Alexander de Grote/De strijd met Perzië

Uit Wikibooks

Ga naar: navigatie, zoek

WSBN

Alexander stak met 35.000 man in het jaar 334 voor Christus de Hellespont over. Dit was de laatste keer dat hij in Macedonië was. Zijn leger was eigenlijk maar klein. De Perzen hadden veel grotere legers. Maar de Perzen hadden geen leger dat zo goed georganiseerd hadden. Maar de Perzen hadden een geniale veldheer, de Griek Memnon. Het was zijn plan om de Macedoniërs over te laten steken. Hij had ze ook met gemak kunnen onderscheppen. Hij wilde een tactiek toepassen, die de Russen in de strijd tegen Napoleon, later, ook zouden gebruiken. Het Macedonische leger kon maar weinig voedsel meenemen. Vervolgens zou Memnon het leger van de Perzen terugtrekken, en hen hun eigen land laten vernietigen. De Macedoniërs, die achter hen aan zaten, zouden dan geen eten uit het land kunnen halen. Zo kon Memnon het leger makkelijker uit elkaar drijven. In dezelfde tijd zou Memnon de vloot naar Griekenland laten trekken, en daar landen te veroveren. Maar zijn plan werd tegengehouden door de Satrapen van de Perzen, die in dat gebied regeerden. Als eerste vonden ze het idee van terugtrekken al een schande, en het tweede probleem (voor hen) was dat ze hun land moesten vernietigen, dan zouden ze minder inkomsten hebben. Alexander had ondertussen het idee om de kustgebieden van de Perzen aan te vallen, zodat hij de vloot kon overnemen. Memnon wachtte Alexander op bij de rivier de Granicus. Het Perzische leger was groter dan het Macedonische, maar Alexander won het gevecht met gemak. Memnon en de satraap van Anatolië werden gedwongen over zee weg te vluchten. Het Perzische leger werd grotendeels vernietigd, en de rest werd in kleine groepjes opengebroken.

In de jaren 334 en 333 voor Christus bleef Alexander de (Griekse) steden aan de westkust van Anatolië bevrijden, met als hoogtepunt de verovering van Sardis, de plaatselijke hoofdstad. Ook was het in deze periode dat hij zijn tactiek van belegering toepassen, iets dat hij later nog veel vaker zou gebruiken. De westkust van Anatolië was nu zo goed als in handen van Alexander. De vloten die het dichtst bij Griekenland lagen, waren uitgeschakeld. Er kwam nu nog een schok voor de Perzen, want Memnon was nu overleden tijdens de belegering van Mytilene, al stierf hij niet tijdens de strijd (waaraan hij stierf is onbekend). Maar Darius III had een nieuw leger opgebouwd, het grootste dat er in die tijd bestond. Het bestond uit zo'n 100.000 man. In november 333 kwamen het leger van Alexander en dat van Darius elkaar voor het eerst tegen. Al zagen Darius en Alexander elkaar alleen vanuit de verte, want Darius vluchtte zodra Alexander hem aanviel. Er ontstond paniek onder zijn mannen en Alexander won het gevecht (we bespreken deze veldslag later in het boek nog wel eens).

Darius had in zijn vlucht zijn complete familie achtergelaten, die er voor zorgden dat Alexander een diplomatiek voorstel kon gaan doen. Maar hij ontving een brief van Darius, die hem vroeg zijn familie terug te sturen naar hem, en dan de vrede te verklaren. Maar Alexander weigerde en noemde hem een lafaard dat hij was gevlucht. Darius bood hem opnieuw iets aan, ditmaal zou hij al het land tot aan de Eufraat krijgen, en zou hij zelfs zijn dochter met Alexander laten trouwen, waardoor hij Alexander zijn schoonzoon zou maken. Hij was wanhopig. Maar toch ging Alexander niet akkoord. Zij vriend Parmenion zei toen: 'Als ik Alexander was geweest, had ik dit gedaan, in plaats van nieuwe gevaren te moeten ondergaan.' Waarop Alexander antwoordde: 'Ik had het ook gedaan, als ik Parmenion was geweest.'

Alexander trok zuidwaarts, langs Tyrus en Gaza, waar hij de steden met zijn belegeringen in nam. Nu had hij een groot deel van de Perzische vloot, die in Tyrus lag gestationeerd. Tyrus had echter geen zin zich zomaar over te geven. Alexander moest de stad zeven maanden belegeren voordat hij hem innam. Nu had Griekenland de monopolie van de handel in het oostelijke deel van het Middelandse Zeegebied.

In het jaar 332 voor Christus trok Alexander Egypte binnen, het laatste gebied dat Darius nog bezat aan de Middellandse Zee. De Egyptenaren waren echter niet blij met hun farao, dus ze liepen maar al te graag over naar Alexander. Hij werd gezien als bevrijder, net als bij de Grieken aan de westkust van Anatolië. Alexander ging ook naar de oase van Siwa, waar een bekend Amon-orakel lag. Amon werd door de Grieken gezien als de Egyptische versie van Zeus. De priesters van Amon noemden de nieuwe farao de zoon van Amon. De Grieken vonden dit zeer speciaal, al was het voor de Egyptenaren heel gewoon. Maar Alexander kon dit goed gebruiken. Hij liet door heel het land vertellen dat Alexander door het orakel van Siwa de zoon van Zeus was genoemd. Dit gaf hem een goddelijke status die hij nog goed zou kunnen uitbuiten.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen