Onderwijstechnologie/Vakgerichte ICT

Uit Wikibooks
Ga naar: navigatie, zoek

De opmaak van dit artikel is nog niet in overeenstemming met de conventies van Wikibooks. U wordt uitgenodigd deze pagina aan te passen.

Inhoudsopgave onderwijstechnologie
Hoofdstukken
  1. ICT in het verleden
  2. Waarom onderwijstechnologie gebruiken?
  3. Doelgroepen in het gebruik van ICT
    1. ICT en jongeren
      1. ICT en sekse
    2. ICT en kansengroepen
    3. ICT in ontwikkelingslanden
    4. ICT en ouderen
      1. ICT en ouderen| De Verhalentafel
    5. ICT en kleuters
  4. Juridische basis en kwesties
  5. Inbedding van ICT in het onderwijs
    1. ICT-eindtermen
    2. Vakgerichte ICT
    3. Digitale leermaterialen
    4. Educatieve software, games, hardware en websites
    5. Elektronische leeromgevingen
    6. Actieve games
    7. Second Life
  6. Klastechnologie
    1. Presentatietips
    2. Videoprojectoren
    3. Digitale schoolborden
    4. Digitale schooltafels
    5. Digitaal toetsen
  7. ICT en afstandsonderwijs in het Vlaamse onderwijs
  8. ICT en beperkingen
    1. ICT en leerstoornissen
    2. ICT en 'doven en slechthorenden'
    3. ICT en mindervalide leerlingen
    4. ICT en laaggeletterden
  9. ICT aspecten
    1. Veiligheid online
    2. Computer onderhouden
    3. Ergonomie
  10. Voorbeelden onderwijstechnologische realisaties
  1. Bewegings-, energie- en lifestyle monitoring systeem
  2. Webhosting
  3. Computer anxiety
  4. Lexicon


Inhoud

Wiskunde[bewerken]

Latex[bewerken]

Introductie[bewerken]

LaTeX (spreek uit 'lay-tech' of 'lah-tech') is een typesettingsprogramma dat oorspronkelijk geschreven werd om vooral wetenschappelijke en wiskundige documenten van hoge typografische kwaliteit te produceren. Het grote verschil met programma's zoals Openoffice.org en Microsoft Word is dat het niet WYSIWIG (What You See Is What You Get) is. Je hebt een editor, compiler en viewer nodig.

Wat?[bewerken]

TeX is een programmeertaal ontworpen door Donald Knuth in 1970 om complexe mathematische tekst te verwerken. Omdat TeX op zich nogal ingewikkeld is, werd LaTeX ontwikkeld. Met behulp van dit softwarepakket wordt het voor auteurs gemakkelijk om documenten in TeX te ontwerpen. LaTeX werd voor het eerst ontworpen in 1985 door Leslie Lamport en wordt momenteel onderhouden en ontwikkeld door het LaTeX3 project. De laatste versie is LaTeX2e.

Waarom?[bewerken]

Een groot voordeel van LaTeX is dat het opensourcesoftware is, die gratis ter beschikking staat voor de gebruiker. Het is zéér stabiele software (crasht niet) en de output is platformonafhankelijk.

Hiernaast zijn de voornaamste voordelen:

  • De layout, fonts, tabellen, nummeringen etc. worden steeds coherent weergegeven: de auteur hoeft zich geen zorgen te maken over de opmaak van het document.
  • De schrijver van een document kan zich concentreren op de inhoud. Hij hoeft zich niet te bekommeren over hoe het document er na typesetting uit zal zien, want dat wordt bepaald door de template. (Op zich is dat niet zeer verschillend van wat er gebeurt als je aan een wiki werkt: hier ook schrijf je inhoudsgericht en het is de verwerking van de verschillende inhudsvelden die bepaalt hoe jouw tekst voorgesteld zal worden door een browser.
  • Het is eenvoudig om (ingewikkelde) wiskundige formules in te voegen.
  • Inhoudstabel, voetnoten en referenties worden eenvoudig aangemaakt.
  • Bruikbaar voor veel toepassingen: boeken, verslagen, artikels, presentaties, taken, posters.
  • Je document heeft een duidelijke structuur.
  • Je werkt met kleine bestanden.
  • De gebruiker hoeft maar een paar commando's te leren om te werken met LaTeX.
  • Eens een template aangemaakt is voor een reeks documenten, hoeft een schrijver van een tekst maar in de hoofding van zijn broncode te refereren naar dat template om zeker te zijn dat de documenten getypeset zullen worden volgens de eisen van het template. Dit is bijzonder nuttig als er een template bestaat voor het bedrijf (VUBpress bvb) of als de uitgever alleen artikels wilt publiceren die beantwoorden aan de template van zijn wetenschappelijk tijdschrift.

Natuurlijk zijn er ook enkele nadelen:

  • TeX is een programmeertaal, je zal dus commando's moeten leren gebruiken.
  • Het is soms even zoeken en testen om de juiste 'look' te vinden voor je document.
  • De foutmeldingen in LaTeX zijn niet altijd even duidelijk.

Hoe?[bewerken]

Als auteur schrijf je een LaTeX input file het beste in een LaTeX-editor (maar je kan even goed in Notepad werken), waarna je deze file compileert mbv. de LaTeX compiler. In de input file staan zowel tekst (de inhoud van je document) als LaTeX commando's (die zullen zorgen voor de opmaak). De output van een LaTeX compilatie is een .dvi of .pdf file.

  • LaTeX editors:
Windows: TeXnicCenter [1]
UNIX/Linux: Kile [2]
Mac OS X: TeXShop [3]
  • LaTeX compilers:
Windows: MikTeX [4]
UNIX/Linux: TeXLive [5]
Mac OS X: MacTeX [6]
  • DVI viewers: meestal meegeleverd met de compilers.

Basis[bewerken]

Het allereerste wat je moet doen, is aangeven wat voor soort document je wil maken. Hiervoor gebruik je het \documentclass commando.

\documentclass[opties]{klasse}

De klasse is het type document dat je wil maken. Voorbeelden hiervan zijn o.a.:
-article: voor artikels, korte verslagen,…
-report: voor langere verslagen die verschillende hoofdstukken bevatten, bv. een thesis of een cursus
-slides: voor slides

Je kunt het document ook door extra parameters, de opties, een eigen look geven. Dit kan o.a. door
-10pt: Hiermee bepaal je de grootte van de letters.
-a4paper: Hiermee bepaal je de papiergrootte.
-landscape: Hierdoor kan je het document in landscape formaat afdrukken.
-oneside: je kan kiezen of je eenzijdig of tweezijdig zal afdrukken. LaTeX zal dan automatisch de paginanummers en hoofdstuktitels e.d. op de juiste plaats zetten. Dit is vooral belangrijk voor cursussen of boeken.
Deze opties moet je scheiden door komma’s.

Maar meestal volstaat dit niet om je tekst te beginnen schrijven. Je moet ook aangeven of het programma zogenaamde packages zal nodig hebben. Dit doe je alsvolgt:

\usepackage[opties]{klasse}

Enkele voorbeelden van klassen:
-color: Dit laat je toe om je letters een kleur te geven.
-graphicx: Zo kan je afbeeldingen invoegen.
-makeidx: Hierdoor word er automatisch een inhoudstabel gemaakt.
-babel: Dit pakket zorgt voor meertalige ondersteuning. Bij opties vermeld je de talen die je zal gebruiken.
Voor wiskunde gebruik je best altijd volgende packages:
amsmath en amssymb
Normaal worden deze packages mee geïnstalleerd, maar je kan ze allemaal downloaden op http://tug.ctan.org/search.html. Als je in een document iets wil schrijven waarvoor je een bepaald pakket nodig hebt, zal LaTeX je ook waarschuwen.

De volledige opmaak in LaTeX gebeurt aan de hand van commando’s. Als je een commando vaak nodig hebt, en de naam van dat commando is nogal lang, dan kan je dit veranderen in het begin van je document, de preamble genaamd (dit is alles wat voor \begin{document} komt, namelijk de documentclass, de verschillende paketten die je wil gebruiken,...). Dit gebeurt door

\newcommand{nieuw commando}{oud commando}

In de wiskunde gebruik je bijvoorbeeld vaak dubbele letters om verzamelingen aan te duiden. Een dubbele N (voor natuurlijke getallen) in LaTeX, schrijf je als \mathbb{N}. Om niet telkens dat commando mathbb te moeten ingeven, kan je in het begin van je document schrijven \newcommand{\N}{\mathbb{N}}

Vervolgens begin je het document te schrijven. Al wat je schrijft, moet tussen volgende commando’s staan:

\begin{document}
\end{document}

Je begint met informatie te geven over het document zelf. Titel en auteur zijn meestal verplicht, als je de datum weglaat, wordt de dag van aanmaken gebruikt. Hiervoor gebruik je volgende commando's:
\title{}
\author{}
\date{}
\institute{}
\maketitle
Het laatste commando, \maketitle, geeft aan dat de informatie compleet is.

