Maatschappijleer/Parlementaire democratie/Drie blokuren politiek: hoe is vrijheid verdeeld?/Docentenhandleiding

Uit Wikibooks
Ga naar: navigatie, zoek

Hoe vrij zijn we eigenlijk?

Docentenhandleiding bovenbouw vmbo-t (april 2017)

Inleiding[bewerken]

Visie op lesgeven in maatschappijleer[bewerken]

Burgerschap en de lespraktijk van maatschappijleer[bewerken]

Selectie en structuur van de lesstof[bewerken]

Onderwijsstrategie voor maatschappijleer[bewerken]

Over de lessenserie[bewerken]

Maatschappijleer eindtermen[bewerken]

Motivering keuzes[bewerken]

Vakinhoudelijke verantwoording werkvormen[bewerken]

Eigen lesmateriaal[bewerken]

De lessenserie heeft als rode draad een drietal presentaties met daarin informatie (eventueel geschematiseerd), opdrachten, links en media. De presentaties zijn leidend voor de lessen en online terug te vinden voor de leerlingen.

Wat is het?[bewerken]

Hoe is het gemaakt?[bewerken]

Hoe is het te gebruiken?[bewerken]

Bronnen en definities[bewerken]

De lessen[bewerken]

Beginsituatie leerlingen[bewerken]

De leerlingen:

  • doen mee en zijn gewend om van het (digi)bord te werken en aantekeningen te maken;
  • zijn bekend met shool- en klassenregels;
  • zijn bekend met de basisbegrippen uit de maatschappijleer;
  • hebben de eerste twee hoofdstukken uit Thema’s Maatschappijleer vmbo kgt al gehad;
  • kunnen op een paar na redelijk zelfstandig lezen in het lesboek en de hoofdzaken opschrijven;
  • hebben behoefte aan afgebakende vragen in de interactie;
  • hebben behoefte aan duidelijke opdrachten met visuele ondersteuning;
  • zijn gewend aan (samen)werkvormen

Les 1 - De Nederlandse politiek[bewerken]

Waar bemoeien politici zich mee?

Vakkennis en -vaardigheden Algemene vaardigheden
Aan het einde van de les kunnen de leerlingen:
  1. voorbeelden geven van algemene belangen;
  2. uitleggen wat het begrip democratie inhoudt en kenmerken van een parlementaire democratie noemen;
  3. uitleggen wat het begrip autocratie inhoudt en kenmerken van een autocratie noemen;
  4. vrijheden/rechten van de Nederlandse burgers benoemen en beschrijven;
  5. een beargumenteerde mening geven over de mate van vrijheid van de Nederlandse burger.
Tijdens de les werken de leerlingen aan:
  • cognitieve vaardigheden: structureren en schematiseren
  • sociale vaardigheden: samenwerken, luisteren, vragen stellen
Maatschappijleer begrippen Specifieke maatschappijleer vaardigheden
algemeen belang, ambtenaren, overheid, openbare orde, infrastructuur, welvaart en welzijn, democratie, grondrechten, media, autocratie (dictatuur), oppositiepartijen, verkiezingsfraude beargumenteren, onderzoeken en onderscheiden, waarden benoemen en vergelijken, conflicten beschrijven

Benodigdheden
PC met beamer opstelling. Whiteboard en -stiften of digiboard.
Geen lesmethode nodig, eventueel de docentenportal van Essener (Thema’s Maatschappijleer vmbo kgt).
Eventueel lijntjes papier voor de leerlingen.
Geprint: Politieke partijen van links naar rechts (les 3)

Procedure-doelen
Afgesproken (school)regels: leerling heeft (schrijf)materiaal bij zich, niet eten en alleen water drinken, telefoon helemaal stil en in de tas, tassen op de grond, jas aan de kapstok, pet in de tas, respectvolle omgang, een persoon tegelijk naar het toilet, lokaal netjes houden (zie ook begin van de presentatie les 1).
Procedure: hand bij binnenkomst, welkom heten en presentatie opnemen, lesagenda in de presentatie, lokaal in busopstelling.
Les eindigt met een korte vooruitblik.

Fase in de les Tijd Lesstof Wat doen de leerlingen? Wat doe ik? Werkvorm en materialen
- - Aandachtsrichter: de overheid - - -
- - Democratie (niet de meeste stemmen gelden) - - -
- - Parlementaire democratie - - -
- - Autocratie - - -
- - Kenmerken autocratie - - -
- - Hoe vrij is de wereld? - - -

Les 2 - Politieke stromingen[bewerken]

Welke soorten vrijheid kennen we?

