Kemzieks woordenboek/Uitspraakregels
Los van de regels uit de tussentaal heeft het Kemzieks enkele opvallende klankwisselingen. Die verschillen zelfs van deze van naburige dialecten, zoals het Stekens. Daarom eerst een introductie op de uitspraakregels.
De fonetische notatie in dit woordenboek
[bewerken]Dialect is niet bedoeld om geschreven te worden. Toch proberen we de uitspraak in het schrift te vatten, zonder exact fonetisch schrift omdat de lezing dan wordt bemoeilijkt voor wie niet vertrouwd is met fonetisch schrift. (Een voorbeeld van Kemzieks dialect in exact fonetisch schrift: https://www.dialectzinnen.ugent.be/wp-content/uploads/2016/05/I172_Kemzeke.pdf.)
We zoeken een compromis tussen de spelling in het AN en de uitspraak van de woorden en zinnen in het Kemzieks. Daarbij worden de transscriptieregels beperkt gehouden.
- c: als k geschreven als die als een /k/ klinkt; als een s als die als een /s/ klinkt
- sch resp. ch blijven sch (een enkele keer sk, bv. ska.pu:.’lier) resp. ch; in woorden van het Frans afgeleid schrijven we ch als sj
- d of t aan het einde van een woord: we volgen de spelling in het AN
- de doffe e (of: onbeklemtoonde e; sjwa): we noteren een ə wanneer in het AN een klinker wordt geschreven die niet klinkt zoals het klinkerteken e, ee, i of ij, maar als de doffe e, bv. in de eerste en de laatste lettergreep van vervelend (vər.’vee.lənd), maar ook in heilig (‘ei.ləg), en in de laatste en voorlaatste lettergreep van zakelijk (‘zaa.kə.lək)
- de ‘vuile’ ei: genoteerd als de neusklank ɛ̃ (zoals te horen in het Franse il tient, pain en enfin, dus verschillend van de Franse è in élève), wat in het Kemzieks dan woorden oplevert als als mɛ̃ (mei), bjɛ̃r (beer), pjɛ̃rd (paard), dwɛ̃l (dweil), zɛ̃s (zeis), ɛ̃ (ei) en zjə.'lɛ̃ (gelei)
- een lange klank, ook in een open lettergreep: we noteren steeds een dubbele klinker
- h: we noteren geen h, ook al zou je die soms wel enigszins horen
- ou en au: allebei als ou geschreven
- x: als ks geschreven
Bovendien splitsen we de woorden in lettergrepen met een punt (.) Merk hierbij op dat in het Kemzieks korte woorden vaak worden samengetrokken tot één woord en zelfs tot één lettergreep, bv. tis (het is), kem (ik heb), 'doe.ta (doe dat), 'kem.mər (ik heb er), ag.gə (als je).
Waar nodig wordt de beklemtoonde lettergreep voorafgegaan door een accent ('). Merk hierbij op dat een lettergreep met een doffe e nooit wordt beklemtoond. In woorden die van het Frans zijn afgeleid wordt in principe de klemtoon gelegd op de laatste lettergreep, op voorwaarde dat die geen doffe e bevat.
Vormvarianten en synoniemen worden gescheiden door een kommapunt (;).
Lange en korte klinkers
[bewerken]1. De belangrijkste klankwissel is die van de /aa/ in de /ou/(au) en omgekeerd, wat betekent dat bv. zaad zoud wordt en, omgekeerd, zout zaat. De /aa/ wordt in principe /ou/, bv. gebraad wordt gə.broud, baan wordt boun, baal wordt boul en kaas wordt kous, zaak wordt zouk, Spaans wordt Spouns (ook: Spons). Maar er zijn uitzonderingen, bv. laag wordt ljieg.
2. Indien de /aa/ gevolgd wordt door een /r/ of /f/, hebben we een geval dat nauwelijks van regels kan worden voorzien.
- De regel hierboven is dan soms nog van toepassing, bv. baard wordt bourd, braaf wordt brouf.
