Cursusboek Marifonie/Onderling verkeer

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Dit hoofdstuk beschrijft hoe het marifoonverkeer wordt gevoerd. Het beschrijft de standaard-structuur van een bericht en de situaties waarin een bericht verzonden kan worden. Voor bijzondere berichten, zoals noodberichten, spoedberichten en veiligheidsberichten wordt verwezen naar het volgende hoofdstuk.

Uitluisteren[bewerken]

Was het niet Confucius die zei dat een mens twee oren had en slechts één mond, omdat luisteren belangrijker is dan spreken? In het marifoonverkeer is dat in ieder geval een staande waarheid. Het meeste dat je met een marifoon zal doen, is namelijk luisteren naar het verkeer, in plaats van zelf zenden. Het luisteren naar het marifoonverkeer op een bepaald kanaal wordt 'uitluisteren' genoemd en is in de meeste gevallen verplicht voor beroepsvaart en sterk aanbevolen voor de pleziervaart.

Kanalen[bewerken]

Uitluisteren (en eventueel zenden) gebeurt op de VHF-band in aangewezen kanalen. Zie voor het internationale gebruik (en het gebruik in België en Nederland) de tabel in de bijlage.

Langs de vaarweg worden op sommige vaarwegen zogenaamde blokkanalen aangegeven door middel van een blauw bord (aanbevolen), of een wit bord met een rode rand (verplicht). De scheepvaart die in bezit is van een marifoon wordt aanbevolen of verplicht op dat blokkanaal uit te luisteren en kan zich op dat blokkanaal melden bij verkeerscentrales, bruggen of sluizen.

Ook vindt het onderlinge marifoonverkeer in dat gebied plaats op dat kanaal, maar wordt zo snel mogelijk overgeschakeld op een werkkanaal om het blokkanaal niet te lang te bezetten. Als iemand namelijk uitzendt op een kanaal, is dt kanaal slecht of niet te gebruiken door anderen.

Op de betere waterkaarten vind je ook de kanalen van sluizen, bruggen en verkeerscentrales per gebeid, daarnaast zijn ze ook in de Almanak te vinden en dus op borden naast het vaarwater. De tabel in de bijlage is verre van compleet, dus raadpleeg actuele bronnen voordat je gaat varen. Een goede bron is het Handboek voor de Maritieme Communicatie (te vinden op de site van het Agentschap Telecom), of het Vademecum voor de Pleziervaart (te vinden op de site van de FOD Mobiliteit).

Voor de binnenwateren is er het algemene kanaal 10, waarop het onderlinge verkeer plaatsvindt. Buiten de gebieden waarin er een blokkanaal is aangewezen, is dit het kanaal om op uit te luisteren. De beroepsvaart is verplicht om naast op het blokkanaal, ook op dit kanaal uit te luisteren. Als er contact is tussen schepen, zoeken zij een 'werkkanaal' (meestal 13) op om het gesprek verder af te wikkelen.

Bij bruggen en sluizen kom je meestal kanaal 18, 20, 21 of 22 tegen, dit zijn kanalen waarop brug- en sluiswachters te bereiken zijn.

Belangrijk om te weten is verder dat kanaal 16 het internationale noodkanaal is voor noodoproepen. Op dit kanaal mag verder niet uitgezonden worden voor andere doeleinden en moet zoveel mogelijk vrijgehouden worden. Als er contact is tussen het schip in nood en de reddende schepen, zal er ook uitgeweken worden naar een 'werkkanaal' (meestal 67) voor de onderlinge communicatie.

Één of twee marifoons aan boord?[bewerken]

Voor de beroepsvaart is de keuze duidelijk: de regels schrijven twee marifoons voor. Voor de pleziervaart kan het nuttig zijn om een tweede marifoon aan boord te hebben (of een marifoon die een tweede kanaal kan ontvangen), om tegelijk op twee kanalen uit te kunnen luisteren. Zo kan op alle binnenwateren kanaal 10 worden uitgeluisterd, terwijl ook op een lokaal blokkanaal gecommuniceerd kan worden. Daarnaast is het ook handig als er wordt gevaren in een groep om het groepskanaal te kunnen gebruiken en ook tegelijk een algemeen kanaal (VHF 10) te kunnen uitluisteren.

