Programmeren in BASIC/Functies/RND()
Uiterlijk
RND() geeft een quasi willekeurig getal tussen 0 (nul) en 1.
In feite wordt bij elke run van het programma dezelfde reeks getallen gegenereerd, wat voor sommige toepassingen goed genoeg kan zijn. Met de opdracht RANDOMIZE wordt een ander beginpunt in de reeks aangewezen.
RND(1) geeft telkens een andere waarde
RND(0) herhaalt de laatste waarde
RND(-1) geeft het eerste getal uit de bedoelde reeks
Syntax
[bewerken]RND(<waarde>)
Datatype
[bewerken]Integer. Return: double.
Voorbeeld
[bewerken]RANDOMIZE
PRINT RND(1) → bv. 0.533424
Toepassing
[bewerken]- In een programma.
- In programmeermodus.