Onderwijstechnologie/ICT in ontwikkelingslanden

Uit Wikibooks
Ga naar: navigatie, zoek
Inhoudsopgave onderwijstechnologie
Hoofdstukken
  1. ICT in het verleden
  2. Waarom onderwijstechnologie gebruiken?
  3. Doelgroepen in het gebruik van ICT
    1. ICT en jongeren
      1. ICT en sekse
    2. ICT en kansengroepen
    3. ICT in ontwikkelingslanden
    4. ICT en ouderen
      1. ICT en ouderen| De Verhalentafel
    5. ICT en kleuters
  4. Juridische basis en kwesties
  5. Inbedding van ICT in het onderwijs
    1. ICT-eindtermen
    2. Vakgerichte ICT
    3. Digitale leermaterialen
    4. Educatieve software, games, hardware en websites
    5. Elektronische leeromgevingen
    6. Actieve games
    7. Second Life
  6. Klastechnologie
    1. Presentatietips
    2. Videoprojectoren
    3. Digitale schoolborden
    4. Digitale schooltafels
    5. Digitaal toetsen
  7. ICT en afstandsonderwijs in het Vlaamse onderwijs
  8. ICT en beperkingen
    1. ICT en leerstoornissen
    2. ICT en 'doven en slechthorenden'
    3. ICT en mindervalide leerlingen
    4. ICT en laaggeletterden
  9. ICT aspecten
    1. Veiligheid online
    2. Computer onderhouden
    3. Ergonomie
  10. Voorbeelden onderwijstechnologische realisaties
  1. Bewegings-, energie- en lifestyle monitoring systeem
  2. Webhosting
  3. Computer anxiety
  4. Lexicon


De digitale kloof tussen de eerste en de derde wereld wordt almaar groter.
 
Typemachines leiden in westerse landen een kwijnend bestaan. Andere delen van de wereld zijn nog lang niet zover. Toegang tot internet is in het westen niets bijzonders. Ook dat is niet overal in de wereld het geval. De digitale kloof tussen Noord en Zuid is groot en lijkt alleen maar groter te worden.

Emancipatie is een belangrijke dimensie van ontwikkeling. Toegang tot ICT kan een impact hebben op het gevoel van emancipatie dat mensen hebben en op de mogelijkheid om actief te participeren in hun samenleving (zowel op sociaal als op politiek vlak).

1. ICT en emancipatie[bewerken]

ICT zou niet meer als iets aparts behandeld moeten worden maar als een sleutel en geïntegreerd onderdeel binnen de grote ontwikkelingsprogramma’s zoals gezondheidszorg, onderwijs,... ICT en media – onafhankelijke media wel te verstaan – dragen bij aan armoedebestrijding en aan het bevorderen van democratisering, mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting .

2. ICT en ongelijkheid[bewerken]

De toepassing van informatie- en communicatietechnologieën wordt in toenemende mate gezien als middel om het dagelijks leven van mensen in ontwikkelingslanden te verbeteren. Terreinen als onderwijs, gezondheidszorg en bestuur kunnen verbeteren wanneer men kan beschikken over snelle communicatiemiddelen en toegang tot nieuwe informatiebronnen.
Deze medaille heeft ook een andere kant. Sceptici menen dat een continent als Afrika niets heeft aan hypermoderne techniek, alleen al omdat de meeste mensen nog nooit een computer gezien hebben. Of dat een land als Bolivia niets heeft aan toetsenborden, aangezien het grootste deel van de bevolking analfabeet is. Dat een uurtje surfen op het net het verschil tussen arm en rijk voor velen daar ondraaglijk maakt. Iets genuanceerder: het inzetten van ICT in ontwikkelingslanden wordt gezien als een puur westers georiënteerde methode die de culturele eigenheid van ontwikkelingslanden negeert en bovendien voorbijgaat aan lokale sociale en economische problemen. 
Daarnaast menen de critici dat in ontwikkelingslanden alleen de elite in de steden van ICT kan profiteren en dat de kloof met het rurale achterland wordt vergroot. Door te investeren in ICT wordt volgens hen bovendien een nieuwe vorm van afhankelijkheid geschapen. Wanneer voor ieder technisch probleem een beroep moet worden gedaan op mensen in het westen, wordt immers weinig bijgedragen aan een gevoel van eigenwaarde en zelfstandigheid. Het onderliggende probleem is een groot gebrek aan geschoolde mensen en een gebrekkige technische infrastructuur.

3. Projecten rond ICT en onderwijs in ontwikkelingslanden[bewerken]

De belangrijkste rol van ICT in onderwijs, is het aanpassen van educatiesystemen, de toegang tot pedagogische bronnen verhogen, het management van educatie verbeteren en het verbeteren van pedagogische technieken. ICT wordt gezien als een goed middel voor het verspreiden en beschikbaar maken van leerbronnen. Dit heeft vooral voordelen in rurale gebieden waar bronnen zoals boeken en bibliotheken schaars zijn en waar er ICT-infrastructuur aanwezig is. Maar, wanneer het gaat om ICT en educatie, is de topic rond de toegang tot ICT van groot belang. Rekening houdend met de hoge kost om toegang te krijgen tot internet en de onbetrouwbaarheid van elektriciteit kan het in veel ontwikkelingslanden zinvoller zijn om bibliotheken te bouwen dan om arme gemeenschappen te voorzien van computers en hen aan te sluiten op het internet. Een ander probleem in situaties waarbij ICT gebruikt zou worden voor educatie, is het feit dat veel beschikbare online informatie niet bruikbaar is voor lokale onderwijzers omdat het niet beschikbaar is in de lokale taal van de bevolking. Een belangrijke dimensie in het optimaliseren van de mogelijkheden die ICT zou kunnen bieden, is daarom de noodzaak om informatie beschikbaar te stellen in verschillende lokale talen.

Verschillende organisaties of individuen hebben al projecten op touw gezet om ICT te brengen naar diegenen die er nood aan hebben en voor wie het een educatieve kans kan betekenen.

Hole-in-the-wall[bewerken]

Het internet kan leermogelijkheden bieden op plaatsen waar geen leerkrachten zijn om kinderen (die ondanks de verschillen in socioculturele achtergrond een intrinsieke leergierigheid bezitten) te onderwijzen. Sugata Mitra, de 'uitvinder' van 'the hole in the wall' (een computer met internet in een muur), stelt

« Teachers don't want to go where they are needed the most »

en bewijst (door middel van verschillende experimenten) dat door het ter beschikking stellen van een computer met internet, kinderen aan een snel tempo en op efficiënte wijze dingen kan bijleren. Sugata Mitra vertrekt van de veronderstelling dat "Children will learn to do what they want to learn to do". Als een kind interesse heeft, is het in staat te leren. Ook het groepsaspect van zijn whole-in-the-wall-experimenten blijken belangrijk te zijn in het leerproces. Kinderen leren elkaar, er is competitie tussen de kinderen,... Hij maakt ook gebruik van 'the method of the grandmother', die erin bestaat de kinderen door positieve feedback van een 'grootmoeder-figuur' te laten aanmoedigen en hen te stimuleren in hun leerproces.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.