Je kan ook spelen met de lay-out van je document. Indien je niet met interlinie 1 wil werken voeg je eenvoudig
\linespread{gewenste interlinie}< /code>
toe. Om je tekstvak te vergroten of te verkleinen, kan je het 'opschuiven'
\addtolength{\textwidth}{X cm}
\addtolength{\textheight}{X cm}
De eerste vergroot of verkleint de breedte van het tekstvak, de tweede vergroot of verkleint de hoogte van het tekstvak. Indien je X positief neemt vergroot je het tekstvak, indien X negatief is, verklein je het tekstvak.

Tenslotte kan je je werk onderverdelen in hoofdstukken en secties. Je hoeft je ook niet bezig te houden met nummering, LaTeX doet dit automatisch! De commando’s zijn vanzelfsprekend:
\chapter{}
\section{}
\subsection{}, \subsubsection{}, …

Indien je een inhoudstafel wil toevoegen aan je document doet LateX het werk voor jou. Je moet enkel
\tableofcontents

toevoegen aan het begin van je document, maar wel na

 \begin{document}

.

LateX voegt dan de titel van elk hoofstuk of de sectie toe aan je inhoudstafel met de juiste paginanummer er langs.

Er is ook de mogelijkheid om zo'n titel niet op te nemen in de inhoudstafel. In plaats van \chapter{} schrijf je dan
\chapter*{} .
Zo wordt er geen nummer meegegeven aan je titel en wordt deze ook niet vermeld in de inhoudstafel.

Vaak wil je op het einde ook referenties vermelden. Dit gaat bijvoorbeeld als volgt:

\begin{thebibliography}{9}
\bibitem{walker}Russel C. Walker, The Stone-Cech Compactification, Springer-Verlag, Berlin Heidelberg New-York, 1974
\end{thebibliography}

Het getal 9 geeft aan hoeveel referenties je wil vermelden. Wil je er meer dan 10 schrijf je 99. Tussen begin en end schrijf je al de gebruikte werken, elk voorafgegaan door \bibitem{unieke verwijzingsnaam}.

Cursussen in LaTeX[bewerken]

Je kan in LaTeX ook cursussen schrijven. Als documentclass geef je dan

\documentclass[opties]{book}

In deze klasse kunnen we drie delen van ons document onderscheiden:

  • De frontmatter: We beginnen dit deel met het commando \frontmatter.

In dit deel komt de titelpagina, die we beginnen met \begin{titlepage} en eindigen met \end{titlepage}. Daartussen kunnen we zelfs beslissen welke gegevens we schrijven (naam, jaar, uitgeverij (of universiteit),...).
Na de titelpagina kunnen we ook schrijven: \tableofcontents. Dan wordt er door LaTeX automatisch een inhoudsopgave gemaakt. het pakket markeidx is in boekvorm niet nodig.

  • de mainmatter: Dit deel beginnen we met \mainmatter.

In dit deel komt alle tekst die moet weergegeven worden in de cursus. Dit kan dan ook weer opgedeeld worden in hoofdstukken en secties, zoals uitgelegd in het “basisgedeelte”.

  • De backmatter: Dit deel begint met het commando \backmatter en hierin komt de bibliografie. Hoe dit gebeurt, staat ook uitgelegd in de “basis”. In dit deel kan eventueel ook een index komen.

Presentaties in LaTeX[bewerken]

Het is ook mogelijk om in LaTeX PDF-presentaties te maken. Dit is handig voor wiskundige presentaties waar geen al te ingewikkelde schema’s in voorkomen. Voor moeilijkere constructies kan LaTeX soms wat lastig zijn. Dit geldt ook bij boeken en gewone artikels. Maar voor pure wiskunde is LaTeX dus steeds een zeer handige tekstverwerker, ook om presentaties te maken. Voor een presentatie gebruiken we

\documentclass[pdflatex]{beamer}

Om de presentatie wat meer kleur te geven kunnen we daar nog onder zetten:

\mode<presentation>{\usetheme{JuanLesPins}}
	\setbeamercovered{transparant}

Daaronder komen dan alle pakketten en nieuwe commando’s.

Dan schrijven we wat op de titelpagina moet komen. Voor de titelpagina bestaan er een aantal vaste puntjes:

  • \title{} (verplicht)
  • \subtitle{}
  • \date{}
  • \author{}
  • \institute{}
  • ...

Wat hierna nog volgt, moet weer allemaal tussen

\begin{document} 
\end{document}

Iedere afzonderlijke slide zetten we nu tussen

\begin{frame} 
\end{frame}

De eerste frame, de titelpagina, ziet er altijd uit als volgt:

\begin{frame}
\titlepage
\end{frame}

We kunnen net als bij powerpoint ook delen van een slide apart laten verschijnen. Dit doen we door binnen een frame het commando \pause te gebruiken. Al wat na dit commando komt, blijft in eerste instantie verborgen.
Om de verschillende regels over de hele slide te verspreiden, gebruiken we het commando \vfill

Om iets in een kader te zetten kunnen we het volgende doen:

\begin{block}{titel van het kader, meestal ‘definitie’, of ‘stelling’,...}
wat in het kader moet komen
\end{block}

Links[bewerken]


Monkey Labs[bewerken]

Is eigenlijk een game.

Uitgeverij Die Keure en Larian Studios ontwikkelden Monkey Labs, een game die het wiskundeonderwijs kan ondersteunen. De game wordt geleverd bij de handboeken Van Basis Tot Limiet voor de 1ste graad.

Monkey Labs is een 3D-game waarin je aapjes moet bevrijden. Om die apen te bevrijden, moet je ze verslaan in een wiskundespelletje. Maar de game is zo ontwikkeld dat het niveau van de apen aangepast wordt aan het niveau van de leerling en het wordt steeds moeilijker. Op die manier kan de leerkracht erin slagen om wiskundeonderwijs op maat voor elke leerling te voorzien. Bovendien maakt het spel ook voortdurend diagnoses over het beheersingsniveau van de leerling. Op die manier heeft de leerkracht ook zicht op de prestaties van zijn/haar leerlingen.

Referenties[bewerken]


Geogebra[bewerken]

Wat kan je doen met Geogebra?[bewerken]

Geogebra is een wiskundepakket dat meetkunde, algebra en analyse combineert.

Enerzijds is Geogebra een dynamisch meetkundepakket. Je kan constructies uitvoeren met punten, vectoren, lijnstukken, rechten en kegelsneden en je kan deze tekenobjecten daarna dynamisch wijzigen.

Anderzijds kunnen functies, vergelijkingen en coördinaten rechtstreeks worden ingevoerd. Met Geogebra is het dus ook mogelijk om met variabelen te werken voor getallen, te rekenen met vectoren en punten, afgeleiden en integralen van functies te berekenen en er zijn ook commando's voorzien om bijv. nulpunten of extrema te berekenen.

Deze twee standpunten zijn typisch voor Geogebra: een uitdrukking in het algebravenster correspondeert met een object in het tekenvenster en omgekeerd.

Voorbeelden[bewerken]

Dit zijn enkele educatieve voorbeelden: [7] [8]

Voor meer voorbeelden neem je best een kijkje op de wiki van Geogebra : [9].

Lichamelijke Opvoeding[bewerken]

Videoanalyse[bewerken]

Inleiding[bewerken]

De dag van vandaag wordt er in meer en meer vakken gebruik gemaakt van ICT om de lessen te ondersteunen. Dit geldt ook voor LO waar gespecialiseerde software voor bewegingsanalyse stilaan wordt geïntegreerd.

Werkwijze[bewerken]

De beste manier om bewegingsvaardigheden aan te leren is door visuele informatie: demonstratie bij mondelinge informatie. Video kan hierbij een grote rol spelen. Coaches maken nu reeds gebruik van video’s om spelsituaties te verklaren en het spel van tegenstrevers te analyseren. Gespecialiseerde bedrijven, bv Dartfish, hebben software ontwikkeld die de analyses makkelijker maken voor zowel teamsporten als voor de individuele sporter. Deze bedrijven hebben hun aandacht nu ook op het onderwijs gericht zodat de mogelijkheid bestaat dat de leerlingen zichzelf zien bewegen en uit hun fouten kunnen leren.

Benodigdheden[bewerken]

Om een videoanalyse te kunnen maken tijdens een les LO heb je een digitale videocamera nodig, een laptop om de beelden van de camera te importeren, software om de beelden te verwerken en eventueel een beamer om de beelden te projecteren..

Mogelijkheden[bewerken]

-Opgenomen beelden in slow motion tonen zodat er visuele feedback kan gegeven worden om zo correcties en aandachtspunten aan te reiken. -Split screen: het naast elkaar zetten van twee opnames, bv. aan de ene kant het ideale voorbeeld en aan de andere kant de uitvoering van de leerling. Om de progressie te evalueren kunnen er ook twee uitvoeringen van de leerling getoond worden. -Beelden kunnen ook over elkaar gezet worden. -Stroboscopisch stilzetten van beelden. -Presentatie van een bewegingsanalyse kan als lesmateriaal gebruikt worden. -Digitaal portfolio per leerling waarbij ze hun progressie gedurende het schooljaar kunnen zien.

