Wikijunior:Aardrijkskunde/Bibliotheek
Uit Wikibooks
|
|
|
Thema's
Bronnen
|
Hallo beste Wikibookianen,
omdat je aardrijkskunde vanuit heel erg verschrikkelijk veel invalshoeken kan bekijken en het systeem van de Wikibooks misschien overbelast kan raken door al die pagina's die nu al gemaakt zijn, (waar soms heel weinig informatie op staat) lijkt het me een goed idee om alle informatie die we nu al met zijn allen in dit boek hebben neergezet in grotere hoofdstukken te zetten. Ik (Ischa1) heb het aantal hoofdstukken teruggebracht naar twaalf en alle informatie die ooit in dit boek stond, staat nu hieronder. Wat mij een goed plan lijkt, is dat we met z'n allen deze informatieblokjes in een hoofdstuk gaan plaatsen waar het thuishoort. Als u mee kunt helpen, aarzel dan vooral niet en doe het! We hebben uw hulp snoeihard nodig!
Groeten, Ischa1 19 jul 2007 19:40 (CEST)
Inhoud
|
[bewerken] Binnenkant van de aarde
In dit hoofdstuk leren we over de binnenkant van onze planeet.
Onze planeet aarde is geen lege bol. Maar wat zit er dan binnen in onze aarde? Om het je te kunnen voorstellen, vergelijken we de aarde met een gekookt eitje.
[bewerken] De aarde als een ei
Aan de buitenkant van het ei zit de harde schaal. Daaronder zit het eiwit en helemaal in het midden zit de eierdooier (het eigeel).
[bewerken] Hoe ziet onze aarde er nu uit?
- De schaal van het ei is als de buitenkant van de aarde. In het echt is deze laag nog dunner dan de schaal! Het heet aardkorst.
- Het eiwit kan je vergelijken met de mantel.
- Het eigeel in het midden is zoals de kern.
[bewerken] Een plaatje van de binnenkant
Op de tekening hieronder zie je nog een deel van de buitenkant van de aarde. De zeeën zijn blauw gekleurd en de werelddelen in het groen.
In de tekening zie je dat er net als bij het ei een stuk uitgesneden is.
De drie grote delen van de binnenzijde van de aarde zijn nog verdeeld in verschillende lagen.
- De kern is geel gekleurd en bestaat uit een binnenkern en buitenkern
- De mantel is oranje gekleurd en bestaat uit een binnenmantel, een overgangszone en een buitenmantel.
- De aardkorst is blauw en groen gekleurd. Hij bestaat uit werelddelen en zeeën.
- 6. aardkorst
- 5. buitenmantel
- 4. overgangszone
- 3. binnenmantel
- 2. buitenkern
- 1. binnenkern
[bewerken] Continenten
Onze planeet aarde bestaat voor een groot deel uit water. De rest is land. Het land is verdeeld in 7 grote stukken die we continenten noemen. Zo'n continent (zeg: kon-tie-nent) of werelddeel bestaat uit een heleboel landen.
Kijk goed naar de afbeelding van de ronddraaiende aarde. In het echt draait de aarde dezelfde richting op als op het plaatje. Al het blauwe wat je op het plaatje ziet zijn de oceanen en zeeën van onze planeet. Het land is op sommige plaatsen groen. Daar groeien veel bomen en planten. Andere plaatsen zijn geel. Dat zijn de woestijnen.

We leren nu de namen kennen van de 7 continenten. Op het plaatje heeft elk continent een andere kleur gekregen. We hebben het plaatje van de aarde een beetje moeten uitrekken om alles te kunnen zien. Anders kon je de continenten aan de achterzijde van aardbol niet zien.
- Europa (zeg: Uu-roo-pa)
- Azië (zeg: Aa-zie-je)
- Afrika (zeg: A-frie-ka)
- Oceanië (zeg: Oo-see-jaa-nie-je)
- Noord-Amerika (zeg: Noort-a-mee-rie-ka)
- Zuid-Amerika (zeg: Zuit-a-mee-rie-ka)
- Antarctica (zeg: An-tark-tie-ka)
Kijk heel goed naar de vorm van de verschillende continenten. Kijk ook of ze meer vanboven, in het midden of meer onderaan de wereldbol liggen. De zeeën zijn niet gekleurd.
[bewerken] Ken de continenten
Als je alles hierboven goed bestudeerd en geleerd hebt, doen we enkele testjes.
[bewerken] Test 1
Eerst de gemakkelijkste: geef bij elke kleur de naam van het continent. Zorg dat je het juist kan uitspreken.
- Rood:
- Oranje:
- Geel:
- Roze:
- Lichtgroen:
- Donkergroen:
- Blauw:
[bewerken] Test 2
Herken de continenten op de wereldbol:
Dit is ....
Dit is ....
Dit is ....
Dit is ....
Dit is ....
Dit is ....
Dit is ....
[bewerken] Test 3: Astronaut spelen
Een astronaut of ruimtereiziger kijkt vanuit zijn ruimteschip naar de planeet aarde. Kan jij op de ronddraaiende planeet de continenten aanwijzen?
Opgelet: Antarctika kan je hier eventjes niet zien omdat het onderste deel van de wereldbol niet zichtbaar is.
Wijs de 6 andere continenten aan. Kijk goed naar de vorm van de werelddelen en of ze bovenaan, in het midden of onderaan de planeet liggen.

[bewerken] Landen
In de wereld zijn er 194 landen. Hier kan je leren hoe ze heten, waar ze precies liggen op de wereldbol, wat de hoofdstad is van het land en hoe de vlag van het land eruit ziet.
De landen zijn ingedeeld per continent. We gaan er vanuit dat je de continenten weet liggen op de wereldbol.
- Wat je vanbuiten moet leren
- in welk werelddeel (continent) een land ligt.
- elk land in Europa op de kaart kunnen aanwijzen.
- de hoofdstad van elk land in Europa kennen.
