Computersystemen/Groene ICT

Uit Wikibooks
Ga naar: navigatie, zoek

Doelstellingen[bewerken]

Volgende doelstellingen worden vooropgesteld voor deze module[1]:

  • De wettelijke voorschriften waaraan computerapparatuur onderworpen is m.b.t. milieu toelichten.
  • Alert zijn voor de milieu-effecten van computergebruik.
  • Oog hebben voor mogelijke implementatie van groene ICT.
  • Het begrip groene stroom en groene ICT toelichten.
  • Het stroomverbruik van een deel van een informaticasysteem berekenen.
  • Maatregelen om het verbruik van een computersysteem te beperken toelichten en toepassen.

Definitie[bewerken]

Groen (willen) zijn is in, getuige het opduiken van deze term in de media, reclame en bij politici. En ICT kan dan ook niet achterblijven (met zelfs een een Facebookgroep tot gevolg). Alleen blijkt het niet zo gemakkelijk te zijn om 'groene ICT' (en: green computing, green IT, ICT Sustainability) een eenduidige definitie te geven.

Groen[bewerken]

Als men het etiket groen gebruikt, bedoelt men vaak gedrag of producten die goed zijn voor het milieu/de natuur. Die definitie is echter niet welomlijnd. Zo zal een elektrische wagen groener zijn dan een vervuilende Hummer, maar kan deze elektrische wagen niet tippen aan het groen van de fiets. En deze kan dan weer niet tippen aan "groene voeten", om ergens naartoe te gaan. We zouden dus kunnen spreken van verschillende tinten groen.

Vergroening van ICT[bewerken]

In 2007 schatte Gartner dat de ICT-industrie voor 2% van de wereldwijde CO2-uitstoot zorgt, door gebruik van oa. pc's, servers, koeling, telefonie, netwerken en printers.[2] Greenpeace stelt dat deze industrie tegen 2015 zelfs voor 15% van de broeikasgassen verantwoordelijk zal zijn.[3] Andere onderzoekers voorspellen dat de infrastructuur voor mobiele technologie, zoals wifi, 3g en 4g, rond 2015 verantwoordelijk zou zijn voor een uitstoot van broeikasgassen die gelijk is aan de gezamenlijke uitstoot van 4,9 miljoen auto's.[4] Over het precieze percentage kan gediscussieerd worden, maar het is wel duidelijk dat ICT niet altijd even goed is voor het milieu. De vraag is hoe we de ICT zelf kunnen vergroenen.

Vergroening door ICT[bewerken]

De term 'groene ICT' kan echter ook betekenen dat ICT zélf een vergroening kan betekenen, zoals bij thuiswerken, de e-factuur of videoconferenties het geval kan zijn.

Milieueffecten[bewerken]

Onze ICT lijkt zo schoon: de blinkende smartphones, de zoemende pc's en de mooie kleurenafdruk die net uit de printer komt gerold; alles werkend op elektriciteit die zomaar uit de muur komt. Als we het vergelijken met een stinkende auto en een rokende schoorsteen lijkt er geen twijfel te bestaan over wat het groenst is.[5]

Veel van de milieueffecten van computergebruik zijn echter niet rechtstreeks zichtbaar voor Jan Modaal, zodat het aan de media of aan drukkingsgroepen is om bepaalde zaken uit de doeken te doen. Zo werd Apple niet opgenomen in The Cool IT Leaderboard, opgesteld door Greenpeace: Apple toonde onvoldoende leiderschap om IT energieoplossingen - die concurrenten wel al hebben - uit te werken.[6]

Papier[bewerken]

Next.svg Over de productie van papier bestaat een apart Wikiboek, zie Papier

Papier lijkt milieuvriendelijk: het komt van bomen (een hernieuwbare grondstof) en we kunnen het recycleren. Toch is er een milieu-impact: het kost energie om het te produceren en te recycleren en er is ook inkt nodig om iets te zetten op het papier. Het recycleren is ook beperkt tot een vijftal keer.[7]

Elektriciteit[bewerken]

Next.svg Zie ook Elektriciteit

Bij de elektriciteit uit het stopcontact komt geen giftige rook en geen radioactiviteit, maar bij opwekking ervan kan dit wel het geval zijn. Over de milieueffecten van het opwekken van elektriciteit kan zonder twijfel een uitgebreid Wikibook worden geschreven, wat niet de bedoeling is van dit boek. Om de milieu-impact te minimaliseren kies je best voor een groene elektriciteitsleverancier.