Nadelen[bewerken]

-Enige ICT-kennis is vereist. -Aanschaffen van de nodige middelen. -Diefstalonveilige situatie: materiaal is makkelijk mee te nemen -Sommige leerlingen zien zichzelf niet graag op beeld of gaan zich aanstellen

Referenties[bewerken]

http://www.zandsteeg.org/natnl/videoanalyse.pdf

http://www.fontys.nl/supportal/videoanalyse.in.de.les.lo.140122.htm


Optojump[bewerken]

Inleiding[bewerken]

Optojump is een uiterst precies optisch meetinstrument waar de vluchttijd, contacttijd, de lengte van de pas/sprong en de verticale en horizontale snelheid kan gemeten worden aan de hand van een infraroodveld

Benodigdheden[bewerken]

Om het Optojumpmeetinstrument te kunnen gebruiken tijdens de lessen LO, heb je het meetinstrument nodig. Dit bestaat uit twee optische staven die op de grond tegenover elkaar geplaatst worden en die met een laptop of vaste PC worden verbonden. Verder heb je de software Racetime 2 time nodig.

Mogelijkheden[bewerken]

-Het aantal sprongen/passen, de contacttijd, de vluchttijd, de hoogte in cm, het ritme, specifieke energie, specifieke kracht, de totale energie,en de totale kracht kunnen gemeten worden. -Het instrument kan ook aan beide zijden van een loopband geplaatst worden. Het programma registreert dan de contacttijden, de vluchttijden en de lengte van de stappen terwijl de atleet loopt. Hier kunnen de sprints en de shuttle (beep-)test geëvalueerd worden. -Dit toestel heeft de mogelijkheid om op een uiterst precieze manier de versnelling te bestuderen in alle sporten waar een optimale explosiviteit mee gepaard gaat.

Nadelen[bewerken]

-Het hoge prijskaartje -Gezien de specifieke werking van dit apparaat is het niet interessant om het in het reguliere onderwijs te gebruiken. Topsportscholen kunnen echter wel baat hebben bij het gebruik ervan.

Referenties[bewerken]

http://www.microgate.it/eng/timing_sport/optojump_home.asp

http://www.finishlynx.com/products/measure_n_monitor/optojump/index.htm





EXTRA:

Samenvatting Wikibooks omtrent EVALO !!!

Introductie

Via pointcarre werden de groepen al snel ingedeeld en op het forum werd het startsein gegeven. Al snel volgden enkele vergaderingen waar we allen konden brainstormen over de opdracht. Ten gevolge van een bezoek aan de Europese school door enkele van ons werd er met het idee van een evaluatie systeem gespeeld. Dit evaluatie systeem zou met een open-source programma verwezenlijkt worden met als kernwoorden gebruiksvriendelijkheid, tijdbesparend, objectiviteit en eindtermintegratie. Allen waren we hiervoor te vinden. Tijdens de vergaderingen verdeelden we het werk onder elkaar zodat ieder hier ook individueel aan kon werken. Wij hebben ons geconcentreerd op gymnastiek voor de derde graad met de daarvoor betreffende eindtermen. Uiteraard kan dit systeem eenvoudig aangepast worden naar eerste en tweede graad en voor andere sporten binnen het vakgebied Lichamelijke Opvoeding. Uiteindelijk doopten we ons systeem, dat het evalueren voor een leerkracht eenvoudiger zal maken, om tot EVALO!

Van idee naar praktijk?

Voor dit vak kregen we de opdracht om gebruik te maken van een open-source programma. Open-source omwille van zijn gebruiksvriendelijkheid en aanpassingsvermogen en bovendien is het gratis. Wij kozen voor ons project Open-Office, ideale software voor ICT leken.

(Meer info kan u vinden op: http://nl.openoffice.org/about-product.html)

Een iemand verdiepte zich in het ontwikkelen van het systeem en ontwierp een basissheet waarin wij allen ons onderdeel eenvoudig in konden voegen. Voor deze onderdelen moesten we onze theoretische kennis even opfrissen en op zoek gaan naar de eindtermen van gymnastiek. Hiervoor hadden we natuurlijk de recente leerplannen nodig. De link werd op het forum geplaatst zodat ieder dezelfde eindtermen kon raadplegen: http://web.archive.org/web/20110920103135/http://www.g-o.be/sites/portaal_nieuw/SO/Leerplannen/Leerplannen/1011/2010-046.pdf

Dit bracht ons weer een stap dichter bij de eindrealisatie van ons programma. Nadat iedereen zijn deel van het werk gedaan had werd alles weer samengevoegd in eenzelfde homogene file.

Achteraf werd er een rapport over het desbetreffende programma geschreven, een hulpmiddeltje voor leerkrachten, om dit programma te gebruiken.

Via dit werk willen we EVALO introduceren en promoten, naar alle scholen toe. Dit programma is niet alleen voor leerkrachten, maar ook voor leerlingen een handig hulpmiddeltje. Er kan ook transparantie naar de leerlingen toe zijn door middel van bv Smartschool waar tussentijdse evaluaties op geplaatst kunnen worden, zodat deze weten waar ze nog aan kunnen/moeten werken. Vaak is enkel voor LO de eindscore te zien, maar weten ouders, leerlingen en directie niet hoe het uiteindelijke punt tot stand is gekomen. Dankzij dit systeem kan alles nu mooi opgevolgd worden.



Hopelijk ziet u, net als ons de vele voordelen van dit evaluatiesysteem ontwikkelt in open-office.

Met sportieve groeten, Groep 3 van LO&Bewegingswetenschappen Mélissa Zimmerman, Corinne Van Hombeeck, Joke De dobbeleer, Lieven Dubois, Elvira Dehaene, Niels Cassiman en Filip Cassiman. Vrije Universiteit Brussel Pleinlaan 2 1050 Elsene

Work Out: Nike + iPod[bewerken]

Inleiding[bewerken]

De set van nike en iPod is samengesteld uit een zender en een ontvanger. De zender of de sensor maak je vast aan je veters of je stopt hem in de holte van je speciale nike-schoen. De ontvanger klik je vast aan je nano (model van iPod). Het moet dit model zijn anders werkt het niet.

Het geheel ziet eruit als een stappenteller maar dit concept is gebaseerd op een acceleratiemeter. Deze meter meet de tijd dat je voet op de grond staat en de stand van je voeten tijdens het lopen. De som van alle tijdens de gelopen afstand, geeft jou een betrouwbare afstands- en snelheidsweergave weer.

De nike + iPod sport kit berekent 4 parameters:

  • het aantal verbruikte calorieën
  • de afstand
  • het tempo
  • de tijd

Zodra je gestart bent met de inspanning hoef je in principe niet de hele tijd te kijken naar je iPod-scherm . De iPod fluistert op regelmatige tijdstippen de informatie in je oor, zoals 2km, 15min, 150 ca.

Alles kan natuurlijk afgelezen worden op het scherm van je iPod, maar dan moet je beginnen te werken met je iPod tijdens het lopen en dit is niet altijd even handig.

Tevens bestaat er een speciale armband waar je je iPodin kan steken. Dit is handig, omdat het risico zo wordt verkleind dat je per ongeluk op een van de knoppen drukt en zo je gegevens verliest of de registratie van je gegevens stillegt.

Na de inspanning kunnen de parameters afstand, tijd, tempo en calorieën afgelezen worden in de rubriek vorige workout. Dezelfde gegevens, maar dan van vroegere inspanningen, zijn terug te vinden in het menu recente workouts.

Het aantal gegevens is beperkt op je iPod. Zodra je hem aansluit op je computer, start het programma iTunes automatisch op. Alles wordt dan naar de website gebracht. Alle gegevens (tijd, afstand, tempo en calorieën) worden dan weergegeven op een lijngrafiek. Natuurlijk kan je deze gegevens ook gewoon bekijken op je iPod. Er is wel nog een leuk extraatje verbonden aan de website. Je kan namelijk de tussenresultaten bekijken wanneer je met je muis op de tijdstippen in de grafiek klikt, zo krijg je de snelheid op de tussenliggende kilometers te zien.

Tijdens het lopen hoor je natuurlijk ook je zelf gekozen muziek.

Voordelen[bewerken]

  1. je hebt veel informatie (afstand, tijd, tempo en calorieën)
  2. het wordt in je oor gefluisterd
  3. je favoriete muziek tijdens de inspanning
  4. na de afloop kan je je gegevens koppelen aan de computer
  5. je kan je resultaten vergelijken met elkaar

Nadelen[bewerken]

1. het is zeer duur

2. het is in het Engels (zelfs wanneer je het heb ingesteld in het Nederlands)

3. het is tijdrovend

4. je moet wat handig zijn om er mee overweg te kunnen

Onderwijs[bewerken]

Het is zeker bruikbaar in het onderwijs maar het is zeer duur (niet iedereen beschikt erover en je kan het niet verplicht maken). Tevens zal de leerkracht er veel tijd over doen om alle gegevens van de leerlingen te controleren en op te slaan. Tevens zal de leerkracht een beetje handig moeten zijn om met dit concept te werken.