[bewerken] Europa
| Vlag | Land | Kaart |
|---|---|---|
| Land: Albanië Hoofdstad: Tirana |
||
| Land: Andorra Hoofdstad: Andorra La Vella |
||
| Land: België Hoofdstad: Brussel |
||
| Land: Bosnië-Herzegovina Hoofdstad: Sarajevo |
||
| Land: Bulgarije Hoofdstad: Sofia |
||
| Land: Cyprus Hoofdstad: Nicosia |
Bestand:Europe location .png | |
| Land: Denemarken Hoofdstad: Kopenhagen |
||
| Land: Duitsland Hoofdstad: Berlijn |
||
| Land: Estland Hoofdstad: Tallinn |
||
| Land: Finland Hoofdstad: Helsinki |
||
| Land: Frankrijk Hoofdstad: Parijs |
||
| Land: Griekenland Hoofdstad: Athene |
||
| Land: Hongarije Hoofdstad: Boedapest |
||
| Land: Ierland Hoofdstad: Dublin |
||
| Land: IJsland Hoofdstad:Reykjavik |
||
| Land: Italië Hoofdstad: Rome |
||
| Land: Kazachstan Hoofdstad: Astana |
Bestand:Europe location .png | |
| Land: Kroatië Hoofdstad: Zagreb |
||
| Land: Letland Hoofdstad: Riga |
||
| Land: Liechtenstein Hoofdstad: Vaduz |
||
| Land: Litouwen Hoofdstad: Vilnius |
||
| Land: Luxemburg Hoofdstad: Luxemburg |
||
| Land: Macedonië Hoofdstad: Skopje |
||
| Land: Malta Hoofdstad: Valetta |
||
| Land: Moldavië Hoofdstad: Chisinau |
||
| Land: Monaco Hoofdstad: Monaco-Ville |
||
| Land: Montenegro Hoofdstad: Podgorica |
||
| Land: Nederland Hoofdstad: Amsterdam |
||
| Land: Noorwegen Hoofdstad: Oslo |
||
| Land: Oekraïne Hoofdstad: Kiev |
||
| Land: Oostenrijk Hoofdstad: Wenen |
||
| Land: Polen Hoofdstad: Warschau |
||
| Land: Portugal Hoofdstad: Lissabon |
||
| Land: Roemenië Hoofdstad: Boekarest |
||
| Land: Rusland Hoofdstad: Moskou |
Bestand:Europe location .png | |
| Land: San Marino Hoofdstad: San Marino ministaat |
Bestand:Europe location .png | |
| Land: Servië Hoofdstad: Belgrado |
||
| Land: Slovenië Hoofdstad: Ljubljana |
||
| Land: Slowakije Hoofdstad: Bratislava |
||
| Land: Spanje Hoofdstad: Madrid |
||
| Land: Tsjechië Hoofdstad: Praag |
||
| Land: Turkije Hoofdstad: Ankara |
Bestand:Europe location .png | |
| Land: Vaticaanstad Hoofdstad: Vaticaanstad |
Bestand:Europe location .png | |
| Land: Verenigd Koninkrijk Hoofdstad: Londen |
||
| Land: Wit-Rusland Hoofdstad: Minsk |
||
| Land: Zweden Hoofdstad: Stockholm |
||
| Land: Zwitserland Hoofdstad: Bern |
[bewerken] Atmosfeer
[bewerken] Wat is lucht?
Lucht is een mengsel van gassen. 78% van droge lucht bestaat uit stikstof, 21% uit zuurstof, bijna 1% uit het edelgas argon en 0,03% uit koolstofdioxide. Lucht bevat normaal 0,5% tot 4% water. Je hebt lucht nodig om te leven. Telkens als je inademt haal je verse lucht binnen. Als je uitademt verdwijnt de lucht weer. Vooral de zuurstof in de lucht heeft je lichaam nodig.
[bewerken] De Celsiusschaal
Als je iets wil vertellen over het weer, kun je ruwweg zeggen dat het koud of warm is, maar dat zegt zo goed als niks over de temperatuur. De temperatuur wordt meestal in een getal uitgedrukt. Dat getal is gebaseerd op een bepaalde schaal. In Nederland zeggen wij meestal graden Celsius. Dat is de Celsiusschaal.
[bewerken] Luchtdruk
De luchtdruk kan je zien als de kracht die de lucht op je lichaam uitoefent. De luchtdruk op aarde verandert voortdurend een beetje. Dat wordt altijd in het weerbericht verteld.
De luchtdruk komt door het gewicht van de lucht. De lucht die in de dampkring zit, rust op de aarde. Zelfs de lucht heeft een gewicht. Door de zwaartekracht wordt de lucht aangetrokken. De luchtdruk is die druk van het gewicht van de totale kolom lucht op een stukje aarde van 1 bij 1 meter uitoefent.
Als je een ballon opblaast, neemt de luchtdruk daarin toe. Als de luchtdruk buiten de ballon hoger wordt, zal het ballonnetje iets gaan krimpen. Eenvoudige luchtdrukmeters werken met een soort ballonnetje van metaal. Maar de luchtdruk verandert zo langzaam dat je het meestal niet ziet aan een ballon.
De luchtdruk wordt in hectopascal (hPa) uitgedrukt, maar vaker en ouderwets nog in atmosfeer. Vlak boven de grond is de luchtddruk het hoogst. Hoe hoger je komt, hoe lager de druk is. Er zijn dan ook minder luchtmoleculen, en daardoor is het hoog in de bergen moeilijker om goed te ademen.
De luchtdruk is niet overal op aarde hetzelde. Dat komt door de zon. Als de zon schijnt warmt de lucht op, en stijgt deze omhoog. Dan komt er onderaan een lagere zon. Daar is dan een lagere luchtdruk. Dan gaat de lucht van andere plekken daarheen stromen. Daardoor ontstaat dan weer wind.
Wind wordt veroorzaakt door een luchtdrukverschil op aarde.
[bewerken] Temperatuur
De lucht heeft een temperatuur. Warme lucht is bijvoorbeeld 25 graden in de zomer. In de winter als het -10 graden is vriest het.
[bewerken] Luchtvochtigheid
De lucht heeft ook een luchtvochtigheid. Dat is de hoeveelheid waterdamp in de lucht. Als er teveel water in de lucht zit, gaat die waterdamp condenseren, er worden kleine druppeltjes, dat noemen we mist. Of in de badkamer zie je het stomen. Als je dat ziet is de luchtvochtigheid 100%. Meer waterdamp kan de lucht niet opnemen. In jouw eigen longen is de luchtvochtigheid ook 100%. Dat kan je goed zien als je op een koude dag uitademt. Dan komt er een wolkje mist uit je mond.
In een woestijn is de luchtvochtigheid heel laag. Daar kan het in de buurt van de 0% komen. Maar in Nederland en België is de luchtvochtigheid meestal tussen de 20% en 60%.
[bewerken] Luchtsoorten
Soms heeft een grote hoeveelheid lucht dezelfde vochtigheid en temperatuur. Dan noem je het een luchtsoort. De luchtsoort moet wel een horizontaal gebied van 1000 kilometer beslaan. De hoogte van zo'n gebied kan variëren van 100 meter tot de totale troposfeer. De lucht in zo'n gebied is 3 tot 9 dagen in een zogeheten brongebied geweest. In die dagen kreeg de lucht zijn eigenschappen. Het brongebied ligt altijd compleet boven land of boven zee. Bovendien is het altijd vlak. Woestijnen zijn goede brongebieden. Bovendien moet zo'n gebied bijna windstil zijn, omdat de lucht er een langere periode moet blijven. Als de lucht het brongebied verlaat, kunnen de eigenschappen van de lucht langzaam, maar zeker veranderen. Uiteindelijk kan deze helemaal verdwijnen.
