Nederlandse literatuur in de middeleeuwen/Roelantslied
Het Roelantslied is een middeleeuws Nederlands ridderepos dat gebaseerd is op het Oudfranse Chanson de Roland. Het verhaal draait om Roelant, een vazal van Karel de Grote, en zijn heroïsche strijd tegen de Saracenen in de Pyreneeën. Het Middelnederlandse Roelantslied is slechts fragmentarisch overgeleverd en is vermoedelijk geschreven in de 12e of 13e eeuw. Hoewel het direct is gebaseerd op het Franse Chanson de Roland, zijn er enkele verschillen in stijl en inhoud. De Nederlandse versie heeft bijvoorbeeld een bondiger vertelstijl dan de uitgebreide Franse variant.
Het Roelantslied maakt deel uit van de Karelromans en vertelt hoe Roelant, tijdens de terugtocht van Karel de Grote uit Spanje, met zijn achterhoede in een hinderlaag van de Saracenen terechtkomt. Ondanks zijn moed en kracht wordt hij uiteindelijk verslagen, maar niet zonder eerst talloze vijanden mee te nemen in de dood. Zijn beroemde olifantshoorn, de oliphant, speelt een cruciale rol: Roelant blaast erop om hulp te roepen, maar doet dit te laat, waardoor hij en zijn mannen sterven voordat Karel de Grote hen kan redden.
Hoewel er van een roman sprake is, dient dit woord niet in de moderne zin te worden opgevat: het oorspronkelijke Roelantslied is in dichtvorm geschreven. Het Roelantslied maakt deel uit van de groep der Frankische of Karelromans, die van gebeurtenissen verhalen die aan Karel de Grote worden toegeschreven. De werkelijkheid zal anders zijn geweest: van de ongeveer zeventig ons bekende Frankische romans bezitten wij er nog een dozijn. De heldendaden zijn, bij elkaar opgeteld, zo talrijk dat ze onmogelijk voor rekening van een enkele vorst en zijn gevolg kunnen komen. In feite zijn de verhalen dan ook gebaseerd op de volksliteratuur over Karel de Grote en de dynastie der Merovingers.
Inhoud
[bewerken]Het Roelantslied is een verhaal van verraad en heldendom.
Karel de Grote is in oorlog met de Saracenen, maar na jarenlange strijd zal de vrede worden getekend met koning Marsilio (Marcelijs, Marsilje) van Zaragoza. Ganelon, Roelants stiefvader, wordt op aanraden van Roelant, als boodschapper naar koning Marsilio en zijn raadsman Blancandrin gestuurd, maar Ganelon vertelt de Saracenen hoe ze de achterhoede van het Frankische leger tijdens de terugtocht kunnen aanvallen. Karel keert na het tekenen van de vrede aan het hoofd van zijn leger uit Spanje terug naar Frankrijk, waarbij de ridder Roelant en zijn manschappen de achterhoede vormen. Onder hen Olivier, bisschop Tulpijn, Eggherijn, Samson, Antorine, Gautier, Anceus, Engeler en graaf Jelijs, welke laatste dit geschiedverhaal heeft opgesteld.[1]
Dan komt het verraad. Roelant wordt in een hinderlaag gelokt in het dal van Roncevaux. Zijn zwager Oliver vraagt hem op zijn hoorn Oliphant te blazen, opdat Karel zal terugkeren om hem bij te staan. Roelant weigert dit uit “heldhaftige dwaasheid” (het Franse origineel, zie beneden, spreekt van “folie héroïque”).