Referenties[bewerken]

http://www.apple.com/nl/ipod/nike/run.html

http://www.ictnieuws.net/recensies_detail.php?ID=37

Gebruik van Wii Fit in het onderwijs[bewerken]

Inleiding[bewerken]

De Wii Fit is een uitvinding van Nintendo. Het is een spel waarbij je verschillende fitnessoefeningen kan doen. Het is ontwikkeld voor de Nintendo Wii en het wordt gespeeld door middel van het Wii Balance Board. Dit Board is een bewegingsgevoelige weegschaal die kan registreren hoe het met je evenwicht gesteld is. Daarnaast kan het ook nog je BMI (Body Mass Index) berekenen. Het leuke aan de Wii Fit is dat je kan controleren hoe het met je conditie gesteld is. Zo kan je door middel van de Body Test (waar je gewicht en balans wordt berekend) je Wii Fit Age berekenen. Dit laat het verschil zien tussen je werkelijke leeftijd en de leeftijd die bij je gemeten testresultaten hoort. Met andere woorden, je kan op die manier controleren of je lichaam goed in conditie is volgens je leeftijd. Voor het verbeteren van je conditie kan je gebruik maken van: Yoga-oefeningen, Spieroefeningen en nog zoveel meer. De vooruitgang die je maakt kan je dan opvolgen door middel van grafieken. Er zijn grafieken voor het gewicht, de BMI en de Wii Fit Age.

Voordelen[bewerken]

  • Informatie m.b.t. de algemene conditie (BMI, evenwicht en Wii Fit Age).
  • Na afloop krijg je via grafiek je eventuele vorderingen te zien m.b.t. je algemene conditie.
  • Je kan je resultaten vergelijken met elkaar, iedereen kan namelijk registreren op de Wii Fit waardoor iedereen ook zijn eigen individuele resultaten heeft.
  • Je hoeft helemaal niet zo handig te zijn om het te kunnen installeren.
  • Alle berekeningen gebeuren door de Wii zelf dus het vraagt niet veel tijd.

Nadelen[bewerken]

  • Het is duur
  • Het is in het Engels
  • Je kan slechts 1 Wii Balance Board installeren per Wii

Onderwijs[bewerken]

De Wii Fit is zeker bruikbaar in het onderwijs in die mate dat je het kan gebruiken als een leerlingopvolgsysteem. Je kan namelijk nagaan hoe het met de conditie van je leerlingen gesteld is en dus ingrijpen wanneer er effectief leerlingen zijn met problemen. Probleem is wel dat het enorm duur is. Daarom is het voor scholen ook aan te raden om bijvoorbeeld een aankoop te doen van bijvoorbeeld 5 Wii’s. Daarna kan je de leerlingen klas per klas bij jou laten komen en op die manier hun conditie testen. Naast het gebruik van de Wii Fit als leerlingopvolgsysteem is het ook een goede leerschool voor de leerlingen zelf. Op die manier worden zij geconfronteerd met hun eigen mogelijkheden of beperkingen. Dit kan een aanzet zijn voor bepaalde leerlingen om gezonder te gaan leven of om eventueel aan sport te gaan doen.

Kritische bemerking[bewerken]

De Wii Fit is geen klinisch gevalideerd toestel, dus moet men uiterst voorzichtig zijn met de interpretatie van de resultaten. Het is eerder een speelse manier om de bevolking (zowel jong als oud) te sensibiliseren wat de gezondheid betreft. De Wii Fit is niet echt geschikt om te integreren in een les Lichamelijke Opvoeding wanneer er veel studenten aan deelnemen. Deze hebben vaak niet het nodige respect voor het materiaal, door de aantrekkingskracht van de spelconsole zouden andere aspecten van de les wel eens vergeten kunnen worden. Het zou beter zijn indien de Wii Fit beschikbaar is voor leerlingen die niet kunnen deelnemen aan de les LO om op een andere manier toch in beweging te kunnen zijn. Een andere mogelijkheid is dat de Wii Fit ter beschikking staat van leerlingen die in de avondstudie dienen te blijven en al hun huiswerk reeds gemaakt hebben. Op die manier zullen zij gemotiveerder hun huiswerk maken en daarna niet de medeleerlingen storen die nog aan het werk zijn.

Referenties[bewerken]

http://ms2.nintendo-europe.com/wiifit/nlNL/

http://nl.wikipedia.org/wiki/Wii_Fit


Lesvoorbereidingen on line[bewerken]

Inleiding[bewerken]

http://www.sports-media.org is een site voor leerkrachten en toekomstige leerkrachten LO. Het bevat naast nuttige informatie en evenementen ook een grote database met lesvoorbereidingen voor zowel kleuter-, lager- als secundair onderwijs. Men kan deze gratis raadplegen als men eerst zelf een lesvoorbereiding toevoegt, wanneer de ingezonden lesvoorbereiding kwalitatief goed bevonden wordt, kan men elke lesvoorbereiding in de database downloaden. Dit is een mogelijkheid voor leerkrachten die al lesgeven om nieuwe ideetjes op te doen. Het gevaar schuilt erin dat andere leerkrachten systematisch hiervan lesvoorbereidingen overnemen om klakkeloos in hun eigen lessen toe te passen. Daardoor zullen deze leerkrachten hun eigenheid verliezen en niet op een zelfstandige manier hun lessen voorbereiden.

Referenties[bewerken]

http://www.sports-media.org/


Playbook Software[bewerken]

Inleiding[bewerken]

Er bestaan verschillende softwareprogramma's die bedoeld zijn voor coaches van ploegsporten zoals voetbal, volleybal, basketbal e.d.. Deze programma's kunnen echter ook zeer handig zijn voor leerkrachten LO. Men kan er oefeningen op voorbereiden en het bevat ook meestal een database met standaard-oefeningen. Er bestaan tal van verschillende playbooks met een prijsklasse tussen 30$ en 200$. Op http://www.jes-soft.com/ vindt men playbooks voor basketbal, volleybal, baseball, american football, hockey, en waterpolo. Deze kunnen gratis gedownload worden en gebruikt worden voor een bepaalde periode, daarna moet je bijbetalen voor de extra opties, maar de basisfuncties kan men blijven gebruiken.

Een voorbeeld hiervan vind je op onderstaande link

http://www.jes-soft.com/playbook/screen.html

Toepassingen[bewerken]

  • men kan oefeningen opslagen en in verschillende categorieën onderverdelen
  • het is een eenvoudig te gebruiken manier om oefeningen op te stellen
  • het heeft een animatiescherm waarop men de oefening kan volgen
  • een teksteditor om de oefenigen te beschrijven
  • een export- en importfunctie om oefeningen met andere gebruikers uit te wisselen
  • afdrukken van afbeeldingen in hoge kwaliteit
  • mogelijkheid tot het maken van een lijst van oefeningen voor een bepaalde les

Voordelen[bewerken]

  • gemakkelijk te gebruiken
  • duidelijke weergave van de oefeningen
  • men kan complexe oefeningen aan de leerlingen tonen (mits de aanwezigheid van een laptop)
  • men kan een lesvoorbereiding makkelijk afprinten

Nadelen[bewerken]

  • de meeste playbooks zijn redelijk duur

Referenties[bewerken]

http://www.jes-soft.com/

http://www.playmanager.com/


Voedingsanamnese voor de cursus Theorie van de Lichamelijke Opvoeding[bewerken]

Inleiding[bewerken]

Leerlingen die in het Technisch Secundair Onderwijs de opleiding Lichamelijke Opvoeding en Sport volgen, krijgen in de 2de graad wekelijks 2 uren Theorie van de Lichamelijke Opvoeding. In de leerplannen wordt onder andere gevraagd om aan volgende zaken te werken:

  • De leerplandoelstelling: De leerlingen kunnen inzicht verwerven in de principes van voeding bij fysieke inspanningen, sportbeoefening en topsportprestaties.
  • De leerinhoud: indeling van de voedingsstoffen, algemene regels, invloed op de spijsvertering en gebruik maken van maaltijdwijzer, PC en CD-ROM.

Om dit zo concreet en levendig mogelijk te maken, ga ik de leerlingen een voedingsanamnese (analyse van wat iemand eet) laten maken.

Praktische verwerking van de lessenreeks[bewerken]

Bij de start van de lessenreeks krijgen de leerlingen een taak zijnde: noteer gedurende 1 dag al het voedsel dat opgenomen wordt. Zij noteren heel duidelijk op een daarvoor voorzien sjabloon wat en hoeveel zij eten. Om deze taak te vereenvoudigen, krijgen de leerlingen een aantal documenten met info over maten en gewichten en hoe een voedingsanamnese te maken. Daarnaast krijgen zij een aantal documenten met daarop verschillende 'print screens' om de verwerking van de voedingsanamnese te vereenvoudigen. Tijdens één van de daaropvolgende lessen wordt er een les gegeven in een ICT lokaal. Alle leerlingen krijgen een PC ter beschikking en samen wordt er naar volgende site gesurft. www.voedingsmiddelentabel.nl. Op deze site kunnen de leerlingen individueel berekenen hoeveel calorieën zij die dag hebben opgenomen. Nadien volgt een verwerking van het energieverbruik en de samenstelling van de voeding (eiwitten, koolhydraten en vetten). Al deze gegevens kan de leerling op een eenvoudige wijze op deze site terugvinden.