Luchtsoorten die zijn eigenschappen boven zee hebben gekregen, zijn vochtiger dan luchtsoorten die boven land gevormd zijn. Er zijn vier verschillende basissoorten lucht:
- Equatoriale lucht. Dit heeft een gemiddelde temperatuur tussen 25 en 30°C en is zeer vochtig.
- Tropische lucht. Deze soort wordt ook weer in twee verschillende groepen verdeeld. Maritieme tropische lucht is heel vochtig en heeft een temperatuur van ongeveer 25°C. De tweede groep is continentale tropische lucht. Deze lucht is erg droog en heet: de temperatuur kan oplopen tot 50°C! Erg heet dus.
- Polaire lucht. Ook deze soort lucht kun je weer in twee soorten verdelen: maritieme polaire lucht is altijd vochtig. Deze lucht is tamelijk warm in de winter en koel in de zomer. Continentale polaire lucht is droog en koud in de winter en de temperatuur kan dalen tot maar liefst 50 graden onder 0. In de zomer is de continentale polaire lucht warm. Ook nog steeds erg droog.
- Arctische lucht. Dit is de laatste luchtsoort. Deze luchtsoort is koud. Toch is er een verschil tussen tussen maritieme en continentale lucht: namelijk dat maritieme lucht in de winter minder koud is als continentale lucht.
Soms komen er twee verschillende soorten lucht tegen elkaar aan te liggen. Dan ontstaat er een front. Dat moet je niet voorstellen als een lijn, het is een gebied van minstens 10 kilometer breed. Daar zal de koude lucht altijd naar beneden zakken, omdat koude lucht zwaarder is dan warme. Als de koude lucht vanaf een meetpunt het verste weg is, wordt het front een koufront genoemd. Maar als de warme lucht het verste weg is, wordt het een warmtefront genoemd. In een front verandert het weer heel snel. De windrichting en de windsnelheid is verschillend in de verschillende luchtsoorten, maar ook de temperatuur en de vochtigheidsgraad. In een front regent het vaak, omdat de warme lucht opstijgt en dan afkoelt. Dan kan de lucht niet meer zoveel water houden en dan valt het als regen naar beneden.
[bewerken] Luchtspiegelingen
Misschien ben je welleens in de woestijn geweest. Dan zie je in de verte een oase en dan wil je er wat drinken. Je rent erop af en weg oase! Het is een FATA MORGANA, een luchtspiegeling. Hoe werkt dat: door de hitte gaat de lucht trillen. Soms werkt dat als een soort spiegel. Iets wat zich achter de horizon bevindt wordt dan weerspiegeld. Dan lijkt het alsof het heel dichtbij is... maar schijn bedriegt!
[bewerken] De atmosfeer
De atmosfeer is een laag lucht om de aarde. Dat woord is uit de Griekse woorden 'atmos' (damp) en 'sphaira' (sfeer) samengesteld.
Als je naar een satellietfoto kijkt, zul je zien dat de atmosfeer dun is, vergeleken met de aarde. De atmosfeer is een paar duizend kilometer dik. Hoe hoger je komt, hoe minder lucht.
Ook zul je zien, dat de atmosfeer blauw van kleur is. Dat komt door de breking van het zonlicht. Daarom is de lucht blauw.
[bewerken] Troposfeer
De meeste lucht van de aarde zit in de troposfeer. De troposfeer is de onderste laag van de dampkring, die ongeveer 10 kilometer dik is. Hij wordt ook wel de weersfeer genoemd, omdat het weer ontstaan in de troposfeer.
De troposfeer is de enige luchtlaag waarin op natuurlijke wijze leven voorkomt. Dus alles wat leeft, moet het hebben van de onderste luchtlagen van de dampkring.
[bewerken] Stratosfeer
Boven de troposfeer is de stratosfeer. De stratosfeer is een stuk kouder dan de troposfeer. Het is daar al gauw zestig graden onder nul.
Op ongeveer 25 kilometer hoogte is de ozonlaag. Het ozon wat daarboven zit, zorgt ervoor dat de gevaarlijke stralingen van de zon ons niet kunnen bereiken.
[bewerken] Mesosfeer
De mesosfeer bevindt zich tussen 50 en 80 kilometer boven het aardoppervlak. Het is daar al gauw honderd graden onder nul. BRRRRR! Van de mesosfeer is heel erg weinig bekend. we kunnen er niet iets onderzoeken. voor luchtbalonnen is het net te hoog en voor raketten en voor satelieten te laag. we zullen misschien zullen we hier nooit iets nuttugs over komen weten.
[bewerken] Ionensfeer
Tussen 80 en 400 kilometer hoogte is de ionensfeer. Misschien heb je welleens op televisie poollicht gezien. Dat wordt in de ionensfeer gevormd. Bovendien verbranden hier meteoren tot vallende sterren en worden er radiogolven naar de aarde gekaatst.
[bewerken] Exosfeer
Hier is bijna geen lucht meer. Het is ook de buitenste laag van de atmosfeer rond de aarde en de luchtdruk is nog maar eenmiljardste van die op de aarde.
[bewerken] Luchtverontreiniging
Luchtverontreiniging zijn vreemde stoffen in de lucht. Ze kunnen slecht zijn voor de gezondheid van mensen, dieren en planten. Belangrijke luchtverontreinigende stoffen zijn zwaveloxiden, stikstofoxiden en fijnstof.
[bewerken] Wind
[bewerken] Inleiding
Wind is bewegende lucht. De beweging is het gevolg van een luchtdrukverschil op aarde. (lees daarover in het hoofdstuk lucht) De windrichting en de windkracht veranderen de hele tijd. Soms waait de wind zo hard, dat er dingen worden verwoest. Bomen worden uit de grond gerukt en de daken vliegen van de huizen. Als het zo hard waait, noem je dat een tornado. Gelukkig hebben wij die in Nederland en België nooit. Maar soms is er wel eens een hele harde storm dat bomen omwaaien.
