Naar inhoud springen

Kemzieks woordenboek/Uitdrukkingen

Uit Wikibooks
  • Als je bij wiezen maar één hoge kaart van een bepaalde kleur hebt, bv. de dame (waar je dan weinig of niets mee kan doen) - ən bljuu.tə dam ("nən bljuu.tə zot" heb ik nooit gehoord)
  • Als je een zaakje wil doen omwille van de voordelen, dan moet je er de nadelen bij nemen - das də bluts mi də buil
  • Blijf er met je poten af! - ‘blif.tər mi a ‘tin.gəls af!
  • Chinese vrijwilliger zijn; op een overtreding worden betrapt - kem ət on min.nə ‘rek.kər
  • Daar krijg je nog problemen mee! - dour god.də nog lij.nən mi rjuun
  • Daar zijn we vanaf! - da em.mə ach.tər tgat!
  • Dat ben ik erg beu - da angt min keel uit
  • Dat doe ik niet! - ge kun.zə kus.sən!
  • Dat is geen nieuws - das aa vuil
  • Dat is helemaal niet correct - da klopt van gjien kan.tən
  • Dat is lang geleden - das van de jou.rən stil.lə.kəs
  • Dat is overdreven - das bi də ou.rən gə.trokn
  • Dat is spijtig; dat is heel erg - das zoon.də
  • De regels voor het welvoeglijke, het wenselijke of het toelaatbare zijn te vaak overtreden - tgot oo.vər zin aat
  • De rekening is fel overdreven - dər is mi ə grjuut (of: dik) ‘pot.ljuud gə.’schree.vən
  • De toestand is vrij dramatisch - tzin nog.al lap.pən
  • Denk maar niet dat ik nog langer gedienstig ben en alles doe wat je wil - stop mor al mi al die ser.və.'tuu.tən! (eigenlijk: erfdienstbaarheid of servituut)
  • Een bits antwoord krijgen - ən snaa en ən beet; ə schjief ant.woord krijgn
  • Een kind dat al de maniertjes van volwassenen aanneemt - tis nə ‘klɛ̃.nə ‘grjuu.tə
  • Een kind dat niet kan stilzitten; een ADHD’er - ə kwik.kəl.gat (verwijzing naar het vloeibaar metaal kwik dat wegspringt als je het probeert vast te nemen)
  • Een kind dat tegen de normale gang van zaken in, braaf lijkt te zijn - tis pər.’sies ən ei.ləg ‘bie.lə.kən
  • Een kind dat verwend is - tis nən bə.’dor.vən daans; tis nən bə.’dor.vən stroont
  • Een kind dat, na het spelen, heel vuil is geworden - i zie zjuu zwart as ‘mjuu.rə.kəs gat
  • Een man lacht zijn bierbuik weg - goei mar.sjan.die.zə stod oon.dər ən af.dak
  • Een ongeordend zootje van alles en nog veel meer - jiel dən ‘ba.ta.klang; jiel dən ut.sə.kluts; jiel də miek.mak; nen ‘an.nə.kəs.nest
  • Een plasje gaan doen - kgo kijkn of.dak nog ə man.nə.kə zin
  • Een vrouw van wie de man vaak uithuizig is - ən ‘lee.vən.də weef
  • Er is een vrouw verkracht - zem.mən ən vraa gar.ran.'zjeerd
  • Er was een felle ruzie - tee.tər gə.'klet.tərd; tzat.tər ‘boo.vən.ɛ̃rms op
  • Er was eerst onenigheid, maar nu zijn de problemen opgelost - tis wir ‘koe.ken.bak
  • Geen geluk hebben - mal.’sjaans em.mən
  • Grote schoenen - ‘oo.vər.zet.tərs
  • Heel snel - op nə kik en nə mik
  • Helemaal niets - rjɛ̃n də knots
  • Het ga je goed! - sa.luu ən də wind van ach.tər! (De reactie kan ook ironisch bedoeld zijn als men blij is wanneer iemand ophoepelt.)