Voordelen[bewerken]

  • Door in eerste instantie de leerlingen hun eigen voeding te laten opschrijven, wek je de interesse op en laat je hen stilstaan bij hun eigen eetgewoontes.
  • Leerlingen kunnen individueel alles berekenen.
  • Leerlingen kunnen op eigen niveau werken.
  • De leerkracht loopt rond en geeft feedback waar nodig (prima differentiatie).
  • Het programma is heel kindvriendelijk

Nadelen[bewerken]

  • Thuis noteren verloopt soms stroef, niet ernstig genoeg.
  • Controle van wat leerlingen thuis eten, is onbestaand (kan dus uit de duim gezogen zijn).
  • Beschikt de school niet over genoeg computers dan is dit niet mogelijk.
  • Vooraf moet je als leerkracht goed voorbereid zijn (pc minded is een troef)

Referenties[bewerken]

http://www.voedingsmiddelentabel.nl

http://www.gemeenschapsonderwijs.be/sites/portaal_nieuw/SO/Lessentabellen/Lessentabellen/sport%20-%20BSO-TSO.pdf

Het gebruik van een hartslagmeter in de lessen Lichamelijke Opvoeding[bewerken]

Inleiding

De afgelopen jaren is het bewustzijn van de slechte fysieke conditie van onze jeugd steeds groter geworden. Ondanks talrijke pogingen om de jongeren terug op het goede spoor te zetten om een gezonde en fysiek actieve levensstijl aan te nemen is er nog steeds weinig beterschap merkbaar. Veel jongeren vertonen een sedentaire levensstijl door een gebrek aan mogelijkheden, succes of zelfmotivatie om fysiek actief te zijn. Programma’s die gebruik maken van een hartslagmonitor blijken een goed middel te zijn om dit fenomeen te bestrijden. Cardiovasculaire fitnessprogramma’s met hartslagmeters, aangeboden in de lessen Lichamelijke Opvoeding, promoten namelijk individuele begeleiding en leggen een grotere verantwoordelijkheid bij de leerlingen. Fysieke activiteit wordt onderverdeeld in vier dimensies: frequentie (#sessies/week), intensiteit (energievrijgave gecorrigeerd voor lichaamsgrootte), tijd (minuten) en type (kwalitatieve beschrijving van het soort activiteit). Van deze vier dimensies is het meten van de intensiteit van een activiteit vaak het moeilijkste voor een leerkracht. Leerkrachten meten de intensiteit van hun activiteiten bij leerlingen namelijk meestal door het observeren van hun leerlingen. Deze methode blijkt echter zeer subjectief te zijn. Sommige leerlingen blijken bijvoorbeeld vrij hoge hartslagwaarden te bereiken zonder dit fysiek uit te laten schijnen, wat het inschatten moeilijk maakt. Om een duidelijker beeld te krijgen over de intensiteit waaraan leerlingen sporten, kan het gebruik van een hartslagmeter gedurende de lessen Lichamelijke Opvoeding bijgevolg zeer nuttig zijn!


Extra: Volgens www.gezondheid.infoblog.be lijdt 1 op 5 kinderen aan Obesitas. Dit komt er op neer in het onderwijs, dat 20% van de leerlingen een overgewicht heeft!



Het bepalen van de hartslagzones

De beste methode om de hartslagzones van een persoon te bepalen, is door een progressieve inspanningstest uit te voeren onder begeleiding van een sportarts. Aangezien het onmogelijk is om alle leerlingen een dergelijke inspanningstest te laten ondergaan, kan men in een onderwijscontext gebruik maken van de formule van Karvonen om de verschillende hartslagzones bij leerlingen te bepalen. Formule van Karvonen: HFopt = HFrust + (HFmax – Hfrust) * gewenste intensiteits%

HFrust = de rusthartslag

        Polsslag nemen als men ’s morgens wakker wordt

HFmax = de maximale hartslag

       Hartslag na een maximale inspanningsproef
       Schatting: 220 – leeftijd

Vervolgens kan men de verschillende hartslagzones gaan bepalen die naar de verschillende soorten trainingen verwijzen: 65-65% : Recuperatie training 65-70% : LSD training (Long Slow Distance) 70-75% : Extensieve uithouding 75-85% : Intensieve uithouding 85-90% : Tempo-interval 90-95% : Intensieve interval


Het gebruik van een hartslagmeter in de lessen Lichamelijke Opvoeding

In de evaluatie voor de lessen Lichamelijke Opvoeding wordt voornamelijk belang gehecht aan de participatie van de leerlingen. Bij het observeren van lessen Lichamelijke Opvoeding kan men jammer genoeg vaak hetzelfde verschijnsel terug zien, namelijk dat een minderheid van de leerlingen meer actief betrokken zijn in de activiteit in vergelijking met anderen. Oorzaak hiervan is vaak gelegen in het gedifferentieerde niveau van fysieke fitheid van leerlingen in eenzelfde klas waardoor de motivatie van de ‘minder getalenteerde’ leerlingen fel afneemt. Effectieve instructie over een gezonde levensstijl met sportbeoefening en een grotere betrokkenheid bij lichaamsbeweging zijn bijgevolg enkele belangrijke werkpunten voor leerkrachten LO om dit grote verschil in de toekomst zo veel mogelijk weg te werken of te beperken. Aan de ene kant zou dit de motivatie van iedere student om fysiek actief te zijn, moeten bevorderen. Aan de andere kant zou het de leerkrachten een beter inzicht moeten geven over de fysieke mogelijkheden van zijn/haar leerlingen, wat het mogelijk maakt om effectievere instructies te geven naar de toekomst toe. Als het doel van de leerkracht is om alle studenten te laten werken naar gelang hun potentieel, kan het gebruik van een hartslagmeter een grote hulp zijn. Het kan de leerkracht namelijk helpen bij het plannen van activiteiten, verwerken van gegevens en opstellen van instructies, net zoals een wiskunde leerkracht gradueel de moeilijkheidsgraad van zijn lessen opbouwt. In de Verenigde Staten is men zich al een tijdje bewust van de mogelijkheden die de technologie hen te bieden heeft. POLAR, een wereldwijd bekend merk voor hartslagmeters, biedt namelijk speciale programma’s aan die het gebruik van hartslagmeters gedurende de lessen Lichamelijke Opvoeding stimuleert. Om de scholen warm te maken, worden er onder andere speciale workshops aangeboden. Nadeel van deze toepassing blijft echter het prijskaartje!


Referenties

http://education.polarusa.com/education/default.asp

http://www.3athlon.be/www/content/view/23/21/

Using heart rate monitors for effective teaching and curricular accountability in physical education: a commentary. L. G. Driscoll, B. Conner – Gray; Vahperd Journal, Spring, 2008.

Preventing obesity and increasing aerobic fitness with heart rate monitors in PE class: initial findings. L. G. Driscoll, M. T. Stimpson, Y. Miyazaki; Vahperd Journal, Spring 2007.

SportsTracker[bewerken]

Inleiding[bewerken]

SportsTracker is een tool voor mensen die hun sportactiviteiten willen monitoren op een eenvoudige wijze, die bovendien gratis is! Deze open source software, onder GNU General Public License uitgegeven, is niet-sportspecifiek opgegesteld wat toelaat om verschillende sporten in 1 overzicht te plaatsen. Praktische toepassingen SportsTracker laat toe: verschillende sporten in te voeren per sport verschillende trainingstypes in te voeren. uw hartslag per training in te voeren. notities in de kalender toe te voegen (vb. trainingsschema's en wedstrijden). uw lichaamsgewicht in te voeren ( hierbij kunnen opmerkingen worden ingegeven zoals vb.: ziekte, afvallen om in een lagere gewichtsklasse te komen,...). bij het gebruik van een hartslagmeter met pc-link uw HF tijdens training bij te houden in uw SportsTracker. Uw afgelegde weg per training in uw SportsTracker te importeren met behulp van HF-meter met ingebouwde GPS (vb. Garmin edge). Statistieken per sport op te roepen. De statistieken grafisch weer te geven in diagrammen. (cummulatieve afstand, trainingsduur, HF, gewicht,...). Bruikbaarheid in het onderwijs Het feit dat SportsTracker gratis is en eenvoudig in gebruik is een grote troef voor toepassing in het onderwijs. Het laat de leerkracht toe om leerlingen op zelfstandige basis te laten kennismaken met trainingsdagboeken, planning en periodisering en het belang van HF-metingen bij training. Tevens kan het leerlingen die kampen met overgewicht helpen om hun gewicht, fysieke activiteit én voedingsgewoonten in kaart te brengen (als notitie) en zo in overleg met de leerkracht LO/ de leerkracht die instaat voor gezondheidsbeleid een levensstijl te ontwikkelen die hun lichamelijk welzijn ten goede komt.

