In mensentaal/Klonen

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Dit artikel is onderdeel van de serie In mensentaal.

Klonen[bewerken]

Klonen is een manier van voortplanten die wel heel bijzonder is. Door klonen wordt een nieuw (jong) exemplaar gecreëerd met dezelfde eigenschappen als het exemplaar waarvan het gekloond wordt.

Planten[bewerken]

Bij de planten kennen we dit fenomeen als ‘stekken’. Dus zonder dat er "bloempjes en bijtjes" aan te pas komen, kan je van sommige planten gewoon een tak nemen en die in de grond steken. Die tak krijgt zelf wortels en groeit tot een nieuwe plant uit. Deze nieuwe plant is identiek aan de hoofdplant waarvan je de tak haalde. Enkele voorbeelden van planten die je kan stekken: aardbeiplant, geranium,…

Dieren[bewerken]

Ook in de dierenwereld zijn er voorbeelden waarbij een dier zelf een nieuw dier kan voortbrengen door gewoon een stukje van zichzelf af te nemen en hiervan ontstaat vervolgens een geheel nieuw dier. De hydra is een poliep die stukken aan zijn lichaam laat groeien en die hij later loslaat. Dat losgelaten stuk groeit weer tot een nieuwe poliep.

Mensen[bewerken]

Ook onder de mensen bestaan er klonen. Deze mensen zijn genetisch identiek. Identieke tweelingen zijn een kloon van elkaar. Zo’n tweeling is ontstaan uit één eitje (van mama) en één spermazaadje (van papa) die zich versmolten hebben tot een embryo. Ergens helemaal in het begin van de ontwikkeling heeft het eitje zich in twee gesplitst. Elk deel vormde opnieuw een volledig mensje en werden er twee volledige baby’s geboren (dus niet twee halve baby's). Deze twee baby’s zijn eigenlijk klonen van elkaar.

Maar er zijn nog andere mogelijkheden om mensen te klonen. Er bestaat een techniek om van één enkele cel van een mens (dat kan een volwassene zijn) een volledige nieuwe baby te maken. Deze baby ziet er net als een identieke tweeling, bijna hetzelfde uit als de persoon van wie de cel genomen werd. Het is een kloon.

Hoe kan men klonen?[bewerken]

Het principe[bewerken]

Wanneer een eicel en een spermacel versmelten, dan heeft men een nieuwe cel met dubbel DNA (DNA zijn de eigenschappen). De helft van de eigenschappen van moeder en de helft van de eigenschappen van vader.
Zo’n nieuwe cel zit in de eierschaal van mama’s eitje (te vergelijken met het eigeel in een kippenei, alleen is de menselijke eierschaal heel dun en zacht).

Wetenschappers zijn erachter gekomen dat wanneer je deze nieuwe cel (het menselijke eigeel) uit de eierschaal haalt en er een andere cel in steekt, dat deze andere cel plots gaat groeien en vermenigvuldigen en een baby vormt.

Hoe komt men aan de lege menselijke eierschalen?[bewerken]

Dokters prikken eicellen (met eierschaal) met een lange naald uit de buik van een vruchtbare vrouw. In het laboratorium zuigen ze met een buisje (pipetje) de inhoud uit de schaal. Zo krijgen ze lege eierschalen die ze daarna kunnen vullen met een klooncel.

Welke cellen kunnen gebruikt worden als klooncel?[bewerken]

Er zijn twee voorwaarden waaraan een klooncel moet voldoen:

Voorwaarde nummer 1: de klooncel moet dubbel DNA hebben, dus eigenschappen bevatten van een vader en een moeder (net als een versmolten embryo). Het menselijk lichaam zit vol cellen en de meeste daarvan bevatten dubbel DNA. Alleen de geslachtscellen (eicellen en spermacellen) hebben maar de helft (enkel DNA), zodat ze kunnen versmelten met de geslachtscellen van de partner.
Een spermacel in een lege eierschaal steken werkt dus niet.
Sommige cellen hebben geen DNA (bv. Bloedplaatjes en rode bloedcellen, dode huidschilfers, nagels en harenpuntjes (er zit wel DNA in de haarwortel die in het vel vastzit)). Deze cellen kun je dus ook niet gebruiken om een kloon te maken. Ze zouden niet reageren in een lege eierschaal.

Betekent dit dat al de andere cellen kunnen gebruikt worden om een nieuwe baby mee te maken? In principe wel. Een witte bloedcel, een huidcel, een cel uit de mond, een levercel, …. allen kunnen ze gebruikt worden om een nieuwe baby mee te maken door ze in een lege menselijke eierschaal te stoppen.

Voorwaarde nummer 2: de klooncel moet zich vrij kunnen delen. De klooncel mag niet geprogrammeerd zijn om een speciale cel te worden, bv. een darmcel of een niercel. De meeste cellen in ons lichaam zijn al voorgeprogrammeerd. Daarom maken we overal in ons lichaam de juiste nieuwe cellen aan die we nodig hebben. Snijden we in ons vel, dan weten de cellen van ons vel dat ze nieuwe huidcellen moeten maken en bijvoorbeeld geen nieuwe darmcellen.