- Soms krijgen we twee uitspraakmogelijkheden, bv. kaarten wordt 'kour.ten, soms verkort tot 'kor.ten; vaart wordt vourt, soms verkort tot vort.
- Soms wordt de /aa/ dan een /oe/, bv. taart wordt toert.
- Soms wordt de /aa/ dan een /jɛ̃/, bv. paard wordt pjɛ̃rd, vaars wordt vjɛ̃s, klaar wordt kljɛ̃r, staart wordt stjɛ̃rt, gaaf wordt gjɛ̃f. De ɛ̃ klinkt als de uitroep wanneer men iets smerigs ziet, een 'vuile' ɛ̃ dus, zoals in dwɛ̃l (dweil), zɛ̃s (zeis), ɛ̃ (ei). Door de voorafgaande j klinkt het geheel voor buitenstaanders dan nog 'vuiler'. We merken op dat de toegevoegde /j/ in het Kemzieks (maar ook in andere dialecten) essentieel is. Het is dan ook verwonderlijk dat slechts een enkel werk die klank systematisch opneemt, als men probeert de uitspraak van een dialect in het schrift te vatten.
3. Indien de /aa/ in een open lettergreep gevolgd wordt door een /d/, hoort men /wjaa/, bv. made wordt mwjaa, lade wordt lwjaa, kade (maar ook kwade) wordt kwjaa.
4. De /ee/ wordt /ie/, bv. been wordt bjien, zeem wordt zjiem, verkeerd wordt vər.'kjierd, zeer wordt zjier, zeel wordt zjiel, mees wordt mjies, geleerd wordt gə.'ljierd, speeksel wordt 'spjiek.səl. Ook in deze gevallen hoor je de voorafgaande /j/. Merk op dat de /ie/, na een klankwisseling met /ee/, iets meer langgerekt is dan de /ie/ in woorden zoals dier of bier.
- Maar als de /ee/ gevolgd wordt door een /r/, dan wijzigt de klank in /jɛ̃/, bv. beer wordt bjɛ̃r, peer wordt pjɛ̃r, verteren wordt vər.tjɛ̃rn.
- Soms wijzigt de /ee/ gevolgd door /k/ of /l/ in een korte i, bv. preekstoel wordt 'prik.stoel, speeltuin wordt 'spil.tuin en steekt wordt stikt.
- En soms blijft de /ee/ gewoon /ee/, bv. keel, meel, 'dee.kən, 'kee.təl.
5. De /ei/ (maar niet de ij!) wordt als /ɛ̃/ uitgesproken, bv. klein wordt klɛ̃n, trein wordt trɛ̃n, sprei wordt sprɛ̃, maar lijn blijft lijn, fijn blijft fijn, kwijt blijft kwijt en wijs blijft wijs.
- Soms wordt de /ei/ een /iej/ (of: /jie/), bv. eik wordt iejk.
- Merk op dat in de vergrotende trap de /ei/ een doffe ə wordt, bv. klein wordt klɛ̃n, maar kleiner wordt 'klən.dər. De /ij/ wordt in dat geval een korte i, bv. fijn blijft fijn, maar fijner wordt 'fin.dər. Dat is ook zo in het verkleinwoord, bv. onderlijf blijft 'oon.dər.lijf, maar onderlijfje wordt 'oon.dər.lif.kə, wijfje wordt wif.ke.
- In woorden die eindigen op -ij wordt de /ij/ toch ook als ɛ̃ uitgesproken, bv. melkerij wordt mel.kə.'rɛ̃, brouwerij wordt braa.wə.'rɛ̃, koterij wordt koo.tə.'rɛ̃, vrij en blij wordt vrɛ̃ en blɛ̃.
- Soms wordt de -ij- een korte i, bv. zijn wordt zin, slijpsteen wordt 'slip.stjien.
- Het achtervoegsel -lijk wordt meestal als /-lek/ uitgesproken, maar ook wel als /-lək/.
