Onderwijstechnologie/Elektronische leeromgevingen

Uit Wikibooks
Ga naar: navigatie, zoek
Inhoudsopgave onderwijstechnologie
Hoofdstukken
  1. ICT in het verleden
  2. Waarom onderwijstechnologie gebruiken?
  3. Doelgroepen in het gebruik van ICT
    1. ICT en jongeren
      1. ICT en sekse
    2. ICT en kansengroepen
    3. ICT in ontwikkelingslanden
    4. ICT en ouderen
      1. ICT en ouderen| De Verhalentafel
    5. ICT en kleuters
  4. Juridische basis en kwesties
  5. Inbedding van ICT in het onderwijs
    1. ICT-eindtermen
    2. Vakgerichte ICT
    3. Digitale leermaterialen
    4. Educatieve software, games, hardware en websites
    5. Elektronische leeromgevingen
    6. Actieve games
    7. Second Life
  6. Klastechnologie
    1. Presentatietips
    2. Videoprojectoren
    3. Digitale schoolborden
    4. Digitale schooltafels
    5. Digitaal toetsen
  7. ICT en afstandsonderwijs in het Vlaamse onderwijs
  8. ICT en beperkingen
    1. ICT en leerstoornissen
    2. ICT en 'doven en slechthorenden'
    3. ICT en mindervalide leerlingen
    4. ICT en laaggeletterden
  9. ICT aspecten
    1. Veiligheid online
    2. Computer onderhouden
    3. Ergonomie
  10. Voorbeelden onderwijstechnologische realisaties
  1. Bewegings-, energie- en lifestyle monitoring systeem
  2. Webhosting
  3. Computer anxiety
  4. Lexicon


Elektronische Leeromgevingen[bewerken]

Wat is een Elektronische Leeromgeving?[bewerken]

Een elektronische leeromgeving (elo) is het geheel van technologische voorzieningen (computer hard- en software, infrastructuur en netwerken van telecommunicatie) die via de digitale weg het leerproces, de communicatie ten behoeve van het leren en de organisatie van het leren ondersteunen (Droste, 2000).

Een elo kan ook gezien worden als een afgebakende virtuele ruimte waarin leerprocessen worden georganiseerd met behulp van een meer of minder uitgebreid repertoire van informationele communicatieve, didactische en administratieve voorzieningen (Benschop, 2002). Elo’s worden ook vaak digitale of virtuele leeromgevingen genoemd.

Het is duidelijk dat de term elo door een hele reeks definities wordt omschreven. Doch vertelt de naam op zich ons al een groot deel. Het woord leeromgeving staat simpelweg voor een omgeving waarin geleerd kan worden. In het geval van een elektronische leeromgeving spreken we niet van een fysieke of lokale ruimte, maar wel van een 'virtuele' ruimte op het internet. Elo's maken het mogelijk om plaats- en tijdonafhankelijk te leren. Wanneer men beschikt over een op het internet aangesloten PC kan men via een elo in principe vanaf elke gewenste plaats (een werkplek thuis, een Internet-café, een plek op school) en op elk gewenst tijdstip leren. Elektronische leeromgevingen die gebruik maken van het internet combineren bijgevolg face-to-face en afstandsonderwijs. Dit leidt tot onderwijs met minder klassikale lessen, met gebruik van andere vormen van communicatie en meer groepsactiviteiten (ook wel Blended Learning genoemd.)


Een typisch kenmerk van elo vinden we terug bij de software waarmee deze wordt gecreëerd. De software bevat namelijk voorzieningen voor diverse vormen van presentatie, communicatie en samenwerking (synchroon en asynchroon) voor de basisfuncties van een leeromgeving te kunnen uitoefenen. De elo maakt virtuele roostering, instructie, begeleiding, en toetsing mogelijk. De meer geavanceerde leeromgevingen bieden ook mogelijkheden voor flexibele leerlingvolgsystemen en administratieve verwerking van leerlinggegevens, waardoor het leerproces en de vorderingen van leerlingen gemakkelijk gevolgd en begeleid kunnen worden. De elektronische leeromgevingen verschillen hierin nogal van elkaar. We zien dat sommige leeromgevingen vooral ontwikkeld zijn om slechts een aantal onderwijsfuncties te ondersteunen (zoals bestandsuitwisseling en -deling). Andere elo's bieden dan weer een min of meer geïntegreerde aanpak waarin het hele onderwijsaanbod opgenomen is, dus ook een leerlingvolgsysteem. Zulk een omvattende systemen worden ook wel teleleerplatforms genoemd. Een teleleerplatform wordt gedefinieerd als “een specifieke groep binnen de elektronische leeromgevingen die aan het criterium voldoet dat er sprake is van een geïntegreerde ondersteuning van de functies leerstof/toetsen, communiceren/ samenwerken en beheer/registratie” (Droste, 2000).

Een elektronische leeromgeving biedt docenten de mogelijkheid om op een andere (elektronische) manier onderwijsinhoud aan te bieden. Het gaat daarbij niet alleen om tekst en afbeeldingen, maar ook om geluids- en videomateriaal en om multimediale simulaties. Kenmerkend voor de meeste goede elo's is dat men deze digitale onderwijsinhoud in praktisch elk digitaal formaat kan invoeren. Van simpele tekstbestanden (.txt, .doc, of .odt) en statische plaatjes (.jpg, .gif of .odg) tot web-pagina's (.html), en van ingewikkelde presentaties (.ppt, of .odp) tot databestanden (.asp, .php of .odb) en spreadsheets (.xls of .ods). We kunnen bijna spreken van echte multimediale 'alleseters'.