Elektronica: grondstoffen en afval[bewerken]

Grondstoffen voor elektronica zoals koper en goud groeien helaas niet aan de bomen, terwijl er toch een bijzonder grote vraag is naar deze metalen. Deze kunnen komen van mijnbouw, wat helaas bijzonder belastend is voor het milieu. Om deze metalen uit bv. gesteente te krijgen worden vaak milieuonvriendelijke chemicaliën gebruikt.

Is het niet interessant om deze metalen (ook) te halen uit ingezameld elektronisch afval (en: electronic waste)? Zo zit in alle gsm’s die er tot 2010 verkocht zijn, 240 ton goud. Uit 200 gerecycleerde gsm’s kan een gouden ring worden gehaald.[8] Uit 50000 gsm's kan 1 kg goud, 10 kg zilver, 400 g palladium, 420 kg koper en kleinere hoeveelheden van andere nog zeldzamere metalen zoals rodium en irridium gehaald worden. [9] Volgens persbureau Reuters kan uit een ton ruwe erts die in mijnen gewonnen wordt, gemiddeld iets meer dan 5 gram goud gevonden worden, terwijl uit een ton afgedankte mobieltjes meer dan 150 gram goud kan worden gehaald.[10] De vraag is hoe je die metalen terug netjes uit die blinkende smartphone kan krijgen: het recycleren van elektronisch afval. Dat is de specialiteit van de stadsmijnbouw (en: urban mining).

  • Umicore is een Belgisch bedrijf en één van de koplopers van Europa als het op stadsmijnbouw aankomt. Het werd in 2013 bekroond als meest duurzame onderneming ter wereld.[11] In deel 1 van de documentaire "Dockland: heerlijke hernieuwbare wereld", wordt deze vorm van stadsmijnbouw uit de doeken gedaan.[12]
  • Helaas is de stadsmijnbouw in andere delen van de wereld niet duurzaam. Om goud, platina en andere waardevolle metalen eruit te halen gebruiken volwassen én kinderen gasbranders en chemische stoffen. Zo wordt de gezondheid van mens en in natuur duidelijk niet in acht genomen, maar het is een bron van inkomsten. Vaak 'broodnodig', omdat andere vormen van inkomsten verdwenen zijn, denk bv. aan vissterfte door die stortplaatsen, wat de visserij nekt. Enkele voorbeelden a.d.h.v. artikels en reportages:
    • In de Chinese stad Guiyu.[13] Volgens een VN-rapport zou van 2010 tot 2015 de hoeveelheid elektronisch afval in China verdubbeld zijn.[14]
    • In Pakistan.[15]
    • In de documentaire "Vranckx: Ons vuil in Afrika" volgt VRT-journalist Jan Holderbeke de afvaltrafiek van de haven van Antwerpen naar Tema, in het West-Afrikaanse Ghana.[16]

Vandaag produceert elke Vlaming jaarlijks gemiddeld 21 kg AEEA elektronisch afval. Ongeveer 1/3 daarvan of zo’n 8 kg wordt via de officiële kanalen ingezameld en geregistreerd. Het is niet volledig duidelijk waar de overige 13 kg naartoe gaat (zolder, grijze zak, schroothandel, shredderbedrijven, export,…). Maar het is een feit dat een aanzienlijk deel daarvan verscheept wordt naar de derde wereld[17], op 50 miljoen ton elektronisch afval zou 75 % belanden op illegale stortplaatsen in ontwikkelingslanden.[18]