[bewerken] Schaal van Beaufort
De windkracht wordt met een nummer weergegeven. Dat noem je een Beaufortnummer. Het nummer geeft aan hoe sterk de wind is. Bij elk nummer hoort ook een naam. Bijvoorbeeld 9 Beaufort is een storm.
| kracht | benaming KNMI | benaming zeevaart | gemiddelde snelheid over 10 minuten (km/h) | uitwerking boven land en bij mens | uitwerking boven zee |
|---|---|---|---|---|---|
| 0 | stil | windstil | 0-1 | rook stijgt recht of bijna recht omhoog | spiegelglad |
| 1 | zwak | flauw en stil | 1-5 | windrichting goed af te leiden uit rookpluimen | kleine golfjes, geschubd oppervlak |
| 2 | zwak | flauwe koelte | 6-11 | wind voelbaar in gezicht, weerhanen tonen nu juiste richting, blad ritselt | kleine, korte golven |
| 3 | matig | lichte koelte | 12-19 | opwaaiend stof, vlaggen wapperen, spinnen lopen niet meer | kleine golven, breken, schuimkopjes |
| 4 | matig | matige koelte | 20-28 | papier waait op, haar raakt verward, geen last van muggen meer | golven iets langer, veel schuimkoppen |
| 5 | vrij krachtig | frisse bries | 29-38 | bladeren van bomen ruisen, gekuifde golven op meren en kanalen, vuilcontainers waaien om | matige golven, overal schuimkoppen, af en toe opwaaiend schuim |
| 6 | krachtig | stijve bries | 39-49 | problemen met paraplu's en hoeden waaien af | grotere golven, schuimplekken, vrij veel opwaaiend schuim |
| 7 | hard | harde wind | 50-61 | het is lastig tegen de wind in te lopen of te fietsen | golven worden hoger, beginnende schuimstrepen |
| 8 | stormachtig | 62-74 | twijgen breken van bomen, voortbewegen zeer moeilijk | matig hoge golven, schuimstrepen | |
| 9 | storm | 75-88 | schoorsteenkappen en dakpannen waaien weg, kinderen waaien om, takken breken af, alleen zwaluwen en eenden vliegen nog | hoge golven, rollers, zicht wordt slechter door schuimvlagen | |
| 10 | zware storm | 89-102 | grote schade aan gebouwen, volwassenen waaien om, bomen raken ontworteld, vogels blijven aan de grond | zeer hoge golven, zee wordt wit van het schuim, overslaande rollers, verminderd zicht | |
| 11 | zeer zware storm | 103-117 | grote schade aan bossen | extreem hoge golven, zee geheel bedekt met schuim, sterk verminderd zicht | |
| 12 | orkaan | >117 | verwoestingen | lucht is vol met verwaaid water en schuim, zee volkomen wit, vrijwel geen zicht meer |
[bewerken] Windmolens
[bewerken] Oude molens
Molens werken op wind. In Nederland staan heel veel oude molens, en in Vlaanderen ook wel een aantal. Er zijn bijvoorbeeld molens waarmee water wordt weggepompt. Verder zijn er nog molens die gebruikt werden om graan te malen of hout te zagen.
Een windmolen werkt zo:
Allereerst vangen wieken de wind op. De wieken zitten vast aan het bovenste draaipunt van de molen. Dat wordt een as genoemd. Om deze as is het bovenwiel aangebracht. Die draait met de as mee en overbrengt de beweging van de koningspil. Dat is een lange, verticale balk die bij een kolenmolen de maalstenen aandrijft en bij een poldermolen het scheprad of de vijzel. Zo wordt het water opgepompt.
Er zijn ook watermolens, vooral in België, maar daar hebben we het nu niet over. Watermolens worden behandeld in het hoofdstuk over energie.
[bewerken] Moderne windmolens
Er zijn ook witte, hoge molens. Er komen er steeds meer van. Zo’n molen noem je een windturbine. Die worden gebruikt om elektriciteit op te wekken. De wind laat de wieken draaien. Doordat de wieken draaien, gaat er ook een as draaien. Die staat dan weer in verbinding met een dynamo, net zoals op je fiets, die elektriciteit maakt. Voor meer informatie over dynamo's, die met een moeilijk woord generatoren worden genoemd, lees het hoofdstuk over elektriciteit.
[bewerken] Jouw eigen molen
Zelf kun je ook een molen maken.
[bewerken] Weer
[bewerken] Wolken
Iedereen heeft wel eens wolken gezien. Ze kunnen wit en grijs zijn. Maar waar bestaan deze wollige dingen uit?
Wolken bestaan uit waterdruppeltjes en ijskristalletjes. Ze ontstaan vooral door opstijgende lucht.
Je kunt wolken in vier typen verdelen:
- Lage bewolking
- Middelbare bewolking
- Hoge bewolking
- Cumuliforme bewolking
[bewerken] Lage bewolking
Je spreekt van lage bewolking als de wolken tussen de 0 en 2000 m boven de aarde zweven. Mist is ook laaghangende bewolking die tot de grond reikt.
[bewerken] Middelbare bewolking
Wolken halverwege de troposfeer, tussen 2000 en 5500 meter worden middelbare wolken genoemd.
[bewerken] Hoge bewolking
Wolken die boven een hoogte van 5500 meter voorkomen, bestaan meestal helemaal uit ijskristallen. Ze lijken heel langzaam te bewegen of zelfs stil te staan, maar door de grote hoogte geeft dat een vertekend beeld: in werkelijkheid gaan ze snel, soms meer dan 100 km/uur. Veel van deze wolken hebben een draderige, harige of veerachtige vorm.
[bewerken] Cumuliforme bewolking
Cumuliforme bewolking is bewolking die zich niets aantrekt van de andere drie typen wolken. Er zijn wolken die op 80 km hoogte voorkomen. Dat zijn comuliforme wolken.
[bewerken] Eigen bewolking
Kijk uit: deze proef is gevaarlijk. Doe hem dus met je ouders erbij!
[bewerken] Neerslag
Als er water neervalt in de vorm van water, ijs of sneeuw, spreek je van neerslag. Meestal komt het uit wolken.
[bewerken] Regen
Regen ontstaat als er zo veel waterdruppels in de wolk zitten, dat ze tegen elkaar botsen en zo groter worden. Hoe groter de waterdruppel, hoe sneller hij zakt (van 1cm/uur tot 10m/s). Hoewel de lucht in de wolk opstijgt, zal na veel botsingen de groeiende waterdruppel uiteindelijk naar beneden vallen. Tijdens het vallen groeit de druppel door botsingen sterk, maar verliest hij ook water (droogblazen) en alleen de grote druppels halen de grond. In warme landen zie je soms hoge wolken met een regensliert die in de droge lucht onder de wolk snel weer verdampt en nooit de grond raakt. Soms is het in de tropen zo warm en vochtig onder de regenende wolk, dat opstijgend vocht de wolk weer aanvult en deze blijft regenen. Dit kan alleen als de temperatuurverdeling in de lucht gunstig is.
Als het hard regent, kunnen er soms enorme regenplassen ontstaan. Soms kan het gebeuren, dat als je door zo'n plas rijdt met je auto, dat de motor afslaat. Ook kan dat het zicht verminderen en dat zorgt voor gevaar in het verkeer.
[bewerken] IJzel
IJzel is regen die bevroren is op de grond of op voorwerpen bij het aardoppervlak. langst te handhaven.
De neerslag valt dan in de vorm van regen uit de zachte lucht, maar de druppels koelen onderweg in de koude lucht weer af. Zodra de regen de koude grond of voorwerpen daarop bereikt, bevriezen de druppels. Het ijs dat zo ontstaat, noemen we ijzel. Bevriest de regen al eerder, dan spreekt men van ijsregen. Het resultaat is hetzelfde: ook ijsregen kan aan de grond vastvriezen en een ijslaagje vormen. IJsregen kan ook als "ronde knikkertjes" (hagel) op de bodem vallen en wegrollen. Ook kan het, als het op takken komt, ijspegels veroorzaken.
