Naar inhoud springen

Natuurkunde Opgaven/Weerstandschakeling

Uit Wikibooks


Theorie

[bewerken]

Theorie over dit onderwerp is hier te vinden.

  • Bij seriegeschakelde weerstanden geldt: RAvervang = RA1 + RA2
  • Bij parallelgeschakelde weerstanden geldt: 1RAvervang = 1RA1 + 1RA2

Opgaven

[bewerken]
Voor uitleg over deze pagina: klik op "uitklappen" rechts in dit kader.

Op onderstaande pagina zijn alleen de vragen zichtbaar in een kader op een afwijkende ondergrond. Binnen het kader is rechts een knop zichtbaar: "Uitklappen", vergelijkbaar met de knop om deze tekst te openen. Door op deze knop te klikken wordt het antwoord van de betreffende vraag zichtbaar.
Vaak, maar niet altijd is er ook een uitwerking bij de vraag aanwezig. Deze blijft bij het openen van het antwoord nog onzichtbaar, maar opnieuw is, als een uitwerking beschikbaar is, een knop "Uitklappen" aanwezig om de uitwerking zichtbaar te maken. Ontbreekt bij het antwoord de knop "Uitklappen", dan is geen uitwerking bij de vraag beschikbaar.

Indien gewenst kunnen antwoord en uitwerking ook weer onzichtbaar gemaakt worden door op de zelfde plek als waar de knop "Uitklappen" aanwezig was op de knop "Inklappen" te klikken.

Weerstanden in serie

De vragen 1 tot en met 9 hebben betrekking op de figuur hiernaast. Alle weerstanden hebben een waarde van 60 Ω. De voeding voor deze schakeling is aangesloten op de punten "a" en "f".
De schakelaars S1, S2 en S3 staan in de getekende stand open en geleiden geen stroom. Als de schakelaar gesloten is, wordt wel stroom geleid.
1.
Bereken de vervangingsweerstand voor R3 en R6
120 Ω
60 Ω + 60 Ω = 120 Ω
2.
Bereken de vervangingsweerstand voor R1 en R2 met schakelaar S2 in de getekende, open, stand
120 Ω
De uitwerking verloopt analoog aan die van opgave 1
3.
Bereken de vervangingsweerstand voor R2 en R5
120 Ω
60 Ω + 60 Ω = 120 Ω
4.
Bereken de vervangingsweerstand tussen de punten "b" en "f", schakelaar S1 staat in de getekende stand, S2 en S3 zijn gesloten.
40 Ω

Tussen deze twee punten is een parallel-schakeling aanwezig van R4 en de vervangingsweerstand van R2 en R5, dus:

1RAvervang = 1RA4 + 1RA25

R25 zijn twee weerstanden in serie, waarvoor geldt:

RA25 = RA2 + RA5

Invulen levert nu:

RA25 = 60 Ω + 60 Ω = 120 Ω

en

1RAvervang = 160 + 1120 =
= 2120 + 1120 =3120 = 140
De vervangingsweerstand is 40 Ω
5.
Bereken de vervangingsweerstand tussen de punten "a" en "e". De schakelaars S1 en S2 zijn gesloten, S3 staat in de getekende stand.
60Ω

De schakeling bestaat uit een parallelle opstelling, en via punt "b" en een via punt "d". Elk van de takken is een serieschakeling. Rvervang kan geschreven worden als

1RAvervang = 1RA14 + 1RA36

en

RA36 = RA3 + RA6
RA14 = RA1 + RA4

Invullen geeft nu:

RA14 = 60 Ω + 60 Ω = 120 Ω
RA36 = 60 Ω + 60 Ω = 120 Ω
1RAvervang = 1120 Ω + 1120 Ω =
= 2120 Ω = 160 Ω
6.
Bereken de vervangingsweerstand RA1 = 1,A28 MΩ en RA2 = 7,A64 MΩ
8,A8410A6 Ω = 8,A84 MΩ
De uitwerking verloopt analoog aan die van opgave 1
7.
Bereken de vervangingsweerstand RA1 = 10 Ω, RA2 = 20 Ω en RA3 = 17 Ω
47 Ω
10 Ω + 20 Ω + 17 Ω = 47 Ω
8.
Bereken de vervangingsweerstand RA1 = 17 Ω, RA2 = 33 Ω, RA3 = 7 Ω en RA4 = 52 Ω
109 Ω
De uitwerking verloopt analoog aan die van opgave 7
9.
Bereken de vervangingsweerstand RA1 = 71 Ω, RA2 = 11 Ω, RA3 = 8 Ω en RA4 = 12 Ω
102 Ω
De uitwerking verloopt analoog aan die van opgave 7

Potentialen in de schakeling

De volgende vragen hebben betrekking op de figuur hiernaast, delfde als voor de opgaven 1 tot en met 9. Alle weerstanden hebben een waarde van 60 Ω. De voeding voor deze schakeling is aangesloten op de punten "a" en "f". De potentiaal in punt "a" bedraagt 7 V, die in punt "f" is 2 V


De schakelaars S1, S2 en S3 staan in de getekende stand open en geleiden geen stroom. Als de schakelaar gesloten is, wordt wel stroom geleid. Voor potentialen tussen seriegeschakelde weerstanden geldt:

ΔUAR1ΔUAR2 = RA1RA2
10.
Bereken de potentiaal in punt "b". Schakelaar S1 en S2 staan open, S3 is gesloten.
5,33 Volt

Voor deze opgave is het handig het schema opnieuw te tekenen:

De potentiaal in "b" wordt bepaald door de potentiaal in "f" plus het potentiaalverschil over de weerstanden R2 en R5 (R25). De potentiaal in "f" is bekend. Bovendien geldt dat het potentiaalverschil over R1 gelijk is aan het potentiaalverschil over R1, R2 en R5 samen min het potentiaalverschil over R25, dus:

ΔUA1 = UA125  ΔUA25

Voor het protentiaalverschil over R25 geldt nu (de indices verwijzen naar dezelfde nummers als de weerstandnummers).

