Computernetwerken/DNS

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 10: DNS[bewerken]

Stel je voor: Je wilt naar een site toe. Je start het Internet op en voert je adres in. Er wordt dus een IP-adres opgeroepen (van de site) om de informatie op te vragen. Maar hoe weet je nu welk adres bij welke IP hoort?
Om dit op te lossen wordt een DNS-server gebruikt. DNS staat voor domain Name System en is een systeem en protocol om een IP-adres om te zetten in een adres en vica versa. Als je dus naar een site gaat, zal DNS je ingevoerde adres vertalen in een IP-adres waarmee verbinding met de website wordt gemaakt. Daarnaast wordt DNS veel gebruikt in mailservers (een andere naam voor mailservers is MTA, Mail Transfer Agent).
Vroeger werd het leggen van een link tussen een IP en een adres gedaan met een bestand, genaamd hosts(.txt). Tegenwoordig wordt dat alleen nog lokaal gebruikt (tussen computers binnen een netwerk).

Hoe gaat DNS te werk?[bewerken]

Het zoeken van data m.b.v. een DNS wordt ook wel lookup genoemd. Een browser zal een beroep doen op de'stub resolver. De stub resolver kan de vraag doorgeven aan de recursor of kijken in een bestand.
Als de stub resolver de informatie niet kan vinden in een bestand, zal een (DNS)-pakketje worden verstuurd aan een recursor die vaak door de internetprovider wordt geleverd. De recursor stelt in eerste instantie de vraag aan een DNS-rootserver. Die kan dan weer de vraag doorsturen aan andere servers, en die weer aan andere servers, net zolang totdat het antwoord is gevonden. Het langslopen van de servers heet recursie.
De rootserver is het hoogste niveau (een root-directory is ook vaak de eerste map op bijv. een memorystick of harde schijf). De servers waar de recursor de vraag aan kan stellen heet een authoritative nameserver.

Gegevens[bewerken]

De gegevens worden opgeslagen in records, net zoals in een database. In een record staat een type, een TTL (Time to live, hoe lang een record wordt opgeslagen), een naam en data. Er zijn verschillende types resource records zoals A voor IPv4 en AAAA voor IPv6. Een nieuw record is SRV, dat voor services wordt gebruikt.
Gegevens worden een tijdje opgeslagen voordat ze verdwijnen. Dat heet caching. Hoe lang de gegevens worden bewaard hangt af van de TTL.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.