Programmeren in BASIC/Commando's/WRITE
Uiterlijk
WRITE schrijft de opgegeven variabelen naar de standaard output (normaliter het beeldscherm).
Variabelen:
- dienen gescheiden te zijn door komma's
- worden getoond met komma's
- in het geval van numerieke waarden wordt een voorloopspatie ingevoegd
- strings worden getoond tussen aanhalingstekens
Syntax
[bewerken]WRITE <variabele>, <variabele>, <variabele> etc.
Datatype
[bewerken]String, integer, double, boolean.
Voorbeeld
[bewerken]X = 1
Y = 2
Z$ = "Ja"
WRITE X, Y
geeft:
1, 2, "Ja"
Toepassing
[bewerken]- In een programma.
- In programmeermodus.