Onderwijstechnoloog/Resultaten

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Inleiding[bewerken]

Een onderwijstechnoloog kan middels een gebruikerstest achterhalen of de ICT technologie de docent op de juiste wijze heeft ondersteund. Een studentevaluatie kan helpen bij het vaststellen of de lerenden echt baat hebben gehad door de inzet van ICY.

Producten[bewerken]

Een onderwijstechnoloog kan ICT als middel, doel of als onderwerp zien.

Middel[bewerken]

Een elektronische leeromgeving (elo) is een technische voorziening die de interactie faciliteert tussen het proces van het leren, de communicatie die nodig is voor het leren en de organisatie van het leren. Vandaar dat een ELO een gangbaar product is dat een onderwijstechnoloog oplevert, uitbouwt of onderhoudt.

Een besturingssysteem zoals Linux kan voor de school bijvoorbeeld een middel zijn dure licenties te mijden, om illegale software te vermijden of om in te spelen op de markt.

Doel[bewerken]

Onderwerp[bewerken]

In plaats van ICT als middel of doel kan de onderwijstechnoloog ook ICT als onderwerp zien. Dus het onderwijzen over aspecten van ICT. ICT als vakgebied zelf in het onderwijs.

Evaluatie[bewerken]

Gebruikerstest[bewerken]

In een gebruikerstest wordt een docent met betrekking tot een bepaald vak over het gebruik van ICT gepolst.

Als eerste wordt nagegaan of de gebruiker akkoord is met de test. Daarna worden de procedures doorgenomen wat betreft de test maar ook ten aanzien van die voor het gebruik van ICT. Belangrijk is dat wordt gestart met een zo duidelijk mogelijke beschrijving van de doelen waar de ICT een ondersteunende rol bij diende te spelen en hoe die rol eruit ziet.

Vervolgens kan de test onder andere de volgend vragen beantwoorden

  • Gedraagt het systeem zich als vereist?
  • Hoe is de beheerbaarsheid, flexibiliteit en onderhoudbaarheid van het gebruikte systeem?
  • Hoe veilig is het systeem en hoe werkt de beveiliging?
  • Hoe staat het met de connectiviteit, de infrastructuur en de portabiliteit
  • Hoe wordt er gezorgd voor continuïteit?
  • Wat kan men zeggen ten aanzien van de controleerbaarheid en testbaarheid?
  • Hoe makkelijk kan de gedane inspanning worden herbruikt in andere settings?
  • Hoe gebruikersvriendelijk is het systeem?
  • Hoe aantrekkelijk en uniform is het systeem?
  • Wat zijn de ervaringen betreffende duidelijkheid, doelgerichtheid en doelmatigheid?
  • Hoe vriendelijk wordt het systeem ontvangen?
  • Ten aanzien van de doelen wat zijn de opbrengsten van het gebruik van de ICT geweest?

Studentevaluatie[bewerken]

Een voorbeeld van een vragenlijst voor een evaluatie door studenten is:

- Organisatie

  • Wat vond je van de opzet van het gebruik van ICT voor het onderwijs?
  1. Zeer goed
  2. Goed
  3. Matig
  4. Slecht
Graag toelichten waarom:
  • In hoeverre was het onderwijs overzichtelijk ingedeeld?
  1. Erg overzichtelijk
  2. Overzichtelijk
  3. Weinig overzichtelijk
  4. Onoverzichtelijk

- Gebruik

  • Hoe zinvol vond je het gebruik van ICT?
  1. Erg zinvol
  2. Zinvol
  3. Weinig zinvol
  4. Onzinning
  • In hoeverre was het digitale materiaal tijdig beschikbaar?
  1. Altijd
  2. Meestal wel
  3. Soms
  4. Niet
  • Wat had de docent nog meer met ICT kunnen doen?
  • Wat is het totaal aantal uren dat je online hebt besteed?
  • Waar werkte je meestal met ICT?
  1. Op de onderwijsinstelling
  2. Thuis
  3. Ergens anders
  4. Ongeveer evenveel op de onderwijsinstelling als thuis/ergens anders.
  • Kwam je verder nog problemen tegen tijdens het gebruik van de Nestorcursus; zo ja, welke?

- Communicatie

  • Welke communicatievormen middels ICT zijn in jullie groep gebruikt?
  1. Forum
  2. VLC
  3. Email
  4. Bestandsuitwisseling
  5. Andere
  • Hoe verliep de communicatie van jullie groep met de docent?
  1. Zeer goed
  2. Goed
  3. Matig
  4. Slecht
  • Op welke wijze verliep deze communicatie meestal?
  1. via de ELO
  2. via email
  3. mondeling
  4. telefonisch
  5. anders
  • Hoe verliep de communicatie met medegroepsleden over het uitwerken van de opdrachten?
  1. Zeer goed
  2. Goed
  3. Matig
  4. Slecht
  • Op welke wijze verliep deze communicatie meestal?
  1. via de ELO
  2. via email
  3. mondeling
  4. telefonisch
  5. anders
  • Kun je aangeven wat voor redenen er waren om niet via telecommunicatie middelen te communiceren?

- Oordeel

  • Met welk cijfer (0-10) zou je het hele onderwijs beoordelen?
  • Met welk cijfer (0-10) zou je de inzet van ICT beoordelen?


Personen

Organisaties

Begrippen

Referenties

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.