Door ijzel kunnen de wegen heel glad worden en dat is heel gevaarlijk voor het verkeer.
[bewerken] Hagel
Hagel ontstaat wanneer kleine ijs- en sneeuwkristallen terechtkomen in luchtlagen met grote onderkoelde waterdruppels. Het bovenste deel van een buienwolk, waar het meer dan 20 °C vriest, bevat ijskristallen, terwijl het onderste deel, met temperaturen tussen -10 en -20 °C, onderkoelde druppels bevat. Dalende en stijgende luchtbewegingen in de wolk jagen ijsdeeltjes door niveaus met veel onderkoeld water. Zo komt ze in botsingen met andere onderkoelde druppels en ijs. De onderkoelde druppels zetten zich af op de ijskristallen, die groeien en ten slotte als hagel uit de wolk vallen.
Als het hagelt, valt er meestal veel hagel tegelijk naar beneden. Daardoor wordt je zicht flink verminderd en kan het gevaar opleveren voor het verkeer.
[bewerken] Mist
Mist kan ontstaan door afkoeling rond zonsondergang of vaak pas tegen zonsopkomst en vormt zich het eerst boven een weiland waarschijnlijk in de buurt van een sloot waar de lucht vochtig is. De eerste mist zien we dus meestal langs de weg en mistbanken die de weg opdrijven lossen daar in eerste instantie op door luchtbeweging en warmte van het verkeer. De mistvrije "tunnel" kan op sommige weggedeelten een tijdje standhouden, maar op andere plaatsen hangen de mistbanken meteen over de weg. Vooral zo'n situatie, met grote verschillen in zicht, is gevaarlijk voor verkeer dat pas in de mist snelheid mindert.
De meeste misten verdwijnen in de loop van de dag, maar sommige valleimisten kunnen dagen duren.
Doordat mist het zicht vermindert, kan het heel erg gevaarlijk zijn voor het verkeer.
[bewerken] Sneeuw
Wanneer de temperatuur plotseling onder het vriespunt daalt, veranderen de piepkleine waterdruppels van de wolken in hele fijne ijsnaaldjes. Op weg naar beneden blijven deze naaldjes kleven aan stofdeeltjes (zandkorrels, rook- of asdeeltjes) die in de lucht zweven. Hierdoor vormen zich kristallen, sneeuwsterren. Deze sterren kunnen allerlei vormen hebben, maar ze zijn altijd zespuntig.
Wanneer het waait, klitten de sneeuwsterren, op hun weg naar de aarde, samen en vormen een vlok. Zo'n vlok bestaat uit wat ijs en heel veel lucht tussen de ijsnaaldjes. Zie het als een kussen vol veren met lucht ertussen. Vlokken zijn onregelmatig, klein of groot, maar wanneer het windstil is, dwarrelen ze één voor één naar beneden.
Sneeuw kan gladde wegen veroorzaken en daardoor gevaarlijk zijn voor het verkeer.
[bewerken] Weerman spelen
In deze paragraaf ga je weerman (of weervrouw natuurlijk) spelen. Zolang je deze proef doet, kun je een beetje het weer voorspellen. Gaat de zon schijnen of blijft het regenen? Word jij de nieuwe Erwin Kroll of Marjon de Hond? Veel plezier!
[bewerken] Aardbeving
De aarde bestaat werkelijk uit verschillende platen die over elkaar schuiven. Hierdoor bewegen de continenten ook! Als twee van deze platen tegen elkaar botsen dan gaan ze heel hevig trillen. Dit is wat wij ervaren als een aardbeving!
Aardbevingen worden gemeten met de schaal van Richter.
Sommige gebieden op de aardbol zijn veel gevoeliger voor aardbevingen dan andere. Hier in België en Nederland bijvoorbeeld hebben we nooit zware aardbevingen, maar rond de San Andreas breuklijn rond Californië in Amerika zijn aardbevingen veel minder zeldzaam!
[bewerken] Tsunami
Een tsunami is een reusachtige watergolf (uit de zee) die met een enorme kracht het land overspoelt.
Tsunami's kunnen een zeer verwoestend effect hebben, denk maar aan de tsunami die Zuid-Oost Azië trof enkele jaren geleden!
Tsunami's kunnen verschillende oorzaken hebben. De tsunami die Zuid-Oost Azië trof werd veroorzaakt door een sterke zeebeving. Deze zeebeving deed het water trillen en deed bepaalde stromen ontstaan waardoor de krachtige vloedgolf ontstond.
[bewerken] oorzaken
Als veel water in korte tijd word verplaatst kan een tsunami ontstaan. Deze vloedgolven kunnen veroorzaakt worden door een zeebeving, een aardbeving in zee, door een meteoriet, of door een vulkaan die uitbarst onder zee of dicht bij zee, vooral als er dan veel gesteente in zee schuift. Als er een gletsjer of ijsberg plotseling ineen valt kan ook een vloedgolf ontstaan. Ook kan het zijn dat er grote stukken land of gebergte het water invallen. Hierdoor ontstaan vaak kleinere tsunami’s omdat er minder water word verplaatst. De meeste tsunami’s komen voor rond de Grote Oceaan, omdat langs de randen daarvan de meeste aardbevingen plaatsvinden.
[bewerken] Europese Unie
[bewerken] Inleiding
In Europa werken 27 landen samen op allerlei gebieden. Zo maken ze afspraken met elkaar over diverse dingen zoals landbouw, milieu, handel of geld. Dat doen ze in de Europese Unie (afgekort: EU). De 27 landen die lid zijn van de EU, noemen we EU-lidstaten. Door samen te werken kunnen de EU-lidstaten een aantal problemen makkelijker oplossen dan wanneer elk land dat alleen zou doen. Die samenwerking moet er verder voor zorgen dat er bijvoorbeeld in Europa geen oorlog meer komt, en dat er in de wereld meer naar de EU wordt geluisterd. In dit hoofdstuk leer je:
- de EU-lidstaten en zijn hoofdsteden en belangrijke Europese wateren
- waarom landen in de EU willen samenwerken
- geschiedenis van de EU
- hoe en door wie de EU wordt bestuurd
- waarom de EU wordt uitgebreid
- de voorwaarden van toetreding tot de EU;
- het begrijpen dat het voldoen aan de voorwaarden voor toetreding tot de EU niet zomaar iets is
- het gebruik van de rekenmachine en de atlas
[bewerken] Waarom de Europese Unie?
De EU-lidstaten werken samen aan het oplossen problemen, zoals milieuvervuiling, criminaliteit of werkloosheid. Vaak is het makkelijker samen aan een oplossing voor een probleem te werken dan alleen. Soms kan het zelfs niet anders. Als een rivier door drie landen stroomt, zullen de drie landen er samen voor moeten zorgen dat het water niet vervuild wordt.