6. De /ie/ wijzigt niet, bv. bier blijft bier, lief blijft lief en liegen blijft 'lie.gən.
- Maar in een open lettergreep wijzigt de /ie/ gevolgd door een -d, in /jie/, zonder -d, bv. wieden wordt wjien en bieden wordt bjien.
7. De /oo/ wordt /uu/, bv. poot wordt pjuut, dood wordt djuud, koord wordt kjuurd, doe voort wordt doe vjuurt, doos wordt djuus, pastoor wordt pas.'tjuur (of pas.tər), hoger wordt 'hjuu.gər, kantoor wordt kan.'tjuur. De /uu/ wordt telkens voorafgegaan door de /j/.
- Soms wordt de /oo/ een /eu/, bv. voordeur wordt veur.deur, voordat wordt 'veur.da (let op: een voor op een veld is een vjuur).
- Een enkele keer wordt de /oo/ een /oe/, bv. oogst wordt oest.
- En soms hoor je geen klankwisseling, bv. woord blijft woord en boter blijft 'boo.tər.
8. De /ou/ (ook als au geschreven) wordt /aa/, bv. koud wordt kaad, zout wordt zaat, kous wordt kaas, dauw wordt daa, grauw wordt graa, brouwer wordt braar, verkouden wordt vər.'kaan, verbouwen wordt vər.'baan.
- In de laatste drie voorbeelden is bovendien te horen dat woorden die een doffe e bevatten in de laatste lettergreep, die lettergreep verliezen. Die wordt "opgegeten". (In het Kemzieks wordt dat woord zelf opgegeten. Men hoort: /'op.geetn/. De doffe e valt tweemaal weg, alleen de lange ee blijft over.)
9. De /ui/ wijzigt in principe niet, de /eu/ en de /oe/ ook niet, bv. ruin blijft ruin, deur blijft deur en boer blijft boer.
10. De /uu/ wijzigt niet, bv. gebuur blijft gə.’buur en zuur blijft zuur.
- Soms wordt de /uu/ als /ie/ uitgesproken, bv. vuur wordt vier, duur wordt dier.
11. In de rubriek Tussentaal werd al vermeld dat de doffe e wegvalt, indien het volgende woord begint met een klinker of een h. Het Kemzieks gaat nog een stap verder. Een doffe e op het einde van een meerlettergrepig woord eindigend op -en is soms nauwelijks hoorbaar, waardoor de voorlaatste medeklinker samen met de eind-n als een combinatie wordt uitgesproken, bv. pə.'tet.tən klinkt meer als pə.'tetn, gə.'val.lən wordt gə.'valn, bə.'spree.kən wordt bə.'spreekn. Hierdoor klinkt de eind-n wat langer, zoiets in de aard van "-neuh". Of de doffe e wordt uitgesproken of niet varieert van persoon tot persoon (een mompelende spreker zal de ə sneller weglaten) en van situatie tot situatie (in een enerverende situatie zal de ə sneller worden weggelaten dan in een rustige situatie).
12. Korte klinkers veranderen meestal niet, bv. pad blijft pad, tas blijft tas, pit blijft pit, pet blijft pet, pot blijft pot, put blijft put, zus blijft zus. Een enkele keer wordt de /u/ wat langer uitgesproken, maar niet zo lang als de lange u, bv. in autobus en bushokje. We noteren in dat geval /u:/ in 'ot.too.bu:s en 'bu:s.kot.sjə.
- Toch zijn er ook weer uitzonderingen en wordt de korte klinker een lange klank, bv. gas wordt gaaz en butaangas wordt 'buu.tə.gaaz, film wordt fielm, klink wordt kleenk, dansen wordt 'daan.sən.
- De /a/ en /e/, gevolgd door een /r/, worden als /ɛ̃/ uitgesproken, bv. varken wordt 'vɛ̃r.kən, hart wordt ɛ̃rt, werken wordt 'wɛ̃.rə.kən, weliswaar zonder toegevoegde /j/, zoals in het geval van de lange aa en ee. Hoewel, soms wordt toch weer een /j/ toegevoegd, bv. karnemelk wordt kjɛ̃.rə.melk.