De manier waarop deze inhoud wordt aangeboden en later getoetst, hangt natuurlijk af van het didactisch scenario dat men wil volgen en van de onderwijskundige uitgangspunten die men hanteert. Of men kiest voor instructie, waarbij simpelweg de kennis gepresenteerd wordt en eenvoudige of complexe (zelf)toetsen worden ingebouwd om na te gaan of de leerling de aangeboden kennis beheerst. Of men kiest voor samenwerkend leren of probleemgestuurd onderwijs, waarbij de inhoud op andere manieren zal gepresenteerd worden. Er zullen andere leeractiviteiten van de kant van de leerlingen verlangd worden, andere opdrachten gegeven worden en het leerproces en de leeruitkomsten zullen ook op een andere wijze geëvalueerd worden. De software van de meeste elo's heeft een neutrale onderwijskundige visie en didactiek. Er zijn ook elo’s specifiek ontwikkeld voor een bepaalde vorm van leren, zoals samenwerkend leren of constructief leren.

Kenmerken van een ELO[bewerken]

Communicatie
Ad valvasaankondigingen, e-mail, discussiefora, kalender, eigen (home)page, bestandsuitwisselingen, chat, whiteboard of een virtuele klas zijn allerlei elementen op het vlak van communicatie binnen een ELO.
Informatie en leermaterialen in een ELO
Het leermateriaal dat kan worden opgenomen binnen een ELO is erg gevarieerd. Het kan gaan van cursusinformatie en doelstellingen, cursusmateriaal tot video's, simulaties, audiovisueel materiaal... Ook bestaat er de mogelijkheid om klassiek leermateriaal aan te vullen door allerlei interessante links van websites op te geven.
Een docent die gebruik maakt van een ELO moet er wel voor zorgen dat de ELO niet louter als alternatief distributiekanaal van leermateriaal wordt gebruikt. Een ELO dient als aanvulling op cursusmateriaal, om opdrachten te organiseren, om via oefeningen de vorderingen van studenten na te gaan, om studenten rond bepaalde opdrachten te laten samenwerken... Ook bieden ELO's heel wat mogelijkheden voor afstandsonderwijs en asynchrone communicatie (tijd- en plaatsonafhankelijk).
Toetsen in een ELO
De meeste ELO's bevatten een toetsmodule of kunnen gemakkelijk verbonden worden met een toetsomgeving. In vergelijking met gespecialiseerde producten zijn de toetsmogelijkheden en -opties binnen de ELO's vaak beperkt. Een nadeel van de toetsmodules binnen de ELO's zijn de mogelijkheden tot het geven van feedback. Deze mogelijkheden zijn vrij beperkt en statisch.

Nut van ELO's[bewerken]

Momenteel maakt zowat elke onderwijsinstelling gebruik van ELO's. De schooldirectie, de leerkrachten en de leerlingen kunnen via deze elektronische weg met elkaar communiceren en documenten met elkaar uitwisselen. Alles wat je moet weten over de school, alle informatie die je nodig hebt voor een bepaalde les kun je in principe vinden op een Elektronische Leeromgeving.

Voordelen[bewerken]

  • Voordelen voor schooldirectie
Als directie heb je met een ELO de mogelijkheid om alle documentatie over de school elektronisch beschikbaar te stellen. Je bespaart jezelf en het secretariaat daarmee heel wat werk. De leerlingen en leerkrachten kunnen alle in te vullen papieren thuis downloaden of eventueel printen.
De communicatie tussen de directie, de leerkrachten en de leerlingen verloopt ook vlotter. Je kunt leerkrachten, die bijvoorbeeld thuis zijn wegens ziekte of die niet dagelijks op school moeten zijn, onmiddellijk op de hoogte brengen van eventuele beslissingen en praktische informatie.
  • Voordelen voor leerkrachten
Niet alleen de communicatie over de dagelijkse gang van zaken in de school verloopt vlotter. Als leerkracht heb je met een ELO een instrument in handen om de communicatie met de leerlingen te verbeteren. Je kunt bijvoorbeeld de uitleg van een taak, opdracht, jaarwerk of daguitstap in het kader van je lessen op de ELO plaatsen. Bovendien krijg je de mogelijkheid om ook met je leerlingen te communiceren. Je kunt zelfs op de ELO een taak of test laten uitvoeren. De leerkracht zou bijvoorbeeld een leertraject op de ELO kunnen zetten zodanig dat elke leerling die op eigen tempo en naar eigen interesse kan doorlopen. Op die manier kan de leerkracht differentiëren.
  • Voordelen voor leerlingen
Leerlingen moeten zich geen zorgen meer maken over eventueel gemiste lessen, afspraken en opdrachten. Als de leerkrachten alles in goede banen leiden, vinden ze alle informatie over de school en over hun vakken op de ELO. Bovendien hebben de leerlingen met de oefeningen en feedback op de ELO en eigen gepersonaliseerde leeromgeving thuis of op school.

Plaats van de leerkracht in het ELO verhaal[bewerken]

Moeilijke stiel[bewerken]

E-learning is een moeilijke stiel. Cursusmateriaal schrijven voor het web veronderstelt immers een heel aantal specifieke competenties, denk daarbij maar aan volgende zaken:

  • cursusmateriaal moet inherent interessant worden geschreven (webtekst-cursustekst)
  • de cursus moet er aantrekkelijk uitzien
  • de cursus moet vlot navigeerbaar zijn op verschillende manieren
  • er moet voldoende webcontent voorzien worden(animaties, filmpjes, audio, interactieve webapplets,...)
  • ...

De centrale vraag voor elke cursus blijft immers wat de meerwaarde van de e-learning cursus is t.o.v. het printen van de cursus op papier. Het is belangrijk dat de leerkracht dit doel dan ook steeds voor ogen houdt.