Het gaat dus niet alleen over de ontwikkelingslanden, want ook binnen Europa halen we de recyclingdoelen niet: slechts 35% van het elektronische afval zou op de juiste manier verwerkt worden, terwijl het doel 85% is. In Nederland ligt dat cijfer op 32%, min of meer op het gemiddelde. Ongeveer 10% gaat er gewoon bij het vuilnis, 30% wordt gerecycled maar niet volgens voorschriften, 10% wordt geëxporteerd en van 15% is niet bekend wat ermee gebeurt. België staat er beter voor; daar wordt iets meer dan 50% op de juiste manier gerecycled, minder dan 10% gaat op de vuilnishoop, iets meer dan 10% wordt gerecycled maar niet volgens voorschriften, 3% wordt geëxporteerd en een kleine 25% heeft een onbekende bestemming. De cijfers gaan over 2012.[19]

Milieuwetgeving[bewerken]

Het toepassen van groene ICT kan je doen omdat het beter is voor het milieu en/of beter is voor je portemonnee. Fabrikanten en/of consumenten kunnen echter opzien tegen het (initiële) extra werk en/of de (initiële) extra kosten. Er is dan wetgeving nodig om groene ICT afdwingbaar te maken. Enkele voorbeelden:

  • Het energielabel is een label dat volgens verschillende Europese richtlijnen moet worden meegeleverd bij de verkoop van onder andere auto’s, elektrische apparaten, lampen en gebouwen. Dit label is een maatstaf voor de consument om te zien hoe zuinig, milieuvriendelijk en/of energiebesparend het aangekochte product is. Tevens staat er vaak informatie op over de prestaties van het product en de gebruikte materialen bij de productie.
  • De Waste Electrical and Electronic Equipment Directive (WEEE Directive) is de Europese richtlijn i.v.m. elektrisch en elektronisch afval die Europese wet kwam in februari 2003.
  • Ook in februari 2003 kwam de Europese richtlijn "Restriction of Hazardous Substances" (RoHS) een Europese wet. Deze zorgt voor een beperking van gevaarlijke stoffen zoals lood, kwik en chroom VI.
  • Europa speelt ook een sleutelrol in het verplichten van fabrikanten om stand-byverbruik beneden een bepaalde drempel te houden.

Implementatie vergroening van ICT[bewerken]

Verbruik beperken[bewerken]

Volgens de eerste stap van Trias energetica moeten we het energieverbruik beperken, door verspilling tegen te gaan. Als je over de middag een uur pauze hebt, doe je er goed aan om je computer uit te schakelen. Als je je NAS niet altijd nodig hebt, dan kan je deze uitzetten i.p.v. deze 24/24 te laten draaien. We beschouwen enkele stappen:

  1. Meten is weten: als je kan meten hoeveel er wordt verbruikt, kan je ook bepalen hoeveel je kan besparen. Of welke verbruiker je het best eerst aanpakt.
  2. Kost: elektriciteit kost geld, maar als je verbruik omlaag wil krijgen kan er een investeringskost mee gepaard gaan. Dit moet je kunnen berekenen. Dan kan blijken dat het beter is om je halogeenlampen nog te gebruiken, maar die oude diepvriezer zo snel als mogelijk te vervangen.
  3. Vervangen: het investeren in een nieuw apparaat kan door de uitgespaarde energiekost zichzelf terugverdienen.
  4. Energiebeheer: heel wat toestellen hebben instellingen waarmee je aan energiebeheer kan doen.
  5. Reclame: de verborgen energiekost van reclame.

Meten is weten[bewerken]

Om te weten waar en hoeveel je kan besparen is het nuttig om te weten wat je huidig verbruik is. Zo kan je achteraf ook controleren of de aanpassing tot de gewenste daling in verbruik heeft geleid. Bij een verbruiker die een constant vermogen opneemt hoef je zelfs niet te meten, maar kan je dit verbruik W berekenen:

W = P * t

Een spaarlamp van 7 watt die 5 uur aanstaat, heeft een verbruik van W = P * t = 7 * 5 = 35 Wh = 0,035 kWh. Opgelet: verwar de grootheid W(van work) niet met de eenheid W (van watt)!