Als criminelen door heel Europa reizen en misdaden begaan, kunnen landen beter samenwerken om ze te arresteren. Wanneer mensen ook in een andere EU-lidstaat mogen werken, hebben ze meer mogelijkheden om een baan te vinden. De EU zorgt ervoor dat dit mogelijk is. Door samenwerking in de EU kunnen er niet alleen problemen worden opgelost, maar ook verder in Europa kan er veel bereikt worden. Bijvoorbeeld dat er geen oorlog meer komt, dat de mensen het er beter krijgen of dat het voedsel schoner, veiliger en gezonder wordt. Het is ook belangrijk dat de EU-lidstaten samen overleggen over allerlei problemen in de wereld en een oplossing bedenken. Dan zal er in de rest van de wereld eerder naar de EU worden geluisterd dan wanneer ieder land in Europa met een andere oplossing voor het probleem komt.
[bewerken] Geschiedenis
Meer dan vijftig jaar geleden besloten zes landen in Europa, meer te gaan samenwerken. Dit waren Duitsland, Frankrijk, België, Luxemburg, Italië en Nederland. De Tweede Wereldoorlog was net voorbij en ze wilden niet nog een oorlog. Eerst maakten ze afspraken over hun kolen- en staalfabrieken, omdat met kolen en staal wapens gemaakt kunnen worden. Dat zou niet weer mogen gebeuren. Deze samenwerking noemden de landen ‘De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal’ (EGKS). Sinds 1951, toen de EGKS van start ging, is er veel veranderd. Steeds meer Europese landen vonden die samenwerking een goed plan en wilden daarom ook graag meedoen. In 1973 kwamen Ierland, Denemarken en Groot-Brittannië erbij. In 1981 volgde Griekenland. En in 1986 sloten Spanje en Portugal zich aan. In 1995 werden Oostenrijk, Finland en Zweden ook lid van de EU. Daarna zijn er tot 2004 geen nieuwe landen meer bijgekomen, maar dat is veranderd. Toen kwamen Grieks-Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië erbij en drie jaar later, in 2007 kwamen ook Bulgarije en Roemenië erbij. Niet alleen gingen steeds meer landen samenwerken, ook bedachten die landen dat samenwerking op andere gebieden goed zou zijn. Daarom begonnen ze ook afspraken te maken over zaken als handel, landbouw, economie, politie en milieu. Omdat het niet langer alleen over kolen en staal ging, gaven ze hun samenwerkingsverband een paar keer een nieuwe naam, die beter paste bij de onderwerpen waar ze zich op dat moment mee bezighielden. Nu noemen we die samenwerking in Europa de Europese Unie (EU).
De geschiedenis van de EU kun je in één zin samenvatten: steeds meer Europese landen zijn op steeds meer gebieden gaan samenwerken.
[bewerken] Opdracht 1
- Opdracht 1,1
Met welke landen ging de Europese samenwerking in 1951 van start?
- Opdracht 1,2
Hoeveel lidstaten zijn er nu? Noem ze allemaal!
[bewerken] De euro
Op 1 januari 2002 werd de euro ingevoerd in Duitsland, Ierland, Nederland, Griekenland, Finland, Luxemburg, Oostenrijk, Frankrijk, België, Italië, Portugal en Spanje.
Op 1 januari 2007 kwam Slovenië het getal tot 13 EU-landen versterken. Ook Montenegro en Kosovo, waar de Duitse mark was ingevoerd, zijn, hoewel ze geen lid van de EU zijn, overgegaan tot de euro. Dat geldt ook voor de staatjes San Marino, Monaco en Vaticaanstad, die (onder voorwaarden) een eigen nationale zijde mogen invullen. Andorra heeft geen eigen variant.
[bewerken] Opdracht 2
Wanneer je op vakantie bent, heb je af en toe wel eens zin in een hamburger en/of een flesje cola. In Nederland betaal je voor een hamburger 2,60 euro en voor een flesje cola 1,35 euro. Totaal is dat 3,95 euro. Reken uit wat dit je in andere vakantielanden van de Europese Unie kost.
Hamburger Flesje cola Totaal
(0,5 l)
Frankrijk 3,05 1,38 ___________
Spanje 2,53 0,92 ___________
Italië 2,65 1,90 ___________
Oostenrijk 2,50 1,23 ___________
Duitsland 2,68 0,95 ___________
Bron: Kampioen, jrg 118 (1) januari 2003, blz 78-79.
[bewerken] Bestuur
Bij de EU moet alles goed verlopen. Gebeurt dit niet, dan leidt de samenwerking in de EU tot niets. De organisatie van de EU is erg ingewikkeld. Het gaat bij de EU om samenwerking tussen 27 landen! Om beter te begrijpen hoe die samenwerking van 27 landen wordt geregeld, wordt je nu iets verteld over de manier waarop de EU wordt bestuurd. Daarom lees je hieronder wat meer over de Europese Commissie, de Raad van Ministers en het Europees Parlement. In de Europese Commissie zitten mensen die veel weten over de onderwerpen waarvoor de EU regels maakt. In de Europese Commissie zit bijvoorbeeld iemand die heel veel verstand heeft van milieu en ervoor zorgt dat de Europese milieuregels ook echt worden uitgevoerd. Ook bedenkt die persoon nieuwe plannen om ervoor te zorgen dat het milieu in Europa in de toekomst nog schoner wordt. Voor ieder onderwerp zit er dus een aparte persoon in de Europese Commissie. Samen letten ze erop dat alles in de EU goed is geregeld. De leden van de EU zijn de lidstaten. Iedere EU-lidstaat stuurt één minister naar de Raad van Ministers. Die minister vertelt aan de ministers van de andere lidstaten wat hij of zij belangrijk vindt voor Europa. Zo doen ze dat alle 27. Worden ze het samen eens, dan kunnen ze een nieuwe Europese wet maken. Steeds vaker maken ze zo’n wet samen met de Europese Commissie en het Europees Parlement.
Waarom hebben ze die wet dan toch bedacht voor de EU? Je kunt je voorstellen dat al die miljoenen inwoners van de EU ook graag zelf hun mening willen geven? Ook zij willen wel eens vertellen wat ze belangrijk vinden of wat er in de EU moet gebeuren. Natuurlijk kan de EU niet al die miljoenen mensen zelf aan het woord laten. Dat zou veel te lang duren.
Daarom mogen de mensen die minstens 18 jaar zijn eens in de vijf jaar naar de stembus. Dan kan iedereen kiezen voor een persoon die namens hem of haar in de EU dingen mag zeggen. De mensen die worden gekozen, komen in het Europees Parlement. Zij vertellen daar wat al die miljoenen mensen in de EU-lidstaten belangrijk vinden.