Daarnaast dient de leerkracht steeds de motivatie en sturingsvaardigheden van de leerlingen kunnen managen en moet daarenboven met het verschillend niveau en de verschillende leerstijlen didactisch worden omgegaan. (zie ook ICT en leerstoornissen, ICT en mindervalide leerlingen, ICT en sekse)

Perspectief van de leerkracht[bewerken]

Leerkrachten hebben soms een ambivalente houding tegenover e-leren. Zij zien dat e-leren de mogelijkheid biedt een aantal dingen te doen (performance) die ze niet voor de klas kunnen realiseren en ze worden aangezet tot het verder denken over (nieuwe) onderwijswerkvormen. Aan de andere kant hebben ze hun reserves en veel leerkrachten zijn veranderingsmoe. Het ontbreekt de collega’s aan zicht op het verloop van het (nieuwe)leerproces van de leerling en de effecten van digitale communicatie. Bovendien ligt hun adaptief vermogen van ICT lager dan dat van hun leerlingen.(Digital native versus digital immigrant) Daarom hebben zij veel behoefte aan bijscholing, maar ontbreekt het hen aan tijd om dit daadwerkelijk op te pakken.

Aspect werkverdeling en tijdsbelasting[bewerken]

De impact van e-leren op de werkverdeling en de tijdsbelasting van de leerkracht wordt vaak slecht ingeschat. De taakbelasting van leerkrachten verschuift naar voren (voorbereiden, maken leer- en toetsopdrachten) en naar achteren (beoordelen van leerling). Opvallend is dat goede digitale leerkrachten worden afgestraft doordat zij via e-mail nog meer door hun leerlingen worden benaderd dan hun collega’s die slecht reageren op digitale verzoeken van leerlingen. De planning staat daarmee haaks op de planning van onderwijs zonder e-leren.

Het ontwikkelen van elektronische leertrajecten en digitale content voor de doorsnee leerkracht op individuele basis is wellicht een overschatting van de mogelijkheden. Nochtans is het ontwikkelingswerk en de aanmaak van leerobjecten een centraal gegeven binnen het e-leren omdat de ELO een lege doos is waarbij erg veel beroep gedaan wordt op de vakinhoudelijke, mediathieke en agogische deskundigheid van de leerkracht. De taakconceptie van ‘lesgeven in een klaslokaal aan een groep leerlingen’, maakt stilaan plaats voor didactische teams, die medeverantwoordelijk zijn voor het leerproces van de leerling. Onderwijs ontwikkelen en uitvoeren is dus teamwerk. Niet iedere leerkracht hoeft in dezelfde mate over dezelfde vaardigheden te beschikken om ICT-rijk onderwijs te creëren. De teamleden doen dit in samenwerking en doen best beroep op de gevarieerde expertise binnen het team.

Het is evident dat bovenstaande visie op teamwerking samengaat met de professionaliteit van de leerkrachten. Deze vernieuwingen vereisen nieuwe kennis en vaardigheden. Eisen die aan de leerkrachten worden gesteld situeren zich op vier niveau’s: Leerkrachten en teams dewelke e-leren integreren in hun onderwijs dienen

  • expert te zijn (via een didactisch team) om instructiemateriaal te ontwikkelen
  • meester te zijn in een een didactiek gericht op kennis opbouwen
  • Leerprocesgerichte begeleiding kunnen verzorgen
  • Persoonlijke feedback op maat kunnen aanreiken
  • Moderator in discussies zijn.

Overzicht van nieuwe competenties binnen een didactisch team[bewerken]

Volgende algemeen digitaal-didactische competenties zijn binnen elke opleiding wenselijk (Simons, 2002). Dit betekent niet dat alle leerkrachten over al deze competenties moeten beschikken!

  • Webbased studiemateriaal aanmaken dat voldoet aan didactische criteria en aan webdesign principes
  • het kunnen gebruiken van een leeromgeving, het kennen van de gebruiksmogelijkheden en rollen in de leeromgeving
  • op het juiste moment en op de juiste plaats kunnen kiezen voor en tegen inzet van ICT in het onderwijs
  • het leiding kunnen geven aan een elektronische discussie van leerlingen en het opzetten ervan
  • op het eigen vakgebied de weg weten op het internet (o.a. online cursussen, vakspecifiek leermateriaal), in elektronische databases en in bibliografische informatie, om op grond daarvan het leren van de leerling te bevorderen
  • gebruik van ICT voor de eigen professionele ontwikkeling van de leerkracht.

In-house support[bewerken]

Een goede ondersteuning van leerkrachten is een kritische factor bij de invoering van e-leren. In het verleden is deze ondersteuning vaak georganiseerd door middel van centraal aangeboden cursorische training. Ervaringen met dit soort cursorische scholing en training hebben geleerd dat de transfer van het geleerde naar de dagelijkse praktijk slechts beperkt plaatsvindt. Dat komt onder andere doordat na de cursus geen ondersteuning wordt geboden en doordat hetgeen wordt getraind niet aansluit op wat de leerkracht in zijn onderwijspraktijk nodig heeft. Een kennismakingscursus kan een goede oriëntatiefunctie vervullen. Voor de implementatie van e-leren op de werkvloer is echter een ander concept van scholing en training nodig. Dat concept is ‘in house support’ en ‘on the job’, een ondersteuning op de werkplek van individuele of groepen leerkrachten die vraaggestuurd is.