Voordelen[bewerken]

  1. Zoals reeds aangehaald is het vrije software, dus gratis in gebruik en aanpassingen zijn mogelijk.
  2. Het is niet noodzakelijk om dure apparaten aan te kopen, (vb. HF-meters, ipods, speciale schoenen,...) De hartslag kan ook handmatig worden ingegeven en de afgelegde afstand ook.(plan je te lopen route via google maps of een andere routeplanner).
  3. Alle sporten kunnen afzonderlijk ingegeven worden en worden herkend in de statistieken aan hun specifieke kleur.
  4. Het gebruik van opmerkingen en notities laat de sporter toe te melden hoe ze zich voelen, wat belangrijk kan zijn om "overtraining" op te sporen

.

Nadelen[bewerken]

  1. In het begin zal het invoeren van je sporten, wedstrijdmomenten, trainingsschema's en trainingstypes redelijk tijdsintensief zijn. Eens deze klus geklaard is loopt het programma daarentegen als een trein.
  2. U moet een pc te uwer beschikking hebben om de gegevens na uw training in te geven.

Referenties[bewerken]

http://www.saring.de/sportstracker/index.html http://maps.google.com/maps?oe=UTF-8&gfns=1&q=f&um=1&ie=UTF-8&sa=N&hl=nl&tab=wl


Geschiedenis[bewerken]

Het is niet altijd eenvoudig het vak geschiedenis te koppelen aan informatica-gebruik. De meeste informatie voor deze leerstof is immers terug te vinden in bronnen die reeds bestonden voor iemand ooit een computer gezien had, laat staan gebruikt. Daarom lijkt het mij nuttig enige ideeën op een rijtje te zetten die het gebruik van ICT tijdens lessen geschiedenis iets meer vanzelfsprekend maken. In eerste instantie wordt een overzicht gegeven van het vinden van informatie via ICT. In een tweede stuk worden enkele ideeën aangeboden voor het concrete toepassen van ICT tijdens de lessen.

Informatie vinden[bewerken]

Het gebruiken van informatica kan leerlingen helpen informatie terug te vinden, zoals hierboven aangereikt, is dit net de minst evidente toepassing van ICT voor geschiedenis. Gelukkig bestaat er een grote hoeveelheid historische informatie die zowel op het internet als via cd-roms makkelijk raadpleegbaar is. Een voordeel hiervan is dat de gegevens veel makkelijker toegankelijk zijn en er geen zoektocht in bibliotheken, referentiewerken en kaartenbakken voor nodig is. De hoeveelheid van het materiaal kan in vele omstandigheden zelfs een hindernis vormen voor het efficiënt vinden van de benodigde informatie. De leerkracht moet daarom zijn leerlingen bijstaan en begeleiden. Het is in dat opzicht interessant het materiaal te beperken tot die teksten die in het Nederlands zijn opgesteld. Op die manier wordt de grote hoop informatie iets of wat overzichtelijker en kan men er zeker van zijn dat de leerlingen alle teksten begrijpen. Studenten kunnen zo beter structureren en opdrachten efficiënt afhandelen. Een andere mogelijkheid is om de teksten te sorteren op grond van hun publicatiedatum. Bij het gebruiken van internet is het voor de leerkracht zeer belangrijk de leerlingen een kritische houding bij te brengen. Ze moeten immers leren welke informatie ze kunnen vertrouwen en welke niet. Dit is uiteraard steeds erg belangrijk, maar bij het medium internet is zo’n instelling onontbeerlijk. Als leerkrachten rekening houden met al deze richtlijnen, kunnen de leerlingen door het gebruik van ICT meer informatie opsteken dan enkel louter historische.

Toepassen van geschiedenis[bewerken]

Geschiedenis is een vak dat voor vele middelbare scholieren zeer theoretisch blijft. ICT kan helpen om de kennis van het verleden concreter te maken door historische games en simulaties te gebruiken. Dergelijke games bieden leerlingen de kans om in aanraking te komen met het leven uit een andere periode; ze leren de beperkingen en eigenaardigheden van die tijd aan den lijve ondervinden. Zo moeten ze bijvoorbeeld een opdracht uitvoeren zoals het inladen van een VOC schip in Indië en het vervolgens veilig naar Amsterdam laten varen en de lading daar verkopen. Extra historische informatie kan bij zo’n spel gegeven worden waardoor de kennis van de periode of handelingen er enkel op vooruit kan gaan. Echte historisch kennis of vaardigheden worden hierbij slechts in mindere mate opgedaan, inleving daarentegen wordt er sterk door bevorderd.

Een voorbeeld van een interessant computerspel waarbij leerlingen hun tijdsbesef kunnen oefenen is Jacht door de eeuwen. In het spel kan men met een tijdsmachine doorheen de eeuwen reizen, de bedoeling is door middel van ruilen een geheime sleutel te bekomen. De leerlingen moeten er bij deze reis op letten de juiste kleding aan te trekken en ruilobjecten mee te nemen die voor de mensen in de betreffende periode aantrekkelijk zijn. Bovendien moet men zich ook voorzien van hulpmiddelen om zich te helpen bij rampen die kunnen voorkomen in een bepaalde periode.

In het Britse geschiedenisonderwijs heeft men een cd-rom ontwikkeld die de inleving kan bevorderen door middel van simulatie: The Troubled Century. Leerlingen kunnen zich in verschillende belangrijke sleutelmomenten van de 20e eeuw inleven. Ze kunnen bijvoorbeeld de rol van adviseur van de Duitse keizer of Britse premier invullen voor de periode waarin de eerste wereldoorlog uitbrak. In een ander onderdeel kunnen ze een van de onderhandelaars zijn in Versailles in 1918. In deze functie krijgen ze vragen voorgeschoteld waarop ze een antwoord moeten kunnen geven. Allerlei verschillende aspecten van de oorlog komen zo aan bod en leerlingen laten op deze manier zien welke inzichten zij verworven hebben in de dynamiek van die gebeurtenis. Niet enkel feitenkennis, maar ook onderliggende structuren die op lange termijn van belang zijn worden zo aangeraakt.

Bronnen[bewerken]

WILSCHUT (Arie), VAN STRAATEN (Dick) en VAN RIESSEN (Marcel). Geschiedenisdidactiek. Handboek voor de vakdocent. Bussum, Uitgeverij Coutinho, 2004, pp. 197-212.

Ministerie van OC en W (2002). "Zin en onzin over het rendement van ICT in het onderwijs."

http://www.awbruna.nl/catalog/eeuwen.htm

http://www.toolfactory.com/news/view?id=66

Klassieke Talen[bewerken]

CIRCE-Project[bewerken]

De klassieke talen, Latijn en Grieks, hebben vaak af te rekenen met een nogal oubollig imago. De term klassiek verwijst immers niet alleen naar de Griekse en Romeinse oudheid, maar staat ook synoniem voor een traditionele benaderingswijze. Toch is het gebruik van ICT lang niet onverenigbaar met het onderwijs van de klassieke talen, zoals onder meer geïllustreerd wordt door het CIRCE-project.

CIRCE is een Engels acroniem dat staat voor "Classics & ICT Resource Course for Europe". Het project werd uitgewerkt door een partnerschap van leerkrachten Latijn en Grieks uit België, Denemarken, Frankrijk, Griekenland, Italië en het Verenigd Koninkrijk. Het initiatief is opgericht vanuit de centrale vraag hoe computertechnologie het onderwijs in de klassieke talen en cultuur in het Europa van vandaag kan verrijken en richt zich op “al wie de kwaliteit van zijn/haar werk wil verhogen door gebruik te maken van moderne technologieën.”[10]

Op de website www.circe.be vindt u onder meer een aantal casestudies over de integratie van ICT in het klassieke talenonderwijs, een uitgebreid fotoarchief, een onderdeel over relevante websites en software, een artikel over het gebruik en het installeren van specifieke lettertypes, maar ook voorbeelden van lesvoorbereidingen. Geïnteresseerden kunnen zich op de website bovendien inschrijven voor een cursus die elk jaar georganiseerd wordt in één van de partnerlanden. CIRCE is ook terug te vinden op Facebook.

ICT en Latijn[bewerken]

Wie denkt dat Latijn en ICT niet te combineren vallen, heeft het grandioos mis of is gewoon erg ouderwets! Op het internet zijn verscheidene websites te vinden die teksten, vertalingen, cultuur, grammatica en oefeningen aanbieden voor het vak Latijn.[11]

Latijnse Lectuur[bewerken]

- Wat de teksten betreft kan het voor de leerkracht erg handig zijn om bijvoorbeeld een digitale versie te gebruiken in plaats van de teksten te gebruiken uit de Loeb-, Budé- of Toebneredities. Wie deze teksten graag gratis opzoekt, kan terecht op volgende websites:

- http://www.perseus.tufts.edu/hopper/collection?collection=Perseus:collection:Greco-Roman&redirect=true.

- http://www.thelatinlibrary.com/.

