Onderwijs in relatie tot P2P/Zelfallocatie: verschil tussen versies

Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De hele Westerse wereld draait rond deze vorm van economie: een bakker bakt brood omdat hij brood kan verkopen aan zijn klanten, een fabrieksarbeider gaat elke dag werken in de fabriek omdat hij daar dagelijks of maandelijks een loon voor ontvangt, enz. Personeel wordt ook gestimuleerd om extra hard te werken door middel van bonussen en promoties, die een hoger loon inhouden.
 
Het kapitalistisch systeem staat volledig haaks op het peer-to-peer systeem. In dit laatste systeem is geld geen drijfveer(Bauwens,& Lievens,2013,pag.42). Mensen vinden toch de motivatie om bij te dragen aan een gemeenschappelijk goed, zonder daar rechtstreeks voor beloond te worden. Het vraagt een andere manier van denken en leven. In een ideale p2p-samenleving is er geen plaats voor geld. Iedereen draagt zijn/haar steentje bij aanin de samenleving en de maatschappij draait op de onbaatzuchtige inbreng van alle deelnemers. Als we dit geheel plaatje binnen een p2p samenleving kaderen, kan zelfallocatie beter omschreven worden als de vrijwillige bijdrage van een persoon aan een gemeenschappelijk project. Ook hier spreken we van de persoon en het productiemiddel, deze wijzen zich zelfzichzelf toe aan een bepaald project, maar de persoon doet dit volledig onbaatzuchtig voor een gemeengoed of de ‘commons’. Hij levert een onzelfzuchtige dienst ten gunste van de samenleving(Bauwens,& Lievens,2013, pag. 116).
 
Stel een denkbeeldig p2p-dorp voor met drie families: een landbouwersfamilie gespecialiseerd in graan, een landbouwersfamilie gespecialiseerd in groenteteelt en de laatste als jagersfamilie. Elke familie werkt binnen haar specialisatie. Op het einde van de dag brengen ze de verschillende oogsten samen en kunnen ze samen een gevarieerde maaltijd maken voor het volledige dorp/familie. De verschillende families werken vanuit de vanzelfsprekende motivatie om zich in te zetten voor algemeen goed en creëren zo welvaart voor het hele dorp.
Een voorbeeld zijn de CO2-uitstootrechten die in Europa volgens het vrije marktsysteem verhandeld worden. Bedrijven mogen maar zoveel CO2 uitstoten als wat ze in emissierecht bezitten. Wilt een bepaald bedrijf meer CO2 uitstoten, dan zal het extra rechten moeten kopen op de markt. Hoe hoger de vraag naar CO2-uitstootrechten, hoe duurder deze emissierechten worden, op die manier zou de markt zich in evenwicht moeten kunnen houden en de algemene uitstoot beperkt blijven(Departement leefmilieu, Natuur en energie, Retrieved December 13,2014).
 
Binnen een p2p-samenleving zijn zulke ingewikkelde regelingen niet nodig. Doordat iedereen bijdraagt aan het algemenealgemeen goed, zal elkelke persoon en elk bedrijf ervoor zorgen dat zijn/haar CO2-uitstoot beperkt is en minimaal is, zodat het gemeengoedgemeenschappelijk goed (in dit geval de luchtkwaliteit) gewaarborgd blijft. In een p2p-maatschappij is het veel gemakkelijkereenvoudiger om gemeengoederengemeenschappelijke goederen in stand te houden, omdat iedereen het vanzelfsprekend vindt om de welvaart in de samenleving voorop te stellen boven het eigenbelangeigen belang.
 
==Externe links==
Anonieme gebruiker
Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.

Navigatiemenu