  • Het gaat niet snel vooruit - da go.’dier vər.uit lek ‘bjuu.nə knjuu.pən
  • Het is heel stil - das ier tstil.stə van də mis; də muizn zitn in tmeel
  • Het is in orde!; ik heb het voor elkaar - tis (dik) in də sja.kosj!
  • Het is om zeep - tis nor də kljuu.tən
  • Het lied dat men het liefst hoort - min lijf.stuk
  • Het loopt in het honderd - da drwjaat ier vier.kant
  • Hij doet geen grote inspanning; hij trekt het zich niet aan - i voug.tər zin botn oun
  • Hij dramt door over de schadelijke gevolgen van wat eigenlijk maar een futiliteit is - i mok.tər nog.’al ə spel van!
  • Hij gaat slapen - i krupt in zin.nə nest
  • Hij gedraagt zich heel gek - i is zjuu zot as ən ‘ach.tər.deur; i ee nə slag van də meu.lən gad
  • Hij heeft dat heel snel gedaan - i ee.da gə.doun in nə kik en nə mik
  • Hij is bang - i nipt zə
  • Hij is blut - i ee gjie.nə rot.tə frang; i ee gjie.nə rot.tən bal
  • Hij is dronken - i ee.dən stuk in zin kroug; i ee.dən stuk in zin voetn
  • Hij is erg mager geworden - i is nog tvel oo.vər tbjien
  • Hij is ergens langer gebleven dan gepland - i is blij.ven plakn
  • Hij is in een arm gezin geboren - i is ui.tən ɛ̃.rəm broek gə.schud
  • Hij is misnoegd - i lot zin lep angn
  • Hij kan veel verdragen - i ee nən brjie rug
  • Hij kent iedereen - i kent God en klɛ̃n Pjie.rə.kə
  • Hij kon al dat werk niet gedaan krijgen - i kost da nie ‘bol.wɛ̃.rə.kən
  • Hij krijgt zijn deel van de erfenis - i krigt zin port
  • Hij maakt snel vorderingen; hij amuseert zich kostelijk (bv. op de dansvloer) - i go nog.’al nə gank
  • Hij maakt van zijn oren - i mokt van zin.nən tak
  • Hij valt in de smaak bij het andere geslacht - i ee veel oun.trok
  • Hij weet van niets - i wit van toe.tən noch blou.zən
  • Hou je goed! - aa.da struis!
  • Iedereen werkt op zichzelf, zonder gemeenschappelijke afspraken, waardoor tegenstrijdige besluiten worden afgekondigd en chaos ontstaat - ə ‘zot.tə.kəs.spel
  • Iemand aanmanen geen ijdele hoop te koesteren - kzun dər min ‘bjuun.tsjəs nie op tə wjiek leg.gən
  • Iemand aanmanen iets te doen - ach.tər zin ‘vod.dən (of: gat) zitn
  • Iemand aanmanen niet langer onzin uit te kramen of onwaarheden te vertellen - wast o weezn!
  • Iemand bij de kraag vatten (ook letterlijk: iemand immobiliseren door hem bij het nekvel vast te pakken) - kem em bi zin.nə schab.bər.’nak
  • Iemand de raad geven niet langer te piekeren - stik.kət nie in aa.nə kop!