Vele verbruikers (bv. een pc) nemen echter geen constant vermogen op en/of worden wisselend gebruikt, waardoor je zal moeten meten:

  1. Een mogelijke eerste stap is om regelmatig de meterstanden bij te houden via de elektriciteitsmeter van je elektriciteitsleverancier, uitgedrukt in kWh en vaak opgesplitst in een dag- en nachttarief. Stel dat je vandaag 37532 kWh registreert op de dagteller en een week later 37696 kWh, dan heb je in die periode overdag 161 kWh verbruikt. Dit geeft een eerste indicatie van het globale verbruik over een bepaalde periode. Helaas globaal en dus worden afzonderlijke apparaten niet gemeten. Helaas over een bepaalde periode en dus niet op één bepaald moment.
  2. Met een afzonderlijke elektriciteitsmeter kan het verbruik van een enkel apparaat of een groep apparaten worden gemeten. Dit maakt een veel gedetailleerdere meting mogelijk, maar de evolutie van het verbruik is echter een stuk moeilijker te bepalen. Bij het meten van het verbruik van pc's blijkt de ene energiemeter de andere niet te zijn, waardoor het aanschaffen ervan goed overwogen moet zijn.[20]
  3. Wil je nog een stuk verdergaan, dan kom je terecht in het domein van de energiemonitoring. Interessante projecten zijn OpenEnergyMonitor, Flukso of Plugwise.
  4. Nóg diepgaander is het uitmeten van de afzonderlijke elektronische componenten met een multimeter. Hiervoor moet je de basisprincipes van elektriciteit kennen (bv. wisselspanning versus gelijkspanning, de symbolen,...), moet je weten hoe je alles moet aansluiten en moet je de waarde kunnen interpreteren.


Merk op: zelfs als je een apparaat uitzet, is het vaak niet écht uit: stand-by is een toestand van een elektrisch apparaat dat net niet helemaal uitgeschakeld is en in staat is zichzelf in te schakelen. Hiervoor is nog een beetje elektriciteit nodig, wat sluipverbruik heet. De inefficiënte slaap- of sluimerstand van apparaten die in verbinding staan met internet, zoals modems, printers of (spel)computers zou ons jaarlijks en wereldwijd 59 miljard euro kosten! Als we de best beschikbare technologie inzetten, zouden de apparaten dezelfde taken kunnen uitvoeren met 65 procent minder stroom. De energiebesparing zou even groot zijn als het huidige energieverbruik van Canada, Denemarken, Finland en Noorwegen samen. [21]

Kostprijs[bewerken]

Na het meten kan je daaraan een kostprijs koppelen en zo kan je beter inschatten wanneer een bepaalde investering (bv. een stekkerblok met schakelaar) zichzelf terugverdient of waar je die investering het eerst moet inzetten. Bij het bekijken van een elektriciteitsfactuur is het vaak moeilijk om precies te weten te komen hoeveel 1 kilowattuur kost: oa. distributienettarieven, dag versus nacht, gratis kWh, belastingen en abonnementskosten maken het geheel niet overzichtelijk. Dit verschilt ook van energieleverancier tot energieleverancier en alles behandelen zou van dit onderdeel 'kostprijs' een veel groter stuk maken, dan de rest van dit Wikibook. Om het verhaal eenvoudig te houden, verwijzen we naar de kostprijs die Ecopower aanrekent. Het is een Belgische coöperatie die elektriciteit levert aan een vaste prijs per kWh, zonder een verschil van dag/nacht en zonder een abonnementsprijs aan te rekenen. Op moment van schrijven is de eenheidsprijs van 1 kWh in het netgebied Gaselwest 0,2957 EUR.[22] Om de kostprijs K te bereken moet je het verbruik W vermenigvuldigen met de eenheidsprijs E:

K = W * E

Onze spaarlamp van 7 W, die 5 uur heeft gebrand, heeft een verbruik van W = P * t = 7 * 5 = 35 Wh = 0,035 kWh. De kostprijs wordt dus K = W * E = 0,035 * 0,2957 = 0,0103495 EUR, een kost die wel meevalt. Stel dat het gaat om een elektrisch verwarmingsvuurtje van 2000 W = 2 kW, dat gedurende de skireis thuis 14 dagen aanstond. Dan is het verbruik W = P * t = 2 * (24 * 14) = 672 kWh. Daarmee wordt de kost K = W * E = 672 * 0,2957 = 198,71 EUR (in de veronderstelling dat het een constant vermogen opneemt van 2 kW). Toch een stuk hoger en bovendien nutteloos verbruik.