Als Roelant merkt dat hij de strijd niet kan winnen blaast hij toch drie maal op zijn hoorn Oliphant. Karel keert daarop terug. Koning Marsilio vlucht, maar dan verschijnt zijn zwarte oom Galiver met twintigduizend man! Olivier doodt Galiver met zijn zwaard Hautecleer, maar raakt ook zelf dodelijk gewond. Ten slotte blijft in de ongelijke strijd alleen Roelant over met twee van zijn medestanders, bisschop Tulpijn en Gautiers. Dan blaast Roelant voor de vierde maal op zijn hoorn. Roelants paard Valentijf wordt ook gedood. Het is te laat: Karel treft uiteindelijk de ontzielde lichamen van de krijgers aan, dat van Roelant ter aarde liggend, de hoorn onder het lichaam, het gezicht naar Spanje gewend. Zo had Roelant in zijn laatste ogenblikken het tafereel van zijn dood vormgegeven:
| Doe leide hij onder hem wale | [Toen legde Roelant onder zich wel (nauwgezet)] |
| den horen ende Durendale | [zijn hoorn Oliphant en zijn zwaard Durendal] |
| Hij bad Gode met zoeter bede | |
| dat hijne ten paradijs gelede. | [dat hij hem naar het paradijs geleidde] |
| Te Spanien wert keerde hij hem weder | [Spanjewaarts keerde hij zich weer] |
| ende viel ruggelinge neder | |
| dat niemand en zeggen mochte, | [opdat niemand zou kunnen zeggen] |
| Roelant en hadde den strijd volvochten. | [dat Roelant de strijd niet ten einde had gevochten] |
Karel achtervolgt het vijandelijke leger, waarvan velen in de Ebro verdronken tijdens hun vlucht naar Zaragoza. Koning Marsilio weet de stad en zijn koningin Braimonde (Bramimonde) wel te bereiken, zij het zonder rechterhand. Zij hoopt dat de emir Baligant zijn belofte waarmaakt om met een machtig leger het land te redden. Maar Karel overwint Baligant, neemt Zaragoza in en keert terug naar Aix (Aken). Bramimonde wordt er gedoopt en heet voortaan Juliana.
Ganelon wordt voor zijn verraad gevierendeeld en dertig van zijn familieleden worden opgehangen. Griffoen, Alloreyt, Fortsier en Galerant waren raadsheren van Karel en leden van het 'verradersgeslacht', die medeplichtig waren aan de ramp bij Roncevaux.[1]
Franse wortels
[bewerken]In werkelijkheid had Karel de Grote voorafgaand aan de schermutselingen bij Roncevaux elders in Spanje vruchteloos strijd geleverd en was hij op de terugtocht. In die tijd was Soleiman ibn al-Arabi (Sulayman ibn Yokdan al-Arabi al-Kelbi), wali van Barcelona en Girona ook de zelfbenoemde gouverneur van Zaragoza. al-Husayn ibn Yahiya was zijn vertrouwensman. Samen met Abu Taur van Huesca steunden zij het Kalifaat van de Abbasiden en stonden zij tegenover de Omajjade emir van Cordoba Abd ar-Rahman I en zijn generaal Thalaba ibn Ubayd. Eerstgenoemden zochten militaire steun bij Karel de Grote tegen deze emir van Cordoba. Zij vertelden Karel de Grote dat Muhammad bin Abdullah al-Mahdi (al-Mahdi bin 'llah), de derde kalief van Bagdad (775-785) en vader van Harun al-Rashid, een invasiemacht voorbereidde tegen Abd ar-Rahman I. De Karolingen werkten samen met de Abassiden tegen de Omajjaden. Uiteindelijk hield Sulayman of al-Husayn de poorten van Zaragoza echter voor Karel de Grote gesloten. Na een maand de stad te hebben belegerd, trok Karel de Grote zich met Sulayman als gijzelaar terug. In Centraal Navarra werd hij aangevallen door Basken en Karel de Grote nam Pamplona in. Toen hij terugging naar het noorden werd zijn achterhoede aangevallen bij Roncevaux. Sulaymans kinderen Aysun al-Arabi en Matruh al-Arabi deden mee aan de Baskische aanval en bevrijdden hun vader. Sulayman keerde terug naar Zaragoza. Sulayman werd door al-Husayn vermoord (780) en Zaragoza werd door Abd ar-Rahman I ingenomen (783).