[bewerken] Uitbreiding
Turkije wil graag lid worden van de Europese Unie. Turkije is een kandidaatlidstaat. Waarom wil Turkije zo graag lid worden? De regering van Turkije en veel inwoners denken dat het lidmaatschap van de EU voordelen heeft. Ze verwachten dat de producten die daar worden gemaakt, dan makkelijker in de EU kunnen worden verkocht. Nu is dat nog best moeilijk. Wanneer ze meer in de EU-lidstaten zullen verkopen, wordt er meer geld verdiend, komen er misschien meer banen en krijgen de mensen het beter. Ook denken ze door samenwerking met andere landen in de EU gemakkelijker hun problemen te kunnen oplossen. En daarnaast geldt dat je als land alleen in de wereld nu eenmaal minder meetelt dan wanneer je dingen samen doet met andere landen. Samen sta je sterker. Ook de EU wil graag dat er nieuwe landen bijkomen. Hoe meer landen samenwerken in Europa, hoe kleiner de kans op ruzies of oorlogen. Verder kunnen de Europese problemen dan beter worden opgelost en zal er in de wereld meer naar de EU geluisterd worden. Bovendien kunnen bedrijven uit bijvoorbeeld Nederland ook producten gaan maken en verkopen in die nieuwe lidstaten en zo meer geld verdienen. De uitbreiding van de EU levert niet alleen voordelen op. Voor de landen in de EU geldt dat de uitbreiding veel geld kost en dat moet ergens van betaald worden. Met al die nieuwe landen en miljoenen mensen erbij wordt ook het besturen van de EU niet gemakkelijker. De kandidaatlidstaten mogen niet zomaar lid worden: ze moeten er veel voor doen en dat valt niet altijd mee.
[bewerken] Opdracht 3
- Opdracht 3,1
Welke landen worden met welk nummer aangegeven? Je mag een atlas gebruiken!
- _________________________________/_________________________________
- _________________________________/_________________________________
- _________________________________/_________________________________
- _________________________________/_________________________________
- _________________________________/_________________________________
- _________________________________/_________________________________
- _________________________________/_________________________________
- _________________________________/_________________________________
- _________________________________/_________________________________
- _________________________________/_________________________________
- _________________________________/_________________________________
- _________________________________/_________________________________
- _________________________________/_________________________________
- _________________________________/_________________________________
- _________________________________/_________________________________
- _________________________________/_________________________________
- _________________________________/_________________________________
- _________________________________/_________________________________
- _________________________________/_________________________________
- _________________________________/_________________________________
- _________________________________/_________________________________
- _________________________________/_________________________________
- _________________________________/_________________________________
- _________________________________/_________________________________
- _________________________________/_________________________________
- _________________________________/_________________________________
- _________________________________/_________________________________
- Opdracht 3,2
Zet nu achter elk land in opdracht 2,1 wat de hoofdstad is!
- Opdracht 3,3
Welk water wordt met welke letter aangegeven?
- A ________________________________________
- B _______________________________________
- C _______________________________________
- D ________________________________________
- E _______________________________________
- F _______________________________________
- G ________________________________________
- H _______________________________________
[bewerken] Voorwaarden voor uitbreiding
Voor de kandidaat-lidstaten die bij de EU willen komen, geldt hetzelfde dat ze aan voorwaarden voldoen, voordat ze echt lid kunnen worden van de EU.
- De kandidaat-lidstaten moeten zich aan de regels en afspraken in de EU houden.
- Elke kandidaat-lidstaat wordt een democratische rechtsstaat
- Op de derde plaats moeten de kandidaat-lidstaten hun economieën veranderen van communistische planeconomieën naar vrijemarkteconomieën met concurrentie.
[bewerken] Opdracht 4
- Opdracht 4,1
Zoek uit wat een democratische rechtsstaat inhoudt!
- Opdracht 4,2
Kandidaat-lidstaten moeten hun economieën veranderen van communistische planeconomieën naar vrijemarkteconomieën met concurrentie. Wat houdt dat in?
[bewerken] Problemen
Kandidaatlidstaten moeten hard werken om lid te kunnen worden van de EU. Ze moeten ervoor zorgen dat er een vrijemarkteconomie komt, een democratie en een rechtsstaat. Bovendien moeten ze alle wetten en regels van de EU overnemen en uitvoeren. Dat was en is niet altijd even gemakkelijk. Zo betekende de overgang naar een vrijemarkteconomie dat in Midden- en Oost-Europa vele verouderde fabrieken en bedrijven moesten sluiten. De producten die er gemaakt werden, waren vaak slecht. Niemand wilde ze eigenlijk meer kopen. Daarom werd er steeds minder verkocht, steeds minder geld verdiend en ging een groot aantal fabrieken failliet. Hierdoor zijn veel mensen in die landen in de afgelopen tien jaar hun baan kwijtgeraakt en kregen ze dus minder geld. De prijzen van de levensmiddelen, zoals eten, stegen ook nog eens. Daardoor konden de mensen voor hetzelfde geld steeds minder kopen. Je kunt je voorstellen dat er mensen waren die door de werkloosheid en de prijsstijgingen teleurgesteld raakten. Ze hadden gehoopt dat alles meteen beter zou worden en dat de welvaart zou toenemen. Toch zagen ze ook de positieve kanten van al deze veranderingen. De keuze in de winkels werd groter, er kwam nieuwe werkgelegenheid omdat er buitenlandse bedrijven kwamen, en ze mochten nu zelf een bedrijf of winkel beginnen.
Ook het overnemen en het uitvoeren van Europese wetten en regels in die landen was en is een hele klus. Het gaat daarbij om heel veel EU-regels en ook om regels die je niet zomaar in één keer uitvoert. De EU kent bijvoorbeeld strenge wetten voor het milieu. De fabrieken, het verkeer, de boerenbedrijven en alle burgers in de EU-lidstaten mogen niet zomaar de grond, het water en de lucht vervuilen. In de kandidaat-lidstaten moeten ze zich ook aan die milieuregels gaan houden. Maar juist in die landen is vaak veel milieuvervuiling, omdat er in het verleden niet zoveel aandacht was voor een schoon milieu. Om ervoor te zorgen dat hierin verandering komt, moeten die landen daarom de Europese milieuregels invoeren en zich er vervolgens aan houden. Hiervoor is veel geld nodig, bijvoorbeeld om daar machines neer te zetten en fabrieken te bouwen die minder afval maken of minder vervuilde lucht uitstoten. Dat geld is er vaak niet. Verder hebben ze mensen nodig die precies weten hoe de milieuproblemen daar moeten worden opgelost. En er zijn mensen nodig om te controleren dat er echt iets gedaan wordt aan het stoppen van milieuvervuiling. Er komt dus een heleboel kijken bij het overnemen van EU-regels en -wetten. Dat mag dan misschien niet gemakkelijk zijn en veel geld kosten, het levert de mensen daar wel veel op. Ze zullen in een mooiere en schonere omgeving wonen, en de kans op het krijgen van ziekten door vervuiling wordt kleiner.