  • Iemand deed iets stiekem; zonder dat iemand op de hoogte was - i eet ət ach.tər tgat gə.doun
  • Iemand die altijd met iets bezig is en geen rust neemt - i ee gjien ‘zit.tənd gat
  • Iemand die geen kant meer op kan; iemand die niet meer weggeraakt uit een penibele situatie - i is ər oun lek kal.lək on də muur
  • Iemand die goed zwemt of graag in het water speelt - ən ‘wou.tər.rat
  • Iemand die heel braaf en zachtaardig oogt - ge zud.dəm ‘dab.soo.lu:.sə ‘gee.vən zon.dər tə ‘biech.tən
  • Iemand die heel zat is - i ee dən stuk in zin ‘kljuu.tən; i ee dən stuk in zin ‘voe.tən
  • Iemand die het Nederlands keurig uitspreekt - i sprikt op də let.tər
  • Iemand die met of door zijn acties geen winst heeft geboekt - i komt van ən kaa ker.mes tuis
  • Iemand die veel eet - i ee nən ‘ol.lən tand; i ee zin kas vol gə.’stoo.kən; i is in zin.nən eet
  • Iemand die verzorgd is en de hygiëneregels toepast - i is proo.pər op zin ɛ̃.gən
  • Iemand doet of zegt iets dat veel te laat komt of erg onverwacht is - mi wa kom.de naa vur də pin.nən
  • Iemand dwingend duidelijk maken dat hij niet langer is gewenst - go nor uis, a moe.dər ee vis.kəs gə.bakn!
  • Iemand een sarcastische opmerking maken, maar in een ietwat omfloerste formulering - nə stek 'gee.vən
  • Iemand foppen; iemand bedriegen - ən pee stoo.vən
  • Iemand gaat laat naar bed en is daardoor de volgende ochtend niet fris en amper in staat te werken - sou.ves grjuu.tə Jan en smɛ̃.rəs klɛ̃.nə man
  • Iemand gedraagt zich alsof hij de meerdere is of in alles de beste is - i ee.dət juug in ‘zin.nən bol; i ee.dət juug in zin stɛ̃r
  • Iemand geeft geen aandacht of zit met zorgen - i is ər mi zin.nə kop nie bij
  • Iemand heeft altijd wat voor of veroorzaakt altijd problemen - tis ol.ted a joenk of ən ɛ̃
  • Iemand heeft een lelijk of onsympathiek gezicht - i ee.dən wee.zən om 'stoof.aat op tə kapn
  • Iemand heeft een ziekte opgedaan - i ee wa ‘op.gə.schɛ̃rd
  • Iemand heeft helemaal geen kracht - i ee mor 'pui.tə.macht
  • Iemand heeft kapsones - tis nog.al wa gə.scheetn
  • Iemand heeft sproeten - i ee.dach.tər də ‘bjɛ̃r.kɛ̃r gə.ljuu.pən
  • Iemand houdt zich van de domme - i gə.’bourt van krom.mən ous
  • Iemand iets op een zachte manier aan zijn verstand brengen - kzal tem is in zin juur blou.zən
  • Iemand iets wijsmaken - ie.mand ‘blos.kəs wijs.mou.kən; ən blous in zin.nə nek sloun
  • Iemand in het water kopje onder duwen - ən zeup gee.vən
  • Iemand is aan de deur gezet, met het weinige dat hij nog bezat – i is mi zin klie.kən en zin klak.kən ‘bui.tən.gə.smee.tən
  • Iemand is in slaap gevallen - zin blaf.fə.’tuu.rən val.lən toe
  • Iemand is niet geneigd over de brug te komen of van gedachten te veranderen - i boe.’zjeert nie
  • Iemand is nukkig of wil niet toegeven - i ee.dət in zin stɛ̃r
  • Iemand is overdreven spaarzaam - i zun.nə frang in twjie.jən bijtn; i zi.top zin gɛ̃ld
  • Iemand is zijn goede naam kwijt; iemand is in ongenade gevallen - i ee.tər gə.leen
  • Iemand kijkt de verkeerde kant op (of ruimer: doet alsof hij het probleem niet ziet) - i kikt van də ‘wɛ̃.rək
  • Iemand komt de afspraken niet na - gə kun.tər gjie.nə stout op ‘mou.kən