Er zijn in ons lichaam echter cellen die nog niet voorgeprogrammeerd zijn. We noemen dat ‘stamcellen’ zoals ‘stamvader’. Dit zijn cellen die nog alles kunnen worden. Het hangt er maar vanaf waar je de cellen naartoe stuurt of wat je ermee doet. Voorbeelden van dergelijke stamcellen zijn terug te vinden in het beenmerg en in de levermassa. Zo’n stamcel kan dus ingebracht worden in een lege eierschaal en zal een baby vormen.

Nu is er wel een trucje om voorgeprogrammeerde cellen te veranderen, zodat ze niet meer voorgeprogrammeerd blijven. Dit kan door de cel uit te hongeren. Als je de cel wegneemt uit het lichaam en in het laboratorium in leven houdt in speciale vloeistof en op de juiste temperatuur, kan je de cel beginnen uit te hongeren. Als ze voldoende uitgehongerd is, zal de programmatie van de cel verdwijnen en kan deze cel gebruikt worden als klooncel. Nu kan deze cel dus ook ingebracht worden in de lege eierschaal. Een uitgehongerde huidcel kan je dus gebruiken om te klonen.

Hoe zit het dan met die baby?[bewerken]

Zodra er een klooncel in de eierschaal zit, heeft men eigenlijk een embryo ‘gemaakt’. Binnen de dag begint de klooncel zich telkens in twee te delen. Dus de klooncel wordt twee cellen, dan vier, dan 8, dan 16 enzoverder tot het met miljoenen cellen een volledige baby heeft gevormd.
Een embryootje kan de eerste paar dagen overleven in het laboratorium in een schaaltje met speciale voedingsstoffen. Daarna heeft het echter een baarmoeder nodig en zal het stilaan een moederkoek met navelstreng gaan vormen om zich zo te voeden. Hiervoor is een vrouw nodig die zwanger zal zijn van de baby.

Zodra het embryo zich heeft gedeeld tot 8, 16 of 32 cellen plaatst men het met een buisje via de vagina in de baarmoeder van een vrouw. In haar buik zal de baby groeien en zij zal van de kloonbaby bevallen.

Bestaan er al kloonbaby’s?[bewerken]

Wetenschappers zijn er in geslaagd dieren te klonen zoals muizen, koeien en schapen. Dolly was het eerste gekloonde schaap (1996).
Enkele wetenschappers beweerden ook mensen te hebben gekloond, maar tot dusver heeft niemand daarvan bewijs geleverd. In veel landen is het klonen van mensen intussen verboden.

Hoe ziet de kloon eruit?[bewerken]

Klonen zijn niet precies hetzelfde als de oorspronkelijke persoon. Een kloon lijkt heel erg op het exemplaar waarvan het gekloond werd en is genetisch wel hetzelfde (ze hebben precies hetzelfde DNA en dus dezelfde eigenschappen), maar net zoals identieke tweelingen van elkaar verschillen in persoonlijkheid en soms zelfs in kleine lichamelijke zaken, verschillen ook klonen van de oorspronkelijke persoon. Dit komt omdat de omgeving en de ervaringen ook een invloed hebben op de ontwikkeling van een individu.

Is een kloon een gewoon persoon?[bewerken]

Ja en nee. Een gekloonde baby is een gewone baby, net als een andere.
Maar! Omdat we voor het maken van een kloonbaby één cel hebben genomen uit het lichaam van iemand anders, moeten we er rekening mee houden dat die ene cel al vanalles heeft meegemaakt. Stel dat we een witte bloedcel gebruikten om de kloon te maken. Die witte bloedcel heeft al een hele poos door de bloedvaten van de oorspronkelijke persoon gezwommen. Misschien zijn er onderweg piepkleine beschadigingen gebeurd aan die cel. Bovendien is die cel al een stukje verouderd. De kloonbaby heeft al zijn eigen miljoenen cellen moeten opbouwen van deze ene cel. Alle mankementjes uit de klooncel zitten dus in de kloonbaby.

Dit maakt dat een kloon vaak gezondheidsproblemen krijgt die we niet zouden verwachten bij een ‘normale’ persoon. Het schaap Dolly kreeg bv. op jonge leeftijd een hele hoop ouderdomskwalen en stierf op tamelijk jonge leeftijd.

Mede hiervoor is het klonen van mensen (nog) verboden. Niemand kan voorspellen welke gevolgen het klonen zal hebben voor de kloon zelf.

Maar het is wel mogelijk .....



Was dit artikel toch nog niet duidelijk genoeg, klik boven het kader van dit artikel of hier dan op "bewerk" en plaats je opmerkingen of vragen.


Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.