Gebruiker:Joerivds

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hey, ik ben joerivds en mijn voornaamste project is een historisch overzicht van het Communisme. Geschiedenis, sociologie en politieke processen hebben me altijd gefascineerd en dan is de Communistische beweging het studieobject bij uitstek. Op termijn wil ik echter ook aan andere projecten meewerken. Misschien ook nog even meegeven dat ik een 19-jarige Belg ben die politieke wetenschappen studeert.


PROJECTRUIMTE: Antieke filosofie

Het pre-filosofisch denken: de mythische tijd[bewerken]

Alvorens de filosofie aan te pakken kan het nuttig zijn de situatie voor haar ontstaan te verkennen. Het pre-filosofisch denken situeert zich in de kindertijd van een beschaving. Voor het antieke Griekenland eindigde dit circa 800 v.C. met het verschijnen van de eerste Griekse filosofen. Toch maakte niet elke beschaving een gelijke ontwikkeling door; sommigen verlieten deze periode eerder dan anderen. Zelfs vandaag leven bepaalde natuurvolkeren nog steeds in wat de mythische tijd genoemd wordt.

De mythische tijd wordt gekenmerkt door een sterk gevoel van verbondenheid met alles wat bestaat: overal zijn krachten aanwezig die de wereld in stand houden. Deze krachten zijn er in diverse vormen en kunnen ook beïnvloed worden middels allerlei rituelen. Magie speelt een essentiële rol in de samenleving en er is geen onderscheid tussen religie, wetenschap en kunst. Een mooi voorbeeld zijn de alom bekende venusbeeldjes die mogelijk deel uitmaakten van een verering van het vrouwelijke. De toverij moet een gevoel van controle geven over de diverse krachten die aan het werk zijn en vaak zijn de nodige kennis en vaardigheden voor de rituelen in handen van een beperkte groep. Deze 'elite' - die vaak bestaat uit oudsten - geniet een hoog aanzien en haar leden staan vaak bovenaan de sociale ladder. De samenhang tussen religieuze en maatschappelijke structuren is heel interessant op zich maar voor ons volstaat het rekening te houden met dit verband zonder er dieper op in te gaan.

Om allerlei (natuurlijke) verschijnselen te verklaren wordt een historisch kader opgebouwd aan de hand van verhalen. Deze mythes vertonen steeds een zeker egocentrisme; de eigen samenleving wordt als middelpunt van de schepping gezien. Thematisch behandelen de mythes steeds wezenlijke zaken die in verband staan met leven en dood: schepping, vruchtbaarheid, ziekte en genezing, etc. Zo symboliseert de mythe rond de ontvoering van Persephone [link], die de seizoenen verklaart, de cyclus van leven en dood.

Uit het einde van het pre-filosofisch denken volgt niet automatisch het verdwijnen van de mythe. In onze westerse maatschappij zijn nog heel wat restanten van de mythische tijd terug te vinden. Zo werden het paasei, de kerstboom en karnaval achtereenvolgens via de Romeinse en Christelijke tradities overgeleverd. Maar ook de symbolische strijd die goed en kwaad in onze populaire cinema leveren valt op de mythische tijd terug te brengen.

 Kernideeën van het pre-filosofisch denken:
 - Alles is verbonden door een veelheid aan bovennatuurlijke krachten
 - Door magische rituelen kunnen we deze krachten beïnvloeden
 - Geen onderscheid tussen religie, wetenschap en kunst
 - Mythes fungeren als een 'religieuze geschiedenis'

De Griekse filosofie[bewerken]

Historische context[bewerken]

Kaart 1: De Griekse territoria omstreeks 740 v.C.

De Westerse filosofie is ontstaan in de 6e eeuw v.C. in Ionië. De Grieken stelden als eersten de rede als overheersend criterium in hun denken. Hiermee doorbraken zij het religieuze kader van waaruit men in de mythische tijd dacht. Dit is in de eerste plaats het gevolg van de handelsrelaties die de Grieken met elkaar en andere volkeren onderhielden. Door het contact met andere culturen kwamen de tradities en mythen onder spanning te staan en werd vrijer denken gestimuleerd. Een korte schets van de ontwikkelen kan ons helpen het ontstaan van de Griekse filosofie beter te plaatsen:

  • Het Griekse vasteland is sterk versneden, wat het ontstaan van relatief kleine gemeenschappen bevorderd.
  • De resulterende diversiteit beid maakt dat de Grieken niet onderworpen zijn aan een enkel (religieus) dogma.
  • De vruchtbare vlakten leveren de Grieken meer welvaart op en een bevolkingsexplosie volgt.
  • De bevolkingsdruk leidt tot kolonisatie, voornamelijk in Klein Azië en de gebieden rond de Zwarte Zee.
  • De handel neemt in belang toe en er vindt een verschuiving in waarden plaats.
  • Door de handelscontacten met andere culturen worden de eigen mythes in vraag gesteld.

Toch moeten we opletten voor determinisme: het nieuwe kritischer denken dat door de handel gestimuleerd wordt hoefde niet automatisch uit te monden in het ontstaan van de filosofie. Samen met het ontbreken van één denken en de tijd die de (rijke) Grieken hadden doordat de meeste arbeid door slaven werd verricht vormt het echter een gunstig klimaat.

De pre-socratische natuurfilosofen[bewerken]

De eerste filosofen leunen nog dicht aan bij de mythische tijd; ze hebben nog steeds aandacht voor de kosmos als geheel en maken ook geen onderscheid tussen religie en filosofie. Wel vertrouwen ze reeds op de rede. Wat de pre-socratische filosofen verder gemeen hebben is hun voornaamste onderzoeksvraag. Deze is ontologisch van aard wat wil zeggen dat ze op zoek gaan naar de bouwstenen van het universum. Deze 'essentie waarnaar alles kan worden herleid' heet in het Grieks archè, wat vertaald kan worden als 'de kern' of 'het diepste wezen'.

De revolutie die in de pre-socratische filosofie plaatsvindt is dubbel: naarmate de tijd vordert zal men steeds meer afstand nemen van het mythische denken én er zal in steeds abstractere termen worden gedacht. Wat volgt is een chronologisch overzicht van de voornaamste natuurfilosofen.

1. Thales van Milete[bewerken]

Behalve zijn wiskundige bijdragen heeft Thales van Milete (7e-6e eeuw v.C.) ook als eerste gepoogd de archè te definiëren. Hij stelde dat 'alles water is', waarmee hij bedoelde dat hoewel alles van uiterlijke vorm veranderd de essentie toch gelijk blijft. Mogelijk was het de vaststelling dat alle leven water nodig heeft die hem tot deze uitspraak bracht.

2. Anaximander van Milete[bewerken]

Volgens Anaximander (7e-6e eeuw v.C.) bestond de wereld uit een evenwicht aan tegenstellingen die allen voortkwamen uit wat hij het apeiron noemde. Dit is meteen het eerste abstracte denkbeeld in de Griekse filosofie en kan vertaald worden als 'het onbegrensde' of 'het onbepaalde'.

Socrates[bewerken]

(...)

Plato[bewerken]

(...)

De na-socratische wijsbegeerte[bewerken]

(...)

De Romeinse filosofie[bewerken]

(...)

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.