  • Iemand komt op een eerdere beslissing terug - i trekt zin.nə kak in
  • Iemand laat zich de mond niet snoeren en heeft telkens een weerwoord klaar - i ee.dən laank blad
  • Iemand met lange benen - i ee lan.gə treemn
  • Iemand moet dringend urineren - i moet gon blusn
  • Iemand niet kunnen uitstaan - i kan nie op zin weezn
  • Iemand opzettelijk doen vallen door je voet voor de voet van de andere te plaatsen - pjuut.sjə lapn; pjuut.sjə schɛ̃rn
  • Iemand stinkt heel erg - i stinkt uu.rən in.'trond
  • Iemand stopt met werken - i kust zin schup af
  • Iemand verdient goed de kost - i kan goe zin broek 'op.aan
  • Iemand voelt zich onheus behandeld - i is in zin gat gə.beetn
  • Iemand vraagt je alles tot in de kleinste details te vertellen, desnoods op een dwingende manier - i vrougt mi də pie.rən ut min.nə neus
  • Iemand wil zo graag iemand anders behagen - i ljuupt zin bjie.nən van oon.dər zin gat
  • Iemand wordt je vijand - i kjiert əm tee.gən ou
  • Iemand zet een grote mond op - i ee veel klap
  • Iets buitengewoons; een sterke prestatie - ‘straf.fən ‘toe.bak
  • Iets dat lang op je gemoed inwerkt - da blif.don də reb.bən plakn
  • Iets is helemaal doordrenkt - tis zo nat as mes (eigenlijk: mest)
  • Iets is uitstekend gedaan of goed geregeld - das ‘jies.tə klas
  • Iets kan gemakkelijk worden gedaan - ət go gə.lek ə ‘flut.sjən van nə sent
  • Iets snel tussen andere zaken afhandelen - tus.sən də soep en də pə.'tet.tən
  • Iets verkopen zonder verlies, maar ook zonder winst - kzin.dər zjuust on 'uit.gə.kom.mən
  • Iets wekt afgunst op - da stikt zin juugn uit
  • Ik ben bedrogen; ik heb tegenslag gehad - kzin gə.scheetn
  • Ik ben de pineut - kem ət vlagn; kem ət zitn
  • Ik ben het erg beu - kzint zjuu beu as kaa pap
  • Ik ga hem een veeg uit de pan geven - kzal zin pan is 'in.vetn
  • Ik heb er veel voor moeten doen; ik heb veel afgezien - kem min.nə ‘pjjɛ̃.rə gə.zien
  • Ik heb lang en verveeld staan wachten - ken dor ston ‘schjɛ̃l.juu.gən
  • Ik moest het onderspit delven - ‘ken.dər gə.’leen
  • Ik moet gaan kakken - kmoet nən baat gon legn
  • Ik vertrouw hem helemaal niet - kbə.traan em vur gjien our
  • Ik word steeds door hem geviseerd; ik word steeds door hem onheus bejegend - i ee nə piek op mij
  • Ik zal jouw geheimen en duistere zaakjes eens aan het licht brengen - kzal is ən ‘boek.skən oo.vər aa ‘oo.pən.doen
  • In onmin leven; niet met elkaar door dezelfde deur kunnen - zə lign oo.vər.’juup
  • Je bent teleurgesteld in iemand - kem.mi on aa mis.pakt
  • Je bent verschrikkelijk dom - gə zi zjuu loemp as ‘tach.tər.stə van ə ‘vɛ̃r.kən
  • Je hebt het perfect begrepen - gə 'zit.tər op
  • Je hebt het te bont gemaakt of te vaak geklaagd en je wordt wandelen gestuurd - go nor uis, a moe.dər ee vis.kəs gə.bakn!
  • Je houdt me voor de gek - gə spilt mi min voetn
  • Je kan iedereen proberen te belazeren, maar bij mij lukt dat niet - mi jiel Aant.wɛ̃r.pə, mor nie mi mij
  • Je moet je er niet druk over maken - gə moe.tər a nie dik in mou.kən
  • Je zal de geldelijke gevolgen van je foute beslissing moeten dragen! - gə zut moe.tən bloe.jən!