Soorten ELO's[bewerken]

Open source[bewerken]

  • ATutor
  • Bazaar
  • Claroline
  • Docebo
  • Dokeos
  • Eledge
  • Fle3
  • ILIAS Dutch Community pagina
  • InteractLMS
  • Kewl
  • LON-CAPA
  • MimerDesk
  • Moodle, kan eventueel uitgebreid worden met Sloodle (een integratie in Second Life)
  • OLAT voor de online demoversie
  • Sakai
  • Whiteboard


Atutor[bewerken]
  • Functionaliteiten:
    • documenten
    • forum
    • taken
    • poll
    • chat
    • faq
    • links
    • verklarende woordenlijst
    • groepen
    • testen
    • extra modules
      • ewiki
      • userplane web chat
      • Atutor payments
      • photo gallery
      • Google calender
  • Algemene beschrijving:

De eerste versie van ATutor dateert van 2002. Het is ontwikkeld nadat een studie aantoonde dat de meeste ELO software niet conform de toegankelijkheidsstandaarden was van het W3C (World Web Consortium). Ze wordt ontwikkeld door het ATRC (Adaptive Technology Resource Centre) van de universiteit van Toronto. Het is een software die speciaal ontworpen is om toegankelijk te zijn voor iedereen (mensen met een handicap). Ook is ATutor conform de nieuwe XHTML standaard zodat het consistent wordt weergegeven in alle systemen die deze standaard ondersteunen.

Claroline[bewerken]
  • Functionaliteiten:
    • Cursusbeschrijving
    • Agenda
    • Aankondigingen
    • Documenten en Links
    • Oefeningen
    • Leerpad
    • Studentenpublicaties
    • Forum
    • Groepen
    • Gebruikers
    • Chat
    • Wiki
  • Algemene beschrijving:

Claroline is een Learning Management Systeem. Het is een gemeenschappelijk eLearning en eWorking platform. Het wordt in 95 landen door 1312 organisaties gebruikt en is in meer dan 30 talen beschikbaar. Deze software werd in 2000 gestart aan de KU Leuven en werd gecreëerd door Thomas de Praetere van de vakgroep Pedagogie en Multimedia. Vandaag wordt Claroline financieel ondersteund door het Waalse gewest. Verder bestaat Claroline uit 3 Belgische partners: CERDECAM, LENTIC en IPM. Ondertussen is Claroline uitgegroeid tot het Claroline Consortium, dat door 5 leden opgericht werd: Université Catholique de Louvain (België), Hogeschool Leonardo da Vinci (België), Universidade de Vigo (Spanje), Université du Québec à Rimouski (Canada) en Universidad Católica del Norte (Chili).

Docebo[bewerken]
  • Functionaliteiten:
    • Aankondigingen
    • Cursus documenten
    • Kalender
    • Verslag kaart
    • Forum
    • Wiki
    • Project management
    • Videoconferentie
    • Chat
    • Berichten
    • Profiel
  • Algemene beschrijving:

Docebo is ontwikkeld voor bedrijven en universiteiten. Ook enkele scholen in Italië gebruiken deze ELO. Het product werd in 2002 ontwikkeld in Italië door academici en computerspecialisten onder de originele naam: “Spaghettilearning”. Met deze naam beperkten ze zich enkel tot Italiaanse gebruikers. De naam werd in 2004 veranderd in Docebo (latijn: "I'll teach). Het is in 18 talen verkrijgbaar.


Dokeos[bewerken]
  • Functionaliteiten:
    • Cursusbeschrijving
    • Documenten
    • Links
    • Forum
    • Oefeningen
    • Groepen
    • Studentenpublicaties
    • Enquetes
    • Reservaties
    • Agenda
    • Leerpad
    • Aankondigingen
    • Dropbox
    • Gebruikers
    • Chat
    • Wiki
    • Peer Assessment
  • Algemene beschrijving:

Dokeos is een e-learning omgeving waar je als leerkracht de leeractiviteiten van je leerlingen kunt beheren, volgen en coachen. Dokeos bestaat uit een :

    • Leeromgeving
    • Oogie Rapid Learning
    • Rapportering
    • Videoconferentie


Dokeos 2.0[bewerken]
  • Functionaliteiten:
    • verklarende woordenlijst
    • aankondigingen (= meldingen)
    • groepen
    • gebruikers
    • chat
    • forum
    • beschrijving
    • leerpad
    • kalender
    • wiki
    • bloggen
    • document
    • glossary
    • locaties
    • links
    • notities
    • testen
    • globale zoekfunctie
    • een hele hoop andere tools: leerportfolio, e-maillijsten, globaal forum, persoonlijke kalender, e-mailprogramma, webconferentie...
  • Algemene beschrijving:

Dokeos 2.0 is de opvolger van dokeos 1.8 en werd ontwikkeld door samenwerking van verschillende hogescholen en universiteiten, voornamelijk tussen Gent, Brussel en Genève in 2006. Het is een open source elektronische leeromgeving waar cursussen niet meer centraal staan, maar waar er gebruik gemaakt wordt van een centrale bewaarplaats ("repository") waar materiaal op geplaatst kan worden dat dan op verschillende manieren kan (her)gebruikt worden. De vertaling naar het Nederlands is op sommige plaatsen nog niet volledig.

  • Toepassingen

Een elektronische leeromgeving die de meesten die hier aan de cursus werken wel kennen is Pointcarré. PointCarré is vrije / open source software gebaseerd op Dokeos, waar ook de cel Onderwijstechnologie van de VUB  aan meeontwikkelt. Dit betekent dat uw suggesties kunnen leiden tot nieuwe functionaliteiten. Contacteer ons voor suggesties via pointcarre@vub.ac.be.

Eledge[bewerken]
  • Functionaliteiten:
    • Registratie
    • Examens
    • Leermaterialen (documenten online zetten)
    • Email versturen (naar een groep)
    • Forum
    • Agenda
    • Peer review
  • Algemene beschrijving:

Het doel van eledge is een educatieve en instructieve website te ontwikkelen. Het is ontworpen door de universiteit van Utah. Men heeft gekozen voor de GNU General Public License omdat de software dan vrij te verkrijgen is en de gebruiker de software kan aanpassen aan zijn eigen noden. Ook willen ze op deze manier mensen stimuleren om de software gezamenlijk beter te maken.