Wat interessant is aan Perseus, is dat ze de teksten aanbiedt en bovendien bij elk woord een grammaticale verklaring en vertaling voorziet. De website is wel in het Engels geschreven en lijkt een beetje rommelig, maar is erg wetenschappelijk onderbouwd qua bronnen en commentaren. De Latin Library is ook een Engelse site die allerlei Latijnse teksten weergeeft, maar is niet zo wetenschappelijk als Perseus. Het nadeel van deze twee websites is dat een kritisch apparaat ontbreekt.

- Verder is er nog een Open Sourceprogramma, Diogenes genaamd, om Latijnse teksten en hun grammaticale en lexicale uitleg te raadplegen. Het progamma zelf is gratis te downloaden op volgende site: http://www.dur.ac.uk/p.j.heslin/Software/Diogenes/index.php. De teksten zelf zijn gepubliceerd bij de Thesaurus Linguae Graecae en de Packard Humanities Institute, maar zijn jammer genoeg niet gratis te verkrijgen. Zonder de teksten ben je dus niets met het programma Diogenes. Op deze site kan je de teksten na betaling verkrijgen: http://www.tlg.uci.edu/. Je kan TLG wel eerst eens uitproberen.

Vertalingen[bewerken]

- Vandaag de dag kan men veel literatuur vinden in verband met de Latijnse en Griekse Oudheid. Een overzicht met Nederlandse vertalingen en commentaren van Latijnse werken is altijd handig voor een leerkracht Klassieke Talen: DE RYNCK, P., Welkenhuyse, A. De Oudheid in het Nederlands, Uitgeverij Ambo, 1997. Op het internet kan men van dit boek de lijst met vertalingen raadplegen door te zoeken op auteur: http://www.dbnl.org/tekst/rync001oudh01_01/.

Cultuur[bewerken]

- Degenen die geen duur ticket willen betalen om Rome te bezoeken kunnen tegenwoordig terecht op het internet, meerbepaald bij Google Earth. Sinds kort is het zelfs mogelijk om van heel veel gebouwen uit het oude Rome van 320 n.Chr. reconstructies in 3D te bewonderen. Het project Rome Reborn, dat al elf jaar bezig is om Rome in 3D te doen herleven, was hiervoor een samenwerking aangegaan met Google. Op volgende website: http://earth.google.nl/intl/nl/rome/ kan je een spectaculair YouTubefilmpje afspelen, dat je warm maakt om deze extra applicatie bij Google Earth te downloaden en te gaan verkennen. Eens je Google Earth, of de updateversie 4.3, geïnstalleerd hebt, dien je het programma te openen en linksboven bij ‘Zoeken’ Rome in te tikken. Linksonder kan je dan bij ‘Lagen’ de optie ‘Galerij’ aanklikken en op ‘Het oude Rome in 3D’ klikken. Vervolgens moet je inzoomen tot je de gele icoontjes van antieke momenten ziet verschijnen, waarop je dient te klikken om een bouwwerk van naderbij te kunnen bekijken of om er informatie over op te vragen. Je moet er wel rekening mee houden dat het programma veel tijd nodig heeft om de afbeeldingen op te halen. Rustig navigeren is hierbij dus aangewezen als je niet wil dat de hele zaak vastloopt.

- Voor de liefhebbers van het gamen bestaat er sinds 2009 een onlinegame, Grepolis genaamd. Het spel kan gratis online gespeeld worden, mits registratie, en kan een meerwaarde bieden aan de vakken Latijn of Grieks, vooral in de eerste graad, omdat het volledig geïnspireerd is op de Klassieke Oudheid wat betreft de gebouwen, schepen, het oorlog voeren en dergelijke. Bovendien scherpt de onlinegame het inzicht in tactiek en het vermogen om samen te werken - in dit geval spelen - van de leerlingen aan. Nieuwsgierigen kunnen dit YouTubefilmpje bekijken: http://www.youtube.com/watch?v=1wemrGq1UC0. Voor wie meteen wil beginnen gamen, kan terecht op volgende site: http://nl.grepolis.com.

- Wat eveneens steeds handig is tijdens de lessen Latijn of Grieks, is een Klassiek lexicon. Deze website vormt dan ook een uitstekende aanvulling op de woordenboeken uit de klas en is bovendien erg praktisch voor de leerlingen omdat ze het ook thuis kunnen raadplegen: http://www.ancientlibrary.com/index.php.

Leuke Links Latijn[bewerken]

Leerkrachten die het vak Latijn op een levende manier willen overbrengen kunnen heel wat ideeën vinden op onderstaande links.

Blogs[bewerken]

- Voor wie graag op de hoogte blijft van het laatste nieuws, filmpjes, recensies en bijscholingen omtrent Latijn, is er een blog beschikbaar op http://vivaclassica.blogspot.com/. Het filmpje in verband met Bart De Wever en de regeringsvorming “Hoe goed kent De Wever zijn Latijn” is een aanrader. Voor wie onmiddellijk het filmpje wil bekijken: http://www.gva.be/dossiers/gemeenteraad/hoe-goed-kent-de-wever-zijn-latijn.aspx.

Cartoons[bewerken]

- Wie graag een keertje lacht met grapjes in verband met Latijn en Grieks, moet deze verzamelsite vol met cartoons raadplegen: http://www.stilus.nl/cartoons/index.htm. De website biedt ook een overzicht van reclame aangaande de Romeinse en Griekse oudheid.

Chatruimtes[bewerken]

- Het Latijn is absoluut GEEN dode taal! Voor chatliefhebbers bestaat er zelfs een Locutorium Latinum (Latijnse chatruimte), die opgestart werd door de Circulus Latinus Panormitanus, die bovendien volledig in het Latijn geschreven is, dus ook alle teksten, instructies en contacten met de CLP-webmaster of de chatmoderator. Vooral bedoeld voor die-hards, maar zeker ook interessant om een keertje te integreren in de derde graad Latijn. De leerlingen kunnen via de chatruimte kennismaken met Latijnse themazinnen, wat het inzicht in grammatica en tekststructuur verbetert. Voor wie interesse heeft: http://www.cirlapa.org/locutorium/index.php.

Vooraleer men naar de chatruimte kan gaan, moet men eerst registreren via “Nomen da”. Daar wordt dan gevraagd naar je Agnomen (= gebruikersnaam), een Signum arcanum (= paswoord) en je inscriptio electronica (= e-mailadres). Andere gegevens, zoals je voornaam, je geslacht, leeftijd, nationaliteit, stad, functie en homepagina, zijn facultatief te vermelden. Eens je geregistreerd bent, krijg je een e-mail, waarbij je moet klikken op een link. Daarna kan je telkens inloggen via “Intra”, waar er gevraagd wordt naar je Agnomen en Signum arcanum.

Zodra je aangemeld bent bij het Locutorium, zie je een pagina met frames, waarvan de linkerkant bestemd is voor berichten die de gebruikers kunnen lezen. Aan de rechterkant heb je de mogelijkheid om met de mensen die online zijn privégesprekken te voeren. De onderkant van het scherm bevat een ruimte om in te schrijven, een knop om je tekst te versturen (Immitte) en uiteraard ook de mogelijkheid om emoticons te kiezen. Je komt onmiddellijk in contact met mensen uit diverse landen, maar slechts één taal primeert: het Latijn. Blijkbaar nog steeds een lingua franca anno 2010!

Encyclopedieën[bewerken]

- Handig om snel wat extra informatie op te zoeken in verband met Latijn is het Portaal Latijn op Wikipedia: http://nl.wikipedia.org/wiki/Portaal:Latijn.

Het Nieuws[bewerken]

- In Finland bestaat er een radiozender, de Nuntii Latini, die nieuwsberichten in het Latijn uitzendt. De website post zelfs recente nieuwsberichten in het Latijn. Zie: http://www.yle.fi/radio1/tiede/nuntii_latini/.

- Voor wie het gevoel wil hebben een echte Latijnse 'gazet' te lezen, is er Ephemeris, die dagelijks wordt bijgewerkt met het laatste nieuws: http://ephemeris.alcuinus.net/index.php.

Varia[bewerken]

- De Duitse HipHopgroep Ista rapt in het Latijn. De enkele demo's van de liedjes en de lyrics zijn te vinden op volgende website: http://www.ista-latina.de/index.php.

Moderne talen[bewerken]

iPhone als woordenboek[bewerken]

Wie over een iPhone beschikt kan dankzij de applicatie "Word Lens" tekst omzetten van het Spaans naar het Engels en omgekeerd. Dit kan van pas komen wanneer je de betekenis van een woord in één van deze talen niet zou kennen: even vertalen met je iPhone en je kan weer verder. Concreet moet je de tekst enkel filmen en speciale software herkent de tekst en zet deze om. De vertaling is niet altijd helemaal correct, maar je kunt wel begrijpen wat er staat. De ontwikkelaar van de software wil ook nog andere talen toevoegen aan de toepassing, die net geen vijf dollar kost. Een demonstratie van de toepassing vind je hier.