Stel dat een meting uitwijst dat je computer een sluipverbruik van 3 W heeft en dat de computer gemiddeld 21 uur per dag "uit" staat. Drie watt lijkt niet veel en is minder dan onze spaarlamp van 7 watt. Dit sluipverbruik is W = P * t = (3/1000) * (21 * 365) = 22,995 kWh. Als we de kost uitrekenen van dit sluipverbruik, dan komen we K = W * E = 22,995 * 0,2957 ≈ 6,80 EUR.Stel dat we een stekkerblok kopen met aan-uitschakelaar van 10 EUR, dan hebben we deze investering al in minder dan twee jaar terugverdiend. Daarna is de investering "winst". Na 7 jaar heb je zo 7 * 6,80 - 10 = 37,60 EUR nog steeds als spaargeld (of investeringsgeld).

Vervangen[bewerken]

Voorbeeld van het energielabel voor een koelkast

Het lijkt goed voor het milieu als we zaken die nog niet defect zijn blijven gebruiken i.p.v. te vervangen. In de meeste gevallen is dat ook zo, maar vaak geldt dat niet voor zaken die een verbruik hebben. Een koelkast van 30 jaar oud kan zo misschien nog perfect koelen, maar met een hoge kost (bv. de dichting die niet goed meer sluit of nieuwere koelkasten die veel efficiënter omspringen met energie). Zo kan het vervangen van een LCD-scherm door een zuiniger LCD-scherm zichzelf terugverdienen. Let op het woord 'kan': als je een 17" ouder LCD-scherm vervangt door een nieuw 24" LCD-scherm met ingebouwde speakers, dan kan dit terugverdieneffect in de praktijk tegenvallen!

Bij het vervangen van een toestel zal de fabrikant via een energielabel vaak een geschat jaarlijks verbruik meegeven, wat kan afwijken van jouw persoonlijke situatie! Als je jouw oude koelkast vervangt door een energiezuinig exemplaar dat je in de veranda plaatst, dan kan de voorzien besparing (in de zomer) serieus tegenvallen. Of als de fabrikant uitgaat van een TV die je 1 uur per dag gebruikt met de standaardinstellingen, terwijl jij die 4 uur per dag gebruikt met de hoogste helderheid, zal ook hier het verbruik op papier lager liggen dan in het echt.

Energiebeheer[bewerken]

Heel wat toestellen hebben instellingen waarmee je aan energiebeheer kan doen, bv. de decoder[23], thermostaat, de mogelijkheden van het besturingssysteem,... Door de mogelijke opties te bekijken kan je vaak een behoorlijke energiebesparing bereiken en dus een kostenbesparing. Wel opletten voor het rebound-effect (met daarbij de paradox van Jevons), waardoor de uiteindelijke besparing lager zou kunnen uitvallen dan gedacht

Reclame[bewerken]

Dat reclame energie kost is duidelijk en deze kostprijs wordt uiteindelijk doorgerekend aan de klant. Aan jouw brievenbus kan je nog een "Geen reclame" sticker bevestigen, maar rechtstreeks zal je hiermee geen energie uitsparen. In het straatbeeld had je vroeger de statische reclameborden (billboards), later de bewegende, maar ondertussen ook de digitale billboards. Het gaat nu eenmaal gemakkelijker om de aandacht van de potentiële klant te trekken met wisselend/bewegend beeld. Deze digitale billboards zouden een stuk meer verbruiken in vergelijking met hun statische varianten.[24]

Op websites is heel wat reclame te zien en voor de websitebeheerder dus ook reclameinkomsten. Dit laat toe om de website aan de bezoeker gratis of tegen verminderde kost aan te bieden. Het heeft echter ook zijn nadelen i.v.m. fake news (mensen naar je website lokken met nepnieuws, zodat je extra reclameinkomsten hebt), i.v.m. veiligheid (advertentienetwerken zijn al gebruikt om malware te verspreiden) of i.v.m. privacy (men trackt jou, om zo een profiel te kunnen opstellen). Waar velen niet bij stilstaan is dat het weergeven van die advertenties energie kost. Hoe dynamischer die advertentie, hoe meer energie die kost.[25] Door het gebruik van een adblocker per browser of door een systeem zoals Pi-Hole voor het volledig netwerk kan je deze energiekost vermijden.