Sakai[bewerken]
  • Functionaliteiten:

De functionaliteiten van Sakai zijn onderverdeeld in vier grote groepen: General Collaboration Tools, Teaching and Learning Tools, Portfolio Tools en Administrative Tools. We geven hieronder per groep enkele van de vele functionaliteiten:

    • General Collaboration Tools
      • Announcements
      • Blog
      • Email Archive
      • Discussion Forum
      • News
    • Teaching and Learning Tools
      • Syllabus
      • Lesson Builder
      • Drop Box
      • Gradebook
      • Test & Quizzes
    • Portfolio Tools
      • Portfolios
      • Evaluations
      • Layouts & Styles
    • Administrative Tools
      • Accounts
      • Section Info
      • Super User
  • Algemene beschrijving:

De eerste versie van de Sakai verscheen eind 2004. Sakai biedt de functionaliteiten die men van een ELO mag verwachten. Elke gebruiker heeft een eigen werkomgeving waar documenten en informatie beheerd kunnen worden. Maar Sakai is veel meer dan enkel een elektronische leeromgeving. Zo heeft Sakai ook zeer uitgebreide functionaliteiten voor een e-portfolio. Verder is Sakai geschikt om als projectomgeving te gebruiken. Sakai is in meerdere talen beschikbaar, waaronder Engels, Chinees, Japans, Koreaans, Zweeds, Spaans, Portugees en Nederlands.

Commercieel[bewerken]

  • ANGEL Learning
  • Apex Learning
  • Blackboard
  • CLIX: voor de online demoversie
  • Desire2Learn
  • EduCoach
  • Eufrates
  • Fronter
  • It's Learning
  • Mind2Mind
  • MyLMS
  • N@tschool
  • Online Leeromgeving Universiteit Twente
  • Pulseweb
  • Saba Software
  • SAP Enterprise Learning
  • smartschool [1]
  • TeleTOP
  • Magister


Smartschool[bewerken]
  • Identificatie
  • Functionaliteit
    • Samenwerking tussen: leerlingen, leerkrachten, directie en pedagogische begeleidingsdienst (nieuw sinds oktober 2009). De samenwerking is ook voor de scholengroep mogelijk.
      • Sturen van berichten
      • Chatten
      • Forum
      • Enquêtes
      • Wiki
      • Kalender
      • Reservaties
    • Administratie en leerlingbegeleiding
      • Opslagplaats voor kijkwijzers, evaluatiekaarten, leerlingenlijsten, enz: documenten van de leerkracht
      • Opslagplaats voor dienstnota's, uitstappen, blanco documenten (examen, toets, tuchtverslag): documenten van de directie
      • Leerlingvolgsysteem
      • Skore puntenboekje (Systeem voor Kwalitatieve ondersteuning bij remediëren en kwalitatieve evaluatie)
      • Jaarplannen
      • Aanbieden van remediërende oefenstof
      • Aanbieden van taken voor leerlingen die thuis blijven (ziekte)
  • Algemene beschrijving

Smartschool is een ELO dat sinds 2008 een samenwerking heeft met het GO!. Reeds 70% van de secundaire scholen van het GO! zijn hierbij aangesloten. Je kunt enkel online met een paswoord en login die je van de school moet krijgen. Niet enkel de school, maar ook de scholengroep kun je bereiken via het berichtensysteem. Dit is interessant wanneer de school een middenschool (1ste graad) en bovenbouw heeft (2de en 3de graad). Smartschool werkt niet goed met Internet Explorer, maar wel met Mozilla Firefox.

Nog verder af te werken door Benoit Compère

Fronter[bewerken]
  • Identificatie:
  • Functionaliteiten
    • samenwerking tussen leerlingen op schoolniveau, maar ook tussen leerlingen van verschillende scholen;
      • Gedeelde berichten aan alle deelnemers in de ruimte
      • Discussie via forum
      • Brainstorm
      • Chat
    • zelfstandig en in eigen tempo leren;
    • leren op afstand, bijvoorbeeld vanuit het buitenland of ziekenhuis; Leer management system
      • Inlevermap
      • Testomgeving met vragenlijst
      • Persoonlijk Ontwikkelingsplan (POP)
      • Portfolio (bevordert leerprocessen en documentenvooruitgang)
      • Resultaten van de gebruikers
    • reflectie op het eigen werk door de aanleg van een digitaal portfolio; ondersteuning bij projectmatig werken.
      • Agenda met je persoonlijke notities
      • Je persoonlijk archief
      • Je persoonlijke contacten
      • Recent nieuws
      • Interne berichten
      • Persoonlijke taken
  • Algemene beschrijving

Het moederbedrijf (Fronter AS) houdt zich bezig met het ontwikkelen van software voor online leren en het beheren van kennis. Daarnaast biedt het ook mogelijkheden voor het online aansturen van projecten. Dit bedrijf is opgericht in 1998 te Noorwegen (Oslo) door Roger Larsen en Bjarne Hadland. Het is een leerplatform dat nieuwe pedagogische leermethoden mogelijk maakt (competentiegericht leren, werken met portfolio’s,…)

    • Voordelen
      • Betere begeleiding van leerlingen door leerkracht
      • Ouders krijgen inzicht in leerproces van hun kinderen
      • Gebruiksvriendelijk: goede vormgeving en uitgebreide functionaliteit
      • Makkelijk te integreren in bestaande schoolsystemen
  • Onderwijskundige visie

Fronter heeft als bedoeling de professionele onderwijsinstellingen mee te laten profiteren van de voordelen van een leerplatform op basis van open standaarden. Tegelijkertijd wil ze ook garanties bieden ten aanzien van de beveiliging, betrouwbaarheid en schaalbaarheid, volgens de vaste tarieven.

