Onderwijs in relatie tot P2P/Zelfallocatie: verschil tussen versies

Naar navigatie springen Naar zoeken springen
 
Zelfallocatie in een p2p-samenleving wordt echter niet gedreven door het marktmechanisme. De vraag naar kennis (Bv. Wikipedia) of zuivere lucht wordt niet doorgegeven via prijssignalen en is volledig onbekend. In een marktsysteem zou er geen enkele prikkel zijn voor de producenten om te produceren en hun aanbod uit te breiden. In een p2p-samenleving is die prikkel echter niet nodig. Mensen gaan produceren zonder daarvoor iets rechtstreeks in ruil te krijgen. Het is een participatief proces waarin alle mensen op gelijke voet beginnen en evenveel kunnen bijdragen aan het algemeen goed.
 
Met deze gedachte kan men zelfallocatie in de p2p samenleving ook kaderen binnen het begrip 'commons'
In een p2p-samenleving wordt zelfallocatie veel gelinkt aan het beheer van het gemeen goed of de ‘commons’. Hieronder worden hulpbronnen verstaan die onder het gezamenlijk beheer van een groep of organisatie vallen en waarop geen afgebakende rechten bestaan (Bauwens, 2013). Voorbeelden van gemeengoederen zijn bijvoorbeeld de luchtkwaliteit in een bepaalde regio of de waterkwaliteit van een rivier. Niemand ‘bezit’ de lucht in die welbepaalde regio, maar iedereen is wel afhankelijk van de kwaliteit ervan om gezond te kunnen ademen. Er is ook geen enkel persoon die rechten heeft op een stuk rivier, maar iedereen heeft wel baat bij een niet-verontreinigde rivier voor drinkwater, visvangst, enz. Doordat niemand bezitsrechten heeft op gemeengoederen.
voorbeeld is het probleem van overbevissing, o.a. in de Noordzee. Alle vissers vangen zoveel ze kunnen, want dat levert hen meer geld op. Door deze onderlinge concurrentiestrijd slinkt de vispopulatie, een ‘common good’, zienderogen. Er is echter geen enkele visser die een prikkel krijgt om minder te vangen, want hierdoor laten ze gewoon geld liggen dat door andere vissers met dank wordt aanvaard.
In de filosofie van zelfallocatie binnen een p2p-samenleving zouden deze problemen helemaal niet voorkomen. Een persoon die aan zelfallocatie doet, zet zich onbaatzuchtig in ten gunste van de maatschappij. In het voorbeeld van het Vlaamse rivierennetwerk zou dit betekenen dat bedrijven toch zouden investeren in een zuiveringsinstallatie, ook al betekent dit voor hen een financiële inspanning en krijgen zij hier niets voor terug. In het voorbeeld van de visvangst zou dit dan weer betekenen dat de vissers zichzelf een bepaald quotum zouden opleggen van het aantal vis ze vangen. Ook al zouden zij nog meer winst kunnen maken als ze langer bleven doorvissen.
Dit is in vele gevallen in de huidige maatschappij en wereld echter een utopie. In beide voorbeelden is uiteindelijk het overheidssysteem moeten tussenkomen door het opleggen van bepaalde quota en verplichtingen waaraan bedrijven en vissers moeten voldoen. Indien ze deze criteria niet naleven, worden er boetes uitgedeeld. Hierdoor krijgen ze een drijfveer om zich aan de regels te houden. As Bauwens (2014) notes “geld is niet de drijfveer” (pag. 42)
http://ec.europa.eu/fisheries/cfp/fishing_rules/tacs/index_nl.htm (quota voor visvangst)
 
==Voorbeeld==
Anonieme gebruiker
Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.

Navigatiemenu