  • Kwaad worden - uit zin kram.mən schietn
  • Lulkoek; onzin - zjie.vər in pak.skəs
  • Men ergert zich ergens aan - i krij.gə.tər tspeen van
  • Men gaat traag vooruit (letterlijk, maar ook in de afhandeling van een opdracht) - op zin duusd gə.’mak
  • Men geeft aan dat men in een zware periode zit - tzin kwjaa doug
  • Men geeft de raad een leugenachtig iemand niet te geloven - aa.do zak.kən toe!
  • Men geeft te kennen dat iemand erg bang is voor een zaak - i zit mit.tə ‘poe.pərs
  • Men geeft te kennen dat iemand erg zenuwachtig is - i wit mi zin ‘ɛ̃.gən ‘gjie.nən blijf
  • Men geeft te kennen dat iemand niets voor de kost doet - i leeft van dən ‘ee.məl.sən daa
  • Men heeft bedenkingen bij iemands opvoeding - oe is die op.gə.bracht?
  • Men heeft veel moeite voor niets gedaan - das al.lə.moul vur dən ond zin botn
  • Men is rechtdoorzee - klin.kət nie dan bot.sət mor
  • Men kan een actie van de ander niet waarderen - a.zjuu zin wə nie gə.’traad!; zjuu got.tə vlie.gər nie op!
  • Men leeft op kosten van iemand anders - i leeft op də kap van ən aan.dər
  • Men moet besluiten dat de rekening hoog oploopt wanneer men de prijs van alle afzonderlijke delen bij elkaar optelt - da rɛ̃.'dop
  • Men raadt aan niet langer over een zaak te piekeren - brik.tər an.nə kop nie oo.vər
  • Men raadt aan zich niet langer tegen een zaak te verzetten - leg.tər an.nə kop nef.fəst
  • Men vindt dat het slecht voor iemand is afgelopen - i ee zin bə.komst gad
  • Men vindt een vrouw te mager - get.tər gjie.nə pak oun
  • Men vindt iets te duur; men vindt dat men zich geen exuberante uitgaven kan veroorloven - da kan min.nən blaan (of: brui.nən) nie trekn!
  • Men voelt zich bedot - zən dər mi ‘op.gə.leen
  • Men vreest dat een probleem nog lang niet is opgelost - wə zin nog nie oun də nief pə.tet.sjəs
  • Men vreest dat iets heel lang gaat duren voor het af is - da zit.top tspel van zee.vən wee.kən
  • Men wil dat iemand van toon of onderwerp verandert - wast o weezn!
  • Men ziet geen heil in de voorgestelde oplossing - dour zin.nək vet mee!
  • Mensen die al te graag hun materiële welstand laten zien - zə zin vur dən uit.kom
  • Mijn schoenen knellen - min schoe.nən nij.pən
  • Mijn schoenen zijn te groot - min schoe.nən slokn
  • Ook al heb je geen zin, je moet het toch doen! - kak of gjie.nə kak, də pot op!
  • Op goed geluk, zonder plan - op də wil.dən boef; opt goe val.lend uit
  • Oude spullen - aa nest
  • Voortdurend commentaar en kritiek krijgen van iemand - i zit al.tid op min.nə kap
  • Vreemdgaan - nef.fəst de pot pie.sən
  • Wat ben jij stom geweest! - gij.sən a.’juin!
  • Werk hard en snel door! - gif.tər ən ga.’let op!; gif.tər ən lap op!
  • Ze heeft een miskraam gehad - zə ee dər ‘bed.də af.gə.’gjuud
  • Zeuren; zichzelf voortdurend beklagen - ən zoug span.nən
Informatie afkomstig van Wikibooks NL, een onderdeel van de Wikimedia Foundation.