    • Drie kernwaarden van Fronter:
      • Professionele grondslag: productontwikkeling gebeurt door de klanten zelf m.b.v. nationale en internationale referentiegroepen met beslissingsbevoegdheden.
      • Eenvoud: simpel en gebruiksvriendelijk systeem.
      • Openheid: open broncode voor klanten, toepassen van standaarden en integratie met administratieve systemen.


TeleTOP[bewerken]
  • Identificatie:
    • Naam: TeleTOP
    • URL: http://www.teletop.nl
    • URL online demo: geen, ook na contacteren firma, geen extra informatie
    • Handleidingen URL: - geen
    • Licentie: commercieel
  • Functionaliteiten:
    • Er is een mogelijkheid tot gebruik van externe digitale leermiddelen
    • Een digitaal leerplatform: Smart-e: combinatie van didactiek-inhoud-organisatie.
    • Er loopt een pilootproject: kennisnet Entree/Teleblik: Teleblik is een aanbieder van educatieve online radio- en tv-fragmenten.
    • Studiewijzer: er is de mogelijkheid om de status van het eigen ingeleverde werk te bekijken
    • Digitaal Portfolio
  • Algemene beschrijving:
    • TeleTop werd eind jaren negentig ontwikkeld aan de faculteit Toegepaste Onderwijskunde van de Universiteit Twente in Nederland. Eerst werd het gebruikt aan de faculteit, nadien op de hele universiteit. Ook externe organisaties toonden interesse en zo breidde TeleTop stilletjes aan uit van enkel hoger onderwijs naar ander onderwijsniveaus. In 2003 ontstaat Teletop B.V.: een zelfstandige organisatie die zich enkel bezighoudt met de activiteiten rond TeleTop. Ook het bedrijfsleven en de overheid maken ondertussen gebruik van TeleTop.
    • Het was oorspronkelijk de bedoeling om meer flexibiliteit in het onderwijs te brengen: daarom werd een eenvoudige en flexibele elektronische leeromgeving ontwikkeld.
    • Teletop pakt zelf uit met de volgende kenmerken:
      • Ruime ervaring en expertise op onderwijskundig, didactisch, organisatorisch en technisch vlak
      • Persoonlijke benadering, flexibel en professioneel
      • Complementerend product- en dienstenportfolio op maat
  • Onderwijskundige visie:
    • De activiteiten van de student staan centraal, de docent heeft een begeleidende rol. Daarbij zijn volgende principes belangrijk:
      • Flexibiliteit (rekening houdend met de behoeften van de student/onderwijs op maat)
      • Eenvoud
      • Ervaringen uit de praktijk zijn essentieel

Key To School[bewerken]

Key To School ([2]) is een manier om gratis een Moodle-omgeving te hosten. Het is niet alleen gratis, maar ook nog eens veel eenvoudiger dan de standaardmanier. Het gebruik van de bekomen Moodle-site is echter volledig identiek als eender welke andere Moodle-site. Key To School zorgt enkel voor de hosting en installeert enkele bijkomende functionaliteiten zoals Sloodle.

Registreren[bewerken]

Je vult je privégegevens in. Daarna kan je een domeinnaam kiezen. Je bent nu klaar om je eigen Moodle te gebruiken.

Thema kiezen[bewerken]

Via Administration > Appearance > Themes > Theme Selector kan je een eigen thema kiezen voor je Moodle.

Example theme of Moodle.png

Beperkingen[bewerken]

Helaas zijn er ook enkele beperkingen. We sommen er enkele op

  • Het aantal leden is beperkt tot 2500
  • Er is een beperking tot 2,5 GB schijfruimte
  • Het aantal thema's is beperkt
  • Je kan geen extra tools installeren
  • Wanneer je Moodle-site 120 dagen inactief is, zal deze gedeactiveerd worden. Je krijgt dan nog 30 dagen de tijd om opnieuw te activeren. Indien je dat niet doet, zullen alle gegevens verloren gaan.

Key To School is dus ideaal om Moodle uit te proberen voor nieuwe gebruikers. Eens je ermee vertrouwd bent en bruikbaar elektronisch leermateriaal bijeen gesprokkeld hebt, is het zeker de moeite om een domeinnaam te kopen en zelf aan de slag te gaan. Vaak zal hiervoor de hulp ingeroepen worden van de ICT-coördinator.

Sociale netwerksites[bewerken]

Inleiding[bewerken]

De jeugd van tegenwoordig groeit op in een leefwereld omgeven met een groot gamma aan communicatiemiddelen. Een van deze communicatiemiddelen zijn sociale netwerksites waarvan veel jongeren tegenwoordig een profiel bezitten. De sociale netwerksites worden gebruikt ter ontspanning, hoewel het ook informatief ingeschakeld kan worden in het onderwijs. Op de universiteit van Minnesota heeft een onderzoek aangetoond dat het gebruik van sociale netwerksites een positieve invloed heeft op vlak van technologie, creativiteit en communiceren met anderen. Het aanmaken van een profiel spoort de leerlingen aan om creatief te werk te gaan met zelf gemaakt muziek, foto's en video's. Hier wordt op gereageerd door anderen waardoor er interactie ontstaat en leren ze veilig om te gaan met informatie en technologie.

