Sociale geschiedenis van Europa 1500-1795/(Contra)reformatie: verschil tussen versies

Naar navigatie springen Naar zoeken springen
→‎Protestanten en collectiviteit: op verzoek, graag terugdraaien wanneer ik te ver gegaan ben
(→‎Protestanten en collectiviteit: op verzoek, graag terugdraaien wanneer ik te ver gegaan ben)
*Protestanten geloofden direct en persoonlijk in Christus die de enige bemiddelaar was tussen de mens en [[w:God de Vader|God de Vader]]. <br>
 
De protestant had dus niet, zoals de katholiek, diverse bemiddelaars zoals priesters en heiligen. Gods woord stond in de bijbel en die moest dagelijks gelezen worden. Alles wat de protestant wilde weten, kon hij daarin vinden. Een mens kon zelf voor zijn zieleheil zorgen en had geen priesters nodig want door het doopsel zijn alle christenen gelijk. De meeste vormen van gemeenschappelijke vroomheid zoals de katholieken die hadden, werden dan ook overboord gegooid zoals: de mis, een aantalmeeste sacramenten, de heiligenverering, de gebeden voor de overledenen, de oorbiecht, alsmede de meeste vormen van katholieke magie zoals: wonderen, klokgelui, heiligenbeelden, kaarsen branden, processies en zegenen met wijwater. In het vagevuur geloofden de protestanten niet. Toch lieten de protestanten ook een paar gemeenschappelijke geloofspraktijken toe, omdat de mensen daar nu eenmaal behoefte aan hadden: de mensen hadden hulp van elkaar nodig om in het geloof te volharden.
 
===De eredienst thuis===
Tot bijna 1800 konden veel mensen niet lezen hoewel er steeds meer scholen kwamen. Een bijbel was duur, elk gezin had er maar één en daar moest je heel zuinig op zijn en die werd vaak generaties lang doorgegeven. Protestanten moestenwerden verondersteld dagelijks thuis te bidden en de bijbel te lezen. De vader was voorganger in deze huiselijke erediensten. 's Morgens, 's middags en 's avonds verzamelde hij vrouw, kinderen en personeel om zich heen, las een paar verzen uit de bijbel en daarna zong men psalmen uit een apart psalmenboek en bad hardop het onzevader. Zowel Luther als Calvijn vonden het zingen van psalmen heel belangrijk. Verder was er aan het begin en einde van elke maaltijd een tafel- en een dankgebed.
 
De huisvader moest er ook op toezien dat alle gezinsleden en het personeel de rechte weg bewandelden. Vloeken, ontucht en diefstal waren uit den boze.
 
===De eredienst van de gemeente===
De protestant was lid van een [[w:Gemeente (kerk)|gemeente]] (het equivalent van de katholieke parochie) die 's zondags gemeenschappelijke godsdienstoefeningen hield. Luther, maar meer nog Calvijn vond dat je de gelovige niet zomaar alleen moest laten met zijn persoonlijke geloof, maar hem door een strak kader moest omgeven. De [[w:dominee|dominee]] (predikant) stondwas aande hetgeestelijk hoofdleider van de gemeente en hij werd bijgestaan door een of meer leraren, en meer nog door de kerkeraad die bestond uit [[w:ouderling|ouderling]]en: (de oudste en aanzienlijkste mannen van de gemeente) en diakenen (de armenzorgers). Die kerkeraad begeleidde de gelovigen. En hoewel er formeel geen priesters waren, was er dus tòch weer een vorm van geestelijkheid gekomen. Er was sprake van gemiddeld een kaderlid op veertig gelovigen. Iedere gelovige werd streng in de gaten gehouden.
 
Men controleerde vooral of iedereen de gemeenschappelijke zondagse diensten bezocht, waar men bad, uit de bijbel las en psalmen zong. Verder was er een preek van de dominee waarin hij de gelovigen onderrichtte door een tekst uit de bijbel te bespreken. Na afloop van de dienst was er [[w:catechismus|catechesatiecatechisatie]] voor de volwassenen. In sommige streken (vooral in de grote steden) waren er meer diensten in de week en soms werd er ook 's ochtends gebeden.
 
===Avondmaal===
Zowel lutheranen als calvinisten hielden vier maal per jaar eenhet avondmaal, dat in plaats van de mis gekomen was: met Pasen, Pinksteren, het begin van de herfst en met KerstmisKerstfeest. Er werd dan brood en wijn uitgereikt als zijnde het lichaam en bloed van Christus. ErHoewel wasde dusprotestanten sprakeontkenden dat brood en wijn letterlijk het lichaam en bloed van eenChristus werden door de [[w:consecratie|consecratie]] net als bijdoor de katholiekenpriester, enstelden menzij gingwel netdat zoChristus goedwerkelijk teraanwezig communiewas. De gelovigen moestendie het recht hadden om het avondmaal te vieren, waren verplicht deze viering ook bij te wonen. Zij dienden zelfs bij een ouderling een muntje inleverenin te leveren zodat hij kon controleren of iedereen wel teraan communiede wasavondmaalsviering had gegaandeelgenomen.
 
