Onderwijs in relatie tot P2P/Zelfallocatie: verschil tussen versies

Naar navigatie springen Naar zoeken springen
==Zelfallocatie en P2P==
 
Volgens Michel Bauwens, cyberfilosoof en peer-to-peer pionier, kondigt het ontstaan van het internet een nieuw economisch tijdperk aan. Bauwens is ervan overtuigd dat elke nieuwe technologie onverwachte mogelijkheden met zich meebrengt. De mens is sterk aangewezen op technologie en elke nieuwigheid heeft dan ook maatschappelijke consequenties. Een uitvinding zoals het internet zou dan ook een revolutie kunnen ontketenen binnen de maatschappij van p2p en een evolutie kunnen in gang zetten richting een post-kapitalistische samenleving (Bauwens,& Lievens,2013).
 
 
Bauwens beweert echter in hoofdstuk 1 van zijn boek (Bauwens,& Lievens,2013) dat een p2p-economie niet kan ontstaan zonder het kapitalisme. Beide economieën zijn afhankelijk van elkaar. Het kapitalisme heeft het peer-to-peer-model nodig om te kunnen innoveren en reproduceren. Terwijl peer-productie ook nood heeft aan kapitaal, want vrijwillige inzet heeft ook zijn grenzen. Het is de uitdaging van de huidige samenleving om een systeem te vinden waarin beide tegengestelde filosofieën toch kunnen hand in hand gaan. Hiervoor zal het denken en handelen van de consumenten en de marktmechanismen drastisch moeten veranderen. Het systeem van arbeid, productie, kapitaal en kennis zal moeten geherdefinieerd worden naar een systeem waarin materiële productie (kapitalisme) onder invloed staat van een peer-to-peer-mechanisme, dat een participatief en democratisch productieproces stimuleert.
 
Als het voorgaande teruggekoppeld wordt naar het begrip zelfallocatie, is het belangrijk om in te zien dat ‘allocatie’ thuis hoort in een kapitalistische wereld, terwijl ‘zelfallocatie’ thuis hoort in een samenleving van een p2p. In het huidige marktmechanisme bij een volkomen concurrentie maatschappij richten producenten hun productie via prijssignalen keurig vast volgens de wensen van de consumenten (Bauwens,& Lievens,2013). Vragen de consumenten meer van een bepaald goed, dan gaat de prijs daarvan omhoog.
Bijvoorbeeld in de zomer is er meer vraag naar zonnemelk, bijgevolg zal in die periode de prijs in de winkel stijgen. De markt speelt in op de schaarste van dat goed op dat moment. Dit is voor de producenten een signaal dat het aanbod moet worden uitgebreid. Het marktmechanisme bij een volkomen concurrentie brengt dus automatisch een situatie van optimale allocatie tot stand.
 
 
Met deze gedachte kan men zelfallocatie in de p2p samenleving ook kaderen binnen het begrip 'commons'.
In een p2p-samenleving wordt zelfallocatie veel gelinkt aan het beheer van het gemeen goed of de ‘commons’. Hieronder worden hulpbronnen verstaan die onder het gezamenlijk beheer van een groep of organisatie vallen en waarop geen afgebakende rechten bestaan (Bauwens,& Lievens,2013).
 
voorbeeld is het probleem van overbevissing, o.a. in de Noordzee. Alle vissers vangen zoveel ze kunnen, want dat levert hen meer geld op. Door deze onderlinge concurrentiestrijd slinkt de vispopulatie, een ‘common good’, zienderogen. Er is echter geen enkele visser die een prikkel krijgt om minder te vangen, want hierdoor laten ze gewoon geld liggen dat door andere vissers met dank wordt aanvaard.
Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.

Navigatiemenu