Nadelen[bewerken]

  • Niet altijd relevante berichten
  • Microbloggen zouden snel afleiden
  • Je krijgt niet altijd reactie op je vraag
  • Jongeren willen grens tussen school en privé,
  • Lastig om echte kennis in 140 tekens te verwoorden (sommige sites)
  • Deze internettoepassing blijkt minder stabiel dan voor professioneel gebruik gewenst is
  • Er is een limiet in posten van berichten/uur (sommige artikels)
  • Spammers hebben sociale netwerksites gevonden
  • Onmogelijk indien: geen internet aanwezig, of personen die geen internet thuis hebben

Didactische toepassingen[bewerken]

  • Informeel karakter
  • Geschikt instrument voor niet-taalgebonden communicatie
  • Mogelijkheid om presentaties en hoorcolleges te verwerken en vervolgens te delen
  • Geattendeerd op nieuwe relevante informatie (online artikels, bijeenkomsten,…)
  • Leren informatie filteren en patronen herkennen
  • Door de beperkte 140 leestekens leer je kort en bondig formuleren (sommige sites)
  • Met groep een verhaal schrijven
  • Mensen vinden met zelfde interesses
  • Vragen stellen aan grote groepen mensen
  • Gebruiken als backchannel tijdens presentaties of colleges
  • Na leersessie contact bewaren tussen docent en lerende
  • Contact met studenten uit andere landen
  • Overal waar internet is, kan het gebruikt worden

Er moet gezocht worden naar welke soort van curriculum-gebaseerde activiteiten er door middel van sociale netwerksites bereikt kunnen worden. Er zijn veel tools beschikbaar en men moet proberen de theorie van sociaal constructivisme te hanteren. Verder is het belangrijk dat men van een sociale netwerksite een sociaal lerend netwerk maakt. Dit bevat vernieuwende pedagogie door internet met elkaar verbonden communities of gemeenschappen, digitale bronnen en een serie van Web 2.0 tools dat de leerlingen zal helpen te voldoen aan de eindtermen. Een goed omschreven voorbeeld is ePals. Dit is een sociale netwerksite speciaal ontworpen voor scholen. ePals biedt samenwerkende projecten aan dat klassen met mekaar verbindt over meer dan 200 landen. Er wordt gewerkt rond biodiversiteit, zwarte geschiedenis en menselijke rechten. Er zijn ook projecten rond global warming, gewoontes, mappen, natuurrampen, water en weer. Het is de bedoeling dat leraars de vragen stellen, onderwerpen kiezen waarrond gewerkt moet worden en de gezamenlijke opdrachten opstellen. De leerlingen krijgen de kans om het volgende te ontwikkelen:

  • computer geletterdheid
  • kritisch denken
  • multiculturele vriendschappen
  • schrijfvaardigheid
  • leren samenwerken
  • op de hoogte houden van de actualiteit

Leerkrachten en sociale netwerksites[bewerken]

Facebook is de laatste tijd soms negatief in het nieuws gekomen i.v.m. schending van de privacy en ontoelaatbare vriendschappen. Zo was er een leerkracht die het risico liep geen verlenging van haar contract te krijgen omwille van haar vriendschap met leerlingen. Als sociale netwerksites geïntegreerd worden in het onderwijs is het genoodzaakt dat de leraars er achter staan en geschoold zijn in dit onderwerp. Het is dan aan de leerkrachten om de leerlingen de sites te leren hanteren en vooral veilig te leren gebruiken. Hier enkele cijfers uit een onderzoek voor KlasCement, dat door de media beschouwd wordt als de “facebook voor leerkrachten”, over hoe leerkrachten staan t.o.v. sociale netwerksites:

  • Hoe sta je ten opzichte van sociale netwerksites:

34%: gebruikt het bewust niet/ 66% gebruikt sociale netwerksites

  • Welk sociaal netwerk:

70% facebook/ 11% netlog/ 5% Twitter/ 3% Hyves/ 3% Myspace/ 7% Linked In/ 26% Geen

  • Toevoegen van leerlingen:

79% nooit/ 10% iedereen/ 11% selectief

  • Educatief nut:

7% nuttig, gebruikt het/ 56% nuttig, gebruikt het niet/ 37% niet nuttig

  • Afspraken op school omtrent gebruik van sociale netwerksites

11% ja/ 89% nee

  • Moet er regelgeving komen:

41% ja / 59% nee

Enkele cijfers over een onderzoek van twee studenten informaticamanagement aan de Lessiushogeschool in Mechelen bij 250 katholieke secundaire scholen in verband met gebruik van sociale netwerksites:

  • Verschaf van uitleg aan leerlingen (over Facebook, Netlog of MySpace)

Minder dan 30% ja

  • Richtlijnen rond het gebruik van sociale netwerksites op school

39% ja

  • De sites worden geblokkeerd tijdens de lessen

40% ja

De onderzoekers noemen het voor een stuk de verantwoordelijkheid van de school om leerlingen, leraren en ouders te wijzen aan de gevaren die verbonden zijn aan het gebruik van sociale netwerksites. Amper 15,3% van de scholen hecht er belang aan om de leraren op de hoogte te brengen van de risico’s. De ouders krijgen in minder dan een tiende van de scholen voldoende informatie en vier op de tien scholen voorziet niet in de scholen van ICT-coördinatoren.

Voor leerkrachten is hier een informatief filmpje over veilig gebruik van facebook omtrent de leerkracht leerling relatie:

http://www.youtube.com/watch?v=n9QUgQsb3l4&feature=player_embedded#!

Verschillende sociale netwerksites[bewerken]



MaxClass[bewerken]

MaxClass is een gratis communicatieplatform waarmee leerlingen, hun ouders en de school kunnen communiceren. Het is dus een soort privé sociaal netwerk.

De leerlingen kunnen een profiel aanmaken, mekaar berichten sturen en natuurlijk ook allerlei zaken downloaden voor hun huiswerk. Ouders kunnen met mekaar en de school contact houden en kunnen gemakkelijk o.a. nieuwsbrieven raadplegen. De leerkrachten kunnen zowel met leerlingen als ouders communiceren en lesmateriaal uploaden. De school tenslotte kan relevante info online zetten en contact houden met ouders. Verder kunnen educatieve uitgeverijen en voorlichters reclame maken.