In 778 had er bij Roncevaux (tegenwoordig Roncesvalles in Spanje) werkelijk een slag plaatsgevonden (Slag van Roncevaux-Pas), waarin een zekere Roland onder Karel tegen een legertje Basken had gevochten en het leven verloren had. Over die gebeurtenis ontstond in de loop der tijd een aantal liederen en verhalen; uiteindelijk werden die in het Franse Chanson de Roland samengevoegd, waarin het groepje Basken is vervangen door een leger van enkele honderdduizenden "Saracenen" — voor die tijd een duizelingwekkend aantal. De term "Saracenen" is weinig precies: sinds de Kruistochten werd het woord, dat van schrijvers uit de klassieke Oudheid afkomstig was, in veel literatuur als algemene aanduiding gebruikt voor "moslims".
De auteur Turold presenteert Roland als Karels neef (oomzegger), en schildert zijn held af als de typische ridder zonder vrees of blaam. Daarbij wordt in dit gedicht voor het eerst “la douce France” als nationale eenheid, als vaderland voorgesteld.
Naar verluidt zongen de Franse soldaten van Willem de Veroveraar het voor de Slag bij Hastings in 1066. Dit epische gedicht moet dan voor 1066 ontstaan zijn.
Inhoudelijke verschillen met het Franse origineel
[bewerken]Het Middelnederlandse Roelantslied is slechts fragmentarisch overgeleverd, waardoor een volledige vergelijking met het Chanson de Roland moeilijk is. Toch zijn er enkele belangrijke inhoudelijke verschillen te onderscheiden tussen de Nederlandse versie en het Franse origineel:
- Compactere vertelstijl
Het Chanson de Roland is een uitgebreid epos met veel herhalingen en gedetailleerde beschrijvingen, typisch voor het Oudfranse chanson de geste. Het Roelantslied lijkt een bondigere, meer kernachtige vertelstijl te hebben gehad, wat mogelijk te maken heeft met de orale traditie en de voorkeur van het Nederlandse publiek voor snellere actie.
- Andere doodsoorzaak van Roelant
In de Franse versie blaast Roelant zo krachtig op zijn oliphant dat zijn slapen springen, wat uiteindelijk tot zijn dood leidt. In de Middelnederlandse versie is er mogelijk een andere doodsoorzaak, waarbij hij eerder direct in de strijd sneuvelt. Dit zou kunnen wijzen op een voorkeur voor een meer krijgshaftige en minder symbolische dood.
- Minder uitgesproken sterk religieus element
Het Chanson de Roland is doordrenkt met een sterk religieus motief, waarbij Roelant en de Franken als goddelijke strijders tegen de islamitische Saracenen worden neergezet. Hoewel het Roelantslied ongetwijfeld ook een christelijke ondertoon had, is het onduidelijk in hoeverre deze even uitgesproken was als in de Franse versie. De Nederlandse Karelromans neigen soms naar een iets nuchtere, meer pragmatische benadering van ridderlijke waarden.
- Minder aandacht voor Ganelons verraad
In het Chanson de Roland speelt het verraad van Ganelon (Roelants stiefvader) een cruciale rol in het verhaal, en ook zijn proces en executie krijgen veel aandacht. In het Roelantslied lijkt dit minder uitgewerkt of zelfs afwezig te zijn, wat kan wijzen op een focus die meer ligt op de heroïsche strijd zelf dan op de intriges aan het hof.
Uitgaven
[bewerken]- Jacques Fieuws & Michel Boedt: Het Roelandslied, Brugge, 1977
- H. van Dijk: Het Roelantslied, 2 dln. (1981, diss. met tekst en bibliografie)
- Ard Posthuma: vertaling uit het Oudfrans onder de titel Het lied van Roeland, Amsterdam 1990 (tweetalige editie) en 2004.
Trivia
[bewerken]- De verhalen van het Roelantslied worden opgevoerd in de Opera dei Pupi.
- In sommige verhalen uit de Baskische mythologie wordt verteld dat de jentilak (reuzen uit de Baskische mythologie) verantwoordelijk zijn voor de dood van Orlando of Roland.
Externe link
[bewerken]- ↑ De historie vanden vier Heemskinderen, bezorgd door Irene Spijker, Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 2005, blz. 301