Groene stroom[bewerken]

Volgens de tweede stap van Trias energetica moeten we maximaal gebruikmaken van energie uit duurzame bronnen. Groene stroom is elektriciteit opgewekt uit duurzame energiebronnen (aardwarmte, biomassa, waterkracht, wind en zon). Het begrip wordt gebruikt om een onderscheid te maken met de gewone elektriciteit, die dan "grijze stroom" wordt genoemd.

Het begrip “duurzaam” wijst er oa. op dat groene stroom onuitputtelijk moet zijn, wat niet zomaar het geval is bij fossiele brandstoffen (aardolie, aardgas, steenkool,...). Het wijst er ook op dat als bv. voor palmolie (vb. van biomassa) tropisch bos moet gerooid worden, dit niet echt duurzaam genoemd kan worden.

Bij het zelf opwekken van groene stroom denk je wellicht aan zonnepanelen, maar je kan ook kiezen voor een groene elektriciteitsleverancier. Op de website van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt (kortweg Vreg) kan u controleren hoe groen uw leverancier is.[26] In 2011 vond Greenpeace Ecopower, Wase Wind en Energie 2030 de groenste.[27]

Merk op dat er in het elektriciteitsnet fysisch gezien geen verschil tussen grijze of groene stroom is. Als je klant bent bij een elektriciteitsleverancier die garandeert dat al zijn elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen komt, dan betekent dit dat deze voor het verbruik van al zijn klanten garandeert dat hij groene stroom op het net zal zetten (door deze zelf te produceren en/of aan te kopen). Eens die stroom op het net zit, heeft niemand daar echt controle meer over waar die precies verbruikt zal worden.

Sorteren elektronisch afval[bewerken]

Het sorteren van het elektronisch afval:

  • Batterijen binnenbrengen bij een BEBAT-punt (België) of Stibat (Nederland).
  • Defecte elektronica binnenbrengen op een containerpark of in de winkel waar u nieuwe elektronica aanschaft.

Papier[bewerken]

Bij de opkomst van de computer was de droom gestart van een “papierloos kantoor”, maar helaas bleek dit vooral voor éxtra papier te zorgen, door het gemak waarmee geprint kan worden. We moeten ons de vraag stellen of iets wel moet afgedrukt worden en als dat moet of het niet economisch, in zwart-wit en/of recto-verso kan.

Implementatie vergroening door ICT[bewerken]

Enkele voorbeelden:

  • Thuiswerken. Door ICT (computer en internetverbinding met het bedrijf) kunnen werknemers ook van thuis uit werken.
  • E-factuur. Zonder facturen kunnen we niet, maar deze hoeven niet noodzakelijk op papier. Sommige leveranciers bieden de mogelijkheid aan om facturen via e-mail te laten versturen. Via Zoomit (in België) wordt dat zelfs nog gebruiksvriendelijker, daar je dan geen bedragen of rekeningnummers bij je online bankieren moet invullen.
  • Videoconferenties. Als mensen moeten vergaderen betekent dit vaak nogal wat extra verplaatsingen, wat met videoconferentie niet nodig is.

Het is natuurlijk enkel een vergroening, als blijkt dat het mét ICT beter is voor het milieu dan zonder. Zo moet men zich bij thuiswerk weliswaar niet verplaatsen naar het werk, maar thuis is nog steeds verwarming en licht nodig. En als één iemand thuis werkt, betekent dat daarom niet dat er op het bedrijf minder verwarming of minder licht nodig is.