Berichten verzenden[bewerken]

Wereldwijd wordt ongeveer dezelfde structuur gebruikt voor marifoonberichten. De structuur zorgt er voor dat duidelijk is wie aan wie zendt en wat de boodschap is. Het houden aan deze structuur is verplicht, zodat iedereen met elkaar kan communiceren en de communicatie ook duidelijk en vlot verloopt.

Omdat een marifoon voornamelijk voor de veiligheid bedoeld is, moet communicatie duidelijk en direct zijn, zonder onnodige poespas. Hou daarom berichten kort, zakelijk en to the point, spreek niet te snel en duidelijk. Gebruik de taal van het gebied waar je vaart, tenzij je er zeker van bent dat de ontvanger dezelfde taal spreekt als jij. Spreek je de lokale taal niet, hou het dan op het Engels, hoewel voor de (beroeps)binnenvaart doorgaans Duits spreekt.

Begin voor je met verzenden begint, eerst met het kiezen van het juiste kanaal en luister of er niet al een gesprek gaande is (vijf seconden wachten). Als het kanaal 'vrij' is, kan je spreken.

Aanroepen[bewerken]

Een bericht begint met het aanroepen van de geadresseerde. Omdat de ontvangst- of zendkwaliteit niet altijd optimaal is en een naam gauw verkeerd verstaan kan worden, herhaal je de naam drie keer:

De Onderneming, De Onderneming, De Onderneming.

Als niet duidelijk is hoe het schip heet (er wordt bijvoorbeeld geen gebruik gemaakt van AIS, of de naam van het schip is niet zichtbaar), dan volstaat het ook om het schip te omschrijven. dit hoeft dan maar één keer:

Het (blauwe) zeiljacht dat de Noordersluis invaart van west naar oost.

Duidelijk moet zijn voor wie het bericht is. Als een walstation wordt aangeroepen, dan gebruik je de naam van het station, zoals je een schip zou aanroepen:

Havendienst Harlingen, Havendienst Harlingen, Havendienst Harlingen.

Als de naam van het station niet precies bekend is, is het in de meeste gevallen voldoende om een omschrijving van wie (welke dienst) je nodig hebt. De Havendienst Harlingen zal ook reageren op 'Havenmeester Harlingen' of 'Havenhoofd Harlingen'. Ze zullen dan wel antwoorden met de door hen gebruikte naam, namelijk 'Havendienst Harlingen'.

Als je een algemeen bericht wil uitzenden, dan gebruik je de term 'ALLE SCHEPEN' drie keer om aan te roepen. Dit gebruik je meestal niet in het reguliere marifoonverkeer, maar eerder bij nood, spoed- en veiligheidsverkeer.

Vervolgens wordt gemeld wie er aanroept door de scheepsnaam en de roepnaam drie keer te herhalen, vooraf gegaan door "Hier is de...":

Hier de Boppelans Papa-Charlie-zes-nul-zes-twee, Boppelans Papa Charlie zes-nul-zes-twee, Boppelans Papa Charlie zes-nul-zes-twee,

Let op dat als er letters genoemd worden in het marifoonverkeer, er gebruik gemaakt wordt van het NATO-alfabet (zie de bijlages). Vervolgens wordt het gesprek overgedragen aan de ontvanger:

Over

Er wordt nu gewacht op antwoord.

Antwoord[bewerken]

In de regel zal een andere schipper binnen vijf seconden reageren (probeer dat zelf ook te doen), als er na tien seconden geen respons is, dan wordt de aanroep herhaald. Een antwoord ziet er als volgt uit:

Boppelans, hier de Onderneming, zegt u het maar. Over.

Vanaf hier wordt er gesproken als over een normale portofoon, dus eventueel zonder steeds de naam te noemen. Een bericht wordt telkens beëindigd met het woord 'over', om aan te geven dat men uitgesproken is en de ander kan spreken. Een gesprek wordt afgesloten met het woord 'uit' (en niet 'over en uit').

Bericht[bewerken]

Als een bericht aan een verkeerspost wordt gezonden, dan zal het vaak een mededeling van de plannen zijn van een schip:

Oranjesluizen, Oranjesluizen, Oranjesluizen. Hier de Boppelans Papa-Charlie-zes-nul-zes-twee, Boppelans Papa Charlie zes-nul-zes-twee, Boppelans Papa Charlie zes-nul-zes-twee, Varend van west naar oost. Over.

De sluiswachter (of verkeerscentrale) zal antwoorden:

Boppelans, hier de Oranjesluizen U kunt de Noordersluis invaren op de stuurboordzijde, achter het witte zeiljacht.

