vrouw. Dit eitje zou dan weggeprikt kunnen worden. Om de slaagkansen te vergroten, zal de arts medicatie voorschrijven om meer eitjes te doen rijpen. Deze medicatie moet gedurende enkele dagen ingespoten worden in het vel. Meestal doet de vrouw dit zelf.

Door de hormonen in het bloed te controleren (hiervoor moet er geregeld bloed geprikt worden) en door een echo te maken van de eierstokken, kan de arts zien of de eitjes rijp zijn. Het is belangrijk om precies te bepalen wanneer de eitjes rijp zijn, maar wel te verhinderen dat ze een eisprong maken, want dan zijn ze niet meer terug te vinden. Ook weer door medicatie kan vermeden worden dat de eicellen een eisprong maken.

Zodra de eicellen rijp zijn, zal de arts in het ziekenhuis (meestal met een plaatselijke verdoving) de eicellen uit de buik wegprikken. Hij gebruikt hiervoor een lange holle naald waarmee hij via de vagina tot aan de eierstokken prikt.

De eicellen worden in een speciale vloeistof en op de juiste temperatuur bewaard in het labo om te vermijden dat de eicellen afsterven.

De bevruchting[bewerken]

Petri-schaaltje

Zodra de spermacellen en even later ook de eicellen in het labo zijn, kan de bevruchting gebeuren. In het labo zullen de eicellen eerst 'schoongemaakt' worden, want rond de eicellen zitten nog een hoopje cellen (cumuluscellen) die in het lichaam wel hun nut hebben, maar die wel een extra hindernis vormen voor de spermacellen.

IVF[bewerken]

In het labo kan de bevruchting gebeuren door de eicel en spermacellen gewoon samen in een glazen schaaltje te leggen, meestal een Petri-schaaltje (bedacht door meneer Julius Richard Petri). Dit noemt men IVF (in vitro fertilisatie). Letterlijk betekent het zoveel als "bevruchting in een glaasje".

ICSI[bewerken]

ICSI

Soms zijn de spermacellen zo zwak òf in weinige mate aanwezig of dit in beide gevallen dat ze zelfs geen bevruchting kunnen veroorzaken als ze samen in een glazen schaaltje liggen met een eicel. In dat geval kan de arts één spermacel zelf in de eicel stoppen. Hiervoor heeft hij materiaal dat zo klein en fijn is dat hij met een zuignaaldje onder de microscoop precies één spermacel kan opzuigen. Vervolgens prikt hij met die naald in de eicel en spuit voorzichtig de spermacel naar binnen. Zodra de versmelting gebeurt ontstaat het embryo. Deze techniek van inspuiten noemt ICSI (intra cytoplasmatische sperma-injectie). Letterlijk betekent het "sperma inspuiten in de (ei)cel". Er dus maar één zaadcel nodig voor de bevruchting van één eicel, in Nederland is afgesproken dat de zaadcel wel beweeglijk moet zijn, in België bijv. gaat men wel door met niet beweeglijk zaad.

De terugplaatsing in de baarmoeder[bewerken]

Zodra (binnen de 24 uren, anders is de eicel dood) er zich een embryo heeft gevormd, wordt de vrouw in gereedheid gebracht voor de zwangerschap. Soms moet ze ondersteunende hormonen krijgen die ervoor zullen zorgen dat haar lichaam beseft dat het zwanger is en dus niet mag menstrueren. In het labo volgt men het embryo onder de microscoop op. Het begint zich steeds in twee te delen. Dus de versmolten eicel en spermacel vormen eerst een 1-cellig embryo, vervolgens deelt het zich tot een 2-cellig embryo. Weer wat later is het gedeeld tot een 4-cellig embryo, dan een 8-cellig embryo enzovoorts.
Vanaf de tweede dag in het labo kan het embryo al teruggeplaatst worden bij de vrouw (embryo-transfer). Meestal gebeurt het echter op dag 3, 4 of 5. Op die manier ziet de arts welke embryo's zich het best ontwikkelen en dus meer kans maken om te blijven leven en uit te groeien tot een baby.

In het ziekenhuis zal de arts met een dun buisje het embryo in de baarmoeder aanbrengen. De arts hoeft niet te prikken, want hij schuift het buisje via de vagina in de baarmoeder. Dan spuit hij het buisje met het embryo leeg in de baarmoeder. Het is nu afwachten of het embryo zich zal nestelen tegen de baarmoederwand. Doet het dat, dan zal de vrouw dus zwanger zijn en 9 maanden later bevallen van een kind. (Eigenlijk 8,5 maanden na de terugplaatsing, want bij natuurlijke zwangerschap rekent men vanaf de laatste menstruatie en niet vanaf de eigenlijke bevruchting die pas 2 weken later plaatsvond).

Wat gebeurt er met de andere embryo's?[bewerken]

Meestal zijn er meerdere embryo's gevormd, maar er worden er slechts 1 of 2 teruggeplaatst. Anders kan de vrouw zwanger raken van evenveel baby's als er embryo's geplaatst werden. Gemiddeld worden er 12 eitjes weggeprikt en zal het merendeel hiervan bevrucht raken in het laboratorium. De overige embryo's die zich ontwikkeld hebben kunnen ingevroren worden. Zo hoeft de hele procedure niet herhaald te worden als de vrouw nog een kindje wenst in de toekomst of als de eerste poging tot zwangerschap mislukt omdat bijv. het embryo zich niet ingenesteld heeft. Dit invriezen noemt men cryopreservatie en is een heel snel invriezen op uiterst lage temperatuur. Een gewone diepvriezer kan hiervoor niet gebruikt worden. Embryo's zouden invriezen op de gewone huis-manier niet overleven..

Zijn proefbuisbaby's normaal?[bewerken]

Pasgeboren baby

Ja, proefbuisbaby's zijn volledig normale baby's. Er is geen verschil met baby's die op natuurlijke manier zijn bevrucht. De allereerste proefbuisbaby werd geboren in 1979 en heet Louise Brown. Het meisje is intussen een volwassen vrouw en heeft zelf ook al kinderen. Ze bleek zelf geen vruchtbaarheidsproblemen te hebben zoals haar ouders dat wel hadden.

Groeien proefbuisbaby's ook in het laboratorium?[bewerken]

Neen, enkel de eerste dagen kunnen embryo's overleven in een glazen schaaltje (proefbuisjes worden hiervoor niet gebruikt trouwens). Daarna heeft het een baarmoeder nodig om zich te voeden. Het embryo zal een moederkoek en navelstreng gaan vormen om zich mee te voeden. De wetenschap is nog helemaal niet in staat om een embryo langer dan enkele dagen in leven te houden in het laboratorium.
In sommige fictie-boeken wordt wel geschreven over baby's die gekweekt worden in een laboratorium zoals bv. "Manipulatie" van Robin Cook en "Heerlijke nieuwe wereld" (Brave New World) van Aldous Huxley.
Dit blijft echter nog fictie voor de komende tientallen jaren... of misschien wel voor altijd.


Proefbuisbaby's, gewone bijzondere baby's



Was dit artikel toch nog niet duidelijk genoeg, klik boven het kader van dit artikel of hier dan op "bewerk" en plaats je opmerkingen of vragen.


Wikipedia Wikipedia heeft een encyclopedisch artikel over Proefbuisbaby's

 

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.