1. 0,001 mol waterstofchloride wordt opgelost in 500 mL water
2,70
Gegevens omzetten naar standaard eenheden: n = 0,001 mol v = 0,5 L
Waterstofchloride, , splitst in water volledig in ionen:
Invullen geeft nu:
De pH van de oplossing is 2,70
| 2. 0,25 mmol zwavelzuur wordt opgelost in 2,50 L water
3,70
Gegevens omzetten naar standaard eenheden: n = 0,00025 mol v = 2,500 L
Zwavelzuur, , splitst in water volledig in ionen:
Invullen geeft nu:
De pH van de oplossing is 3,70
| 3. 0,100 mol natriumhydroxide wordt opgelost in 500 mL water
13,30
Gegevens omzetten naar standaard eenheden: n = 0,100 mol v = 0,500 L
Natriumhydroxide geeft OH--ionen, dus werkt pOH beter
Het volume v is bekend, voor het aantal mol OH- geldt de reactievergelijking:
Invullen geeft nu:
|
4. 0,050 mmol calciumhydroxide wordt opgelost in 300 mL water.
10,52
Gegevens omzetten naar standaard eenheden: v = 0,300 L
Calciumhydroxide geeft OH--ionen, dus werkt pOH beter
Het volume v is bekend, voor het aantal mol OH- geldt de reactievergelijking:
Invullen geeft nu:
| 5. 0,034 mol ceciumhydroxide wordt opgelost in 30.0 L water.
11,05
Cesium staat in dezelfde kolom van het periodiek systeem als natrium. Het reageert op soortgelijke manier in water:
Gegevens omzetten naar standaard eenheden: v = 30{,}0 L
Cesiumhydroxide geeft OH--ionen, dus werkt pOH beter
Het volume v is bekend, voor het aantal mol OH- geldt de reactievergelijking van hierboven:
Invullen geeft nu:
| 6. 0,22 micromol bariumhydroxide in 250 μL water
11,25
Barium staat in dezelfde kolom van het periodiek systeem als calcium en gedraagt zich op gelijksoortige manier.
Gegevens omzetten naar standaard eenheden:
Bariumhydroxide geeft OH--ionen, dus werkt pOH beter
Het volume v is bekend, voor het aantal mol OH- geldt de reactievergelijking van hierboven:
Invullen geeft nu:
|