De ontvanger van een bericht bevestigt dat het bericht goed ontvangen is door een antwoord te geven, of aan te geven dat het bericht duidelijk ontvangen is:

Oranjesluizen, hier de Boppelans Begrepen, Boppelans uit.

Bevestiging[bewerken]

Bevestig altijd of een bericht duidelijk ontvangen is; dat kan op twee manieren. Geef antwoord op de vraag of het verzoek, of geef aan dat het bericht duidelijk is ontvangen. Soms hoor je ook het Engelse 'Roger', dat ook een bevestiging is dat het bericht begrepen is.

Als een bericht niet goed verstaan wordt, vraag dan om het bericht te herhalen.

Praktijk[bewerken]

De praktijk-stof kan gelezen worden ter verrijking. Het maakt geen deel uit van de examenstof, het kan soms zelfs in strijd zijn met de examenstof.

Het marifoonverkeer in Nederland[bewerken]

In Nederland dient helaas nog verschil te worden gemaakt tussen de manier die voor het verkeer wordt onderwezen om het examen te kunnen halen en de dagelijkse praktijk. Als een jacht een Rotterdamse verkeerspost oproept zoals dat in de opleiding is onderwezen, zal het merken dat het een andere respons krijgt dan het verwacht. Dat geldt ook als het een binnenschip aanroept. Het zal in deze tekst helder uit moeten komen wat de theorie is die geleerd moet worden en de praktijk zoals die wordt toegepast.

In de praktijk zal bovenstaande melding korter zijn en zal de naam slechts één of twee keer genoemd worden. Door het gebruik van ATIS en AIS is het noemen van de roepnaam ook niet meer nodig. Een bericht ziet er dan als volgt uit:

Mantelmeeuw, Mantelmeeuw, hier de Welmoet, over...

Dit is echter niet de manier hoe het geleerd dient te worden. Als op de voorgeschreven manier contact wordt gezocht met bijvoorbeeld de beroepsvaart, dan krijgt de schipper een andere respons dan verwacht.

Leren van anderen[bewerken]

Als je een tijdje een marifoon beluistert, zal je vanzelf leren hoe het marifoonverkeer in de praktijk verloopt en welke taal er wordt gebezigd. Het is de beste leerschool om er achter te komen hoe je het beste met andere schippers kan communiceren.

Taal[bewerken]

In Nederland is het gebruik van het Nederlands gebruikelijk in het marifoonverkeer. Volgens de daarvoor gesloten verdragen wordt het marifoonverkeer afgehandeld in de taal van het land waar wordt gevaren. Hou er echter rekening mee dat het Nederlands geen wereldtaal is en vooral zeevaart vaak een andere taal spreekt, de communicatie zal dan bijvoorbeeld in het Engels plaatsvinden. Binnenvaartschippers in Nederland en België komen vaak ook vanuit Duitsland en zullen dus liever Duits spreken.

Als men niet zeker is met een Nederlandstalige gesprekspartner van doen te hebben, spreekt men niet meer van 'opvaart', maar van 'bergvaart' of 'te berg varen'. In plaats van 'afvaart' van 'dalvaart' of 'te dal varen'.

Buiten Nederland en Vlaanderen zal de binnenvaart vaak Duitstalig zijn, met uitzondering van de Waalse en Franse wateren uiteraard, waar de voertaal op de binnenvaart Frans zal zijn.

Het uitgangspunt is zoals met alles op het water, goed zeemanschap: elke taal is uiteindelijk goed, als beiden maar met elkaar kunnen communiceren.

Begrippen[bewerken]

Stuurboord-stuurboord varen[bewerken]

In slingerende rivieren willen schippers die tegen de stroom in varen (bergop) graag de binnenbocht gebruiken, terwijl die misschien aan bakboordzijde ligt. Bergafwaarts wil de vaart die de stroom volgt, juist de buitenbocht op hun bakboordzijde gebruiken. Beroepsvaart zal deze wens kenbaar maken door een blauw bord met een wit knipperend licht aan stuurboord te tonen. Om deze reden heet deze manier van passeren ook wel 'blauw-blauw-varen' genoemd.

ETA en ETD[bewerken]

De Estimated Time of Arrival (ETA) is de geschatte aankomsttijd van een schip bij een bepaald punt; dit kan een haven, brug sluis of een boei zijn. Minder gebruikelijk is de term Estimated Time of Departure (ETD).

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.