UA125  ΔUA25ΔUA25 = RA1RA25 
 ΔUA25 = (UA125  ΔUA25)RA25RA1
 ΔUA25 = UAaRA25RA1  ΔUA25RA25RA1
 ΔUA25 + ΔUA25RA25RA1= UAaRA25RA1
 ΔUA25RA1RA1 + ΔUA25RA25RA1= UAaRA25RA1
 ΔUA25(RA1 + RA25)RA1 = UAaRA25RA1
 ΔUA25(RA1 + RA25) = UA125RA25
 ΔUA25 = UAaRA25RA1 + RA25

Getallen invullen geeft nu:

 ΔUA25 = 5.12060 + 120 = 3,A33 V
De potentiaal in punt "f" is 2 Volt, dus in punt "b" 2,00 + 3,33 = 5,33 Volt
11.
Bereken de potentiaal in het punt "b". De schakelaars S1 en S3 staan open, schakelaar S2 is gesloten.
4,50 Volt

Voor deze opgave is het handig het schema opnieuw te tekenen:

Met alleen S2 gesloten zijn de paden met R2/R5en R3/R6 loze stukken. De stroom gaat alleen door R1 en R4. De stroomsterkte is in beide weerstanden even groot, zodat:

UA1RA1 = I = UA4RA4

Omdat beide weerstanden even groot zijn is het potentiaalverschil erover ook evengroot: het potentiaalverschill tussen "a" en "f", gedeeld door 2:

UA4 = 722 = 52 = 2,5 V
Deze waarde opgetreld bij de otentiaal van punt "f" geeft dan 2 + 2,5 = 4,50 Volt.
12.
Bereken de potentiaal in het punt "b". De schakelaars S2 en S3 staan open, schakelaar S1 is gesloten.
4,50 Volt

Voor deze opgave is het handig het schema opnieuw te tekenen:

Met S1 gesloten is de spanningsval in de tak R3/R6 vergelijkbaar met die in opgave 11 voor R1 en R4. Zie de uitwerking in vraag 11

Stroomsterkte in de schakeling

De volgende vragen hebben betrekking op de figuur hiernaast, delfde als voor de andere opgaven. Alle weerstanden hebben een waarde van 60 Ω. De voeding voor deze schakeling is aangesloten op de punten "a" en "f". De potentiaal in punt "a" bedraagt 7 V, die in punt "f" is 2 V


De schakelaars S1, S2 en S3 staan in de getekende stand open en geleiden geen stroom. Als de schakelaar gesloten is, wordt wel stroom geleid. Voor stroomsterkten in parallel geschaklde weerstanden geldt:

IA1RA1 = IA2RA2
13.
Bereken de stroomsterkte door R3. Alle schakelaars zijn gesloten.
0.04167 Ampère

Weerstand R3 staat samen met weerstand R6 tussen de punten "a" en "f". De totale weerstand tussen deze twee punten is de som van de twee afzonderlijke seriegeschakelde weerstanden = 60 + 60 = 120Ω. Het spanningsverschil is 7 - 2 = 5 Volt. De stroomsterkte is dus:

5120 = 0,04167A
14.
Bereken de stroomsterkte door R1. Alleen schakelaar S3 is gesloten.
0,02778 Ampère

Met alleen S3 gesloten is de totale weerstand tussen de punten "a" en "f" gelijk aan de som van de seriegeschakelde weerstanden R1, R2 en R5 weerstanden, dit is 180 Ω. Voor de stroomsterkte geldt nu, met ΔU=72=5Volt

I = 5180 = 0,02778A
15.
Bereken de stroomsterkte door R1. Alleen schakelaar S2 en S3 zijn gesloten.
0,02778 Ampère

Met S2 en S3 gesloten is de totale weerstand tussen de punten "a" en "f" gelijk aan de som van de seriegeschakelde weerstanden R1 en de parallel geschakelde R4 met de weer in serie staande R2 en R5 weerstanden. De vervangingsweerstand voor R2 en R5 is 60 + 60 = 120 Ω. Voor de vervangingsweerstand van R4 en R25 geldt nu:

1RAvervang = 1RA4 + 1RA25 = 160 + 1120 
1RAvervang = 2120 + 1120 =3120 = 140

Voor de totale vervangingsweerstand moet deze waarde opgeteld worden bij die van R5: 60 + 40 = 100 Ω

Voor de stroomsterkte geldt nu, met ΔU=72=5Volt
I = 5100 = 0,0500A




Informatie afkomstig van Wikibooks NL, een onderdeel van de Wikimedia Foundation.