MaxClass is in november 2010 gestart met een private beta. Als je je registreert als ouder of leerkracht van een basisschool of middelbare school krijg je een beta code toegestuurd. Meer dan 100 scholen kunnen zo experimenteren met een veilige sociale omgeving. N.a.v. reacties en ervaringen willen ze MaxClass blijvend verbeteren. Het is dus een recent project en nog wel volop in ontwikkeling (vandaar de beta-versie), maar ze zijn er volop mee bezig.

MaxClass is ontwikkeld met behulp van de open source taal Erlang, wat door bv. Twitter en Facebook ook gebruikt wordt. De open source componenten die MaxClass zelf ontwikkelt worden terug gegeven aan de Erlang gemeenschap. Verder hebben ze een milieuvriendelijk hostingcentrum uitgekozen.

Link: http://www.maxclass.com/

Twitter[bewerken]

Hoewel het er oorspronkelijk niet voor ontworpen is, zou Twitter zeker ook gebruikt kunnen worden in het onderwijs. De Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS) pleit er zelfs voor om dit en andere multimedia en sociale media te gebruiken in het hoger onderwijs (Vlaamse studenten pleiten voor Twitter in het hoger onderwijs). Zo kunnen studenten tijdens de lessen vragen stellen aan de docenten en is er veel meer interactie mogelijk dan nu het geval is wanneer er aan grote groepen studenten lesgegeven wordt. Studenten zullen ook veel actiever bezig zijn.

Uit een onderzoek in de Verenigde Staten (Twitterende student haalt beter cijfers) bleek zelfs dat de betrokkenheid van de studenten geneeskunde die Twitter gebruikten voor opdrachten en discussies dubbel zo groot was als de betrokkenheid van de studenten die niet twitterden. Bovendien haalden ze ook iets betere resultaten.

Link: http://twitter.com/

Second Life[bewerken]

Wat is second life[bewerken]

Second life is een driedimensionele virtuele wereld waar je vrij kan rondlopen en oneindig veel mogelijkheden hebt. Men kan in deze wereld stappen door middel van een ‘avatar’ die je aanmaakt en aanpast naar hoe je het zelf wil. Je kan ook huizen, gebouwen of andere voorwerpen ontwerpen. Second life is dus geen realiteit, maar men spreekt echter van een interrealiteit. Dat wil zeggen de reële wereld omgezet naar een virtuele wereld. Avatars kunnen zich in de virtuele wereld verplaatsen door te lopen, te zwemmen, te vliegen en ook door teleportatie. Avatars kunnen met elkaar communiceren via tekstchat, voicechat en instant messaging. Ze kunnen elkaar ook afbeeldingen of objecten doorsturen. Er bestaan ook groepen, die dan informatie sturen of voordelen verlenen. Zogenaamde landeigenaren kunnen webradiostream en video’s tonen.

Hoe toepassen in het onderwijs[bewerken]

Second life is niet enkel een ‘spelletje’ dat kinderen of volwassenen kunnen spelen. Het kan veel verder gaan dan dat. Vele bedrijven en instellingen hebben er al virtuele vestigingen of gebruiken het voor andere professionele doeleinden. Zo ook het onderwijs. Veel scholen werken op dit moment al met verschillende digitale leerplatformen. Dat is nodig omdat Real life bijeenkomsten soms niet of moeilijk te organiseren zijn. Het probleem van tijd en ruimte kan weggewerkt worden door ICT tools als email, pointcarre of blackboard. Maar op andere vlakken schieten deze dan weer tekort. Dan denk ik bv aan het ontbreken van onmiddelijke feedback of ‘presence’, wat onontbeerlijk is voor een goed leerproces. Hiervoor kan second life dus een oplossing bieden. Er zijn al heel wat instellingen van het Hoger Onderwijs die experimenteren met second life als elektronische leeromgeving. Een onderzoeksrapport over het gebruik van second life in het onderwijs door Dr. W.J. Trooster van het Lectoraat ICT en Onderwijsinnovatie toont aan dat er verschillende voordelen zijn:

"* SL bevordert de sociale interactie,  
* SL bevordert zelfsturing door de studenten,  
* SL geeft studenten meer het gevoel de leertaken aan te kunnen,  
* SL bevordert de intrinsieke motivatie van de studenten,  
* SL bevordert de leerresultaten van de studenten. “ (Trooster 2010)

Referenties[bewerken]

  • Droste, J., Het kiezen van een elektronische leeromgeving: Advies 2003, Cinop, Den Bosch, 2003
  • Stichting Surf, Open Source Elektronische Leeromgevingen Over de gebruiksmogelijkheden in het Nederlandse hoger onderwijs , Utrecht, 2007
  • Droste, Joke (2000). Advies keuze Teleleerplatform 2000. Utrecht: Stichting Surf.
  • Benschop, Albert (2002). Learning apart together. Samenwerken in een elektronische leeromgeving. Ongepubliceerd manuscript.
  • Connie, Menting (2003). Elektronische leeromgevingen en diversiteit. Amsterdam: EXCELO
  • Ministerie van OC en W (2002). "Zin en onzin over het rendement van ICT in het onderwijs."
  • Dulm, Ph. van (2008). Virtuele Werelden. Iets voor uw onderwijs? Surfnet/Kennisnet: Utrecht/Zoetermeer.
  • W.J. Trooster (2010) “Het gebruik van Second Life in het onderwijs”
  • Schie, J. van (2008). “Leren in Second Life : Onderzoek naar de meerwaarde van Second Life voor het onderwijs.” Kennisnet: Zoetermeer.
  • Warburton, S. (2009). “Second Life in higher education : Assessing the potential for and the bariers to deploying virtual worlds in learning and teaching.” British Journal of Educational Technology, 40(3), 414-426.


Bronnen[bewerken]

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.