- Soms wijzigt de /a/ in /e/, bv. trakteren wordt trek.'tee.rən.
- De /o/ gevolgd door een /r/ wordt als /u/ uitgesproken, bv. kort wordt kurt, dorp wordt durp.
Tweeklanken
[bewerken]13. De /ɔi/ wijzigt in ouj, bv. hoi wordt ouj en cowboy wordt koo.bouj.
14. De /ai/ wijzigt niet en wordt als /aj/ geschreven.
15. De /aai/ wordt een nauwelijks in fonetisch schrift te vatten eindklank /aa/, voorafgegaan door een combinatie die nog het best wordt voorgesteld als een half-ingeslikte w en een j, na de voorgaande medeklinker, bv. maaien wordt mwjaan, zwaaien (maar ook zaaien) wordt zwjaan, kraaien wordt krwjaan, draaimolen wordt 'drwjaa.meu.lən.
16. De /eeu/ wordt /jie/, bv. leeuw wordt ljie en meeuw wordt mjie.
17. De /ieu/ wijzigt niet, behalve: nieuws wordt nu:s en nieuw wordt nu:f.
18. De /oei/ wijzigt niet, bv. bemoeial blijft bə.'moei.al.
19. De /ooi/ wijzigt een enkele keer in /wjoe/, bv. hooi wordt wjoe, savooi wordt sa.'vwjoe, dooien wordt dwjoen, maar meestal in /juu/, bv. gooien wordt gjuun, rooien wordt rjuun, dooien wordt djuun, strooien wordt strjuun, schoon wordt schjuun.
- Maar meestal is er geen klankwisseling, bv. mooi blijft mooi. (Misschien had er geen klankwisseling plaats omdat Kemziekənjɛ̃rən nooit "mooi", maar altijd "schjuun" zeggen? Ze zeggen: ‘ən schjuu.nə vraa’, ‘ə schjuun kind’, 'ən schjuu.nə pree' en ‘ne schjuu.nən boek’.)
Medeklinkers
[bewerken]20. In het Kemzieks, zoals in andere dialecten, komt de weglating van een medeklinker vaak voor (zie rubriek Tussentaal: procope, apocope en syncope), bv. gerst wordt gjest, peinzen wordt peizn, gras wordt gas, hemd wordt em. Maar een enkele keer wordt een medeklinker toegevoegd, bv. kotelet wordt kor.tə.’let.
21. Een bijzonder geval van apocope: woorden eindigend op -w verliezen altijd de eind-w, bv. mouw wordt maa, gauw wordt gaa, een duw wordt nən daa, vrouw wordt vraa, schouw wordt schaa, gebouw wordt gə.’baa, touw wordt taa.
22. Een enkele keer wijzigt een medeklinker, bv. blauw wordt blaat, hebben wordt 'em.mən.
23. Soms wordt een enkelvoudige medeklinker verdubbeld, bv. elektriciteit wordt el.lən.'triek, notaris wordt no.'tor.ries, kamer wordt kom.mər. Maar het omgekeerde gebeurt soms ook: een dubbele medeklinker wordt enkelvoudig uitgesproken (of is nauwelijks hoorbaar), bv. geribbeld wordt gə.re.bəld.
24. Hersyllabisering. Een medeklinker wordt naar de volgende lettergreep verplaatst, bv. ont.er.ven wordt on.'tɛ̃r.vən, hij ziet er goed uit wordt i zie.tər 'goe.duit.
25. De -ng op het einde van een woord wordt als /ng/ uitgesproken, maar nog vaker als /nk/, bv. paling wordt 'pol.link, vertelling wordt vər.'tel.link, ring wordt rink.
26. Na een lange klinker in het Kemzieks klinkt de -s soms eerder als -z, bv. kouz (kaas), gaaz (gas).