Iedere kandidaat-lidstaat moet een democratische rechtsstaat worden. Dat lijkt makkelijk, maar dat is niet zo. Voor ons is het heel gewoon dat er in een land een groot aantal politieke partijen is. Bij de verkiezingen kun je uit al die partijen een keuze maken. In de kandidaat-lidstaten hadden ze lange tijd maar één partij, die ook nog eens alles voor het zeggen had: de communistische partij. Met één partij valt er niets te kiezen. Dat moest nu allemaal gaan veranderen. Die politieke veranderingen hebben tijd nodig en veel mensen moeten er aan wennen. Maar tegelijkertijd is het de moeite waard: in een democratie mogen mensen voor hun mening uitkomen en ze mogen stemmen op de politieke partij van hun keuze. Daardoor hebben ze invloed op wat er in hun land gebeurt. Ook het maken van een rechtsstaat is bepaald niet gemakkelijk. Waar haal je opeens al die onafhankelijke rechters vandaan? Die nieuwe rechters moeten eerst het vak leren. Ze moeten leren hoe ze moeten rechtspreken en welke wetten en regels in de EU gelden. Hetzelfde geldt voor het stoppen van discriminatie. Daarvoor is het natuurlijk heel belangrijk dat er regels en wetten zijn waarin dit wordt verboden. Maar discriminatie heeft vooral te maken met wat mensen denken en doen, en dat verander je niet zo gemakkelijk. Wanneer bijvoorbeeld de zigeuners in Midden- en Oost-Europa jarenlang zijn gediscrimineerd, zal dat van vandaag op morgen niet opeens voorbij zijn. Toch is er in de afgelopen tien jaar veel verbeterd. Om te voldoen aan de voorwaarden voor het lidmaatschap moet er dus in de kandidaat-lidstaten veel veranderen en dat is voor de burgers daar best moeilijk. Het is een kwestie van door de zure appel heen bijten. De meeste mensen aar willen toch graag dat hun land lid wordt van de EU. De EU helpt de kandidaat-landen bovendien bij al deze veranderingen. Ze geeft geld en stuurt mensen met kennis van zaken. Eigenlijk wordt er nu al een beetje samengewerkt. Ieder jaar kijkt de Europese Commissie hoever de kandidaat-landen gevorderd zijn met al die veranderingen. Zo krijgen zowel de EU als de kandidaat-lidstaten duidelijkheid over wat er al is bereikt en wat er nog moet gebeuren.
[bewerken] Opdracht 5
- Opdracht 5,1
Soms komt het voor dat er een Nederlands bedrijf naar een ander land komt om daar reclame te maken. Waarom gebeurt dit?
- Opdracht 5,2
Noem een voordeel voor de buitenladers wanneer buitenlandse ondernemers er fabrieken en bedrijven bouwen.
[bewerken] Opdracht 6
Discriminatie betekent dat niet alle mensen gelijk worden behandeld. Het moet ophouden.
- Opdracht 6,1
Noem twee groepen mensen die in ons land soms worden gediscrimineerd.
- Opdracht 6,2
Ondanks dat discriminatie verboden is, wordt het toch nog gedaan. Weet jij een manier om het op te laten houden?
[bewerken] Lidmaatschap
Soms wordt er besloten dat er een aantal kandidaat-lidstaten lid mogen worden van de EU. Dit besluit komt er natuurlijk niet zomaar. Eerder heb je kunnen lezen dat de Europese Commissie ieder jaar een verslag maakt. Hierin staat hoever iedere kandidaat-lidstaat is gekomen met de veranderingen die nodig zijn voor het lidmaatschap. In oktober 2002 bracht de Europese Commissie opnieuw zo’n verslag uit. Zij vond dat de lidstaten hun werk goed hadden gedaan. Zij waren klaar om lid te worden van de EU. Vervolgens was het de beurt aan de EU-lidstaten om te bedenken wat ze van het verslag van de Europese Commissie over de kandidaat-lidstaten vonden. Ook in Nederland werd daarover druk gesproken. In ons land waren de meeste mensen het eens met de Europese Commissie dat Turkije nog geen lid van de EU kon worden. In Turkije gaat het nog niet goed genoeg met de rechtsstaat, hoewel het de goede kant opgaat.
Over het EU-lidmaatschap van Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië werd in ons land stevig gediscussieerd. Er waren politici die vonden dat nog niet overal in die tien landen alles even goed was geregeld. Ze vroegen zich daarom af of enkele van die tien misschien niet beter even konden wachten met lid worden van de EU. Als alles dan na een tijdje in orde zou zijn, konden ze alsnog bij de EU komen. Andere mensen legden er de nadruk op dat alle tien kandidaat-lidstaten heel hard hadden gewerkt en heel veel hadden bereikt in de afgelopen tien jaar. Alle tien landen verdienden daarom het lidmaatschap van de EU. Nu lid worden zou bovendien veel voordelen opleveren voor die landen zelf en voor de EU. Die mensen hadden er bovendien vertrouwen in dat de overgebleven problemen snel zouden worden opgelost. Na lang praten werd de knoop doorgehakt. Wat Nederland betreft, konden de tien kandidaat-lidstaten op 1 mei 2004 lid worden van de EU. In de tussentijd gaan de tien kandidaat-lidstaten nog hard aan de slag om echt alles voor elkaar te krijgen. Samen met de andere EU-lidstaten heeft Nederland afgesproken dat de EU hierop extra zal letten.
[bewerken] Opdracht 7
- Opdracht 7,1
Lees het stukje over de Raad van Ministers in de paragraaf ‘Bestuur’ nog eens.
- Opdracht 7,2
Hoeveel ministers vergaderen samen in de Raad van Ministers, nadat er op 1 mei 2004 tien landen bij de EU zijn gekomen?
- Opdracht 7,3
Stel dat iedere minister dan in 3 minuten tijd mag zeggen hoe zijn land denkt over een onderwerp. Hoeveel tijd is dan verstreken als alle ministers één keer aan het woord zijn geweest? Vergeet de berekening niet!
[bewerken] Afsluiting
Dit is het einde van de les over de Europese Unie. Dit moet je nu allemaal kennen en kunnen:
- de EU-lidstaten en zijn hoofdsteden en belangrijke Europese wateren
- waarom landen in de EU willen samenwerken
- geschiedenis van de EU
- hoe en door wie de EU wordt bestuurd
- waarom de EU wordt uitgebreid
- de voorwaarden van toetreding tot de EU;
- het begrijpen dat het voldoen aan de voorwaarden voor toetreding tot de EU niet zomaar iets is
- hoe je de rekenmachine en de atlas moet gebruiken
Bij deze les hoort een toets, die je nu zou kunnen doen.
Succes ermee!