===Absolutie===
De protestanten hadden weliswaar de persoonlijke oorbiecht afgeschaft, maar zij hadden er bezwaar tegen dat iemand naar het avondmaal ging terwijl hij grote zondes op zijn geweten had.
*De lutheraanse dominee las in de dienst voorafgaande aan het avondmaal hardop een openlijke erkenning van (alle denkbare) zonden voor en gaf dan een collectieve absolutie.
*De calvinisten lietengingen hunvoorafgaand gelovigenaan vande tijdavondmaalsviering totop tijdhuisbezoek voorbij alle gemeenteleden om te horen of er zonden waren die het deelnemen aan deze viering zouden belemmeren. Hoorde de kerkeraadkerkenraad los van deze bezoeken dat mensen openbaar gezondigd hadden, dan lieten zij hen voor zich verschijnen, waar ze hun zondes moesten opbiechtentoegeven en berouw tonen. De kerkeraad vermaande de zondaars en kon ze zelfs uitsluiten van de communieavondmaalsviering.
 
===Verloving en huwelijk===
De verloving was een plechtige belofte die man en vrouw aan elkaar deden om met elkaar te gaan trouwen. Deze belofte kon alleen in uitzonderlijke omstandigheden door de kerkeraad worden ontbonden. Het huwelijk werd niet als een sacrament beschouwd en volgde de verloving meestal na zes weken automatisch op.
 
===UitverkoringUitverkiezing===
De [[w:calvinisme|'''calvinisten''']] (in onder andere Frankrijk en Nederland) vondenleerden datmensen Godalleen bepaaldein mensende hemel kwamen wanneer ze door ZijnGod in zijn genade hadwaren uitverkoren. omAndere mensen waren door God verworpen en zouden in de hemel tehel komen. Als God je (al dan niet) had uitverkoren, dan was dat onherroepelijk. Het was zeker niet voldoende om alleen maar de bij "juiste" protestantse stroming aangesloten te zijn.
 
Als je goede daden deed, goede gedachten had en nooit aan het geloof twijfelde, konmocht je daaraandaaruit zienafleiden dat je waarschijnlijk uitverkoren was,. Het was niet voldoende om alleen maar zeker wasbij ditde niet"juiste" protestantse stroming aangesloten te zijn.
 
Als je slechte daden deed, slechte gedachten had of (af en toe) twijfelde aan het geloof, dan waren dit tekenen dat je niet uitverkorengeloofde wasen naar de hel zou gaan. OmJe daarnadiende nogje te bekeren. De gedachte dat je door je best te doen, ("goede werken te" doen) enof tedoor biddengiften omaan aldusde kerk je zonden "afkon te kopen"afkopen", werd door velen verworpen als katholiek bijgeloof.
 
*Volgens strenge protestantse richtingen waren er maar heel weinig uitverkorenen en die mensen konden hun uitverkiezing afleiden uit de bijzondere godsdienstige ervaringen die ze hadden gehad. De meeste kerkleden waren in hun ogen "afgedwaalde schapen" en zouden naar de hel gaan, hoe keurig ze ook geleefd hadden.
De [[w:Lutheranisme|'''lutheranen''']] in Duitsland en Scandinavië vonden dat een zondaar zich altijd nog kon bekeren en daardoor in de hemel kon komen.
*De [[w:hugenoten|hugenoten]] (Franse calvinisten) hingen het oorspronkelijke idee van Calvijn aan dat elke protestant mocht aannemen dat hij was uitverkoren om naar de hemel te gaan, zolang hijuit maarzijn nietgoede teveellevenswandel zondigde want dat was een tekenbleek dat hij nietoprecht uitverkoren wasgeloofde. Hij hoefde dus normaal gesproken niet bang te zijn voor de dood, de hel en het [[w:Dag des oordeels|laatste oordeel]].
 