Logo Hoe een vulkaan videoconferentie kan promoten
In 2010 was er grote vulkanische activiteit op de Eyjafjallajökull, waardoor in grote delen van Europa het vliegverkeer dagenlang volledig werd stilgelegd vanwege de aswolken die de vliegtuigen kunnen beschadigen. Vele geplande bedrijfsvergaderingen konden zo niet doorgaan, waardoor men zijn toevlucht zocht tot audio- en videoconferentie. Twee van de grootste Europese telecomoperatoren zagen zo een duidelijk toename in de vraag naar zulke diensten. De vraag is natuurlijk welk percentage zulke diensten is blijven gebruiken, nadat het Europees luchtruim weer werd vrijgegeven.

(en) Internet Traffic, Video Meetings Surge as Ash Grounds Europe. bloomberg.com (2010-04-20).


Bronnen en referenties[bewerken]

Bronnen[bewerken]

Voor meer informatie i.v.m. "Groene ICT":

Referenties[bewerken]

  1. De doelstellingen komen uit het leerplan D/2010/7841/004, d.i. het leerplan Toegepaste Informatica van de richting informaticabeheer, derde graad tso.
  2. Gartner Estimates ICT Industry Accounts for 2 Percent of Global CO2 Emissions
  3. Groene IT krijgt rood van Greenpeace
  4. 'Mobiele netwerken verstoken tien keer meer stroom dan datacenters'
  5. Nissan maakte een knappe toespeling op het mooi lijken, in hun reclamefilmpje 'What if everything ran on gas?'. Maar alhoewel dit reclame is voor de elektrische auto LEAF, kan de elektriciteit ervoor nog steeds een stinkende schoorsteen als gevolg hebben, bv. van een steenkoolcentrale!
  6. BusinessGreen.com: Greenpeace praises Google, slams Apple in latest green IT ranking
  7. Knack: Recyclage: de vijf levens van papier (20121002)
  8. Uit de synopsis van de documentaire Dockland: heerlijke hernieuwbare wereld
  9. Uit De Afvalkrant van IMOG, nr. 57 juni-juli-augustus 2014
  10. Tweakers.net: Meer goud in oude mobieltjes dan in ruwe erts (20080428)
  11. De Standaard: 'Umicore meest duurzame onderneming ter wereld'
  12. Dockland: heerlijke hernieuwbare wereld, deel 1/2
  13. De Morgen (2010/05/03). Computerafval maakt Chinezen ziek
  14. MO* (2017/01/16). Honger naar gadgets doet Aziatische e-afvalberg fors groeien. en Tweakers.net (2017/01/17). Onderzoek: hoeveelheid elektronisch afval groeit sterk in Aziatische landen.
  15. Vranckx: E-waste in Pakistan (Oorspronkelijk: 'The E-waste curse' - een reportage van Wild Angle, 2016)
  16. Vranckx: Ons vuil in Afrika door Jan Holderbeke(2009)
  17. Groen - Dossier e-waste
  18. Bron: in Pakistan.
  19. Tweakers.net: Europa haalt recyclingdoelen voor elektronica niet (20150830)
  20. Hardware.info - Vergelijkingstest: 9 Energiemeters (20090618)
    LESAGE, O. en VANPARYS, R., Energiemeters, Test-Aankoop, 2012-01
  21. De Redactie: "Wereldwijde energieverbruik moet drastisch naar beneden" en De Standaard: Slaapstand kost ons miljarden aan energieverspilling
  22. Dit is de prijs per kWh, inclusief btw en distributiekosten, enkel de Bijdrage Energiefonds en het prosumententarief worden apart aangerekend. Meer info bij Ecopower.
  23. Bij Telenet kan je een slimme energiestand op de Digibox of Digicorder instellen en ook bij Proximus bestaat een mogelijkheid om het energieverbruik van de decoder te beperken.
  24. De Decker, Kris (2012, 22 januari). Televisie verovert het landschap: de opmars van het digitale billboard.
  25. De Decker, Kris (2010, 7 november). Opzichtige advertenties stuwen energieverbruik computer fors de hoogte in.
  26. Vreg - Groencheck: Is mijn elektriciteitscontract echt groen?
  27. Greenpeace: Is uw groene stroom écht groen
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.