Vakkennis en -vaardigheden Algemene vaardigheden
Aan het einde van de les kunnen de leerlingen:
  1. beschrijven over welk soort ideeën een ideologie gaat;
  2. de drie politieke hoofdstromen noemen;
  3. het verschil uitleggen tussen progressief en conservatief en tussen links en rechts;
  4. standpunten over vrijheid van drie hoofdstromingen verwoorden;
  5. het eigen perspectief op vrijheid beschrijven en beargumenteren.
Tijdens de les werken de leerlingen aan:
  • cognitieve vaardigheden: structureren en schematiseren
  • sociale vaardigheden: samenwerken, luisteren, vragen stellen
Maatschappijleer begrippen Specifieke maatschappijleer vaardigheden
ideologie, waarden en normen, verdeling van welvaart, machtsverdeling, progressief (vooruitstrevend), conservatief (behoudend), reactionair (terug naar vroeger), links (gelijkwaardigheid), rechts (eigen verantwoordelijkheid), liberalisme, socialisme, confessionalisme beargumenteren, onderzoeken en onderscheiden, waarden benoemen en vergelijken, conflicten beschrijven

Benodigdheden
PC met beamer opstelling. Whiteboard en -stiften of digiboard.
Geen lesmethode nodig, eventueel de docentenportal van Essener (Thema’s Maatschappijleer vmbo kgt).
Eventueel lijntjes papier voor de leerlingen.
Geprint: Politieke partijen van links naar rechts (les 3)

Procedure-doelen
Afgesproken (school)regels: leerling heeft (schrijf)materiaal bij zich, niet eten en alleen water drinken, telefoon helemaal stil en in de tas, tassen op de grond, jas aan de kapstok, pet in de tas, respectvolle omgang, een persoon tegelijk naar het toilet, lokaal netjes houden (zie ook begin van de presentatie les 1).
Procedure: hand bij binnenkomst, welkom heten en presentatie opnemen, lesagenda in de presentatie, lokaal in busopstelling.
Les eindigt met een korte vooruitblik.

Fase in de les Tijd Lesstof Wat doen de leerlingen? Wat doe ik? Werkvorm en materialen
- - Aandachtsrichter: ideologieën - - -
- - Kenmerken van ideologieën - - -
- - Progressief en conservatief - - -
- - Links en rechts - - -
- - Liberalisme, Socialisme en Confessionalisme - - -
- - Verschillende soorten vrijheid - - -

Les 3 - Politieke partijen[bewerken]

Wie heeft in Nederland de macht?

Vakkennis en -vaardigheden Algemene vaardigheden
Aan het einde van de les kunnen de leerlingen:
  1. uitleggen wat de rol van politieke partijen is;
  2. het verschil tussen politieke partijen, belangengroepen en actiegroepen beschrijven;
  3. standpunten van PvdA, CDA en VVD benoemen;
  4. benoemen, beschrijven en beargumenteren wie er in Nederland veel macht hebben;
  5. een beargumenteerde mening geven over wie de uiteindelijke macht heeft in Nederland.


Tijdens de les werken de leerlingen aan:
  • cognitieve vaardigheden: structureren en schematiseren
  • sociale vaardigheden: samenwerken, luisteren, vragen stellen
Maatschappijleer begrippen Specifieke maatschappijleer vaardigheden
politieke partij, actiegroepen, belangenorganisaties, ideologie, one-issuepartijen, protestpartijen, populistische partijen, PvdA Partij van de Arbeid, CDA Christen Democratisch Appèl , VVD Volkspartij voor Vrijheid en Democratie, solidariteit, uitkeringen, referendum, progressief, conservatief, links, rechts beargumenteren, onderzoeken en onderscheiden, waarden benoemen en vergelijken, conflicten beschrijven

Benodigdheden
PC met beamer opstelling. Whiteboard en -stiften of digiboard.
Geen lesmethode nodig, eventueel de docentenportal van Essener (Thema’s Maatschappijleer vmbo kgt).
Eventueel lijntjes papier voor de leerlingen.
Geprint: Politieke partijen van links naar rechts (les 3)

Procedure-doelen
Afgesproken (school)regels: leerling heeft (schrijf)materiaal bij zich, niet eten en alleen water drinken, telefoon helemaal stil en in de tas, tassen op de grond, jas aan de kapstok, pet in de tas, respectvolle omgang, een persoon tegelijk naar het toilet, lokaal netjes houden (zie ook begin van de presentatie les 1).
Procedure: hand bij binnenkomst, welkom heten en presentatie opnemen, lesagenda in de presentatie, lokaal in busopstelling.
Les eindigt met een korte vooruitblik.

