Naar inhoud springen

Programmeren in BASIC/Commando's/WRITE

Uit Wikibooks

WRITE schrijft de opgegeven variabelen naar de standaard output (normaliter het beeldscherm).

Variabelen:

  • dienen gescheiden te zijn door komma's
  • worden getoond met komma's
  • in het geval van numerieke waarden wordt een voorloopspatie ingevoegd
  • strings worden getoond tussen aanhalingstekens

Syntax

[bewerken]

WRITE <variabele>, <variabele>, <variabele> etc.

Datatype

[bewerken]

String, integer, double, boolean.

Voorbeeld

[bewerken]
X = 1
Y = 2
Z$ = "Ja"
WRITE X, Y

geeft:

 1, 2, "Ja"

Toepassing

[bewerken]
  • In een programma.
  • In programmeermodus.

Zie ook

[bewerken]
Informatie afkomstig van Wikibooks NL, een onderdeel van de Wikimedia Foundation.