==Bronnen==
Bron(nen):

http://www.klasse.be/leraren/index.php?id=18516

Economische wetenschappen[bewerken]

In het leerplan nummer 2006/042 van de richting Economie in het ASO van het Vlaamse Gemeenschapsonderwijs wordt zeer expliciet verwezen naar de integratie van ICT om de leerlingen te leren :

  * het leerproces in handen te nemen;
  * zelfstandig en actief te leren omgaan met les- en informatiemateriaal;
  * op eigen tempo te werken en een eigen parcours te kiezen (ter bevordering van differentiatie en individualisatie).

Het nastreven van die competentie veronderstelt onderwijsvernieuwing en aangepaste onderwijsleersituaties. In de eerste graad moeten leerlingen onder begeleiding elektronische informatiebronnen kunnen raadplegen. In de tweede en nog meer in de derde graad moeten zij "spontaan" gegevens opzoeken, ordenen, selecteren en raadplegen uit diverse informatiebronnen. Daartoe dienen internet en databanken. De leerling komt dan via zoekopdrachten en verwerkingstaken tot zijn eigen "gestructureerde leerstof". Hij moet leren op een kritische wijze omgaan met al deze informatie.

De resultaten van individuele of groepsopdrachten kunnen gekoppeld worden aan een presentatie met de hulp van een presentatieprogramma. Het inzicht kan verhoogd worden d.m.v. visualisatie, grafische voorstellingen, simulaties, schema's, stilstaande en bewegende beelden... Resultaten en informatie kunnen uitgewisseld worden via e-mail, blackboard, chatten, nieuwsgroepen en discussiefora. Op die manier biedt ICT de mogelijkheid om interscolaire projecten op te zetten, maar ook om communicatie tussen leraar en leerling (uitwisselen van cursusmateriaal, planningsdocumenten, toets- en examenvragen...) en leraren onderling (uitwisseling lesmateriaal...) te bevorderen.

Vakoverschrijdend[bewerken]

GPS[bewerken]

Inleiding tot de GPS[bewerken]

Wandelaars maken steeds meer gebruik van de GPS. Maar hoe werkt dit toestel en wat zijn de toepassingsdomeinen?

GPS staat voor Global Positioning System. Dit systeem, dat onderhouden wordt door het Amerikaans Ministerie van Defensie, bestaat uit 24 satellieten die elke dag 2 omwentelingen rond de aarde afleggen op 20.000 km boven het aardeoppervlak.

Elke GPS satelliet zendt zijn eigen satellietefemeriden uit, dit bevat een beschrijving van de baan van de satelliet. Uit deze satellietefemeriden en de gemeten tijdsinterval van het GPS signaal kunnen positie, snelheid en tijd door een GPS ontvangsttoestel bepaald worden. Als men het tijdsinterval met de lichtsnelheid vermenigvuldigt, verkrijgt men de afstand tot de satelliet.

Om de geografische positie van het ontvangsttoestel op zeeniveau te bepalen, heeft men signalen van minstens 3 satellieten nodig. De ontvangen gegevens worden omgezet tot drie bollen, met als middelpunt de positie van de GPS satelliet en als straal de afstand tot de satelliet. Het snijpunt van de 3 bollen geeft twee posities weer. Het toestel neemt aan dat het zich ongeveer op zeeniveau bevindt, op deze manier wordt het meest onwaarschijnlijke punt verworpen en krijgt men de positie van het GPS ontvangsttoestel. Het GPS ontvangsttoestel ontvangt meestal de gegevens van minstens 4 GPS satellieten. Een 4de satelliet kan eventuele fouten van de gemeten looptijden corrigeren. Indien men zich boven het zeeniveau bevindt, bijvoorbeeld in hoge bergen, heeft men de gegevens van de vierde satelliet ook nodig om een juiste plaatsbepaling te hebben.

Aantal satellieten waarvan de signalen ontvangen worden.

Men kan de GPS niet als een elektronisch kompas beschouwen. Als men ter plekke ronddraait, zal het noorden meedraaien. Dit komt omdat de gegevens die van de satellieten verkregen worden niet veranderen. De kompasfunctie is slechts betrouwbaar als men zich verplaatst.

Bij het gebruik van de GPS mag men niet vergeten dat slechts de richting van de eindpositie aangeduid wordt. De GPS houdt hierbij geen rekening met hindernissen als rivieren, weiden, bergen, … Het is duidelijk dat bij het gebruik van een GPS vaardigheden als kaartlezen nog van belang zijn.

Het GPS systeem heeft zeer veel toepassingsdomeinen zoals transport, tunnelaanleg en fietsen. Maar ook wetenschappelijke toepassingen, denk maar aan bijvoorbeeld cartografie, biologie en geologie.

Applicaties binnen het onderwijs[bewerken]

Als men naar alle toepassingsgebieden kijkt, is het niet verbijsterend dat GPS gebruik binnen het onderwijs geïntegreerd kan worden. Het kan immers helpen bij het vervullen van de vakgebonden en vakoverschrijdende eindtermen. Dit kan binnen projectweken, schoolklassen maar ook binnen een welbepaald vak.

Uitstappen met de GPS in de hand kunnen geïntegreerd worden binnen vakken als lichamelijke opvoeding, aardrijkskunde, informatica, biologie en geschiedenis. Ziehier enkele voorbeelden:

  • LO:
    • Laat ze in groepjes van 3 van hetzelfde niveau een oriëntatieloop afleggen.
    • Dankzij het enthousiasme dat kinderen vertonen bij het gebruik van de GPS, zet men ze sneller aan tot stappen.
  • Aardrijkskunde:
    • De eigen omgeving door middel van fiets- of wandeltochten zelfstandig verkennen. Op welbepaalde plaatsen worden dan opdrachten vervuld.
    • Op een actieve manier werken met:
      • lengte- en breedtegraad
      • hoogteprofiel
      • plaatsbepaling
      • kaarten: een welbepaalde plaats op de kaart vinden
      • afstand-, tijd-, omtrek- en oppervlaktemetingen
    • Begrippen leren als satellieten, signalen, kompas, waypoint en coördinaten
    • GPS toepassingsgebieden verkennen. Bvb:
      • geofysica
      • meteorologie: men onderzoekt de effecten van de atmosfeer op de GPS signalen om het weer te voorspellen
  • Informatica:
    • Een gelopen route kan bewaard worden om op de computer te verwerken. Men leert hierbij zowel de computer als het internet te gebruiken. Het kaartlezen komt hierbij ook van pas.
    • GPS leren gebruiken.


GPS gebruik heeft heel wat voordelen:

  • Enthousiasme: Leerlingen leren de omgeving op een moderne manier verkennen. Wat voor een groter enthousiasme zorgt.
  • Controle: Aangezien de afgelegde route bewaard kan worden, kan de leerkracht nagaan of de leerlingen op het juiste pad gebleven zijn.
  • Samenwerking: leerlingen verplaatsen zich in groep met 1 GPS. Samen verkennen ze een gebied en voeren ze opdrachten uit.
  • Verschillende doelgroepen: elke route kan een ander thema zijn en voor een andere doelgroep bedoeld zijn.


Toch zijn er ook enkele nadelen:

  • Men is afhankelijk van batterijen.
  • Elektronica kan onverwachts stuk gaan.
  • De hoogteweergave is een wiskundige benadering, er wordt dus niet altijd rekening gehouden met het werkelijke aardeoppervlak.
  • Veel leerkrachten kennen de techniek en de toepassingsgebieden van de GPS niet en vertonen er weinig interesse naar.
  • Bij grote groepen zijn er niet altijd voldoende GPS apparaten beschikbaar.


Er werden speciale GPS programma’s gemaakt voor het onderwijs. De KNBLO-wandelsport organisatie uit Nederland stemde een programma af voor leerlingen van het 5de leerjaar tot het 2de middelbaar onder de naam "GPS Moves". Aan de hand van "GPS Moves" leer je je omgeving op een heel andere manier kennen. Leerlingen leren hoe gebruik te maken van de GPS en trekken nadien in groepjes zelf op pad om de theorie in praktijk om te zetten.

GPS Moves[bewerken]

GPS Moves bestaat origineel uit drie lesuren waarin de leerlingen over de GPS en het gebruik ervan leren. Nadien leren ze zelf hun omgeving op een ludieke manier (ver)kennen. In het eerste lesuur wordt een presentatie gegeven over de GPS, nadien voeren de leerlingen een buitenopdracht uit. Ze dienen daarbij op zoek te gaan naar gemarkeerde punten en een paar vragen te beantwoorden. Tijdens deze eerste les leren de leerlingen meer over begrippen als satellieten, signalen, kompas, waypoiny, route en de werking van het GPS-toestel. Tijdens de tweede les verkennen de leerlingen in kleine groepjes de directe omgeving aan de hand van hun GPS-toestel en een kaart. Onderweg maken ze opnieuw opdrachten. Bij de derde les ten slotte, gaan de leerlingen in de klas aan de slag met hun verkende route op het internet.

Via volgende link kunnen leerkrachten een power-point presentatie vinden dat het Global Positioning System op eenvoudige wijze uitlegt.

==Bronnen==
Bron(nen):
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.