Fase in de les Tijd Lesstof Wat doen de leerlingen? Wat doe ik? Werkvorm en materialen
- - Aandachtsrichter: campagneposter uit de jaren ‘70 - - -
- - Politieke partijen, belangenorganisaties en actiegroepen - - -
- - Soorten politieke partijen - - -
- - Functies van politieke partijen - - -
- - Politieke partijen van links naar rechts - - -
- - Macht in Nederland - - -

Toetsvragen[bewerken]

De toetsvragen sluiten aan bij de gestelde lesdoelen.


Vraag 1: voorbeelden geven van algemene belangen (les 1, doel 1)

Welke twee zaken van algemeen belang worden in Nederland door de overheid geregeld? Vink er twee aan.

O commerciële televisie
O minimumloon van winkelpersoneel
O internetaansluitingen
O de wachttijden op Schiphol
O de veiligheid op straat
antwoordmodel het tweede en vijfde voorbeeld zijn goed
max punten 2
puntentelling Eén punt bij één antwoord goed, twee punten als beide goed zijn
type vraag toepassen 2
bron bewerkt van: Docentenportal Thema’s Maatschappijleer - DH II HAVO Parlementaire democratie - met asterisk


Vraag 2a: uitleggen wat het begrip democratie inhoudt (les 1, doel 2)

Nederland is een democratie. Leg in je eigen woorden uit wat een democratie is.

antwoordmodel regering van het volk; het volk heeft invloed op politieke besluiten; een staatsvorm waarbij de bevolking direct of indirect invloed uitoefent op de politieke besluitvorming
max punten 3
puntentelling afhankelijk van de overeenkomst met bovenstaande en het gebruik van de woorden: regering, volk, bevolking, staatsvorm, invloed, politiek, besluiten
type vraag reproductie / toepassen 1
bron bewerkt van: Docentenportal Thema’s Maatschappijleer - DH II VMBO KGT Politiek - met asterisk


Vraag 2b: drie kenmerken noemen van onze parlementaire democratie (les 1, doel 2)

Wat is geen kenmerk van de Nederlandse democratie?

A Burgers hebben grondrechten.
B Regels over politiek staan in de grondwet beschreven.
C De gehele politieke macht is in handen van een kleine groep.
D Er zijn vrije media.
antwoordmodel C
max punten 1
puntentelling -
type vraag reproductie
bron eigen werk


Vraag 3a: uitleggen wat het begrip autocratie inhoudt (les 1, doel 3)

Time magazine, 24 februari 1936. Op de voorkant staan Hirohito, Pu Yi, Stalin & Chiang.

Jozef Stalin
Jozef Stalin (18 december 1878 - 5 maart 1953) was de tweede leider van de Sovjet-Unie, een communistisch land. Stalin kreeg steeds meer macht over de Sovjet-Unie en is hij vijf jaar na Lenins dood de leider hiervan geworden (1929). Hij werd een autocraat (een dictator die het land écht goed onder controle heeft). In 1953 stierf hij en was zijn heerschappij afgelopen.
Veel mensen vonden het niet fijn hoe Stalin heerste. Zij wilden Stalin gevangen nemen of zelfs laten vermoorden. Daarom ging Stalin al zijn tegenstanders uitschakelen. Honderdduizenden mensen zijn geëxecuteerd.

Bron: Wikikids

Leg uit waarom we Stalin een autocraat noemen.

antwoordmodel macht is in handen van een persoon of een kleine groep; grondrechten worden niet beschermd (vrijheid van meningsuiting, pers, demonstratie); oppositie verboden; militaristisch
max punten 3
puntentelling afhankelijk van de overeenkomst met bovenstaande beschrijving en de volgende elementen: onvrijheid, onveiligheid en alleenheerschappij
type vraag toepassen 2 / inzicht
bron eigen werk


Vraag 3b: drie kenmerken noemen van een autocratie (les 1, doel 3)

Noem drie kenmerken van een autocratie.

antwoordmodel macht in handen van een persoon; grondrechten niet beschermd; geen vrije pers; oppositie verboden; militaristisch
max punten 3
puntentelling één punt per goed kenmerk
type vraag reproductie
bron eigen werk


Vraag 4: drie vrijheden/rechten van de Nederlandse burgers benoemen en beschrijven. (les 1, doel 4)


Vraag 5: een beargumenteerde mening geven over de mate van vrijheid van de Nederlandse burger. (les 1, doel 5)