*Volgens strenge protestantse richtingen waren er maar heel weinig uitverkorenen en die mensen waren zeer vroom en hadden bijzondere godsdienstige ervaringen. De meeste gelovigen waren "afgedwaalde schapen" en zouden naar de hel gaan. Bij de [[w:Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland|Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland]] moesten zelfs kinderen die tegen de regels gezondigd hadden in de volle kerk opstaan, ze werden "afgedwaald schaap" genoemd en voorbestemd voor de verdoemenis.
*De [[w:hugenoten|hugenoten]] (Franse calvinisten) hingen het oorspronkelijke idee van Calvijn aan dat elke protestant was uitverkoren om naar de hemel te gaan zolang hij maar niet teveel zondigde want dat was een teken dat hij niet uitverkoren was. Hij hoefde dus normaal gesproken niet bang te zijn voor de dood, de hel en het [[w:Dag des oordeels|laatste oordeel]].
====Doop====
Het doopsel werd door de protestanten niet zo snel mogelijk na de geboorte gegeven, zoals bij de katholieken. De katholieken waren bang dat als een kind stierf vóór het doopsel, het niet in de hemel kon komen. De protestanten meenden dat hun kinderen ook zonder te zijn gedoopt in de hemel konden komen. De [[w:Dordtse Leerregels|Dordtse Leerregels]] vermeldden dat gelovige ouders er vanuit mochten gaan dat hun jong gestorven kinderen (gedoopt dan wel ongedoopt) in de hemel zouden komen. Protestanten hadden dus geen reden om hun kinderen zo snel mogelijk te dopen.
 
Kinderen die door de week geboren waren, werden op de eerstvolgende zondag samen gedoopt in de gemeenschappelijke dienst, voor de preek. Het kind werd aan God gewijd en de ouders moesten beloven het volgens het protestantse geloof op te voeden. Net als bij de katholieken werd er water over het hoofd van het kind gegoten. De aanwezigheid van een peter en meter warenwas niet verplicht maar wel toegestaan.
 
====Dood====
Als een protestant op sterven lag, werd hij intensief bezocht door zijn familie en vrienden. Protestanten kenden geen laatste biecht en geen Heilig Oliesel. Er was geen reden om in paniek te raken over de dood: wie uitverkoren was en dat in zijn leven had laten blijken, zou in de hemel komen. enWie wieechter datin nietzonden wasen ongeloof geleefd had, nietmoest het ergste (de hel) vrezen. Ook zondaars konden zich echter nog op hun sterfbed bekeren.
 
De Franse hugenoten, die meenden dat zij normaal gesproken naar de hemel zouden gaan, hadden helemaal geen reden tot paniek als ze stierven.
 
Noch Luther noch Calvijn geloofden in een vagevuur, dus bidden voor de overledenen en het verwerven van aflaten (om hun verblijf in het vagevuur te bekorten) waren nutteloos en katholiek bijgeloof.
 
====Begrafenis====
LutheraanseLutherse begrafenissen waren zeer sober vergeleken met de barokke begrafenissen van rijke katholieken. Als de dode begraven werd, was de naaste familie aanwezig. Er was een kort gebed. Daarna gingen de verwanten en vrienden in de kerk naar een preek van de dominee luisteren.
 
Bij de calvinisten ging het er aanvankelijk nòg eenvoudiger aan toe. Calvijn liet zijn lichaam in een grove doek gewikkeld zonder gezang en zonder toespraak ter aarde bestellen in een graf zonder grafsteen. Er was bij een calvinistische begrafenis geen dominee aanwezig en er was ook geen klokgelui: dood was dood. Er werd nog geen onzevader gebeden en de familie moest zonder troost naar huis. Elk katholiek bijgeloof moest voorkomen worden want de dode had er niets aan en de verwanten hadden geen troost nodig: als de dode was uitverkoren, dan zou hij naar de hemel gaan en anders niet.
 
Bij de calvinisten ging het er aanvankelijk nòg eenvoudiger aan toe. Calvijn liet zijn lichaam in een grove doek gewikkeld zonder gezang en zonder toespraak ter aarde bestellen in een graf zonder grafsteen. Er was bij een calvinistische begrafenis geen dominee aanwezig en er was ook geen klokgelui: dood was dood. Er werd nog geen onzevader gebeden en de familie moest zonder troostvertroostende woorden naar huis. Elk katholiek bijgeloof moest voorkomen worden want de dode had er niets aan en de verwanten hadden geen troost nodig: als de dode was uitverkoren, dan zou hij naar de hemel gaan en anders niet.
De calvinistische praktijk veranderde echter al snel. Veel predikanten gingen toch een lijkpredikatie houden. Waar het protestantisme staatskerk of volkskerk was, werden uiteindelijk ook weer begrafenisdiensten gehouden. Tegen klokgelui werd weliswaar opgetreden, maar zonder veel resultaat.
 
De calvinistische praktijk veranderde echter al snel. Veel predikanten gingen toch een lijkpredikatie houden. Waar het protestantisme staatskerk of volkskerk was, werden uiteindelijk ook weer begrafenisdiensten gehouden. Tegen klokgelui werd weliswaar opgetreden, maar zonderhet veelduurde land voordat dit resultaat had.
In strenge protestantse richtingen kon de dominee een begrafenisplechtigheid van een van haar leden beginnen met de uitspraak: "Daar ligt hij dan! De zondaar! Brandhout voor de hel!"
 
==Bron==
7

bewerkingen

Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.

Navigatiemenu