Vraag 6: beschrijven over welk soort ideeën een ideologie gaat (les 2, doel 1)

Een ideologie heeft altijd te maken met:

I. waarden en normen
II. verdeling van welvaart
III. verdeling van macht
A I en II
B II en III
C alleen I
D alle drie
antwoordmodel D
max punten 1
puntentelling -
type vraag reproductie
bron eigen werk


Vraag 7: de drie politieke hoofdstromen noemen (les 2, doel 2)

Zet drie van de vijf ideologieën in de tabel hieronder.

socialisme, conservatisme, liberalisme, confessionalisme, anarchisme

Gelijkwaardigheid Harmonie Vrijheid
1 2 3
antwoordmodel van links naar rechts: socialisme, confessionalisme, liberalisme
max punten 2
puntentelling minus ½ punt bij onjuiste ideologie of plek
type vraag reproductie
bron eigen werk


Vraag 8a: het verschil uitleggen tussen progressief en conservatief (les 2, doel 3)

Welke stellingen zijn juist?

I Progressieve partijen willen de maatschappij veranderen
II Conservatieve partijen zijn voor meer Europese samenwerking
III Conservatief betekent in de politiek vooruitstrevend
IV Het openhouden van kolenmijnen is een progressief standpunt
A I en II zijn juist
B II en IV zijn juist
C alleen I is juist
D alleen III is juist
antwoordmodel C
max punten 1
puntentelling -
type vraag toepassen 2
bron eigen werk


Vraag 8b: het verschil uitleggen tussen links en rechts (les 2, doel 3)

Om wat wat voor standpunt gaat het? Links of rechts...

minder geld naar ontwikkelingshulp links rechts
gratis zorgverzekering voor de laagste inkomens links rechts
belastingen moeten omlaag links rechts
meer Europese samenwerking links rechts
invoering van een ‘vettaks’, een belasting op ongezonde producten links rechts
antwoordmodel van boven naar onder: rechts, links, links, rechts, links
max punten 2
puntentelling minus ½ punt per fout antwoord
type vraag toepassen 2
bron eigen werk


Vraag 9: drie verschillende perspectieven geven op vrijheid (les 2, doel 4)


Vraag 10: het eigen perspectief op vrijheid beschrijven en beargumenteren (les 2, doel 5)


Vraag 11: uitleggen wat de rol van politieke partijen is (les 3, doel 1)

Greenpeace klimaatmars Madrid 2015

Greenpeace is een milieuorganisatie opgericht in Canada in 1971. Greenpeace voert altijd op een vreedzame manier actie om de milieuproblemen te bestrijden. Greenpeace is actief over de hele wereld. Ze voeren hun acties op de plaats waar het milieu bedreigd wordt.
Greenpeace doet bijvoorbeeld hard zijn best om het kappen van bomen te stoppen. Ze willen dat de regering van tropische landen natuurparken aanlegt waar niet gekapt mag worden. Ze proberen waar bomen gekapt zijn weer andere bomen te planten. Maar het echte regenwoud krijgt Greenpeace niet meer terug. Ook voeren ze actie voor bedreigde diersoorten zoals de panda en de walvis.
Greenpeace is de grootste milieuorganisatie ter wereld.

Bron: Wikikids

Actiegroepen bereiken hun doelen door actie te voeren. Politieke partijen doen dit via het parlement. Twee partijen willen samen gaan regeren. De ene partij wil meer geld aan het openbaar vervoer en parken geven. De andere partij wil juist meer geld aan nieuwe wegen en woningbouw uitgeven.
Wat kunnen de partijen afspreken? Bedenk zelf een compromis.

antwoordmodel bijvoorbeeld door appartementen te bouwen in reeds bestaande panden of investeringen in het OV te combineren met verbetering van de infrastructuur voor wegverkeer buiten de grote steden.
max punten 3
puntentelling afhankelijk van de originaliteit; redenering; beargumentering
type vraag inzicht
bron bewerkt van: Docentenportal Thema’s Maatschappijleer - DH II VMBO KGT Politiek - met asterisk


Vraag 12: het verschil tussen politieke partijen, belangengroepen en actiegroepen beschrijven (les 3, doel 2)


Vraag 13: drie standpunten van SP, D66 en VVD benoemen (les 3, doel 3)


Vraag 14: benoemen en beschrijven wie er in Nederland veel macht hebben (les 3, doel 4)


Vraag 15: een beargumenteerde mening geven over wie de macht heeft in Nederland (les 3, doel 5)

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.